PvdA zit niet meer vanzelf aan tafel
De positie van de PvdA op lokaal en provinciaal niveau is de afgelopen anderhalf jaar flink veranderd. Na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2010 en de provinciale verkiezingen van begin dit jaar is het een goed moment om de bestuurskracht van de PvdA eens nader te bekijken.
Na het verlies van veel raadsleden en wethouders in 2010 zijn we nu ook in de provincies onze vanzelfsprekende positie kwijt. Als je naar de uitslag van de laatste provinciale Statenverkiezingen kijkt, dan kun je in de cijfers geen verklaring vinden waarom de PvdA is teruggegaan van elf* collegedeelnames naar de huidige 7. Ten opzichte van de uitslag in 2007 hebben wij dit jaar slechts 9 Statenzetels verloren. Grote verliezer CDA heeft het echter qua collegedeelname veel beter gedaan dan wij, zij zijn in 10 van de 12 provincies in de colleges terecht gekomen.
Als we kijken naar de samenstelling van de provinciale colleges, dan moeten we concluderen dat er veel moeite is gedaan om de PvdA buiten de deur te houden. Er is een aantal wonderlijke combinaties ontstaan, zeker als je ‘linkse samenwerking’ in ogenschouw neemt.
Als de verkiezingsuitslag geen aanleiding was om de PvdA buiten de deur te houden, waarom zijn wij dan wel de grote verliezers van de coalitieonderhandelingen? Een aantal mogelijke verklaringen:
Linkse samenwerking
In de aanloop naar de Statenverkiezingen en in de fase van onderhandelingen werd de nadruk gelegd op de samenwerking met de SP. Het resultaat is dat de SP voor het eerst in haar bestaan in twee provincies bestuursverantwoordelijkheid heeft (Noord-Brabant en Zuid-Holland), maar verrassend genoeg zit de PvdA in de oppositie. In Utrecht maakt GroenLinks deel uit van het college en is de PvdA oppositiepartij. In de zeven provincies waar de PvdA wel in de coalitie zit, kan alleen in Groningen enigszins gesproken worden van linkse samenwerking. D66 en VVD complementeren echter het paarsplus-college. In Noord-Holland en Gelderland is D66 de meest ‘linkse’ coalitiegenoot, in Friesland de FNP en in Flevoland de ChristenUnie. In Zuid-Holland hebben PvdA en GroenLinks elkaar vastgehouden in de onderhandelingen, maar dit leidde tot coalitiedeelname van alleen de SP. In Fryslân trok GrienLinks zich uit de onderhandelingen terug toen bleek dat zij geen gedeputeerde mochten leveren.
We moeten concluderen dat de veronderstelde logische keuze voor linkse samenwerking blijkbaar niet zo logisch is in de diverse provincies. Was het een realistische vraag aan de provinciale PvdA-fracties om samen te werken met de SP? Niet iedereen waardeerde de boodschap over samenwerking; deels omdat dit de autonomie van de provinciale onderhandelaars beperkt, deels omdat wij in onze partij een Pavlov-reactie hebben ten opzichte van alles wat naar centrale regie riekt. Maar bovenal omdat eerdere lokale ervaringen met de SP geen vertrouwen hebben gegeven dat deelname van de SP in het belang van de PvdA is.
Veranderende tijden voor de PvdA
In een politiek landschap dat steeds verder versplinterd raakt, is het een kunst om aan de ene kant een helder herkenbaar PvdA-geluid te laten horen en aan de andere kant op een slimme manier te kunnen samenwerken en verbindingen aan te kunnen gaan. Dit hebben we niet altijd goed op orde. En daardoor worden we vaker dan vroeger aan de kant gezet.
Wij blijven te veel denken en soms ook handelen vanuit onze 'oude' positie als grootste partij, en zijn te vaak verrast als blijkt dat de 'anderen' het ook zonder ons kunnen. Dit zou nooit meer een verrassing mogen zijn. Wij moeten ons denken en handelen richten op ‘aan tafel komen’, in plaats van op ‘wie gunnen wij een plek?’
Deze tendens beperkt zich niet tot het provinciale niveau. Ook lokaal is 'men' ons soms beu, of wij dat nu terecht vinden of niet. Nauwelijks anderhalf jaar na de gemeenteraadsverkiezingen is al een flink aantal colleges van samenstelling veranderd. In veel van deze nieuwe colleges keert de PvdA niet terug. De wisseling van de wacht in Alkmaar is misschien wel het bekendste voorbeeld. Twee coalitiegenoten en een aantal oppositiepartijen hebben een deal gesloten om de PvdA (en GroenLinks) uit het college te wippen. Met een schijnmanoeuvre over de verplaatsing van een ziekenhuis is het hele politieke speelveld ondersteboven gedraaid. Na de collegewisseling speelt het ziekenhuis geen enkele rol van betekenis meer. Sterker nog, de verantwoordelijke wethouder is na de wisseling weer opnieuw op hetzelfde dossier benoemd!
