Ondanks massale protesten vanuit de gemeenten blijft het kabinet vasthouden aan het abonnementstarief. Daarmee negeert het kabinet niet alleen de oplopende kosten en groeiende tekorten in het sociaal domein, maar ook de vraag of het abonnementstarief niet in strijd is met de oorspronkelijke gedachte achter de Wmo. Doordat iedereen, ongeacht zijn of haar financiële situatie, recht heeft op huishoudelijke hulp, komt het beroemde eigen kracht principe in het geding.

Ook de VNG stelt deze tegenstrijdigheid aan de orde en ziet het abonnementstarief het liefst verdwijnen. Maar omdat het kabinet niet beweegt, kiest de koepel voor een pragmatische aanpak. Na de verkiezingen wordt ingezet op afschaffing, tot aan maart op volledige compensatie voor de extra kosten die gemeenten door het abonnementstarief maken.

Daarnaast heeft de VNG voor gemeenten wat beheersmaatregelen op een rij gezet om de kosten enigszins beheersbaar te houden. Dat klinkt heel handig, maar het is de vraag of het ook verstandig is. We gaan ze hieronder één voor één langs.

Beheersmaatregelen VNG op een rij

Het voorstel dat direct opvalt is om een draagkrachtnorm in te stellen. Hierbij blijft de Wmo toegankelijk voor mensen die minder dan 150% van het sociaal minimum verdienen en kan de groep die meer dan dat inkomen heeft op basis van een draagkrachtberekening, waarbij het vermogen buiten beschouwing wordt gelaten, worden afgewezen.

Hoewel dit voorstel van het draagkrachtprincipe uitgaat en voor sociaal-democraten dus heel sympathiek lijkt, heeft het een belangrijk nadeel: er komt een slot op de toegang tot de Wmo. Dat is onwenselijk, want zo verlies je als gemeente een grote groep mensen uit het oog. Wij vinden dat iedereen gebruik moet kunnen maken van de voorzieningen van de Wmo, maar dat iedereen naar vermogen moet bijdragen. Die toegankelijkheid komt met de draagkrachtnorm in het geding.

Elke beheersmaatregel van de VNG kent nadelen

Een andere beheersmaatregel die de VNG voorstelt, is het budgetplafond. Door zo’n budgetplafond in te stellen kunnen aanvragen afgewezen worden als het geld op is. Inwoners worden in dat geval  op een wachtlijst geplaatst, maar voor inwoners die echt zorg nodig hebben en het zelf niet kunnen betalen kan een uitzondering worden gemaakt. Daarvoor moet echter wel een extra bureaucratie worden opgetuigd.

Met het derde voorstel kunnen gemeenten mogelijk wat doen aan de ‘schoonmaaksubsidie voor de rijken’. Dit betreft de vermogende groep inwoners die hun eigen huishoudelijke hulp hebben opgezegd, omdat ze deze zorg via het abonnementstarief in de Wmo veel goedkoper kunnen krijgen. De redenering is dat deze mensen zich bewust in een ‘niet zelfredzame positie’ hebben gemanoeuvreerd. Dat kan een reden zijn om de zorg niet toe te kennen. Dit gebeurt bijvoorbeeld nu al als iemand van een voor zorg geschikte woning naar een niet geschikte woning verhuisd zonder dit aan de gemeente voor te leggen. Of mensen die hun ‘zwarte hulp’ opzeggen ook bewust ‘niet zelfredzaam’ zijn, moet nog worden getoetst bij de rechter en is op dit moment nog niet helemaal duidelijk.

Als laatste manier om de kosten beheersbaar te houden denkt de VNG aan de mogelijkheid om via een algemene voorziening de zelfredzaamheid te stimuleren. Met hulpmiddelen, maar ook door het aanleren van vaardigheden en technieken, kunnen mensen dan geholpen worden om meer zelf in het huishouden te blijven doen. Op die manier hoeven ze geen aanspraak meer te doen op de Wmo en worden de zorgkosten gedrukt.

Heel verstandig of juist niet

Het is natuurlijk begrijpelijk dat de VNG met oplossingen probeert te komen, maar toch is het niet meteen slim om hierin mee te gaan. Allereerst leveren sommige maatregelen veel extra bureaucratie op voor gemeenten, die toch al omkomen in het werk, en duurt het nog wel een tijdje voordat de kosten echt minder worden, terwijl de nood nu al hoog is. Daarnaast is het de vraag of een aantal van de maatregelen wel juridisch houdbaar zijn en beperk je de toegang voor mensen die wel zorg nodig hebben, maar prima zelf een inkomensafhankelijke bijdrage kunnen leveren.

Waarom vlak voor de verkiezingen meebewegen met het kabinet?

Door mee te bewegen en ons in allerlei bochten te wringen om iets wat niet klopt enigszins behapbaar te houden, buigen we in feite voor de halsstarrige weigering van het kabinet om het abonnementstarief af te schaffen. Waarom zouden we dat zo vlak voor de verkiezingen doen? Het abonnementstarief is immers niet alleen strijdig met de bedoeling van de Wmo, maar vooral in strijd met het solidariteitsbeginsel. Sterker: er is sprake van omgekeerde solidariteit. Rijke inwoners kunnen goedkoop gebruik maken van een voorziening, terwijl gemeenten de rekening betalen en zorg voor inwoners die het niet zelf kunnen regelen, maar wel nodig hebben in gevaar komt.

Verkiezingen

Het lijkt ons daarom verstandiger om het probleem de komende maanden nog goed in de campagne te agenderen, zodat het abonnementstarief het eerste is wat er op de onderhandelingstafel sneuvelt. Dat moet zeker mogelijk zijn. Gelukkig heeft niet alleen de PvdA zich tegen de ‘schoonmaaksubsidie voor de rijken’ gekeerd. De andere linkse partijen zijn natuurlijke bondgenoten, maar ook bijvoorbeeld D66 pleit voor het inkomensafhankelijk maken de Wmo.

Natuurlijk kunnen we daarbij nog de nodige tegenstand verwachten. Zo houden partijen als het CDA en de CU in het midden of ze het abonnementstarief willen afschaffen en wil de VVD nog een stap verder gaan en ook voor voorzieningen als de traplift en dagbesteding een vast tarief, onafhankelijk van het inkomen, gaan vragen. Omgekeerde solidariteit in optima forma dus. Iets wat we in de campagne en daarna met volle verve zullen moeten bestrijden, zodat we nog in 2021 afscheid kunnen nemen van deze onzinnige maatregel.

 

Afbeelding: Charlotte Bogaert | ANP