Zoeken

Publicaties

Reacties op de uitslag van 2 maart 2011

De twaalf lijsttrekkers van de provinciale verkiezingen kijken terug op (de aanloop naar) 2 maart en vertellen kort hun leuke en minder leuke bevindingen. Wat daarbij vooral opvalt, is het enthousiasme over alle campagneteams én de complimenten richting het partijbureau in Amsterdam. Ook vanuit ‘Den Haag’ werd steun ondervonden, wat niet wegneemt dat daar enige kanttekeningen bij gemaakt worden. Tips voor een volgende campagne ontbreken niet en worden hopelijk ter harte genomen. Er heerst bovendien optimisme over de aanstaande coalities: vertrouwen in de toekomst overheerst.


Hans Konst (Friesland)

‘Voor 't eerst in 24 jaar zijn we de grootste partij’

‘Elf zetels. Een mooier resultaat kan toch niet? Het CDA viel terug naar acht en wij hebben het verlies kunnen beperken tot één zetel. De VVD en de PVV staan op zes en vier. We gaan - ja, zonder PVV - een stevige coalitie neerzetten.
Meteen na 2 maart gingen we met elkaar naar Terschelling om plannen te maken. Dat is met zo’n uitslag natuurlijk niet vervelend. Het was een prachtcampagne. Een hoogtepunt voor mezelf was het livedebat bij Omroep Friesland. Vooral toen ik na afloop ook nog als winnaar werd aangewezen.
Mensen lopen door voor een teveel aan folders. We moeten dat kleiner houden. Er bleef nu ontzettend veel over. Verspilling. Geef het geld maar uit aan meer rozen. Daar blijft men voor staan en dat geeft meteen de gelegenheid voor een gesprekje. Wij hadden er nu veel te weinig. Dat kan een volgende keer beter.’

Tjeerd Talsma (Noord-Holland)

‘Het regeringsbeleid dreef de kiezers weer onze kant op’

‘Uiteraard heeft onze campagne ook geholpen. Daarbij zal de ontvangst in Amsterdam Zuid-Oost me altijd bij blijven. Daar wonen veel mensen van Surinaams/Antilliaanse afkomst die de PvdA - soms letterlijk - omarmden.
Op de uitslagenavond werd ik gefeliciteerd alsof ik jarig was. De VVD blijft weliswaar de grootste met krap dertien zetels, maar we zijn superblij met onze ruim elf. Volgens opiniepeilingen zouden we 14% van de stemmen gaan halen. Maar we hebben met 23% zelfs iets gewonnen ten opzichte van 2007. Als we weer gedeputeerden gaan leveren komen onze nummers twaalf en dertien ook in de staten.
De PVV is in Noord-Holland helaas flink binnengekomen, maar kan geen meerderheid bij elkaar krijgen. Behalve de VVD hebben alle andere partijen aangegeven niet met hen in een coalitie te willen. Wij zouden over links ook nog een meerderheid bij elkaar kunnen krijgen, maar ik reken gewoon op de VVD.

Tonny van de Vondervoort (Zuid-Holland)

‘Het opkomstpercentage in de grote steden was hoog’

‘Wij zijn op tien zetels gebleven. Mede dankzij Den Haag en Rotterdam. De PvdA heeft hier sterk gefocust op de opkomst. Voor het eerst sinds 1995 lag het opkomstpercentage in Den Haag boven de 50%. Ook qua stemmenaantal behaalden we in de grote steden onze grootste winst vergeleken met 2007. In Rotterdam hebben we 24,2% van de stemmen (tegen 16,7% voor de PVV) en in Den Haag zijn we winnaar met 22,5%. De PVV kwam niet verder dan 14,7%. Hun aanwezigheid in de raad heeft dus tot een dalend aantal stemmers geleid.
Ik maakte het voor het eerst mee, want in 2007 stond ik niet eens op de lijst. Pas later werd ik gedeputeerde. Geen idee dus wat me allemaal te wachten stond. Het was hartverwarmend om te merken hoeveel mensen van Job houden.
Het was deze keer allemaal extra gevoelig, daarom kregen we uit Den Haag veel steun. Dat zou eigenlijk altijd zo moeten zijn. Dat is én voor de onderlinge betrokkenheid én voor duidelijkheid naar de kiezer alleen maar goed lijkt me.

