Een goede voorbereiding is het halve werk

Kirsten Verdel • 13 Maart 2022

Ervaren hoe de politiek echt is, leer je door meters te maken. Gelukkig kan je je wel goed voorbereiden. Bijvoorbeeld met de debattrainingen van Peter van Heemst. We spraken twee enthousiaste kandidaten.


Geleerd hoe je een gesprek als een driegangenmenu indeelt 

Portret Karina VoetsKarina Voets

Nummer 2 in Tubbergen


Peter is van vele markten thuis. Welke trainingen heb je precies gedaan?

‘Ik heb drie trainingen gevolgd: twijfelende kiezers overtuigen, omgaan met lastige situaties, en kort en bondig formuleren.’  

Vond je het nuttig?

‘Ja, ik vond het super goed. Ik heb eerder een tiendaagse training van de VNG gevolgd voor kandidaat-raadsleden. Dan zit je online met meer dan honderd mensen een beetje te luisteren en neem je niet alles goed op. Deze training is met een stuk of tien mensen. Je moet actief meedoen: dingen voor jezelf opschrijven, oplezen en reacties verwerken.’

Wel achter je beeldscherm toch?

‘Je kunt inderdaad lekker thuis blijven. Maar met de vele feedback en de actieve deelname is het allesbehalve passief luisteren.’

Wat heb je zoal geleerd?

‘Hoe je iemand aanspreekt en wat je dan vaak vergeet te melden.’

Hoe bedoel je?

‘Jij weet wel wie je bent als je iemand aanspreekt, maar dat weet de ander niet. Dus gebruik je voor- en achternaam en geef aan dat je van de lokale PvdA bent. Niet van “de” PvdA dus. Als je dan merkt, dat iemand nooit op de PvdA zal stemmen, moet je dat gewoon durven zeggen. “Ik merk dat we van mening verschillen, daar komen we niet uit, fijne avond nog.”’

Heel praktische tips dus?

‘Ja. Je kunt het allemaal direct toepassen. Zo leerden we ook dat je een gesprek kunt indelen als een driegangenmenu.’

Dat klinkt interessant, maar ik snap niet helemaal wat je bedoelt.

‘Nou, het gaat erom hoe je een gesprek ingaat. Sommige deelnemers vlogen het gesprek gelijk in met allerlei verkiezingsvraagstukken. Maar dat kan je beter niet doen. Bouw het langzaam op. Stel jezelf eerst voor. Vraag of mensen weten of er binnenkort verkiezingen zijn. En of ze al weten wat ze gaan stemmen.’

Meer luisteren dan zenden dus?

‘Je toont interesse, maar vertelt natuurlijk wel je eigen verhaal nadat ze hun voorkeur met je hebben gedeeld. Het is daarbij belangrijk om de regie te nemen. Je vertelt wat je wil gaan doen. Als je dan een in een discussie verzandt, grijp je weer terug op die lijn: “Wij van de lokale PvdA hebben dit standpunt”.’

Wat vond je belangrijk bij het thema zwevende kiezers?

‘Het is een open deur dat je niet iedereen overtuigt, maar je kunt prima een goed gesprek hebben. We zitten hier weliswaar in een CDA-bolwerk, dus je zou zeggen dat er weinig ruimte is. Maar als je mensen aanspreekt, blijkt dat niet altijd het geval. Er zijn best wat mensen die heel anders denken over ‘hun’ landelijke CDA en de lokale situatie. Zij zijn soms echt wel over te halen om anders te stemmen dan landelijk. Zeker als ze een leuk gesprek met je hebben. Dan stemmen niet eens specifiek op jouw partij, maar op jou. Het persoonlijke is zeker lokaal erg belangrijk.’

Wat heb je meegenomen van ‘kort en bondig’?

‘Dat was de laatste training die ik volgde. Daarbij moesten we oefenen met het opschrijven van wát je mensen in een gesprek wilde melden, in maximaal 35 woorden. Daarna moest je dat ook hardop zeggen. Je laat daarna de ander aan het woord en overhandigt je flyer. Je zet dus in op een kort gesprek en gaat daarna door naar de volgende. Gewoon heel praktisch allemaal.’


Heb het meteen bij het flyeren toegepast 

Portret Jacques BettelheimJacques Bettelheim

Nummer drie voor deelraad Amsterdam Zuid


Waarom heb je je aangemeld voor de trainingen en welke heb je gedaan?

‘Ik heb “omgaan met lastige situaties” en “kort en bondig formuleren” gedaan. In mijn werk train ik zelf vaak mensen, bijvoorbeeld mediatraining.’

Moest je dan nog wat leren?

‘Ja, ik vind dat je niet de conclusie moet trekken dat je zelf alles al weet. Ik heb als deelnemer nog geen eigen ervaring met het openbaar bestuur. Ik weet veel over het politieke debat en campagnevoeren, maar ik had wel het gevoel dat ik daar meer over kon leren.’

