Het motto is: samenwerken en focussen
Odile, wat is het eigene van provinciale politiek?
‘Een belangrijke taak van de provincie is: mensen ertoe te bewegen met elkaar om tafel te gaan. Een schakelrol spelen, coördineren. In de twaalf jaren als gedeputeerde heb ik vaak meegemaakt dat verschillende organisaties hetzelfde doel willen bereiken, maar dat niet van elkaar weten. Of elkaar niet weten te vinden. Soms zelfs niet eens van elkaars bestaan afweten. Dan zie ik het als mijn taak om hen met elkaar in contact te brengen. Dat gaat natuurlijk af en toe ook gepaard met geld in het vooruitzicht stellen, maar dat is echt niet de hoofdmoot. Financieel ondersteunen kan een duwtje in de rug zijn.’
Bijvoorbeeld?
‘We hebben zo grote slagen gemaakt in het contact leggen tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld: DSM wilde nieuwe bedrijven starten op haar terrein, maar had te weinig mensen beschikbaar voor specifieke functies. We zijn met partijen als de Universiteit Maastricht en andere onderwijsinstanties om tafel gegaan en ook de gemeente Sittard/Heerlen was present. Daar moeten tenslotte bestemmingsplanvergunningen vandaan komen. Ook het onderwijs moest bereid zijn een nieuwe leergang te beginnen. We zijn drie jaar bezig geweest met de voorbereidingen en onlangs kwam er vanuit Den Haag groen licht voor de Chemelot-campus. Het koppelen van onderwijs en arbeidsmarkt heeft er trouwens ook voor gezorgd dat de afgelopen jaren 30% meer mensen gebruik maken van bijscholing.’
‘En om nog even bij DSM te blijven: dat bedrijf is een mooi voorbeeld van hoe innovatie kan werken. Zij hebben daar onder meer de polsstok van Rens Blom gemaakt en de beroemde snelle bobslee. Ook qua voedingssupplementen voor sporters betekenen ze veel.’
Sportnota
‘Acht jaar geleden schreven we de allereerste provinciale sportnota van Nederland. Daarin wordt een link gelegd tussen topsport en breedtesport, oftewel: het is belangrijk dat elk kind in aanraking komt met sport, maar óók dat er talenten herkend worden. Na mijn tweede nota werd het budget verviervoudigd en nu hebben we zes medewerkers sport bij de provincie. Mooi toch? Het Jeugdsportfonds en het Topsporttalentenfonds bewijzen bovendien hun bestaansrecht, want Limburg telt nu maar liefst twaalfhonderd geregistreerde topsporters.’
Met trots hebben we tweemaal het Europees Kampioenschap handbal binnengehaald en in 2012 is hier het WK wielrennen. Dat laatste evenement hebben we op verzoek van de wereldbond uit kunnen bouwen naar tien dagen En om even terug te komen op het belang van samenwerken: tijdens de WK wielrennen maken we ook een koppeling naar een groot cultureel programma, zodat het mes aan twee kanten snijdt. Daarin is ook fors geïnvesteerd, want we hebben de ambitie om Maastricht tot culturele hoofdstad te maken. We worden daarbij gesteund door onze grenscollega’s België en Duitsland. Men weet daar van onze culturele faculteiten, ons conservatorium, de kunstacademie en onze toneelschool. Zij zien wat we allemaal over hebben voor een kwalitatief goede programmering. Ook de infrastructuur is daarbij van groot belang. Dus ook weer: breed denken en handelen. Sámen doen.’
‘Er is niet alleen het streven om - net als bij de sport - ieder kind in aanraking te brengen met cultuur, of dat nou muziek is of theater of beeldende kunst, maar ook hier moet ruimte zijn voor talenten. Dat uitgangspunt, die koppeling dus tussen sport en cultuur, hanteer ik ook bij de pogingen om de Olympische Spelen van 2028 naar Nederland te halen. Het is vooral de weg daar naar toe waar we vele voordelen uit kunnen slepen.’
Waar ben je het meest trots op?
‘Het állermeest ben ik blij met het wegwerken van de wachtlijsten in de jeugdzorg. We hebben een forse bezuiniging van 7,5 miljoen kunnen realiseren, zonder dat dat ten koste ging van de kwaliteit. Maar inmiddels staat daar alweer een nieuwe opgave tegenover: een structurele bezuiniging van nog eens 12,5 miljoen in 2012.’