Co Verdaas (Gelderland)

‘Politici zouden vaker de straat op moeten gaan’

‘Campagne voeren is goed voor iedereen die in de politiek zit. Je wordt weer gedwongen om dingen uit te leggen en jezelf af te vragen waarom je het eigenlijk allemaal doet. Je leeft voor een deel toch in je eigen wereldje. Het was dan ook alsof ik in een achtbaan zat. Mijn werk als gedeputeerde ging namelijk ook gewoon door. Uiteindelijk hebben we toch nog een zetel verloren, die ging naar GroenLinks. Het vormen van een coalitie zal moeilijk worden, want we zaten tot aan nu samen met de ChristenUnie en het CDA in het college en dat gaat nu niet meer lukken vrees ik. Het CDA viel terug van vijftien naar negen zetels. De PVV heeft er zes en de VVD is nu met elf zetels de grootste. De komst van de PVV zal voor de sfeer en de onderlinge verhoudingen in de statenzaal vast wel verschil maken. Maar aan de andere kant kunnen debatten natuurlijk lekker als uitlaatklep gaan fungeren.’

William Moorlag (Groningen)

‘De behaalde twaalf zetels zijn boven verwachting’

‘Gemengde gevoelens, dat wel. Voor het eerst sinds 1923 heeft de PvdA/SDAP namelijk minder dan 25% van de kiezers getrokken in onze provincie. Toch zijn we wel veruit de grootste partij: we hebben tweemaal zoveel zetels als de VVD. Daarna volgt de SP, ook met zes, het CDA met vijf en D66, ChristenUnie, GroenLinks en de PVV hebben er ieder slechts drie. We zijn met rechte rug en een helder verhaal overeind blijven staan. Ook waar het ging om impopulaire kwesties, zoals een windmolenpark bij Veendam.
Onze fractie is voor ongeveer de helft vernieuwd, vaak met ervaren mensen die hun sporen al verdiend hebben. Een van hen, Ankie Beenen, was wethouder in Veendam en trok bijna vierduizend voorkeurstemmen.
Op 2 maart gaf ik een reiziger op het station een folder, maar hij zei dat ik te laat was. “Ik heb net al gestemd, op deze man”, zei hij, wijzend op mijn foto.’

Annegien Wijnands (Noord-Brabant)

‘Het was moeilijk om de regionale media te halen’

‘Onze uitslag was een beetje zuur, want we haalden net geen acht zetels. Daardoor zijn we nu de vijfde partij in plaats van de vierde. Toch is het aantal linkse zetels gelijk gebleven. Geen ruk naar rechts dus.
Het canvassen heb ik als heel prettig ervaren. Je kwam soms in gesprek met mensen die het helemaal gehad hadden met de politiek, maar dat bleek vaak te berusten op misverstanden. Als men het had over ‘zakkenvullers’ en ik zei dan dat ik amper achthonderd euro per maand verdien, keek men heel verbaasd op.
‘Het lijsttrekker zijn heb ik heel leuk gevonden. Zelf ook veel van geleerd. Onder meer dat het halen van de media altijd beter kan. Maar hóe? We hebben er echt alles aan gedaan, zoals ludieke filmpjes gemaakt, maar als het niet over megastallen ging of over de PVV, dan vond men het niet interessant genoeg.’

Eddy Veenstra (Drenthe)
‘Je bent aan het werk met een echte PvdA-familie’

‘We hebben hard geknokt om weer de grootste te worden en dat is met twaalf zetels gelukt. We hebben het de afgelopen acht jaar met de VVD gedaan, dus ik ga eerst met hen praten. Het was mijn tweede lijsttrekkerschap trouwens. Maar het was toch weer prachtig als we met onze bus aankwamen bij een lokale afdeling, dat er dan weer een grote groep mensen in rode jassen klaar stond.
Job Cohen is tweemaal in Drenthe geweest. Toen hij in een bovenzaaltje van een café in Meppel zijn verhaal deed, merkte ik weer: hij is echt heel sterk. Want al waren het provinciale verkiezingen, je ervaart toch dat kiezers dat niet los zien van het landelijke. Daar is nu gebruik van gemaakt. De medewerking vanuit Den Haag en Amsterdam is nog nooit zo groot geweest. We kregen bijvoorbeeld per mail krantenberichten toegestuurd over wat er elders speelde. Ik houd een pleidooi voor het herintroduceren van de permanente campagne.

Bert Kersten (Limburg)

‘We verloren slechts 2,4%, maar dat bleken twee zetels’

‘Ouderwets terug naar de basistradities van de PvdA: dát was waar het om ging. Solidariteit, opkomen voor de zwakkeren. Vooral in onze provincie wordt er veel te vaak uitgegaan van wat er mís is. De PVV mobiliseert dat ongenoegen, maar heeft er geen antwoord op. Hun lijsttrekker verscheen slechts bij één debat en daar probeerde ‘haar gevolg’ de boel te intimideren. Nou dan ben je bij mij aan het verkeerde adres. Het kostte me moeite om me in te houden.
Wij krijgen wel ’ns te horen dat we te netjes zijn. Maar we laten ons niet onder de voet lopen hoor. Het heeft me verbaasd dat er in de media ook vrijwel alleen maar aandacht was voor de PVV. Goed nieuws is geen nieuws helaas. Helmut Schmidt zei ooit eens ‘de andere helft van politiek is de media’ en dat hebben wij nu weer ervaren. Maar we zijn onze partijbeginselen trouw gebleven.’

