Na een mislukte flirt met populistisch rechts en de nodige integriteitskwesties vielen de colleges van Limburg en Noord-Brabant eerder dit jaar. Goed nieuws voor die provincies en ook voor Lia Roefs en Stijn Smeulders, want zij kunnen als gedeputeerden nu het verschil betekenen en hun provincie eerlijker en fatsoenlijker maken.


Na een jaar FvD in het bestuur had Brabant behoefte aan stabiliteit en bestuurskracht 

Portret Stijn Smeulders

Stijn Smeulders

Gedeputeerde in Noord-Brabant


Hoe ben je gedeputeerde geworden?

‘Ik ben sinds 2011 lid van Provinciale Staten en vanaf 2014 ook fractievoorzitter en lijsttrekker. Ik ken Brabant dus door en door. Toen begin vorig jaar het college viel, werd er gekozen voor een college met Lokaal Brabant en Forum voor Democratie.

Onze gedeputeerde verdween toen van het toneel, maar in mei bleek dat nieuwe college niet stabiel. En dus zitten we nu weer in dezelfde samenstelling als voorheen. In principe is de PvdA niet nodig voor een meerderheid, maar de andere partijen wilden ons er toch bij. Aangezien de Staten best gepolariseerd zijn, werd dat wel zo fijn geacht. Dat de persoonlijke verhoudingen goed zijn, heeft ook meegeholpen. Zeker.’

Welke portefeuilles heb je?

‘Heb je even? Allereerst cultuur, sport, erfgoed en vrijetijds economie. Dan moet je bijvoorbeeld ook denken aan de Beekse Bergen en de Efteling. Daarnaast bestuur en veiligheid, waar onder meer ondermijning onder valt. En als derde blokje ‘deelnemingen en ontwikkelbedrijf’.’

Dat klinkt vaag. Wat houdt dat in?

‘Brabant is een heel ondernemende provincie. We hebben een groot vermogen en investeren in veel deelnemingen. Daar vervul ik de aandeelhoudersrol van. Als ontwikkelbedrijf ontwikkelen we veel ruimtelijke projecten. Met name deze onderdelen van mijn portefeuille zorgen ervoor dat ik een brede positie in het college en de buitenwereld heb. Dat maakt het werk natuurlijk waardevol en leuk.’

De laatste keer dat we je spraken ging het over de stikstofcrisis. Hoe staat het daar mee?

‘Brabant heeft altijd het meest strenge stikstofbeleid van Nederland gehad. We hadden bijvoorbeeld een deadline voor stalaanpassingen voor boeren. Die deadline is door het vorige college met het CDA en het Forum deels teruggedraaid. Helaas konden we dat niet direct weer herstellen. Het stikstofprobleem is zeker nog niet opgelost, maar landelijke regelingen helpen wel. De natuur blijft wel overbelast, dus ook de komende jaren zal het beleid bovenaan de politieke agenda blijven staan. We proberen nu met een gebiedsgerichte aanpak rondom Natura 2000-gebieden te kijken hoe we met piekbelasting om kunnen gaan en of we boeren kunnen uitkopen. Elke gedeputeerde coördineert daarbij een paar gebieden.’

Hoe voelt het om halverwege een bestuursperiode pas in te stappen?

‘Het is natuurlijk makkelijker om aan het begin te beginnen, maar het is ook wel fijn dat we nu weer met de oude coalitie aan het werk zijn. We zijn er in feite alleen een jaar tussenuit geweest.’

Vind je het heel anders om gedeputeerde te zijn dan fractievoorzitter?

‘Het is eigenlijk precies wat ik verwacht had. Ik had namelijk wel een vrij reëel beeld van de rol. Als gedeputeerde heb je een compleet andere taak dan als fractievoorzitter. Namens je partij een standpunt innemen is makkelijker dan om dat namens het college of de hele provincie te doen.’

Wat is de belangrijkste les die je tot nu toe geleerd hebt?

