Zoeken

Publicaties

Openbaarheid kan niet op een koopje

Hij bestaat al dertig jaar, de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). En nog altijd worden overheden zenuwachtig als journalisten en gewone burgers gebruik maken van hun recht op informatie. Mopperende ambtenaren op ministeries en op gemeente- en provinciehuizen hebben er sinds kort twee bondgenoten bij: CDA-minister Donner en de VNG. Donner wil een eind maken aan ‘oneigenlijke Wob-verzoeken’. En ook de VNG vindt het ‘hoog tijd om de Wob kritisch onder de loep te nemen.’ Zij adviseert de gemeenten om leges te heffen voor ambtelijke werkzaamheden die in het kader van de Wob worden verricht, ook al heeft de rechter bepaald dat dat niet mag.

Transparantie, burgers inzicht geven in wat je doet, verantwoording afleggen - overheden hebben er de mond vol van. Maar wie bij het rijk of bij de lokale overheid om documenten vraagt, krijgt te maken met wat nrc.next-columnist Christiaan Weijts ‘een wrange ironie’ noemt: juist de overheid die bijna alles van haar burgers wil weten, die tal van persoonsgegevens registreert, vingerafdrukken opslaat, elektronische dossiers met patiëntgegevens wil aanleggen en ons dataverkeer in de gaten houdt, is bang om ons een kijkje in haar eigen keuken te gunnen. Daar zijn we niet welkom. En wie toch informatie wil hebben, moet een flinke zak geld meenemen.
Wie informatie wil en zich niet door een weigerachtige overheid laat afschrikken, komt al snel in een stroperige procedure terecht, waarvan de uitkomst onzeker is. Soms is zelfs sprake van regelrechte obstructie. Ik spreek uit ervaring. Drie keer vroeg ik bij ministeries om informatie, alle drie de keren ontstond er een enorm gedoe. Binnenlandse Zaken spande de kroon. Dat ministerie liet ooit mijn verzoek om informatie om inzage in veertig jaar oude stukken meer dan een jaar liggen, ondanks diverse rappels. Vervolgens kwam er een afwijzend antwoord. Openbaarmaking van de documenten waarom ik vroeg zou de staatsveiligheid kunnen schaden. Gelukkig maakte de Raad van State korte metten met dat argument. De minister gaf de informatie met tegenzin vrij. Nou ja, een deel dan. Waarna er wéér een procedure moest worden gestart.

Dwangsom

Vorig jaar is dat soort traineren door de overheid moeilijker geworden. Er moet binnen 56 dagen worden beslist op een verzoek om informatie. Blijft de overheid in gebreke, dan moet een dwangsom worden betaald. Donner vindt dat maar niks. Hij beschuldigt sommige Wob-verzoekers ervan, dat het niet gaat om de informatie maar om het incasseren van de dwangsom. Eigen schuld, dikke bult, dan moet de overheid zich ook maar aan de wettelijke beslistermijn houden. Een burger die niet op tijd zijn belasting of bekeuring betaalt, krijgt immers ook een boete. Ook nu er een dwangsom geldt, is de overheid in 60 procent van de gevallen te laat met haar beslissing. Gemiddeld duurt het 100 dagen eer het antwoord in de bus ligt.
In één opzicht houdt de rijksoverheid zich wel keurig aan de Wob. Er worden geen kosten in rekening gebracht voor het verzamelen van de gevraagde informatie. Wel voor het kopiëren, maar dat mag. Voor gemeenten is er wat dat betreft niets vastgelegd. Een manco in de wetgeving, waar sommige gemeenten misbruik van maken. Zij willen een verzoek om informatie alleen in behandeling nemen als er (fors) wordt betaald. Het gaat daarbij om honderden, soms duizenden euro’s die worden berekend omdat ambtenaren de informatie moeten verzamelen en schiften. Dat werkt natuurlijk ontmoedigend, want wie kan zo’n rekening betalen? Zo houdt de overheid zich lastige ‘klanten’ van het lijf.