Annebeth Evertz (Zeeland)

‘Ons motto ‘eenheid in verscheidenheid’ sloeg aan’

‘Het was een intensieve campagne. Ik voel me versleten. Aangezien onze regio’s onderling sterk van elkaar verschillen, hebben de regionale statenleden zich laten horen en zien met thema’s die bij hun specifieke regio passen. Die inzet heeft geleid tot een zetel winst. De VVD heeft er eveneens zeven, maar is nipt de grootste vanwege het stemmentotaal. Zij zijn zodoende begonnen met informeren en kunnen over rechts, maar ook over links een college gaan vormen. Wijzelf hebben één nieuw statenlid in de fractie en er zijn twee burgerleden statenlid geworden. De rest was in de vorige periode al actief.
Mooi was het oefenen met mensen met een verstandelijke beperking. Zij waren echt heel trots dat zij ook hun stem uit mochten brengen. Zij zagen dat als iets heel speciaals. Dat mis ik wel eens bij de reguliere stemmer.’

Bert de Vries (Utrecht)

‘Veel minder venijn dan ik had verwacht’

‘Vanaf het begin verkeerden we in een soort winning mood. Vraag me niet waar dat op gebaseerd was, maar de grote groepen vrijwilligers geloofden erin. En alhoewel we een zetel verloren, nu dus op zeven bleven steken, zijn we heel tevreden met dat resultaat. Wat de VVD nu gaat doen, als grootste partij, zal waarschijnlijk leiden tot een vierpartijencoalitie, inclusief PvdA natuurlijk. De PVV heeft meteen gekozen voor de oppositie, dus dat is een kopzorg minder.
Het was voor mij allemaal nieuw, want voordat ik tot lijsttrekker werd gekozen - op zichzelf al mooi - was ik niet eens statenlid. Een grote verantwoordelijkheid dus, die ik met enthousiasme heb opgepakt. Het viel tijdens de straatgesprekken trouwens op dat er veel minder venijn was dan ik verwacht had.’

Dick Buursink (Overijssel)

‘We gaan op basis van gelijkwaardigheid onderhandelen.’

‘Er is bij ons niet veel meer mogelijk dan de bestaande coalitie voortzetten. Dat wil zeggen: VVD, CDA en PvdA. Van die drie partijen waren de gedeputeerden ook de lijsttrekkers, vandaar… Maar uiteraard zal er ook met de andere partijen gesproken worden. Er zal heus wel wat spielerei over rechts plaatsvinden, maar ja, het is maar net hoe je de uitslag wilt duiden.
Tijdens de campagne ben ik eerlijk gezegd nogal verbaal van leer getrokken, dus dat zal me niet altijd in dank afgenomen worden. Toch heeft het ons geen windeieren gelegd, want we hebben onze negen zetels behouden.
Een mooi moment was het compliment van een jonge journaliste in opleiding, die na afloop van een debat in Deventer kwam zeggen dat ze me goed vond. Daar ben je na een intensieve, soms slopende periode best gevoelig voor…’

Annelies Bode (Flevoland)

‘In alle gemeenten hebben we debatten georganiseerd.’

‘We hebben heel veel gedaan aan opkomstbevordering, want we wisten dat dat in ons voordeel zou werken. Gelukkig hadden we daarbij alle steun van regionale media, die zelf ook veel initiatieven namen. Zo werden er persoonlijke portretten gemaakt en uitgezonden. Ook bij werkbezoeken was men aanwezig.
Als we vooraf hadden kunnen tekenen voor de zes zetels die we nu binnensleepten - een verlies van slechts één - had ik dat gedaan. We zijn, na de VVD, nu de tweede partij. De PVV heeft veel minder stemmen dan gedacht werd. Dat zij in Almere in de raad zitten heeft niet geholpen. Integendeel zelfs.
Voor een volgende keer wil ik voorstellen: minder papier, meer rozen. Hou het wat betreft uitdeelmateriaal voornamelijk op visitekaartjes met opzoekinfo. Die stopt men gemakkelijk in een zak of tas. En mijn mooiste moment? Onze slotbijeenkomst met Marleen en Job, in de stromende regen!’

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 35 nr. 4
april 2011

Auteur
Harriƫt van Domselaar