Zoeken

Publicaties

Vechten voor de onderkant van de arbeidsmarkt

Het kabinet Rutte moet bezuinigen. Maar over de vraag waaróp bezuinigd moet worden zijn de meningen sterk verdeeld. Eén van de keuzes die het kabinet gemaakt heeft is om in te zetten op een stelselherziening voor de jeugdzorg, de onderkant van de arbeidsmarkt en het onderwijs. Over de gevolgen daarvan ging Lokaal Bestuur in gesprek met Hans Kamps, kroonlid van de SER en voorzitter van de verkiezingsprogrammacommissie van de PvdA.

Herkent u het PvdA-verkiezingsprogramma in het beleid van het kabinet?
‘Een deel wel ja. Zo hebben wij gepleit voor één integraal stelsel van jeugdzorg. Dat was hard nodig, want het was veel te versnipperd: provinciale jeugdzorg bedoeld voor het helpen van misbruikte, mishandelde en verwaarloosde kinderen, de Jeugd GGZ voor trauma, de GGD voor eerstelijn gezondheidszorg, de LVG voor licht verstandelijk gehandicapte kinderen, enzovoorts. Al die verschillende stelsels die los van elkaar opereerden, dat was natuurlijk niet goed. Dat dit kabinet nu de keuze maakt voor stelselherziening, is dus prima.’

Er is ook sprake van decentralisatie van taken. Wat vindt u daarvan?
‘Eerlijk gezegd vind ik dat we daarbij wellicht wat te ver zijn gegaan. De PvdA heeft de laatste jaren sterk voor decentralisatie gepleit. Dat kwam misschien ook doordat er veel PvdA- wethouders zijn die taken graag naar zich toe halen. Er wordt nu ook veel beleid gedecentraliseerd, maar het is maar de vraag of sommige gemeenten kwalitatief wel voldoende uitgerust zijn om die taken uit te voeren. Met name kleine gemeenten missen vaak de bestuurs- en slagkracht om (soms) complex beleid uit te voeren.’

Ziet u daarmee al problemen in de praktijk?
‘Gemeentelijke samenwerking moet eigenlijk nog vorm krijgen. Op papier ziet het er vaak goed uit, maar in de praktijk moet er nog veel gebeuren. Zo is er bij veel gemeenten onbekendheid op het gebied van de jeugdzorg. Wethouders krijgen dat allemaal op hun bord, net als bijvoorbeeld al het arbeidsmarktbeleid. Ze hebben te maken met een stelselherziening, voor hen nieuw beleid en dan ook nog eens een enorme bezuiniging. Dat is nogal een uitdaging, waarbij je ook nog eens samenhang moet aanbrengen tussen jeugdzorg en participatie, tussen onderwijs en jeugdzorg. Op congressen en andere bijeenkomsten hoor je dan ook veel vragen van wethouders over hoe ze het aan moeten pakken. Het probleem is echt een mix van gebrek aan ervaring en die bezuinigingen.’

Er gebeurt ook wel heel veel tegelijk…
‘Inderdaad. Het kabinet combineert in feite drie grote zaken. Ten eerste decentralisatie, wat altijd al lastig is. Ten tweede integratie, zoals die van de Wsw, Wajong en de Wet Wij. Daar komen ten derde dus de bezuinigingen nog eens overheen, van wel 20 tot 30 procent. Theoretisch kan ik het allemaal goed volgen, participatie is uiteindelijk de beste vorm van bezuinigen. Maar de praktijk is natuurlijk weerbarstig. Al die grote operaties tegelijk, in drie jaar, bij 431 gemeenten… Ik wens ze heel veel sterkte.’

Er wordt wel eens gezegd dat dit kabinet de burger vergeet, vindt u dat ook?
‘Als je het over stelseldiscussies hebt, vergeet je al snel de burger. Op papier ga je allerlei dingen bedenken. Ze zeggen wel eens dat Ajax het beste op een papieren grasmat kan spelen omdat ze op papier het sterkste zijn. Dat geldt natuurlijk ook voor verkiezingsprogramma’s. Maar aan de andere kant is het doel van de stelselherziening natuurlijk wel degelijk dat je als burger niet meer van het kastje naar de muur wordt gestuurd. Dus dat verwijt is wat te gemakkelijk gemaakt.’

