Zoeken

Publicaties

Dubbele petten ter discussie

Tegenstrijdige belangen? Gevoelige dossiers? Wanneer draag je welke pet? Het lijkt handig om als statenlid veel te weten van lokale politiek en andersom wordt een raadslid snel en goed geïnformeerd over het provinciale beleid. Je kunt op die manier verbindingen leggen en de politiek dichter bij de burger brengen. Maar het combineren van beide functies kan ook nadelen hebben. Want wat te doen als provinciale belangen verschillen van die van een gemeente?

Anna-Lena Hedin, raadslid in Oude IJsselstreek en statenlid in Gelderland

‘Er wordt aan twee kanten aan me getrokken. Dat voelt als een spagaat en dat is niet prettig. Dus ik heb toch maar besloten om het raadslidmaatschap binnenkort neer te leggen. Qua tijd zou het misschien nog wel kunnen, maar ik voel nu toch al dat het inhoudelijk moeilijk is te combineren. Over zaken als woonvisie en bezuinigingen hebben onze fracties in raad en staten een compleet andere visie; wat ik vervelend vind, want hoe leg je dat uit aan de kiezer? Je ziet dat trouwens bij andere partijen ook. Dat is niet specifiek iets voor de PvdA.’
‘Als lid van de gemeenteraad van Oude IJsselstreek heb ik ondervonden dat je overhoop kan liggen met je eigen statenfractie. Dat betrof het onderwerp ‘uitbreiding van megastallen’. In de raad zeiden we ‘nee’ maar het PvdA-standpunt in de provincie was ‘ja’. Lutz Jacobi, Tweede Kamerlid, was het wat betreft de uitbreiding trouwens ook eens met de ‘nee’ zeggende raadsfractie. Toch voer de statenfractie een eigen koers. Kortom: het lijkt me hoog tijd worden voor wat meer eensgezindheid.’
‘Achteraf heb ik in de raad wel eens gedacht “ik had met mijn hart moeten stemmen.” Het vinden van die balans vind ik moeilijk. Door het dubbelmandaat wordt het er niet gemakkelijker op. Ook zijn er veel onderwerpen waar we in de gemeenteraad niet over gaan, maar die wel mijn belangstelling hebben. Hopelijk kan ik mijn invloed in de provincie wel laten gelden. Waar het om landschap en landbouw gaat bijvoorbeeld. Zelf heb ik een agrarische achtergrond en van daaruit kan ik dingen toevoegen, zoals het gegeven dat uitbreiding van megastallen niet ten koste van mensen mag gaan. Het gaat om het doel dat je wilt bereiken voor het algemeen belang. Tegenwoordig lijkt alles wel economisch belang.’
‘Door te zeggen wat je zelf vindt, blijf je geloofwaardig. Maar het lastigste in de politiek is dat het niet altijd om argumentatie gaat, maar om wat er achter zit. Zoals ‘wat is er afgesproken met de coalitie?’ Dan is het de kunst om het zuiver te houden. Wat dat betreft is de PvdA wel eens teveel op de bestuurlijke toer. Blijf bij de burger zou ik zeggen. Houd de lijnen kort. Ook tussen raad, fractie en Tweede Kamer.’
‘Ik ben de politiek ingegaan omdat ik veel dingen niet snapte. Maar nu ik weet hoe het zo’n beetje werkt, zie ik wel dat er - ook in het provinciehuis - echt iets goeds gebeurt. Je kunt inhoudelijk van mening verschillen en tóch tot een gezamenlijk besluit komen. Aan de hand van de partijbeginselen uiteraard. Daarom is het ook zo belangrijk dat je met collega’s van andere partijen in gesprek gaat en blijft. En ach, misschien is het wel zo dat áls ik de politiek echt ga begrijpen, ik er weer mee stop…’
(Kort na dit interview kregen we van Anna-Lena bericht, dat zij haar raadslidmaatschap heeft beëindigd, red.)