‘Veel innovatie, veel maatwerk en vooral goed luisteren naar de mensen op de werkvloer. Dat wordt veel te weinig gedaan in de politiek. Je kan de mooiste plannen bedenken, maar daar moet wél behoefte aan zijn. Als ze niet aansluiten bij de praktijk, dan streef je je doel voorbij. Zo hebben we ook overlegd en samengewerkt met de land- en tuinbouwbond waar het ging om het realiseren van zorgboerderijen. Dat is een groeiend fenomeen geworden, zowel voor jongeren als voor ouderen en voor mensen met een beperking. Acht jaar geleden had Limburg trouwens nog de grootste instroom naar jeugdzorg van Nederland, maar nu zitten we op het landelijk gemiddelde. Wat veel te maken heeft met het aanpakken van de werkloosheid, van zowel de jongeren zelf als van hun ouders.’
Wil je verder nog iets kwijt?
‘Een belangrijke tip voor mensen die de politieke arena binnen stappen: besef dat je altijd anderen nodig hebt om plannen te verwezenlijken. Zoek elkaar op, luister naar elkaar. Weet elkaar te versterken. En ja, dat zal ik eerlijk gezegd erg gaan missen. Ik ben veertig jaar bij de overheid in dienst, waaronder het overgrote deel in de politiek. Ik was amper 26 jaar toen ik in 1978 statenlid werd. Waarschijnlijk toen wel de jongste van het land. Ik ben acht jaar fractievoorzitter geweest en twaalf jaar geleden werd ik gekozen tot gedeputeerde. Je moet toch eens plaats maken voor een nieuwe generatie. Of er nog een beroep gedaan zal worden op mijn expertise? Ik ben bang van niet. Daar is de PvdA niet zo sterk in. Als je eenmaal weg bent is men je gauw vergeten. Een rol spelen in de Olympische Spelen-lobby? Dat zou ik erg leuk vinden.’
xxxxxxx
Carry, waar denk je het eerst aan bij een terugblik?
‘Mijn beleid zou geslaagd zijn als Overijssel betere werkgelegenheidcijfers zou hebben dan landelijk. Dat is gelukt door kennis die beschikbaar is bij universiteiten en hogescholen toe te voegen aan de maakindustrie. Het geld was beschikbaar, maar ík zorgde ervoor, dat het niet teveel versnipperd werd. Het was focussen op samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen en op samenwerking met Gelderland. Europese fondsen werden aangeboord om toonaangevende onderzoeken te gaan doen.’
‘Al heb je soms een lange adem nodig: het werkt uiteindelijk wél. Dat hebben we gemerkt bij het opzetten van het ‘mentoringproject’, bedacht voor leerlingen die voortijdig van school dreigden te gaan. Een project dat ik drie jaar lang heb gesubsidieerd om zo onze vijf ROC’s de gelegenheid te geven het in te lijven. De bedoelde leerlingen krijgen nu een 1 op 1 begeleiding van een mentor, bijvoorbeeld een ondernemer. Sommige jongeren zijn nu zelf ambassadeurs van het project. Wat wil je nog meer? We passen hetzelfde principe nu ook toe in de jeugdzorg. Ook daar wordt gewerkt over gemeentegrenzen heen. De doelstelling is ‘met een diploma op zak kom je aan de bak’. Mede dankzij werknemers. Door ‘massa te maken’ bereik je het meest.’
‘We hebben als overheid ook het voortouw genomen op het gebied van toerisme. De koppen van álle toeristische gebieden in onze provincie zijn bij elkaar gestoken om tot een breed plan - met uitvoering - te komen. De taart moet groot genoeg zijn om er allemaal een stuk van te kunnen krijgen. Eerlijk delen dus met een ogenschijnlijke concurrent. We willen de Weeribben-Wieden, het Vechtdal, Twente en de Hanzesteden op de kaart zetten. Alleen dán kan je er allemaal van profiteren.’
‘We hebben geïnvesteerd in infrastructuur, er zijn arrangementen bedacht voor de toerist en ik heb de kennisinnovatie op laten pakken door de hogeschool.’
