Op zoek naar de rode wethouder nieuwe stijl
Wie kent ze niet, de stoere rode wethouders van weleer? Vaak Amsterdammers, zoals de legendarische Floor Wibaut (‘Wie bouwt? Wibaut!’ en Jan Schaefer, de stadsvernieuwer in spijkerpak (‘In gelul - of geouwehoer? - kun je niet wonen’). Heeft hun aanpak en bestuursstijl nog relevantie voor onze tijd, of moet het misschien toch heel anders? En hoe dan? Het project ‘Wethouderssocialisme nieuwe stijl’ van het Centrum voor Lokaal Bestuur wil daar een antwoord op geven.
‘Interview met geschiedenisstudent over #wethouderssocialisme. Pittige vragen,’ twitterde Lodewijk Asscher onlangs. De Amsterdamse wethouder had net Toon van Gent op bezoek gehad. Toon volgt de masteropleiding Politiek en Parlement aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Als stagiair bij het CLB reisde hij de afgelopen maanden kriskras door het land om PvdA-wethouders aan de tand te voelen. Hij heeft er zo’n twintig (van de 243) gesproken, uit grote en kleinere gemeenten. Zijn vragen waren indringend. Hoe onderscheidt u zich als PvdA-wethouder van uw collega’s van andere partijen? Wat is de rode draad in uw beleid? Hoe typeren raadsleden uw bestuursstijl en past die stijl bij het wethouderssocialisme van nu? Welke vaardigheden en karaktereigenschappen horen daarbij? De interviewer vroeg ook door wie de huidige wethouders zich geïnspireerd weten. Het antwoord op die laatste vraag leverde namen op als Schaefer, Drees (wethouder in Den Haag) en Wibaut. Diverse keren werd ook Den Uyl genoemd, vermoedelijk niet zozeer als wethouder van Amsterdam maar als premier (1973-1977) en partijleider. Een enkeling noemde Lodewijk Asscher, maar andere ‘lokale helden’ uit de recente periode ontbraken.
Verheffing
Het wethouderssocialisme van ‘vroeger’ was gestoeld op de verheffingsgedachte. Het ging vooral om het wegwerken van sociaal-econonomische achterstanden van de grote massa. Onderwijs, woningbouw en cultuur waren daarbij belangrijke instrumenten. Wat nog wel eens vergeten wordt, is dat het oude wethouderssocialisme behoorlijk regentesk was. Alles voor, maar niets door de massa. Tegenwoordig wordt dat niet meer geaccepteerd. Hoe moet het dan wel? In 2009 gaf de toenmalige Hengelose wethouder Bert Otten (tegenwoordig vicevoorzitter van de PvdA) in het WBS-jaarboek Lokale Politiek als Laboratorium een aanzet tot invulling van het begrip wethouderssocialisme nieuwe stijl. Van plannen naar binden en van alleen ontwerpen naar samen uitvoeren, zijn volgens Otten hiervan belangrijke ingrediënten. Lodewijk Asscher legde in zijn boek De ontsluierde stad en in zijn Wibautlezing over ‘De onzichtbare bouwput’ de nadruk op modern sociaal activisme en de wens en noodzaak om als wethouder van betekenis te zijn en het verschil te maken. De decentralisatie op sociaal terrein biedt daarbij volop kansen, al blijft budget om het te kunnen uitvoeren natuurlijk wel belangrijk. De onderkant van de arbeidsmarkt, onderwijs, jeugd(zorg), wijkontwikkeling en krachtwijken, woningmarkt en woningbouw, burgerparticipatie, sport en cultuur, ze zijn in de ogen van veel PvdA-wethouders hefbomen voor de moderne emancipatie en integratie. Daarmee kunnen we sociaaldemocratische kernbegrippen als solidariteit, gelijke kansen en iedereen telt mee in de praktijk brengen.
Profiel
Maar wethouderssocialisme heeft niet alleen met visie en beleid te maken. Minstens zo belangrijk zijn persoonlijke vaardigheden en stijl. Een regenteske houding wordt niet meer gepikt. Als wethouder moet je aanspreekbaar, zichtbaar, herkenbaar, open en transparant zijn. Je moet duidelijke standpunten hebben, richting kunnen geven, creatief en gedreven zijn, visie uitstralen, flexibel maar ook daadkrachtig zijn, een verbinder maar ook een doorpakker zijn.
Voldoet de huidige generatie PvdA-wethouders aan dat ideaaltype? Toon van Gent vroeg aan de wethouders: hoe denk je dat je politieke omgeving en de bevolking jou ziet? Daar kwamen wel heel positieve antwoorden op: betrokken, open, toegankelijk, geëngageerd, pragmatisch, streng maar rechtvaardig, sociaal betrokken, gedreven, integer, doorzetter, zichtbaar, laagdrempelig, activistisch, durft verantwoordelijkheid te dragen, collegiaal, standvastig, iemand die tussen de mensen staat, enthousiast, en ga zo maar door. Slechts een enkeling meende dat hij of zij wel wat dominant of eigengereid zou worden gevonden.
Rondetafelgesprekken
Om het wethouderssocialisme nieuwe stijl wat verder aan te scherpen, organiseerde het CLB in Utrecht drie rondetafelgesprekken. Daar werd verder gepraat over de resultaten van de interviews. Bert Otten formuleerde een paar lastige vragen. Bijvoorbeeld hoe het kan dat de wethouders denken dat het beeld van hen zo positief is, terwijl we toch vaak horen dat anderen PvdA’ers regentesk en afstandelijk vinden. In de sessie die ik zelf bijwoonde, erkenden de PvdA-wethouders dat er nog wel wat te verbeteren valt. ‘Wij zijn wel vaak papieren bestuurders,’zei één van hen. ‘Veel PvdA’ers zijn ook betweterig, meer zenders dan ontvangers. We moeten nieuwsgieriger zijn.’ Andere opmerkingen waren: ‘PvdA-wethouders zijn slecht in het vieren van successen,’ ‘We zijn zo zwaar op de hand’ en ‘We zijn karig met complimenten uitdelen, ook naar elkaar.’ Dat laatste kan in ieder geval niet gezegd worden van één van de aanwezigen. Hij nam als eerste het woord op de bijeenkomst om het CLB een compliment te maken voor de acties van de afgelopen tijd rond het bestuursakkoord. ‘Ik moet bekennen dat ik de mails van het CLB vaak niet las, maar nu heb ik het idee dat ik ze niet meer ongelezen kan laten.’ Wij geven graag een compliment terug aan de aanwezige wethouders, voor hun gedrevenheid en betrokkenheid én voor het feit dat ze hun mooie donderdagavond opofferden om in een vergaderzaaltje met elkaar en met ons te discussiëren.
Als u dit nummer onder ogen krijgt, is de jaarlijkse CLB-wethoudersdag in Den Haag net achter de rug. Daar zijn de belangrijkste resultaten van het project ‘Wethouderssocialisme nieuwe stijl’ gepresenteerd. Afgerond is het project nog niet, u hoort er de komende tijd meer van.