Armoedebeleid: het is bijna laf wat er gebeurt
In de afgelopen jaren is in veel gemeenten het minimabeleid flink opgetuigd. En omdat een nieuw product een nieuwe naam vraagt, is het omgedoopt tot ‘armoedebeleid’. Maar het lijkt er op dat grote groepen minderbedeelden maar korte tijd van dit ruimhartiger beleid hebben kunnen profiteren. Hoewel in een aantal gemeenten het armoedebeleid (voorlopig) omgemoeid wordt gelaten bij de bezuinigingen, zijn er ook die er flink het mes in zetten. ‘Het is schrijnend wat er gebeurt.’
Kerkrade is sociaaleconomisch gezien een arme gemeente. Het werkloosheidspercentage ligt op 10,7 (eind oktober 2010) en eind 2010 telde de gemeente 1.820 bijstandsgerechtigden op een inwonertal van ongeveer 48.000. Het gemiddelde inkomen is 20.900 euro (peildatum 2008) en ligt daarmee zo’n 15 procent onder het landelijke gemiddelde van 24.600 euro.
De PvdA vormt samen met CDA en Burgerbelangen het college. Als één van de weinige gemeenten heeft Kerkrade nog geen bezuinigingsbedrag bekend gemaakt. ‘We weten het gewoonweg niet’, zegt wethouder Ralf Krewinkel, ‘want de Haagse cijfers zijn nog niet bekend. Die zullen pas in de loop van dit jaar komen.’ Een schatting wil hij niet maken: ‘Dat is geen geheimzinnigheid, maar zo’n schatting gaat al gauw een eigen leven leiden.’
Wel zijn er binnen de coalitie al afspraken gemaakt over de contouren van de komende bezuinigingsronden: ‘Alles is bespreekbaar, er zijn geen taboes, maar de bezuinigingen mogen niet ten koste gaan van de zwaksten in de samenleving’, aldus Krewinkel, die bij het laatste punt wel een kanttekening plaatst: ‘Het kan natuurlijk dat we overruled worden door het Rijk wat betreft het flankerend beleid.’
Geen vertroetelen
In Kerkrade doet een groot aantal mensen een beroep op het armoedebeleid. Wat betreft het gemiddelde jaarinkomen scoren slechts twee gemeenten lager dan de Limburgse gemeente. ‘We hebben een ruimhartig beleid, maar vertroetelen is nog nooit gebeurd.’ Met die opmerking wil Krewinkel aangeven dat het armoedebeleid geen luxe is, maar pure noodzaak.
Hij ziet overigens wel mogelijkheden om op dat beleid te bezuinigen, ‘maar daar zullen de mensen niets van merken.’ Hij doelt dan met name op efficiencymaatregelen. ‘We hebben nu twee instanties die zich met de inburgering bezighouden. Het is doelmatiger dat door één instantie te laten doen. We hebben een Voedselbank, een Kledingbank en een Speelgoedbank. Die drie gaan we samenvoegen. Dat is logistiek gezien veel aantrekkelijker. Zo kunnen we in de overhead en in de efficiency wel het nodige bereiken zonder dat dit de mensen waarom het gaat raakt.’
De perspectieven op werk zijn in Kerkrade slecht, realiseert Krewinkel zich. ‘Dat gegeven moet je accepteren.’ Toch wil hij de bemiddeling naar werk versterken. Daarnaast werkt hij aan alternatieve oplossingen, zoals vrijwilligerswerk. ‘We bekijken per persoon de mogelijkheden. Dan bereik je het hoogst haalbare rendement. We hebben hier heel veel mensen die actief willen worden, door bijvoorbeeld te helpen op de school van hun kleinkind. Daar heb je dan een maatschappelijk voordeel van.’
Op 1 januari is in Kerkrade een nieuwe project van start gegaan: de wijkconciërge. ‘Speciaal voor de minima. De wijkconciërges houden toezicht in de buurt, vervangen een kapot kraanleertje en vormen een soort Wegenwacht voor scootmobiels. Het is vooral ook een werkervaringsproject. Want als de economie weer aantrekt…’
In de gemeente Breda liggen de zaken heel anders. De bezuinigingen lopen daar op tot 28 miljoen euro structureel (op een begroting van 550 miljoen) in 2014. Het college van VVD, CDA, GroenLinks en D66 wil intern 8 miljoen besparen, 10 miljoen op sociale zaken en welzijn (uitgezonderd cultuur) en de resterende 10 miljoen moet worden bereikt via een brede takendiscussie. ‘Die 10 miljoen op sociale zaken en maatschappelijke ontwikkeling heeft enorme gevolgen voor het armoedebeleid,’ zegt fractievoorzitter Miriam Haagh van de PvdA. ‘Ik vind het onvoorstelbaar dat je bij zo’n bezuinigingsoperatie begint met de meest kwetsbare groepen.’