Geert Snijders, was raadslid in Den Bosch, is nu statenlid in Noord-Brabant

‘De voordelen die je vanuit de raad, en ik ben ook vier jaar wethouder geweest, meeneemt naar de staten liggen in het aantal dossiers dat je al kent. Je hebt een behoorlijke bagage. Maar ik heb wel - meteen nadat ik tot statenlid gekozen was - mijn raadslidmaatschap neergelegd. Ik had vooraf aangegeven dat ik beide functies beslist niet wilde combineren. Misschien zou een eventuele belangenverstrengeling nog wel te hanteren zijn door met je fractie en ook publiekelijk goede afspraken te maken, maar ik vind dat er dan toch teveel verantwoordelijkheden bij één persoon gelegd worden. Nog los van het tijdsprobleem dus.’
‘Door het dubbelmandaat te ontlopen, kun je het ook naar buiten toe allemaal beter uitleggen. Het is inderdaad zoiets als een leraar die zijn eigen kind in de klas heeft: om de schijn van bevoordeling te voorkomen is die meestal extra streng. Als er in de provincie iets besloten moet worden over jouw gemeente, sta je daar nooit objectief in. Hoe je dat ook probeert. Als ik raadslid van Den Bosch was gebleven en er zou door de provincie bijvoorbeeld geld toebedeeld gaan worden aan stedelijke projecten, dan zou ik als raadslid mijn uiterste best moeten doen om dat naar mijn stad te halen. Tja, als je er zelf woont, kom je misschien ook wel in de verleiding, maar dan is er toch sprake van een andere betrokkenheid. Dan kun je meer afstand nemen en wordt er geen druk op je uitgeoefend vanuit de gemeenteraad. Je functioneert dan uitsluitend als statenlid. Je volgt dus de visie en mening van je fractie.’
‘Wat ik ook heb meegenomen vanuit de raad naar de statenfractie: bij infrastructurele projecten de omwonenden er meer bij betrekken. Bekijk het wat meer door het oog van de burger. Díe heeft jou namelijk gekozen. Ik zie het ook als een van mijn taken om de komende vier jaar de relatie tussen statenfractie en gemeenteraadsfracties wat aan te halen. Welke standpunten er in bepaalde gemeentefracties gehanteerd worden bijvoorbeeld. Daarover wordt veel te weinig informatie aan elkaar verstrekt, aan beide kanten hoor.’
(Inmiddels is Geert Snjders beoogd wethouder voor Rosmalens Belang in Den Bosch. Hij zal zijn zetel in Provinciale Staten opgeven, red.).

Annebeth Evertz, raadslid in Kapelle en statenlid in Zeeland

‘Hoewel het meestal in een andere volgorde gaat, koos ik vier jaar geleden eerst voor een plaats in Provinciale Staten, omdat het Zeeuwse dossier mij het meeste boeide. Je leert op die manier heel Zeeland kennen, vanuit een overall visie. Het is een boeiende en leerzame functie, daarom wilde ik er nog graag vier jaar aan vastplakken.’
‘Misschien mag ik het niet eens hardop zeggen, maar dat ik nu ook raadslid in Kapelle ben, komt simpelweg door het feit dat we hier te weinig mensen konden vinden die in de gemeenteraad wilden, laat staan lijsttrekker wilden zijn. Daar wordt in meer kleinere gemeenten mee geworsteld, vooral ook vanwege de lage vergoeding. Die wordt nog altijd bepaald door het aantal inwoners, en dat ligt in Kapelle op circa 14.000. Als fractievoorzitter, ja dat ben ik ook nog, verdien ik amper driehonderd euro per maand. Als je dat afzet tegen het werk dat we met onze tweemansfractie verrichten, de dossiers die we moeten lezen en alle bijkomende verplichtingen, dan is dat per uur omgerekend erg weinig. Niet dat je iets dáárom doet natuurlijk, maar het telt wel mee.’
‘Ik snapte heel goed dat de raadsleden die er tot vorig jaar mee bezig waren, het niet meer konden combineren met hun reguliere werk. En zeg nou zelf: ik kon toch niet lijdzaam toekijken en zien dat we geen nieuwe raadsleden zouden kunnen leveren? Ik zit nu samen in de gemeenteraad met fractiegenoot Kees van Ruiten, die tot dan toe helemaal geen ervaring had in de politiek en dus daarom ook geen lijsttrekker wilde zijn. Een logische beslissing. Het gaat prima nu en het geeft ons ook veel voldoening.’
‘Qua tijdsindeling is het inderdaad wel eens puzzelen tussen gemeente en provincie, maar dat zou je ook hebben als je het met een andere baan combineert. Dan is het een kwestie van prioriteiten. Tot nu toe ben ik inhoudelijk nog geen enkele keer tegen een belangenverstrengeling aangelopen. Integendeel zelfs: want doordat ik weet hoe het in het provinciehuis werkt, kan ik bepaalde zaken juist verduidelijken in de raad. Als het over openbaar vervoer gaat bijvoorbeeld, of over ruimtelijke ordening. Het valt me op dat er veel gemeenteraadsleden zijn die weinig weten van de provinciale politiek. Er is nauwelijks onderling contact. Dat geldt ook voor andere partijen.’
‘De werkbezoeken als statenlid vind ik heel boeiend. Je kunt daar als gemeenteraadslid ook weer voordeel van hebben. Als ik mezelf zo hoor praten, lijkt het of ik een dubbelmandaat promoot, maar het heeft voordelen hoor. Bovendien is iedereen ervan op de hoogte. Ik ben er altijd open over geweest. We hebben afgesproken, dat ik, als er spanning zou kunnen ontstaan, het betreffende onderwerp tijdig overdraag. Helder communiceren voorkomt problemen.’
‘Het leuke van het gemeenteraadswerk is dat je veel dichter bij de gemeenschap staat. Het gaat over concrete problemen. Een trapveldje, een dorpshuis, scholen. De staten vormen het maatschappelijk middenveld. Ze hebben amper contact met de bevolking, wat op zichzelf heel jammer is. Daar zou hoognodig iets aan gedaan moeten worden. Voeling met de burger is heel belangrijk voor de geloofwaardigheid van de politiek. En dat geldt niet alleen voorafgaand aan verkiezingen.’
Als ik zou merken dat ik beide functies niet meer zou kunnen combineren, al was het maar omdat de ‘buitenwereld’ me daar op zou beoordelen, dan zal ik één van beide opgeven. Hoe leuk ik het ook vind. Welke? Dat kan ik zo niet zeggen. Dat zal dan te maken hebben met waar de partij me het hardst nodig heeft.’