Je weet wel veel over de politiek, maar je bent niet eerder politiek actief geweest?

‘Ik zat altijd al aan de progressieve kant van het politieke spectrum, maar ik ben pas sinds twee jaar lid van de PvdA. In het verleden stemde ik wel eens wisselend, maar altijd progressief. Ik ben nu bijvoorbeeld ook een groot voorstander van de rood-groene samenwerking tussen PvdA en GroenLinks.’

En nu dus kandidaat-deelraadslid?

‘Ja, als je ergens lid van bent, dan moet je er ook wat mee doen vind ik. Ik had een goed gesprek met de stadsdeelcommissie en ik werd tot mijn verrassing op plek 3 gezet. Op een andere plek had ik ook gedaan wat ik nu doe, maar ik vind dit erg leuk. Het past ook wel een beetje bij mijn levensfase. Ik ben 62, ik werk wat minder nu, drie dagen per week en dat bevalt goed zo.’

Wat leerde je van de trainingen?

‘Dingen die ik vaak tegen mijn eigen klanten zeg, hoorde ik nu zelf terug. Bijvoorbeeld als het gaat over kort en bondig formuleren. Ik kreeg als feedback mee: kom gewoon eens binnen op een manier die mensen prettig vinden.’

Kan je daar een voorbeeld van geven?

‘Het grote thema in Amsterdam is kansengelijkheid. Dat is een mooi thema, maar begin daar niet mee in een gesprek. Stel je op een leuke manier voor, maak het niet te ingewikkeld en ga zeker niet over stadsdeelcommissies praten. Zeg gewoon dat je kandidaat bent en in Zuid actief wil zijn. Vraag of mensen gaan stemmen, in plaats van dat je meteen over kansengelijkheid begint.’

En werkt het?

‘Een dag na de training heb ik het bij het flyeren op station Zuid meteen geprobeerd. Sommige mensen lopen meteen door, maar als ze meer willen horen, is een leuk gesprekje soms beter dan meteen een diep inhoudelijk verhaal.’

Haal je daar ook echt meer stemmen mee denk je?

‘Ik vind dat lastig te bepalen. Mensen op stations zijn haastig, maar ik denk dat het een optelsom is. Aanwezig zijn, met mensen in gesprek, flyeren, op social media posten, plannen lanceren en nog veel meer. Alles bij elkaar zou dat wel tot een goede uitkomst moeten kunnen leiden.’

Waren er ook zaken in de training die je lastig vond?

‘De training “omgaan met lastige vragen” leverde wel wat heftige voorbeelden uit de praktijk op. We kregen de vraag, waar we zélf tegenop zagen. Een deelnemer kwam daarop met het voorbeeld van de kiezer die zei dat alle moslims van het hoogste gebouw gegooid moesten worden. En een ander kreeg van iemand te horen dat de PvdA zelf de woningnood heeft veroorzaakt door samen met de VVD de verhuurderheffing mogelijk te maken.’

Hoe verweer je je tegen dat laatste verwijt?

‘Ga niet de ontkenning in, maar geef mensen gewoon gelijk als ze dat hebben. Maak het niet kleiner dan het is. Zeg dat we onze les hebben geleerd en geef aan waar je nu mee bezig bent.’

Wat vond je verder nog relevante lessen?

‘Vooral dus dat je moet proberen om een gesprek altijd terug te leiden naar de boodschap die je zelf kwijt wil, zonder dingen te maskeren of ergens voor op de vlucht te gaan. Neem mensen die je aanspreekt serieus. Als iemand iets zegt waar je het niet mee eens bent, keer die dan niet de rug toe, maar zeg: “Wat een rare praat.”’

Ook als je persoonlijk wordt aangevallen?

‘Ja. Ga niet schelden, ga niet in de overdrive, maar doe het een beetje tongue-in-cheek. Je scheldt er niet mee, maar je zegt op jouw manier wel dat je er boven staat. Dat vond ik ook wel een vondst. Ik weet niet of dat helemaal bij me past, maar misschien ga ik het wel toepassen.’

Wat miste je nog in de trainingen?

‘Ik vond het fijn dat we contact hadden in de training met mensen uit het hele land, niet alleen uit Amsterdam. Je hoort veel van elkaar en daar ook van. Het is niet al te lang en wel heel interactief. Maar het was dus wel digitaal, terwijl ik voor zoiets dan toch eigenlijk het liefst in een zaaltje zit. Dan beklijft het allemaal nog net iets meer.’


Het Centrum voor Lokaal Bestuur heeft een breed scholingsaanbod. Zo staat direct na de verkiezingen de Wibautleergang voor nieuwe raads- en commissieleden op stapel. Meer informatie vind je hier

Afbeelding: Jean-Pierre Geusens | ANP