Zoeken

Publicaties

In de koplampen van de tegenstander

Politieke partijen zoeken naar slimme manieren om hun standpunten - of die van anderen - te framen in theorie en praktijk. Met name politici van populistische bewegingen als de PVV en Leefbaar Rotterdam staan er om bekend goede framers te zijn. De indruk bestaat dat politici van de traditionele partijen, vooral bij links, minder vaardig zijn in het toepassen van framing. Lokaal Bestuur ging in gesprek met professor Hans de Bruijn, auteur van het recent verschenen Framing. Over de macht van taal in de politiek en Barack Obama en de kunst van de politieke toespraak.

‘U draait en u bent oneerlijk.’ Iedereen herinnert zich deze uitspraak van CDA-leider Balkenende tijdens de verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer van 2006. Met deze stelling werd PvdA-leider Wouter Bos op een negatieve wijze ‘geframed’. De campagne nam een dramatische wending en de PvdA ging van 61 zetels in de peilingen naar 33 zetels bij de verkiezingen. Framing is in feite zo oud als Methusalem, maar pas sinds 2006 wordt de term in Nederland echt veel gebruikt.

Wat is framing?
‘Stel die vraag aan vier mensen en je krijgt vier verschillende antwoorden. Voor mij is politieke framing het op een zodanige manier construeren van een boodschap, dat bepaalde zaken worden weggedrukt of juist uitgelicht. Vaak gebeurt dat door middel van oneliners of een verhaal, maar in essentie is er altijd sprake van overaccentueren of onderaccentueren. Een goed frame is ‘sticky’, is iets waar eigenlijk iedereen het wel mee eens moet zijn. Zoals: ‘zorg is geen markt.’ Het is moeilijk je tegen die stelling te verzetten. En omdat een frame iets eenduidigs heeft ben je vaak geneigd te denken: ‘Waar zit de boef? Wie is degene die bijvoorbeeld vissen uitdeelt in plaats van hengels, als het gaat om ontwikkelingssamenwerking?’ Een ander kenmerk van een goed frame is dat de tegenstander er eigenlijk wel in móet stappen, zo sterk moet het zijn.’

Wat dóet een frame?
‘Je drukt dus bepaalde zaken weg, of je accentueert ze. Als je het ergens mee oneens bent, heb je al snel de neiging om er tegenin te gaan. Bijvoorbeeld als wordt gezegd dat de btw op kunst en cultuur omhoog moet. Een voorstander zegt: ‘Ik zie hier mensen voor 25 euro naar het Residentieorkest gaan, maar ze gaan wel eerst voor 200 euro uit eten’. Dat beeld herkennen mensen en het is op z’n minst een beetje waar. Daar wil je dan tegen ageren, maar in feite ga je dan in de koplampen, het frame, van de tegenstander staan. Je zit dan meteen in het defensief en je hebt een zware bewijslast. Je moet dan gaan uitleggen hoe en waarom het belangrijk is dat ook minder draagkrachtige mensen naar het theater kunnen of je zegt dat burgers die niet van het Residentieorkest houden, voordeel hebben van de subsidie voor de betaald voetbalvereniging. Het risico is dat je dan een ingewikkeld verhaal gaat houden met meerdere stappen, om aan te tonen dat jouw punt beter is. Het eenvoudige frame roept vaak een ingewikkelde reactie op. Ik noem dat een hordenloopredenering, waarbij de tegenstander dus al snel 3 à 4 kansen heeft om je redenering onderuit te kegelen.’

En dan is er natuurlijk nog de bevestigende ontkenning.
‘Ja... een laatste regel bij framing is inderdaad: ontkennen is bevestigen. Jolande Sap in een artikel in de NRC die zegt: ‘Ik ben niet timide.’ De Amerikaanse presidentskandidate Michele Bachmann die op tv zegt: ‘I am not a witch.’ Wat daarvan bij de lezer of kijker blijft hangen is juist het tegenovergestelde van de boodschap. Het mooiste voorbeeld daarvan vind ik nog wel een CDA-filmpje dat vlak na de verkiezingsnederlaag werd uitgezonden. Ik geloof dat het ook bij Paul de Leeuw in een uitzending zat. In dat filmpje komen twee vrouwelijke CDA-raadsleden aan het woord die moeten uitstralen dat de partij toch echt anders is dan wij vaak denken. De ene zegt dan: ‘Het CDA is geen stoffige partij.’ Op zich dus al een erg foute uitspraak, omdat het woordje ‘geen’ niet opgepikt wordt, maar de ander maakt het nog veel erger door aan te vullen: ‘Het CDA is écht geen stoffige partij.’

