Zoeken

Publicaties

Stadsdelen weg? Terug naar af

Amsterdam telt bijna 770.000 inwoners. Dat zijn er evenveel als Utrecht en Den Haag samen en méér dan de hele provincie Friesland. Toch wil het kabinet dat onze hoofdstad, evenals Rotterdam met ruim 605.000 inwoners, vanaf maart 2014 bestuurd wordt vanuit één bestuurslaag. ‘Afschaffen die deelgemeenten en deelraden,’ zegt minister Donner. ‘Spierballentaal’, reageert Achmed Baâdoud, stadsdeelvoorzitter van Nieuw-West. Ook andere stadsdeelbestuurders hebben hun twijfels. ‘Na het verminderen van het aantal stadsdelen van veertien naar zeven draait het in Amsterdam beter dan ooit. Dus houden zo!’


Donners voorstel tot wijzing van de Gemeentewet en enkele andere wetten die over deelgemeenten gaan, kwam niet als donderslag bij heldere hemel, maar met name de summiere memorie van toelichting heeft betrokkenen hooglijk verbaasd. Vooral onze deelraadsleden en bestuurders van Amsterdam, die nog maar kort geleden met de nieuwe indeling van de stad aan de slag gingen. Amper een jaar na de samensmelting van de stadsdelen zijn er al vele positieve ontwikkelingen te melden. ‘Dat was een goede beslissing,’ klinkt het van alle kanten. Met een gemiddeld inwonertal van ongeveer 130.000 blijken de zeven stadsdelen een gedegen bestaansrecht te hebben en goed bestuurbaar te zijn. Waar mogelijk wordt samengewerkt, maar ieder houdt verantwoordelijkheid voor zijn of haar eigen stadsdeel.
‘In Donners memorie van toelichting staan zoveel vaagheden, dat ik me afvraag of het allemaal wel serieus bedoeld is,’ zegt Martien Kuitenbrouwer. Als voorzitter van stadsdeel West én als voorzitter van alle Amsterdamse stadsdeelvoorzitters is zij de aangewezen persoon om zich over dit, door velen als ‘terug naar af’ bestempelde plan van Donner te ontfermen. ‘Maar dat doe ik uiteraard in overleg met al mijn collega’s, want samen staan we sterk,’ wil ze daaraan toegevoegd zien. Samen met Geke van Velzen, gemeenteraadslid van de centrale stad, geeft zij haar visie op de dreigende opheffing van de stadsdelen. De PvdA-vrouwen blijken het helemaal met elkaar eens te zijn. ‘Het is natuurlijk allemaal nog erg vers van de pers, dus we moeten ons intern nog goed beraden over hoe we ermee naar buiten gaan komen, maar voor ons eigen partijblad kunnen we natuurlijk wel vast een voorzetje geven. En laten we duidelijk zijn: we zijn niet blij met dit voorstel.’

Kracht

Martien Kuitenbrouwer: ‘Zoals het nu geregeld is, is de opzet zuiver en gebaseerd op democratische verkiezingen. Als gekozen bestuurder ben je direct politiek afrekenbaar. Dat is bij ambtenaren niet het geval.’ Geke van Velzen: ‘Als raadslid kan ik uit ervaring zeggen dat er in Amsterdam geen sprake is van een grootste gemene deler. De problemen in Zuid zijn nu eenmaal anders dan die in Noord. Het bestaan van stadsdelen doet juist recht aan diversiteit in alle opzichten. Overal in de stad bevinden zich verschillende motortjes die innovaties in gang zetten en houden.’
‘Kunnen wij in Amsterdam niet het beste zelf bepalen hoe wij onze stad zo efficiënt mogelijk besturen?’ vragen beide vrouwen zich af. ‘Natuurlijk mag en zal er kritiek op het huidige stelsel zijn. We kunnen en moeten altijd discussiëren over hoe we als stad zo goed mogelijk bestuurd worden. Dat hoort bij deze tijd. Maar dan wel graag in de vorm van meedenken.’