‘Dat vind ik lastig om te zeggen, ik ben pas net aan de slag. Maar ik merk wel dat het erg gewaardeerd wordt als je namens de provincie ergens interesse in toont. Als Statenlid was ik daar minder mee bezig. Wat ik bijvoorbeeld nu sterk merk, is dat er in de culturele sector, die onder het vorige college enorm onder druk heeft gestaan, veel animo is om in contact te treden. Mensen en organisaties voelen weer waardering vanuit de provincie en zien weer kansen.’

Wat is hoop je de komende jaren te realiseren?

‘Ik heb twintig maanden. Met name bij die deelnemingen en het ontwikkelbedrijf zit veel dynamiek. Mijn focus zit op het gebied van cultuur, sport, erfgoed en vrije tijd. Daar hebben we nu geregeld, dat er € 8 miljoen extra komt. Dat moet nu ook echt in uitvoering worden omgezet. Ook komt er een nieuw integraal beleidskader op die vier punten. Dat wordt mijn andere speerpunt.’

Kortom, je hebt er zin in?

‘Zeker. Het belangrijkste vind ik dat Brabant een nieuw middenbestuur heeft en dat er - hopelijk - meer stabiliteit en bestuurskracht komt. Dat hebben we nodig. Ik vind het mooi om daar mijn steentje aan te mogen bijdragen. Het scheelt dat de partij in goede handen is en ik het stokje heb kunnen overdragen aan Martijn de Kort als nieuwe fractievoorzitter. Zo blijven we ook richting de toekomst een factor van belang.’


Voor elk besluit moet ik steun zoek in de Staten 

Portret Lia Roefs

Lia Roefs

Gedeputeerde in Limburg


Vorig jaar ging je met pensioen, maar nu ben je toch weer aan de slag. Hoe is dat gebeurd?

‘Tijdens de coronapandemie ben ik gestopt als wethouder in Bergen, omdat zowel ikzelf als mijn partner tot de risicogroep behoorden. Ik kon eigenlijk nergens heen en ik vond dat ik op deze manier niet het wethouderschap kon invullen op de manier zoals ik dat wilde. Dus ging ik inderdaad met pensioen. Dat was in december 2020.’

En toen?

‘Net toen ik mijn twee prikken had gehad werd ik gebeld door de fractievoorzitter van de PvdA of ik interesse had om gedeputeerde te worden. Ze hadden behoefte aan een ervaren bestuurder, die zo in kon stappen en die na de verkiezingen in 2023 ook niet zou blijven hangen.’

Het is de bedoeling dat je als een soort tussenpaus gaat optreden?

‘Eigenlijk wel ja. Het is ook een bijzonder college hier nu: de Gedeputeerde Staten zijn extraparlementair. Ik zit er dus niet als PvdA’er, maar als gedeputeerde op een aantal dossiers. Het “extraparlementaire” betekent dat we zelf meerderheden moeten zoeken: er is geen vaste coalitie.’

Welke portefeuilles heb je?

‘Ruimte, wonen, water en landbouw. Veel dossiers dus, waarbij het echt nodig is om ze op elkaar af te stemmen. Landbouw en water kun je bijvoorbeeld echt niet los van elkaar zien. Ik moet de Staten daar dus van overtuigen. Daarbij is het nog wel een beetje een zoektocht om uit te vinden hoe je daar mee om moet gaan. Iedereen weet dat ik van de PvdA ben, maar ik ben geen PvdA-gedeputeerde.’

Je bent eigenlijk een soort burgemeester met een wat uitgebreide portefeuille?

‘Haha, zoiets ja. Je bent van iedereen. Ik ga partijzaken zeker niet uit de weg, maar het idee van het extraparlementaire college is dat iedereen zich in de gedeputeerden kan vinden. Het blijft politiek, dus er zijn altijd groepen die je wel of niet steunen, maar er was een ruime meerderheid voor de samenstelling van het nieuwe college.'