Hoe kun je een onderwerp reframen?
‘Je moet proberen een andere taal te bedenken. Neem bijvoorbeeld de aanval van D66 op het kabinet Balkenende IV waarin ze zeiden: ‘Het kabinet komt in de rookkamer, de woonkamer, de slaapkamer, liefst ook in uw bovenkamer.’ Daarmee probeerde die partij het kabinet te framen als betuttelend. Op zich een goede poging, waarbij de reactie natuurlijk nooit moet zijn ‘wij zijn niet betuttelend’. Zeg bijvoorbeeld: ‘U bent onverschillig als er geweld achter de voordeur is. Wij grijpen tenminste gewoon in!’

Hoe zit het met feiten versus emoties bij framing?
‘Dat is een belangrijk thema. Iedereen heeft emoties, of je nu links of rechts georiënteerd bent. In veel frames zit emotie verborgen. Het heeft geen zin op een rationale manier op emoties te reageren. Wilders zegt bijvoorbeeld dat de oplossing voor de problemen met Marokkaanse jongeren eenvoudig is: ‘oppakken, aanpakken, uitzetten’, dat soort zaken. ‘Dat kan niet zomaar, dat werkt niet’, zeggen zijn tegenstanders. Ze proberen het te rationaliseren, nuance aan te brengen op de inhoud, maar wat ze daarmee bereiken is dat kiezers denken: hé, de boodschap interesseert je kennelijk niet, je deelt mijn woede niet en begrijpt dus het probleem ook niet.’

Wat betekent dat in de praktijk?
‘Dat het vaak heel moeilijk is om tegen dat soort uitspraken in te gaan. Want kijk maar wat er gebeurt. Neem bijvoorbeeld de papa-tax, die in Rotterdam werd voorgesteld. De stelling was dat er veel Antilliaanse mannen waren die kinderen bij meerdere vrouwen hadden, waar ze niet voor zorgden. Veel van die mannen leefden van een uitkering. De CDA-wethouder zei: ‘Ik accepteer dat niet, ik pak hun uitkering af als ze niet voor hun kinderen zorgen.’ Natuurlijk kán dat helemaal niet: juridisch gezien is het onmogelijk, het is oncontroleerbaar en het zou niks oplossen. Wat zet je daar tegenover? Dat je juist met een breed pakket aan maatregelen komt, met opvoedcoaches en dergelijke, wat veel beter werkt. Maar als puntje bij paaltje komt, wie is er dan populairder bij de kiezers denk je?’

Wat is de belangrijkste les als het gaat over feiten versus emotie?
‘Dat het bij framing belangrijk is om onderliggende waarden en emoties te verwoorden. Wilders snapte bij het gedoe over Mauro heel goed dat het emotionele pleit door links gewonnen was. Iedereen leefde met Mauro mee. Hij bleef wijselijk op de achtergrond en zo kwam de bal bij Leers te liggen. Ook een slimme framingtechniek. En bij emotie versus ratio geldt natuurlijk ook dat het concrete het altijd van het abstracte wint. Als er een tbs’er ontsnapt is die vervolgens iemand vermoordt, dan ga je niet dezelfde dag nog bij Pauw & Witteman zitten om te vertellen dat het tbs-stelsel wel in de lucht moet blijven. Dat is niet bepaald het juiste moment daarvoor.’

Een belangrijk thema nu is natuurlijk de economie. Hoe is dat geframed?
‘Zo rond de verkiezingen is het frame daarover veranderd. Tot die tijd was het: ‘Neoliberale sprinkhanen die alleen maar op snelle winsten en bonussen uit waren hebben deze crisis veroorzaakt.’ Maar het werd een schuldencrisis van overheden. Daar passen de traditionele VVD-frames natuurlijk prima bij, in 2010 was het ‘minder schuld, meer banen’. Zo’n boodschap moet je vervolgens eindeloos herhalen. Iemand als Wilders doet dat ook, die heeft slechts een paar boodschappen die hij uitentreuren herhaalt. Veel andere partijen hebben elke dag een andere boodschap. Dat beklijft niet. En wat betreft die economische crisis, dat onderwerp heeft links dus ook nog niet weten te reframen. Dat kan op zich wel: val de VVD aan op haar sterkste punt, op kernwaarden, zoals hervormingsgezindheid. Zeg dat ze dát nu juist niet durven. Spreek over een benauwend kabinet van oude mannen dat niet hervormt, niet doorpakt. Noem het regeerakkoord het stagneerakkoord. Dat soort termen. Probeer er maar eens een paar.’

Er valt dus nog veel te leren voor de PvdA?
‘Ja. Bijvoorbeeld ook het stoppen met stokpaardjes als ‘we moeten naar de burger luisteren.’ Als ik dat hoor denk ik: doen jullie dat nou nóg niet? Hup, aanpakken! Geef aan dat in de grote steden de PvdA-wethouders real world problemen oplossen, de Marnix Norders en Lodewijk Asschers. De ene keer klinken ze links, de andere keer rechts, maar wat doet het er toe, ze lossen problemen voor de mensen op. Authentieke sociaaldemocraten’

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 36 nr. 2
Februari 2012

Auteur
Kirsten Verdel