Wat is er echt niet goed aan wat dit kabinet doet?
‘De kern van alles is: zijn er banen voor jongeren met een zwakke positie op de arbeidsmarkt? Ik vind dat het kabinet er te gemakkelijk vanuit gaat dat de babyboomers wel verdwijnen. Dat is ook zo, er gaan 300.000 banen ontstaan. Maar de gedachte dat de jongeren waar wij het over hebben vanzelf wel aan de bak komen is veel te simplistisch. Ik denk dat veel werkgevers vacatures liever wat langer open laten staan dan dat ze er een Wajonger op zetten. Die jongeren komen dus echt niet zo makkelijk aan het werk. De inspanning die je moet doen aan de onderkant van de arbeidsmarkt wordt door het kabinet onderschat.’

U heeft in 2007 een interview gegeven waarin u waarschuwde voor de gevolgen van bezuinigingen: commerciële arbeidsbureaus zouden hier de dupe van worden. Precies dat lijkt nu te gebeuren.
‘Ja, ik was ooit voorzitter van de arbeidsbureaus in Amsterdam en omstreken. De overheid gaf ons budget om onder andere commerciële bedrijven in te schakelen om werk te vinden voor moeilijke groepen zoals ouderen, gehandicapten en langdurig werklozen. Het UWV en de gemeenten hebben dezelfde mogelijkheden als toen. Maar nu het economisch tegenzit en die groepen het nog moeilijker hebben, wordt op die bedragen bezuinigd. Ik heb daarom gepleit voor een publieke dienst om de continuïteit te waarborgen. Je ziet nu inderdaad dat reïntegratiebureaus failliet gaan en dat jongeren niet meer aan werk worden geholpen.’

Je kunt de uitvoering toch gewoon door commerciële bureaus laten doen in plaats van door een publieke dienst? Dat is in beginsel efficiënter, mits je maar wettelijk vastlegt dat er budget beschikbaar moet zijn zodat de uitvoering daadwerkelijk gestalte kan krijgen.
‘Daar ben ik het helemaal mee eens. Maar dat is nu dus niet het geval. Het budget dat gemeenten nu nog hebben om participatie- of reïntegratietrajecten uit te voeren is ongeveer een derde van wat ze voorheen hadden. Daarmee kunnen ze die trajecten feitelijk dus gewoon niet meer bieden. Je kunt dan zeggen: ‘we vertrouwen op de zelfredzaamheid van jongeren, ze komen zelf heus ook wel aan een baan’, maar het is zeer de vraag of je het daarmee redt. Ik denk het niet. Juist de groep jongeren waar die regeling voor bedoeld is, heeft een duwtje in de rug nodig. Wat er nu feitelijk gebeurt is dat die jongeren in de nieuwe regeling zonder uitkering thuis gaan zitten. Die verdwijnen uit beeld van de beleidsmakers. Die definieer je als het ware weg.’

U gelooft dus niet dat jongeren zelf een baan kunnen vinden?
‘Het gaat om hele specifieke groepen jongeren. Als je acht jaar voortgezet speciaal onderwijs hebt gedaan, wat moet je dan nog aan opleiding hebben? Het voortgezet speciaal onderwijs (vso) is helaas hofleverancier van de Wajong geweest. En als gemeente heb je in de nieuwe situatie die jongeren wat opleiding betreft eigenlijk niets te bieden. Een uitkering geven mag niet, maar je kunt ze ook niet aan een baan helpen. Wat dat betreft maken de bezuinigingen het er niet beter op. Je ziet nu dat het Wajong-bestand afneemt. Dat is niet zo gek natuurlijk: er komt nu per definitie niemand meer bij. Maar die jongeren zijn niet weg. Het gaat er om waar die jongeren nu blijven en dat is dus thuis, vaak bij hun ouders, waar ze dan hopelijk nog wat zakgeld krijgen.’