Kaag en Braassem

Gelukkig zijn er mensen die zich hierdoor niet laten afschrikken, zoals onderzoeksjournalist Brenno de Winter. Hij diende in 2009 bij een groot aantal gemeenten een Wob-verzoek in om inzicht te krijgen in hun ICT-beleid. Dertig gemeenten, waaronder het Zuid-Hollandse Kaag en Braassem, brachten hem leges in rekening voor de behandeling van zijn verzoek. De Winter, gesteund door de journalistenvakbond NVJ, weigerde voor informatie te betalen en sleepte Kaag en Braassem voor de rechter. De rechtbank in Den Haag oordeelde, dat een informatieverzoek op grond van de Wob niet kan worden beschouwd als een dienst op grond van artikel 229 van de Gemeentewet, zoals de gemeente beweerde. Wie documenten opvraagt, oefent een wettelijk vastgelegd recht uit, en daarvoor mag geen rekening worden gestuurd. Er mag alleen een redelijke vergoeding voor bijvoorbeeld kopieerkosten worden gevraagd. Vijf andere rechtbanken kwamen tot hetzelfde oordeel.
Kaag en Braassem kreeg dus het deksel op haar neus. De VNG meent het echter beter te weten dan de rechter. Zij noemt de rechterlijke uitspraak ‘zeer discutabel’ en adviseert gemeenten om toch kosten in rekening te blijven brengen voor het behandelen van Wob-verzoeken. Volgens de VNG is de autonome beslissingsruimte van de gemeente, die voortvloeit uit de Grondwet en de Gemeentewet, in het geding en hield de rechter daar geen rekening mee. ‘Openbaar’ betekent volgens de VNG nog niet ‘gratis toegankelijk’. ‘Een gemeente vraagt geen geld voor de informatie, maar een gemeente doet inspanningen om de informatie te leveren: daarvoor dient een vergoeding te worden betaald. Het leveren van informatie uit documenten kan bewerkelijk zijn omdat, bijvoorbeeld, de informatie eerst moet worden geselecteerd.’
De VNG spoorde Kaag en Braassem aan om in hoger beroep te gaan. Zij bood aan, de kosten van het proces te betalen. Maar verantwoordelijk (PvdA-)wethouder Floris Schoonderwoerd legde het VNG-verzoek naast zich neer: Kaag en Braassem zal indieners van een Wob-verzoek niet langer vragen om leges of kopieerkosten. Daarmee is de kous echter nog niet af, want sommige andere gemeenten volharden nog steeds in het heffen van leges. Dat is dus niet alleen in strijd met de uitspraak van de rechter, maar ook onredelijk en ongewenst. Zeker, het verzamelen en verstrekken van informatie kost inspanningen en dus geld. Niemand zal dat bestrijden. Maar dat is nu eenmaal de prijs die de overheid zal moeten betalen als we het wettelijk vastgelegde recht op openbaarheid serieus nemen. Die openbaarheid is van fundamenteel belang om ervoor te zorgen dat het bestuur en het beleid controleerbaar zijn. Openbaarheid, een wezenlijk onderdeel van onze democratie, kan niet op een koopje. Dat schijnt maar niet door te dringen tot Donner, een aantal gemeenten en de VNG.

Vissen naar informatie

Minister Donner vindt de huidige wet veel te ruim, zo blijkt uit de toespraak die hij op de Dag van de Persvrijheid (3 mei) hield. Weliswaar zegt hij niet van plan te zijn ‘grootscheepse veranderingen in de Wob voor te stellen’, maar wie zijn verhaal leest, bespeurt op vele plaatsen weerzin tegen de manier waarop met name de pers gebruik maakt van de mogelijkheden die de wet geeft. ‘De Wob biedt een mooi instrument om snel aan informatie te komen voor artikelen en programma’s, of om te vissen naar informatie die mogelijk op iets verkeerds wijst, of zo kan worden uitgelegd,’ aldus Donner. Let op het suggestieve woordgebruik van de minister. Dat ‘snel aan informatie komen’ valt trouwens nogal tegen, zo blijkt uit recent onderzoek van Elsevier naar wachtgeld voor politici. Dat leverde een schat aan - soms beschamende – gegevens (zie de column van Jacqueline Kalk in het aprilnummer van Lokaal Bestuur). Maar het kostte Elsevier wel een jaar om de gegevens los te krijgen met een beroep op de Wob. Zes provincies en zes gemeenten weigerden de gevraagde informatie te verstrekken omdat dat in strijd zou zijn met de privacy van de betrokken oud-bestuurders. Het weekblad voerde zeven procedures bij beroep- en bezwaarcommissies om de info toch te krijgen, in bijna alle gevallen tevergeefs. Beroep op de rechter was nog mogelijk, maar Elsevier zag daar vanaf omdat dat jaren kon gaan duren. Hoezo snel? Ik denk, dat we Elsevier dankbaar mogen zijn voor dat ‘vissen naar informatie’. Het gaat hier tenslotte wel om 20 miljoen euro gemeenschapsgeld.