Interne strubbelingen
Soms is men ons ook beu omdat we er niet in slagen om onze eigen, interne strubbelingen intern te houden. Als wij rollebollend met elkaar over straat gaan, zijn wij geen fijne samenwerkingspartner. Daar wordt je op afgerekend, lokaal en provinciaal. Lokaal zijn daar legio voorbeelden van, met zelfs scheuringen van fracties tot gevolg (Westenveld, Schagen, Veenendaal, Eemsmond, Nieuwegein). Vaak zijn onze eigen interne procedures de oorzaak van deze interne conflicten. Onduidelijke statuten en reglementen verhogen de kans op problemen rondom kandidaatstelling. Denk maar aan de mogelijkheid van het hebben van een lijsttrekkersverkiezing zonder dat er afstemming (mogelijk) is over de lijst zoals die wordt voorgesteld door een kandidaatstellingscommissie. Dat kan heel goed gaan maar ook leiden tot pijnlijke situaties, zoals in de provincie Utrecht is gebeurd. Voor andere partijen was dit de reden om ons niet te noemen als mogelijke coalitiegenoot.
Denk ook aan voorkeurstemmen. Dit is op voorhand helemaal geen probleem, maar kan dit wel worden als de achterban van het raadslid of statenlid druk gaat uitoefenen: “We hebben je toch niet voor niets gekozen”. Dit kan tot hele vervelende situaties in fracties leiden, waardoor ook voor de buitenwereld de PvdA even niet als ideale samenwerkingspartner wordt aangemerkt.
Hoewel er nadrukkelijk wordt geadviseerd om een diverse lijst samen te stellen - om op deze manier te voorkomen dat mensen van een onverkiesbare positie toch worden gekozen - gebeurt dit nog steeds niet voldoende. Het is onverstandig om pas op plaats 8 de eerste vrouw te zetten, of de eerste allochtone kandidaat op plaats 17. Als er op tijd en goed wordt gescout naar talent, dan heeft de kandidaatstellingscommissie als het goed is voldoende talentvolle mensen om uit te kiezen. En kan de commissie een diverse lijst samenstellen zonder af te hoeven doen aan de kwaliteit van de kandidaten.
Kandidaatstelling evalueren
Het is aan te raden om iedere kandidaatstelling te evalueren, zoals nu ook het partijbestuur de kandidaatstelling voor de Eerste en Tweede Kamer evalueert. Evaluaties zijn nodig om te kunnen leren en zaken te kunnen verbeteren. Daarbij gaat het niet alleen over de kandidaten die de lijst gehaald hebben en of hun kwaliteiten voldoende zijn. Het is ook belangrijk om te kijken of de lijst divers genoeg was samengesteld, zodat ieder zijn kandidaat kon vinden die voor hem herkenbaar was. Als dat niet zo is, kan dat er toe leiden dat (ook voor beide Kamers) voorkeurstemmen een grotere rol gaan spelen. Dat is eigen aan de mogelijkheden van het systeem. Afspraken hierover kun je maar ten dele afdwingen. Afspraken maak je op basis van wederzijds vertrouwen en het inzien van het belang van de afspraak. Als daaraan getwijfeld wordt en de twijfel wordt niet opgepakt, dan krijg je dat niet iedereen de afspraak gaat hanteren. Natuurlijk kun je dat legitimeren door te stellen dat een Statenlid zonder last Statenlid is, maar dat zijn vaak gelegenheidsargumenten. Het idee gehoord te worden is veel belangrijker.
Bestuurskracht
De afgelopen anderhalf jaar heeft de PvdA lokaal en provinciaal veel te verduren gehad. De vragen die daarbij horen te worden gesteld zijn onder andere: waarom zijn we niet meer ‘in’ maar ook hebben we wel goed onderhandeld? Doordat wij in de periode 2006-2010 eigenlijk ruim boven onze stand hebben geleefd in de gemeenten, kwam de klap des te zwaarder aan. We hebben afscheid moeten nemen van een derde van alle raadsleden en de helft van de wethouders. Door dit verlies en ook door de landelijke politieke barometer was de PvdA in een groot aantal gemeenten niet meer de logische coalitiegenoot. In net iets meer dan de helft van de gemeenten zit de PvdA in het college. Zo zwak is de PvdA op gemeentelijk niveau nog nooit geweest. En dit geldt na de provinciale verkiezingen van begin dit jaar ook voor het provinciale niveau. Ondanks een verlies van slechts 9 Statenzetels, zit de PvdA maar in 7 colleges. De PvdA is even niet ‘in’, we hebben het tij niet mee. Sommige oorzaken hebben we niet in de hand, zoals de veranderende politieke tijden. Voor linkse samenwerking is naast ons eigen commitment ook het animo van andere partijen noodzakelijk. Maar laten we in ieder geval afspreken dat onze eigen interne strubbelingen nooit meer een reden voor andere partijen kunnen zijn om niet met ons in zee te willen gaan.