Tegenstrijdig

Er is de laatste jaren veel gedecentraliseerd vanuit Den Haag. Denk bijvoorbeeld aan de Wmo, met de bedoeling de beleidsuitvoering dichter bij mensen te brengen. ‘Het is dan gek om het bestuur en de democratische legitimiteit nu juist weer verder van mensen af te organiseren,’ vindt Martien Kuitenbrouwer. ‘In mijn stadsdeel West bijvoorbeeld, was de herinrichting van het Westerpark twintig jaar geleden nog één groot tranendal. De centrale stad wilde er een mega parkeerterrein van maken. Maar dankzij het doorzettingsvermogen van het stadsdeel is de hele omgeving van de Westergasfabriek omgetoverd tot een prachtig gebied.’ Geke van Velzen: ‘In de stadsdelen weet men beter wat er leeft op straat en in de buurten dan op het centrale niveau. Laat staan in Den Haag. Neem nou een onderwerp als veiligheid. Dat vergt per stadsdeel een heel verschillende aanpak, dat kán simpelweg niet functioneren vanuit één gezichtspunt. Er zijn ongeveer honderd hotspots in de stad waar de veiligheidssituatie extra aandacht verdient. Om te weten waar die zich bevinden ben je echt afhankelijk van informatie die komt vanuit de straten en buurten.’
Achmed Baâdoud, stadsdeelvoorzitter van Nieuw-West, en Egbert de Vries, portefeuillehouder van Zuid, onderschrijven dat. Ook zij hebben een duidelijk mening over de plannen van het kabinet. Ze wijzen daarbij op de verkeerde voorstelling van zaken wat betreft de financiën, maar vooral ook op praktische bezwaren. ‘Ik vind het spierballentaal van Donner,’ zegt Achmed Baâdoud. ‘En heel, heel jammer allemaal. Het is duidelijk dat ze in Den Haag geen idee hebben van hoe het hier werkt. Kennen en herkennen: daar gaat het om. Dichtbij je bevolking staan. Je beleid specifiek richten op de cultuur van je stadsdeel. Wat is hier nodig en hoe kunnen we dat het snelst bereiken? In de korte tijd dat we als stadsdeel bestaan, hebben we al veel bereikt. Op de drie stadskantoren wordt nu gewerkt door afdelingen die het meest met elkaar te maken hebben. Met behoud van kennis en ervaring zijn de ambtenaren neergezet in de wijken waar ze zelf wonen of waar ze doorheen moeten fietsen om op hun werk te komen. Dat zorgt voor extra betrokkenheid.’
‘We hebben een geheel nieuwe organisatie opgezet, zonder het wiel opnieuw uit te vinden en zonder in oude culturen te blijven hangen. Geloof me: dat was niet eenvoudig. Maar het draait nu allemaal. We zijn heel goed in staat om ons eigen beleid te voeren. Waar nodig uiteraard met behulp van de centrale stad. Er worden kansen geboden en kansen gegrepen. Onze inwoners waarderen dat ook. Wat onder meer bleek bij de laatste verkiezingen.’

Herkenbaar

Ook op het gebied van veiligheid zijn in Nieuw-West al binnen een jaar goede resultaten geboekt, vertelt Baâdoud trots. ‘Het aantal overvallen is sterk teruggedrongen, door preventief denken en handelen. Minister Opstelten meldde laatst nog dat hij zo blij was met een landelijke afname van overvallen met 11%, maar in ons stadsdeel zijn de overvallen met maar liefst 40% afgenomen. Allemaal dankzij een goed en effectief politiebeleid, maar ook doordat in de wijken zelf de lijnen kort gehouden worden. We hebben in alle wijken herkenbare coördinatoren en doen de wijkvoorlichting niet via gelikte brochures maar via buurtvoorlichters. Dichtbij de mensen blijven dus. Dát is ons motto. En dat kan alleen als je per stadsdeel werkt, want daar (her)kent men elkaar.’
‘Den Haag heeft onze werkwijze wel eens ‘gerommel in de marge’ genoemd, maar ik ben ervan overtuigd dat de manier waarop wij werken goede resultaten geeft. Er waren bijvoorbeeld 22 groepen die een jaar geleden nog voor overlast zorgden, en dat is nu terug gebracht tot twee. Dat is nóg teveel, dat besef ik best, maar ondertussen hebben we het overgrote deel van de probleemjeugd weten te bereiken. Onder meer door stageplekken voor hen te creëren, in samenwerking met de wooncoöperatie die een leerwerkbedrijf opzette. Ook zijn er sportscouts die jongeren naar een vereniging begeleiden. Het is toch ondenkbaar dat zulke mooie resultaten allemaal teniet gedaan zouden worden door Donner?’