Is het in de praktijk heel anders dan normaal, zo zonder coalitie?

‘Er is geen automatische meerderheid op papier en geen coalitieakkoord waar je mee aan de slag kunt. In Limburg hebben we in principe echt dualisme. Maar er zijn wel 32 beleidskaders gemaakt door de Staten. Voor landbouw is er bijvoorbeeld “De koers naar de toekomst”. Je wordt als gedeputeerde wel geacht binnen de kaders van dat document te blijven. Maar natuurlijk kan je buiten die lijntjes kleuren als de situatie daar om vraagt. Met de afwikkeling van de watersnood van afgelopen zomer heb ik zeker wel eigen ruimte.’

Raakt je portefeuille ook aan het meest heikele punt in Limburg: de bestuurscultuur?

‘Op zich zijn we daar met zijn allen als gedeputeerden verantwoordelijk voor. Het ging in de sollicitatiegesprekken veel over de bestuurscultuur. Er waren gesprekken met Remkes, met een speciale integriteitscommissie, je doopceel werd gelicht en nevenfuncties werden uitgebreid besproken. Ook hebben we er als team veel over gesproken. Ik ben op zich wel gewend om dat soort dingen keurig en goed af te wegen, maar dit was wel wat diepgravender dan normaal. We zijn ons er heel bewust van. Om je een voorbeeld te noemen: we spraken ook over wat we nu doen met dossiers, die iets te maken hebben met wat ik in Bergen deed als wethouder.’

Het college is er dus erg bewust mee bezig. De Staten ook?

‘Zeker, er komt zelfs een Statendag over integriteit.’

Integriteit is al heel lang een issue, er zijn al veel rapporten en sessies geweest. Is een echte doorbraak mogelijk?

‘De alertheid op het provinciehuis is heel hoog, maar partijen, waar integriteitskwesties veel aan de orde zijn, moeten het natuurlijk intern ook oppakken. Problematisch daarbij is dat er vaak heel verschillend op integriteitskwesties wordt gereageerd: niet iedereen vindt dat er iets mis is met vrienden een gunst verlenen; of dat je verschillende politieke functies, die soms conflicterend zijn, naast elkaar vervult; of dat in een commissie alleen maar leden uit de eigen gelederen benoemt. Kijk, als je dat zaken niet als probleem ziet, blijft het vechten tegen de bierkaai. Het begint bij bewustzijn dat dit soort zaken eigenlijk niet kunnen.’

En wat is er nog meer nodig?

‘Het ligt ook aan je bestuursstijl. Ik zeg tegen mijn ambtenaren: “Als je ziet of denkt dat ik iets verkeerd doe of dat ik een lunch verkeerd declareer ofzo, meld het dan.” Maar als je een bestuurder bent, die tegenspraak niet organiseert of duldt, trap je snel in dit soort valkuilen.’

Wat is het belangrijkste dat je wilt bereiken tot aan 2023?

‘Focus op de echt belangrijke zaken is essentieel. Voor mij is het cruciaal dat we in de ruimtelijke ordening het water- en bodemsysteem als leidend principe gaan nemen. Ik vind dat het nu teveel naast elkaar staat: alsof alles kan. Ook vind ik dat we bij landbouw alles op alles moeten zetten om te zorgen dat er verdienmodellen komen die passen bij de verduurzaming die nodig is.

En bij wonen is mijn doel om de juiste woningen op de juiste plek te krijgen. Dat is iets meer dan alleen een faciliterende rol op je nemen als provincie. Ik wil daar dus meer op sturen, door richting te geven en eisen te stellen. Maar goed, daar moet ik dan wel een meerderheid voor vinden in de Staten. Zo makkelijk zal het allemaal nog niet zijn!’


 

Bijschrift afbeelding: het college van GS in Limburg, met Lia Roefs vooraan in het midden.

Afbeelding:

Marcel van Hoorn | ANP