Hoe ging het vóór 1 januari 2010, toen de Wajong werd ’gerenoveerd’?
‘Je zag dat het UWV wel vooruitgang boekte met het aan het werk helpen van jongeren. Tegelijkertijd was de regeling zo ontwikkeld dat de voorspelling was dat er in 2040 maar liefst 450.000 jongeren in de Wajong dreigden te raken. Dat kwam doordat de uitkering centraal stond - ze kregen allemaal 75% van het minimumloon en dat was het dan. Daarmee gingen ze thuis zitten. Er was te weinig aandacht voor participatie en een te geringe prikkel voor de jongeren om iets te gaan doen. Die is er nu meer, want de uitkering is komen te vervallen, maar dat betekent dus niet dat ze zomaar aan het werk kunnen. Die jongeren zaten niet voor niets in de Wajong, er is iets mee, ze hebben een indicatie wegens een arbeidsbeperkende handicap. Vaak gaat het om jongeren die mede om die reden weinig zelfvertrouwen hebben. Die slaan niet zomaar even de Volkskrant of de NRC open om fijn te solliciteren op een mooie functie. Dat is een veel te grote stap voor ze. Wat je dus ziet is dat ze thuis blijven zitten met een laag gevoel van eigenwaarde, waarbij vaak ook psychische problemen ontstaan. Ze zien klasgenoten van vroeger die wel een baan hebben, terwijl ze zelf niet eens zelfstandig wonen. Los daarvan, zonder inkomen krijgen ze later natuurlijk ook problemen met hun pensioen. Eigenlijk is het de wereld op z’n kop: als je zegt dat de Wajongregeling wegvalt, als er geen uitkeringen meer zijn, dan moet je de participatiebudgetten dus verhogen, niet verlagen!’

Wat vindt u wel goed aan de genomen maatregelen?
‘De loonsuppletie is een goed instrument. Als je bijvoorbeeld nog voor 40% productief kunt zijn, mag een werkgever je onder het minimumloon aannemen, dus in dit geval voor 40% van het minimumloon. De jongere krijgt dat dan aangevuld tot het minimumloon. Voorheen werd je gewoon niet aangenomen met zo’n percentage.’

Hoe kijkt u aan tegen de herzieningen binnen het onderwijs?
‘Politici in het algemeen hebben sterk de neiging om pas op onderwijs te letten als het over mbo 3 of hoger of wetenschappelijk onderwijs gaat, oftewel over de kenniseconomie. De vormen onder dat niveau worden verwaarloosd, die worden slechts als toeleveranciers gezien. Ik vind dat er vooral in de laatste 6 à 7 jaar een schandelijke verwaarlozing is geweest van speciaal- en praktijkonderwijs en misschien ook wel van de lagere niveaus van het mbo. Dat terwijl 60 tot 70 procent van onze kinderen in eerste instantie naar het vmbo of lager gaat. Als je over de onderkant van de arbeidsmarkt praat, betekent dat bijna automatisch dat je juist moet investeren in die vormen van onderwijs. Ook de PvdA heeft daar te weinig oog voor gehad.’

Wat is er nodig?
‘Meer investeren in het beroepsonderwijs . En werkscholen waarin het voortgezet onderwijs en praktijkonderwijs elk hun eigen ding doen, maar waar ze wel gezamenlijk een slag maken richting arbeidsmarkt. In de eerste vier jaar van het vso leer je te werken, waarna je twee jaar het bedrijfsleven ingaat waar je werkt maar ook nog steeds leert. Bbl heet dat, beroepsbegeleid leren. Vanuit het praktijkonderwijs en speciaal onderwijs bestond dit nog niet. Het vso heeft nog geen arbeidsmarktdoelstelling. Het ‘aanleren van vaardigheden’, veel verder komt de omschrijving van de doelen van het vso niet. Er zijn twee smaken: jongeren op het vso moeten doorleren, dat moet je makkelijk maken met studiefinanciering en mogelijkheden om te stapelen enzovoorts. Er mag geen barrière zijn. Een jongere die dat niet kan moet naar de arbeidsmarkt, maar je moet daar wel bij helpen! Ik ben dus sterk voor een ‘warme’ overdracht van vso en praktijkonderwijs naar de bedrijven. Op individuele basis doen veel scholen dat al, maar het moet structureel gebeuren.’

Waar zitten verder nog bottlenecks?
‘Het lijkt zo logisch dat als je in onderwijs en begeleidingstrajecten naar werk investeert, dat je daar op termijn dan veel geld mee bespaart. Maar de verkokering van de departementen zit dat dwars. Stel dat het ministerie van Onderwijs een dubbeltje moet investeren, dan zien zij het resultaat van die investering niet terug, die komt dan bij Sociale Zaken terecht. In het gevecht om budgetten is er dan te weinig prikkel om die investering te doen. Dus daar moet eigenlijk een verdeelmechanisme voor komen. De PvdA zou zich – wat mij betreft – moeten profileren als belangenbehartiger voor de onderkant van de arbeidsmarkt, want dat is de kern van de sociaaldemocratie: verheffing.’

Download volledig artikel
PDF downloaden
Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 35 nr. 9
september 2011

Auteur
Kirsten Verdel