Ferenc van Damme is participatiestrateeg bij de provincie Overijssel. Daar is hij een van de gangmakers achter het Bureau Fris Bestuur. Een bureau met de eenvoudige, maar ook schier onmogelijke opdracht om de kloof tussen burger en bestuur te verkleinen. In de zesde podcastaflevering gaan Gert-Jan Leerink en Van Damme op zoek naar het antwoord op deze regelmatig gestelde, maar weinig beantwoorde vragen.


Ik heb in mijn leven best wat beroepskeuzetesten gedaan, maar participatiestrateeg stond er nooit tussen. Hoe wordt een mens participatiestrateeg?

‘Ik ben in 2009 aangesteld door de Provincie Overijssel om “met innovatieve ideeën een brug te slaan tussen de belevingswerelden van mensen en instituten”. De eerste opdracht die ik kreeg was om een campagne te bedenken die de kloof tussen bestuur en burger zou verkleinen. Een idiote opdracht natuurlijk. Hoe kan ik die kloof nu dichten? Wie is de burger dan? De provincie, wie is dat? En hoezo een dialoog met de provincie? We zijn allemaal druk: wie zit daar op te wachten?’

Klinkt inderdaad als een onmogelijke opgave, maar we zijn inmiddels twaalf jaar verder. Hoe hebben jullie die opdracht opgepakt?

‘We zijn op onze eigen manier aan de slag gegaan. Na een paar jaar zei de provincie: “Dit is zo wezenlijk: dit hoort bij kerntaak zeven, de kwaliteit van het openbaar bestuur.” Inmiddels bestaat Bureau Fris Bestuur uit dertien mensen, maar verspreid over de provincie zijn inmiddels honderden mensen bezig met het onderwerp, van de raadsgriffier tot de voorzitter van een wijkraad, we zijn uitgegroeid tot een informele club van participatiepioniers.’

Bij veel provincies hangt die zevende kerntaak - de provincie als bewaker van de kwaliteit van het openbaar bestuurder - er een beetje bij. Wat vind je daarvan?

‘Dat is doodzonde, want de kwaliteit van het openbaar bestuur is misschien wel de belangrijkste kerntaak. Je kunt geen energietransitie of circulaire economie vormgeven zonder breed gevoel van eigenaarschap. Je kunt het landbouwbeleid niet veranderen en de kwaliteit van het landschap overeind houden als niemand zich daar bij betrokken voelt. Hoe zorg je ervoor dat het niet alleen de hoogopgeleide usual suspects zijn die overal en altijd aan de touwtjes trekken?’

Hoe verbeter je de kwaliteit dan wel?

‘Het begint met de positie van Statenleden zelf, die vaak heel veel van hun bevoegdheden hebben gedelegeerd aan het college van Gedeputeerde Staten. Iets aan de uitkomsten veranderen is zelfs voor Statenleden al moeilijk, kun je nagaan hoe dat voor al die andere mensen is. Daarom moeten de Provinciale Staten het initiatief nemen om het openbaar bestuur van veel mensen te laten zijn, meer dan nu het geval is. Dat is als volksvertegenwoordiger je hoofdtaak.’

Maar dat zien de Statenleden anders?

‘Ik ken geen enkel Statenlid dat denkt “ik zit hier het volk te vertegenwoordigen”. De groep “verantwoordelijken”, dus betrokken burgers, politici en andere mensen die meepraten, is in Nederland nog maar 30% en krimpt ieder jaar met 2%. Dat betekent dat er over 9 jaar nog maar 17% van de mensen betrokken is bij wat er in Nederland gebeurt. Daar ga je het echt niet mee redden.’

Waarom haken zoveel mensen af?

‘Je zal opnieuw na moeten denken hoe je aansluiting vindt bij de steeds groter wordende groep van structuurzoekers en pragmatisten. Dat zijn mensen die niets hebben met wat voor politieke partij dan ook en die in toenemende mate moeite hebben met het idee dat een steeds kleinere groep beslissers hen van alles oplegt. Je zult met hen, niet voor hen, het gesprek aan moeten gaan. Als je als verantwoordelijken blijft proberen om hen op basis van de eigen normen en waarden te betrekken, ben je totaal kansloos.’

Heb je een voorbeeld hoe je dit dan op een goede manier doet?