Daglicht

‘Wat de overheid doet, moet het daglicht kunnen velen,’ zei Donner in zijn toespraak. Maar hij wil wel zélf uit maken hoeveel daglicht de overheid toelaat. De voorbereiding van en de beraadslagingen over besluiten wil hij uitzonderen, daar mogen we niks van weten. We moeten ons tevreden stellen met de uitkomst. De bewindsman citeert hierbij de Pruisische staatsman Otto von Bismarck (1815-1898), die ooit zei: ‘Wetten zijn worstjes. Je kunt maar beter niet zien hoe ze gemaakt zijn.’ Leuk natuurlijk, zo’n uitspraak, maar kwalijk als die wordt gebruikt als argument om de controleerbaarheid van overheidsbeleid onmogelijk te maken. Daarbij speelt Donner handig in op onderbuikgevoelens: ‘Als we een overheid willen die minder kost aan belastinggeld, ambtenaren, bestuurders en regels, dan zullen prioriteiten gesteld moeten worden en zal ook kritisch gekeken moeten worden naar de ‘kosten’ van openbaarheid. (…) Wob-verzoeken zijn nu soms een ‘schot hagel’ in de hoop dat één korreltje raak is. Tientallen ambtenaren hebben dan een dagtaak aan de behandeling daarvan; dat is geen efficiënte tijdsbesteding.’ Het zegt veel over de kijk van de minister op de pers; gericht op (goedkope) succesjes, niet een serieus te nemen instrument van democratische controle. En wat die ‘tientallen ambtenaren’ betreft, die een dagtaak aan de Wob zouden hebben, heb ik nog wel een tip. In Den Haag (en ook in grote gemeenten en bij provincies) wemelt het
van de communicatiemedewerkers. Als we de helft van die mensen met cursussen omscholen tot deskundige Wob-ambtenaren houden we nog meer dan voldoende mensen over om het beleid te verkopen en worden Wob-verzoeken misschien ook beter en sneller behandeld.

Adder

Wie zich niet neerlegt bij de afwijzing van een Wob-verzoek, kan altijd nog naar de bestuursrechter stappen (zie kader). Dat is mooi. Maar ook daar zit inmiddels een adder onder het gras. De VVD-bewindslieden op Justitie (Opstelten en Teeven) zijn van plan het griffierecht voor burgers flink te verhogen. Wie straks zijn recht wil halen, moet 500 euro meebrengen. Ook hier weer het argument dat procedures veel tijd en dus geld kosten en dat de burger daar zelf maar voor moet opdraaien. Veel rechtsdeskundigen hebben al gezegd dat dit een uiterst bedenkelijke ontwikkeling is, die de toegang tot het recht belemmert. En het maakt de controle op overheidshandelen tot een wassen neus. Zo breken CDA en VVD, zonder dat de PVV er zelfs maar aan te pas hoeft te komen, elementaire beginselen van de democratische rechtsstaat af. Hoog tijd voor actie. In het parlement, maar ook op lokaal niveau, want daar kunnen raadsleden colleges die toch leges willen heffen bij Wob-verzoeken terugfluiten. En misschien kunnen gemeentebestuurders die wél geloven in openbaarheid (zoals Utrecht) eens proberen om hun eigen VNG op andere gedachten te brengen. Want hoe geloofwaardig is het als je als VNG een mooie brochure over de Wob uitbrengt en daarin fraaie woorden schrijft over het belang van openbaarheid, maar tegelijkertijd diezelfde openbaarheid ondermijnt door gemeenten op te jutten om leges te heffen?

KADER

Wob is er voor iedereen

De Wob is eigenlijk heel simpel: iedere burger kan informatie bij de overheid opvragen. Met overheid wordt bedoeld: ministeries, bestuursorganen van provincies, gemeenten, waterschappen, publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (zoals productschappen) en wat daar verder onder valt.
Je hoeft alleen aan te geven over welk onderwerp je informatie wilt, niet waarom. Eén telefoontje is al voldoende, als is het beter om het schriftelijk te doen en het woord Wob even te noemen. Als raadslid, statenlid en waterschapper heb je al politieke instrumenten om informatie los te krijgen, maar je kunt dus ook gebruik maken van de Wob.
Het uitgangspunt van de Wob is helder: overheidsinformatie is in principe openbaar. De Wob bepaalt in welke gevallen (ongeveer 10) de gevraagde informatie mag worden geweigerd. Dat moet altijd goed gemotiveerd gebeuren. Vaak wordt informatie niet gegeven omdat de privacy in het geding zou zijn of omdat er sprake zou zijn van documenten voor intern beraad. Laat je daardoor niet afschrikken, want dat zijn rekbare begrippen. Als je het niet eens bent met de beslissing, kun je een bezwaarschrift indienen. Je kunt daarvoor een rechtskundige inschakelen en de overheid vragen de kosten voor deze juridische bijstand te vergoeden. Levert de bewaarprocedure (waarbij je moet worden gehoord) geen positief resultaat op, dan kun je nog naar de bestuursrechter stappen. Die heeft het laatste woord, en niet de minister, de lokale overheid of de VNG.
Je kunt de tekst van de Wob en veel informatie en handige tips vinden op http://www.villamedia.nl/dossiers/wet-openbaarheid-van-bestuur/

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 35 nr. 6
juni 2011

Auteur
Jan de Roos