Jacqueline Kalk, namens het Centrum voor Lokaal Bestuur (CLB):

‘Wettelijk gezien is raadslid én statenlid zijn niet verboden. Toch vindt de Partij van de Arbeid het onwenselijk om de functies te combineren. De provincie heeft immers een toezichthoudende rol, dus dan zou je op jezelf - als raadslid - toezicht moeten houden. Dan kun je in belangenkwesties verwikkeld raken, dus wordt de combinatie door ons sterk ontraden. Uitgangspunt is, dat je als politiek bestuurder zonder enige vorm van dubbele petten moet kunnen functioneren. Voor de burger is dat ook moeilijk te begrijpen. Er bestaat al zoveel wantrouwen vanuit de maatschappij, dat we er alles aan willen doen om dat gevoel niet ook nog eens te voeden. Ondanks het feit dat er partijgenoten zijn die dat dubbelmandaat aan zouden kunnen natuurlijk. Het is dan ook niet persoonlijk bedoeld, maar een principekwestie. Gedeputeerde zijn mag overigens - ook wettelijk - sowieso niet gecombineerd worden met bijvoorbeeld het raadslidmaatschap.’
‘We begrijpen en zien ook wel dat het soms aanvullend kan zijn (zie elders de opmerking van Annebeth Evertz, red.). Toch vinden we dat de voordelen niet opwegen tegen de nadelen. De lokale overheid weet dat haar besluitvorming een toetsing vanuit de hogere overheid kent. Die niveaus moeten niet met elkaar in verwarring komen. Dat zou op belangenverstrengeling kunnen gaan lijken en alleen al die indruk moeten we te allen tijde zien te voorkomen.’
‘Dat geldt overigens ook voor waterschappen: prima als men zich kandidaat stelt, maar hoe verhoudt zich dat tot een al bestaand bestuurslidmaatschap? Dat is een integriteitdiscussie die we niet uit de weg gaan als PvdA. Integendeel zelfs: die moet gewoon gevoerd worden. Zelf ben ik directeur geweest van een welzijnsorganisatie. In die periode wilde ik niet in mijn gemeente politiek actief zijn, omdat mijn organisatie een subsidierelatie onderhield met de gemeente. Dan zou je in zijn algemeenheid de schijn namelijk al tegen hebben.’
‘Gelukkig vragen steeds meer partijgenoten het CLB om advies voordat ze functies gaan combineren. Dat leidt tot zelfreflectie en daaruit ontstaat meestal het besluit om voor één functie te gaan. Maar als een raadslid ook in de staten wil, is die beslissing aan de betreffende man of vrouw zelf. Wij verbieden het niet, maar ontraden het slechts. Misschien wordt het zelfs wel het duidelijkst als men het zelf ervaart. Want wat doe je bijvoorbeeld als je als gemeenteraadslid tegen een herindeling of bestemmingsplan stemt, terwijl je partij in de statenfractie vóór is? Hoe verkoop je dat aan de kiezers? En dan heb ik het nog niet eens over de praktische kant van de zaak. Want hoe vaak zullen vergaderingen en andere verplichtingen niet samenvallen? En waar kies je dan voor?’

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 35 nr. 7
juli 2011

Auteur
Harriƫt van Domselaar