Is er een toverformule of gaat het altijd om geld?
‘Dat hangt van het onderwerp af. Waar ik met genoegen op terugkijk is de herstructurering van bedrijventerreinen: een echt PvdA-thema. Toen ik begon had ik één miljoen beschikbaar om 1200 hectare op te knappen; dat was zó weg. Ik zei ‘als jullie willen dat ik verder ga, moet er toch echt meer geld op tafel komen’ en aldus geschiedde: een ambitieus meerjarenprogramma resulteerde in 24 miljoen, waarmee een herstructureringsmaatschappij kon worden opgericht en een aantrekkelijke subsidieregeling in de markt werd gezet.’
‘Ook de ontwikkeling van ICT-diensten ligt me na aan het hart. Ik ben altijd al geboeid door internet, óók door de kansen. Die moet je benutten en ik vind dat ze voor iedereen binnen bereik moeten zijn. Dus glasvezel óók in de buitengebieden. Dan is het een kwestie van kabelmaatschappijen prikkelen na te denken over hoe zij een rol kunnen spelen om snelle verbindingen te realiseren en om mee te doen in pilots. Wat mijn opvolger er mee gaat doen, moet zij of hij weten, maar ik wil de boel in ieder geval in gang gezet hebben.’
‘Ik ben dertig jaar geleden begonnen als volksvertegenwoordiger, raadslid in Meppel. Later heb ik daar veel ervaring opgedaan als wethouder en vervolgens werd ik burgemeester van Hattem. Dat was ook weer een heel andere functie. Minder politiek. In mijn acht jaren dat ik nu gedeputeerde ben valt op dat de bevolking je veel minder kent. Je gaat dan ook over de hele provincie en niet alleen over de plaats waar je zelf woont. Je werkt meer als intermediair. Indirect. Stelt kaders in breder verband. Je actieradius is groter. Ook moet je in langere termijnvisies denken. Geduld hebben. Wat nu niet lukt, lukt later misschien wél. Als wethouder kan je sneller iets voor mensen betekenen. Maar in álle gevallen gaat het erom dat je iets wilt bereiken in samenwerking met anderen. Waarbij eigenschappen als creativiteit en flexibiliteit handig zijn. Ook een opgeruimd karakter komt goed van pas. En gevoel voor humor. Ja, je moet echt kunnen relativeren. Dat haalt de druk wat van de ketel.’
‘Ik houd niet van spelletjes. En al lijkt dat haaks te staan op ‘politiek bedrijven’ het is echt het allerbeste als je daar eerlijk over bent. Als je dat meteen benoemt, wordt het wel geaccepteerd hoor. Laat dit mijn tip voor nieuwkomers zijn: als er zaken zijn die je niet bevallen, zeg dan ‘daar doe ik niet aan mee’. Wees direct en oprecht.’
Wat zijn de politieke valkuilen?
‘Ik wil het niet mooier voorspiegelen dan het is, maar raad iedereen aan om uit te gaan van mogelijkheden in plaats van onmogelijkheden. Soms valt het ook tegen natuurlijk. Dat komt niet zelden door de complexe situaties en regeltjes die je tegenkomt. Ook de steeds mondiger wordende burger kan nog wel ’ns voor oponthoud zorgen. Maar dwingt je ook tot meer transparantie. Dat maakt het werk bovendien ook leuker: zoek de burgers op en geef hen meer inzicht in de strategische processen. Doe mee aan werkbezoeken. Blijf nieuwsgierig naar de mensen waar je het allemaal voor doet.’
‘Gebruik vooral de - ook nieuwe - media. De toegankelijkheid van het provinciaal bestuur wordt alleen dan groter, als je te vinden bent op internet, bijvoorbeeld twittert of via een weblog; daarin kan je actueel blijven en ben je niet afhankelijk van anderen. En mijn laatste tip luidt: kijk naar waar je zelf energie uit haalt. Focus je en doe niet alles tegelijk! Beter een paar dingen góed doen, dan veel dingen een beetje. Nederland zal altijd een middenbestuur nodig hebben, omdat de afstand tussen rijk en gemeente anders veel te groot is. En of dat nou provincie heet of landsdeel, dat maakt mij niet uit. Zolang er maar mensen werken die oprecht betrokken zijn.’