Windmolens niet in de achtertuin, maar waar dan wel?

Hetty Janssen • 19 September 2021

In veel gemeenteraden en Staten vindt op dit moment de discussie plaats over de ruimtelijke inpassing van de duurzame energiebronnen, zoals die in de verschillende RES’en zijn vastgesteld. Met andere woorden: waar moeten de windmolens en zonneparken gebouwd worden?


Windmolens en zonneparken hebben veel invloed op de kwaliteit van de leefomgeving en roepen vaak grote weerstand op. Het is daarom verleidelijk om mee te gaan met mensen die om op zich begrijpelijke redenen tegen windmolens of zonneparken in hun omgeving zijn. In het vorige week in Lokaal Bestuur verschenen artikel Streep door windmolens op land, kans voor participatie of blamage voor kabinet hebben de geïnterviewde PvdA’ers begrip voor die weerstand.

Hoe begrijpelijk die weerstand ook is, in het kader van het klimaatakkoord is het belangrijk, dat initiatieven voor zon- en windenergie doorgaan. Alle scenario’s wijzen erop dat we, ook al investeren we meer in bronnen als aardwarmte, windmolens op zee, zonnepanelen op zoveel mogelijk daken, aquathermie en groen gas, niet ontkomen aan windmolens op land. Wind op land zal zeker op de korte termijn nodig zijn als we zo snel mogelijk van het aardgas en andere fossiele brandstoffen af willen.

Voorwaarden voor windmolens op land

Wat mij betreft kan het wel als er aan drie randvoorwaarden wordt voldaan. Zorg voor een goede ruimtelijke inpassing, voorkom directe overlast voor omwonenden en regel de participatie van bewoners. Als je daar rekening mee houdt, zijn windmolens op land zeker mogelijk.

De volgende vraag is waar. Maar eigenlijk ook wat en hoe. Je hebt windmolens in allerlei soorten en maten. Zo kunnen windmolens van lokale energiecoöperaties met een maximale ashoogte van 60 gebouwd worden op minimaal 3 kilometer van de bebouwde omgeving, zoals een dorp. In Fryslân zijn 73 energiecoöperaties bezig om zelf plannen te maken om duurzame energie op te wekken, bijvoorbeeld via deze lokale windmolens. Verder kunnen kleinere molens met een maximale ashoogte van 15 meter op het boerenerf of bij bedrijven op bedrijventerreinen worden gerealiseerd.

Geen overlast, wel participatie 

En tot slot zijn er de hele hoge molens met een ashoogte van 120 meter. Die zijn vanwege hun formaat het meest omstreden. Inpassen is dus lastig, maar in mijn optiek kan je ook die grote windmolens op een beperkt aantal plekken in Nederland kwijt.

Stiller en meer energie

Deze zeer hoge molens kunnen, als ze volledig vrij in de ruimte staan, een mooie plek krijgen in het landschap. Het zijn een soort iconen van vooruitgang, duurzaamheid en schone energie. Een markant punt aan de horizon, rustig draaiend en minder geluid producerend dan kleinere molens. Zeker als inwoners geen overlast meer hebben, maar wel kunnen participeren en meedelen in de opbrengst, is de kans dat mensen de molens gaan waarderen groot.

Grote windmolens leveren heel veel energie 

Hoe paradoxaal het ook klinkt: in ruimtelijk opzicht zijn deze grote windmolens een slim idee. Grote windmolens produceren in verhouding tot de ruimte, die ze innemen, héél veel energie. Een hoge windmolen levert bijvoorbeeld evenveel energie als zo’n twintig voetbalvelden aan zonnepanelen. Als het dus over de slag om de ruimte gaat – niet onbelangrijk in ons volgebouwde land – is het plaatsen van een aantal heel hoge windmolens op land zeker het overwegen waard.

Je moet wel heel goed kijken naar waar je die windmolens plaatst: elke windmolen op zeker 5 kilometer van woningen en binnen een straal van 25 kilometer niet meerdere windmolens. Er zijn zeker plekken te vinden, waar dergelijke molens geen overlast geven en niet misstaan. Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan plaatsen langs de kust, industriële complexen als Botlekgebied of Eemshaven of andere plekken, waar nog voldoende vrije ruimte is tussen de bebouwde omgevingen.

Nadelen van windmolenparken op land

Natuurlijk is het ook een optie om een geclusterde opstelling te maken van windmolens uit het tussensegment. Dan is het vinden van een plek, waar omwonenden geen overlast hebben, echter veel moeilijker en de impact op het landschap veel groter.

Het probleem van zo’n park is namelijk dat de windmolens niet allemaal even hard en in hetzelfde ritme draaien. Molens staan vanuit één richting gezien misschien nog wel keurig in het gelid, maar als je vanuit een andere hoek kijkt, is het al gauw een onrustig beeld. Daarnaast heb je veel meer slagschaduw en meer geluidsoverlast. Als er een plek gevonden kan worden, waar het met draagvlak kan, is dat uiteraard prima, maar dat zal niet meevallen. 

Met een lappendeken is niemand blij 

Het slechtste dat je kunt hebben is een lappendeken van allerlei verschillende molens, die verspreid over het landschap staan. Als je door sommige delen van Fryslân of door de Noordoostpolder rijdt, zie je die verrommeling van het landschap voorbij trekken. Deze verrommeling heeft eraan bijgedragen, dat inwoners windmolens automatisch associëren met de teloorgang van het Friese landschap. Dat is meer dan jammer, want met zorgvuldige inpassing zou je juist een versterking van het landschap kunnen bewerkstelligen.

Unieke kans

Het goede nieuws is dat het in dit verrommelde landschap vaak gaat om verouderde windmolens, die inmiddels aan vervanging toe zijn. Wat mij betreft ligt daar een kans om de positieve beleving van het landschap te herstellen. De overheid moet eigenaren van verouderde windmolens verleiden om hun molens te saneren ten gunste van lokale energiecoöperaties. Dat is echt een win-win. Niet alleen leveren moderne windmolens meer energie en stop je de verrommeling door het saneren van oude windmolens, ook zorg je ervoor dat de opbrengst gaat naar de oude windmoleneigenaren en de lokale gemeenschap.

Kortom, er zijn zeker mogelijkheden voor windmolens op land. Laten we ze samen met bewoners zoeken en ontwikkelen. 


Hetty Janssen is fractievoorzitter van de Statenfractie in Fryslân en schreef dit artikel in reactie op dit artikel van vorige week.