Oppepper

Egbert de Vries, dagelijks bestuurder in Zuid, onderstreept het verschil in bevolking en de verschillende behoeften van de stadsdelen. ‘In Nieuw-West heeft het bestuur met heel andere dingen te maken dan wij in Zuid. Bovendien probeert Donner nu over dingen te beslissen waar hij helemaal niet over gaat. Het is namelijk een zaak van de gemeente zelf. Als die vindt dat de stad beter bestuurd wordt door middel van stadsdelen, en dat is zo, dan blijft dat gewoon zo. Het is een lokale kwestie. Daar moet Den Haag zich gewoon niet mee bemoeien. Kijk, als het om het gehele bestuurlijke stelsel van Nederland moet gaan, dan doe ik graag mee aan de discussie. Die bestuurbaarheid kan namelijk best een oppepper gebruiken. Maar waar Donner nu mee komt is niet meer of minder dan het gemeentemodel van twee eeuwen geleden. Dat werkt niet in een grote stad!’
‘Het lijkt een beetje op ‘PvdA-tje pesten,’ vindt De Vries. ‘Het gaat namelijk goed met Amsterdam en tja, dat is nu eenmaal van oudsher een PvdA-bolwerk. Natuurlijk kan er altijd meer gebouwd worden, zowel voor bewoners als voor bedrijven, en is er nog altijd wel ergens armoede… maar over het algemeen verhogen deelraden de kwaliteit van leven in de stad. Vergeet niet dat Amsterdam ruim 770.000 inwoners telt. Dat is toch niet besturen vanaf één plek? Dan moet je besluiten nemen over buurten en wijken die je niet eens kent. De afstand tussen bestuurder en bevolking is dan echt veel te groot. Onwerkbaar zou dat zijn.’

Contacten

‘Het leuke van besturen is juist dat je contacten met mensen hebt,’ zegt De Vries. ‘Of dat nou - in het geval van Zuid - gaat over het Rijksmuseum of over wensen van mensen in huurwoningen. Ook hebben we hier te maken met relatief veel bedrijvigheid en veel onderwijs: 40 basisscholen en 26 middelbare scholen. En wat te denken van toerisme: het Museumplein trekt 5 miljoen bezoekers per jaar; dat is meer dan De Efteling. Dat vereist dus een volstrekt andere manier van besturen dan in Noord bijvoorbeeld. Het is nu onze taak om dat aan Den Haag uit te leggen.’
De koppen worden (of zijn inmiddels) bij elkaar gestoken in Amsterdam. Er wordt naar een gezamenlijke reactie van de stadsdelen gestreefd, uiteraard ook in overleg met het maatschappelijk middenveld, en die wordt voorgelegd aan de gemeenteraad van Amsterdam.