‘We zijn als Bureau Fris Bestuur betrokken geweest bij een plan voor grootschalige bomenkap in Enter. Daar werd een kanaal omgelegd en moesten de bomen langs het oude kanaal worden gekapt. Bomenkap levert altijd gedoe op. De gemeente wilde daarom de bewoners bij het proces betrekken.

Op de eerste bijeenkomst kwamen drie mannen opdagen: de voorzitter van Stichting Enterse Zomp, die van Het Enters Landschap en de voorzitter van de Stichting Enters Belang. Zij hadden namens het dorp alvast samen bedacht wat er moest gebeuren. Van de bomen zouden bankjes worden gemaakt, voor iedere straat een. Op zich een sympathiek plan, maar wel weer een plan van de kleine groep “verantwoordelijken”.’  

Dat klinkt inderdaad verdacht herkenbaar. Hoe is het toch goed gekomen?

‘We hebben de heren overtuigd om een poging te doen om echt het hele dorp te betrekken. De opbrengst van het hout, zo’n drie ton, was voor het dorp. Uiteindelijk zijn we samen met het hele dorp plannen gaan maken. Iedereen mocht een plan inleveren en die plannen hebben ze in de voetbalkantines onder het genot van een bord boerenkool aan elkaar gepresenteerd. Aan het einde van de avond is er een plan gekozen en dat was het. Klaar, geen wanklank, geen rechtszaak, geen zienswijze, niets.’

Nu ging het hier om 100 bomen. Maar lukt deze manier van werken ook grotere vraagstukken?

‘Je zult wel moeten. Je lost deze problemen niet meer op met een bestuursakkoord, mensen accepteren dat niet meer. Het goede nieuws is dat het kan. Als je van bovenaf zegt: “Uw wijk moet van het gas af en de rekening is voor u, zijn alle bewoners tegen.” Maar ga je met bewoners samen een plan maken, waarbij er ook voor hen iets te halen valt, en de wijk en haar bewoners er beter van worden, wordt het een heel ander verhaal.’

Maar wat zeg je tegen beleidsmakers die vinden dat dat te lang duurt?

‘Je kunt er ook niet voor kiezen en zeggen: “Die energietransitie is zo belangrijk en we hebben zo veel haast. We kiezen voor het Chinese model en gaan dit gewoon van bovenaf opleggen.” Maar wees daar dan duidelijk over en houdt niet de schijn op van allerlei inspraak en processen van onderop, terwijl de beloften die je daarmee oproept niet worden ingelost.’

Geen loze beloften doen dus. Maar hoe moeten Staten- en raadsleden de participatie dan wel vormgeven?

‘Voor je aan de slag gaat met allerlei vormen van participatie en inspraak, zal je fundamentele vragen moeten stellen. Van wie is deze energietransitie en hoe hoog staat dit onderwerp op participatieladder? Als je het antwoord op deze vraag niet duidelijk hebt, hoef je aan de wat en hoe vraag niet eens te beginnen. Waarom zou de energietransitie op de participatieladder moeten staan? Daar moet je het als provincie en gemeente over hebben. De rest volgt hier uit. Is het proces van de Staten of de gemeente? Prima, maar doe dan niet alsof. Is het proces van de mensen? Ook goed, maar dan zal je een stukje eigenaarschap moeten afstaan.’

Eigenaarschap afstaan… Daar zullen niet alle politici om staan te springen.

‘We kunnen het leuk vinden of niet, maar de oude wereld verdwijnt. Mijn dochter kijkt niet meer naar omroepen, zal nooit lid worden van een vakbond of een kerk. Ze weten het nog niet, maar die instituten zijn al hartstikke dood. Mijn dochter kijkt niet eens meer naar de televisie, maar struint YouTube af en kijkt naar Netflix. Wat wordt de Netflix van het openbaar bestuur? Misschien komt er wel een app, waarmee je ieder moment kunt meebeslissen waar jouw belastinggeld aan wordt besteed. En gaat Google dan de nieuwe democratie faciliteren? Dat lijkt me al helemaal eng. Je kunt nu als openbaar bestuur maar beter mede-uitvinder zijn dan straks willoos slachtoffer.’

Veel meer over de valkuilen en voorwaarden voor geslaagde participatie hoor je in de volledige podcast met Ferenc van Damme die je hier kunt beluisteren.


 

Afbeelding: Robin Utrecht | ANP