Als het voorstel van minister Donner om de stadsdelen en deelgemeenten op te heffen érgens goed voor is (geweest), dan is dat voor de extra aangehaalde band tussen Amsterdam en Rotterdam. Sterker nog: zaterdag 9 april vond in Utrecht voor de allereerste keer in de geschiedenis van het Centrum voor Lokaal Bestuur een bijeenkomst plaats die specifiek voor vertegenwoordigers van beide steden bedoeld was. Met als basisvraag: hoe staan we in de discussie ‘wel of niet afschaffen van deelgemeenten’?
Verrassend is de snelheid waarmee Donner het voorstel tot wetswijziging van de Gemeentewet aan de Tweede Kamer heeft voorgelegd. Verrassend is ook dat dit voorstel om de bevoegdheden van de steden op dit gebied af te schaffen, los wordt gedaan van andere voorstellen rondom de herijking van het openbaar bestuur.
Reden genoeg voor de PvdA’ers in de deelraden van Rotterdam en de stadsdelen van Amsterdam om met elkaar en met Pierre Heijnen, woordvoerder binnenlandse zaken van de Tweede Kamerfractie, van gedachten te wisselen over de toegevoegde waarde van de deelraden.
De deelraden zijn door hun eigen bewoners gekozen, zij hebben een bijzondere relatie met hen. Deelraden zijn bij uitstek in staat om snel informatie uit de bevolking te halen, of het overleg met bewoners en organisaties vorm en inhoud te geven, zo bleek nog eens tijdens de bijeenkomst.
Het eerste moment voor uitwisseling over de strategie in de discussie over de toekomst van de deelraden en de samenhang met de discussie over de inrichting van het binnenlands bestuur krijgt een vervolg. Een groep mensen onder aanvoering van Carlos Gonçalves (voorzitter van de deelgemeente Delfshaven Rotterdam) en Marijn van Ballegooijen (fractievoorzitter van de deelraad Zuid uit Amsterdam) gaat er voor zorgen dat men namens de PvdA’ers in de centrale stad en de stadsdelen van beide steden contact met elkaar houdt

Pierre Heijnen: ‘Minder bestuur oké, maar het moet wel werkbaar blijven’

‘Ook óns doel is een beter en sneller functionerende overheid,’zegt Pierre Heijnen, PvdA-woordvoerder in de Tweede Kamer. ‘Ook bij de regering zelf overigens. Minder bestuurslagen is op zichzelf dan ook geen gekke gedachte, maar ik vind wel - in het geval van de dreigende afschaffing van stadsdelen - dat steden zelf verantwoordelijk moeten zijn voor de inrichting daarvan. Amsterdam is bovendien net klaar met het fors reduceren van het aantal stadsdelen en de herinrichting van het stelsel. Daarom moet ze de tijd gegund worden om in die situatie thuis te raken. Het zou best eens heel goed kunnen gaan werken.’
‘Rotterdam daarentegen zou wel wat druk van de ketel kunnen halen door het voorbeeld van Amsterdam te volgen. Dat kan heel goed, zonder dat het ten koste gaat van de bereikbaarheid. Rotterdam moet zich die voedingsbodem voor bestuurlijke onrust wel aantrekken en na gaan denken over indikking van hun deelgemeenten. Er was nog wat aarzeling, maar ik heb de indruk dat men er op dit moment mee bezig is.’
‘In het regeerakkoord staat - als je het letterlijk leest - iets over ‘opheffen van de stadsdelen’. Ook minister Donner noemt het zo in zijn wetsvoorstel. Maar ik ben ervan overtuigd dat de soep niet zo heet gegeten zal worden. Het is eigenlijk al vreemd dat zoiets opgeschreven wordt. Dat zou veel te drastisch zijn. Daar zal ook het CDA vast niet mee akkoord gaan. Minder bestuur oké, maar het moet wel haalbaar zijn en werkbaar blijven.’

Friesland

Pierre Heijnen maakt in dit verband nog even een vergelijking met de nieuwe gemeente Süd-West Fryslân. ‘Dat is een proces geweest van het samensmelten van vijf gemeenten, waarbij veel aandacht is gegeven aan de toegankelijkheid en zichtbaarheid van het bestuur. En ik weet wel dat er zelfs in heel Friesland minder mensen wonen dan in Amsterdam, maar in grote lijnen kan er toch geleerd worden van de totstandkoming van Süd-West Friesland. De 80.000 inwoners van die gemeente zijn verdeeld over bijna zeventig kernen; waar natuurlijk lang niet overal even belangrijke dingen plaatsvinden; maar waar de inwoners wel serieus genomen willen worden. Daarom werkt men vanuit een kernenbeleid. Waarbij misschien zelfs gekozen dorpsraden een dagelijks bestuur kunnen gaan vormen. Met korte lijnen naar de portefeuillehouders. Ook komen er op meerdere locaties gemeenteloketten. Maar uiteraard moeten er wel duidelijke afspraken gemaakt worden over verantwoordelijkheden en beslissingsbevoegdheden.’

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 35 nr. 5
mei 2011

Auteur
Harriƫt van Domselaar