Het college heeft verschillende versoberingen voorgesteld voor 2011. Zo wordt de Bredapas, bedoeld voor gezinnen tot 110 procent van de bijstandsnorm, flink versoberd. Daguitjes voor alleenstaande ouderen worden geschrapt. Ook de korting op een dagbladabonnement en op de bibliotheek en een bezoek aan het Chassé Theater moeten eraan geloven. Haagh: ‘Het college zei dat alle ‘luxe’ eruit is gehaald. Alsof een dagblad een luxe is!’
Verder is voorgesteld de langdurigheidtoeslag en vergoeding voor duurzame gebruiksgoederen voor 65-plussers te halveren. ‘Volgens het college als prikkel om die groep te stimuleren zélf voor inkomsten te zorgen. Maar een 65-plusser krijg je niet meer aan het werk.’ In de raadsvergadering van 20 december is de voorgestelde besparing op de langdurigheidtoeslag iets bijgesteld, ‘maar niet ver genoeg voor onze fractie.’
Ziektekosten
En dan is er nog de versobering van de collectieve ziektekostenverzekering. Dat gaat de mensen die hiervan gebruikmaken 11,34 euro per maand extra kosten. Wat betreft de WMO wordt nu een forse eigen bijdrage gevraagd voor een scootmobiel en voor huishoudelijke verzorging. Het draagkrachtprincipe heeft het college van Breda overboord gegooid.
‘Sinds het bestaan van deze nieuwe coalitie hebben wij geprobeerd deze bezuinigingsvoorstellen op het sociale beleid te verminderen’, zegt Haagh, ‘want de kosten kunnen voor de minstbedeelden oplopen tot honderden euro’s per jaar. Wij hebben het college gezegd: dit is te kort door de bocht; maak een pas op de plaats. Maar het college wilde dit per se binnenhalen.’
Daarnaast wordt de WMO ook nog eens versoberd met drie miljoen euro. ‘Waar het ons om gaat, is dat in dit college met onder andere het CDA en GroenLinks solidariteit geen issue meer blijkt te zijn. Wij hebben voorgesteld de OZB met enkele tientjes per jaar te verhogen, zodat de bezuinigingen op het armoedebeleid niet nodig waren, maar dat is voor de coalitiepartijen onbespreekbaar. Dus geen OZB-verhoging van een paar tientjes per jaar voor mensen met een eigen woning en ondertussen wel honderden euro’s afpakken van de minima.’
Haagh is boos. ‘De VVD-wethouder van sociale zaken waagde het zelfs Breda het ‘Marbella van Brabant’ te noemen om deze bezuinigingen te verdedigen. Mensen in de bijstand kunnen nu eenmaal over het algemeen niet gemakkelijk zelfstandig een baan vinden. Dit, wat hier in Breda gebeurt, is een voorbode van wat ons landelijk te wachten staat. In korte tijd wordt afgebroken wat jarenlang zorgvuldig is opgebouwd. En dat alleen maar om een snelle winst te boeken over de ruggen van de minstbedeelden. Een groep die moeilijk een vuist kan maken. Het is schrijnend wat er gebeurt. En het is bijna laf dat het college de discussie niet durft aan te gaan met de mensen waar het om gaat.’
Het Melis Bloemsma Fonds
Henk Oosterhuis was in 2006 inmiddels enkele maanden raadslid van de gemeente Stadskanaal toen hem uit een gesprek met de ambtenaar schuldhulpverlening bleek dat veel mensen met een krappe beurs tussen de wal en het schip van alle regelingen vallen. Daar moest iets aan gedaan worden, vond hij, en dat leidde in oktober 2008 tot de presentatie van de Stichting Melis Bloemsma Fonds (MBF).
De opzet is eigenlijk simpel: geld inzamelen en dat vervolgens besteden aan mensen die dat nodig hebben en die niet voor een andere tegemoetkoming in aanmerking komen. ‘We kregen meteen veel aanvragen voor een nieuwe wasmachine. Daarom hebben we een afspraak gemaakt met een leverancier die tegelijk ook repareert. Wij betalen die leverancier en het apparaat wordt vervolgens afgeleverd. Het is niet zo dat we mensen geld geven om er zelf maar eentje te kopen’, zegt bestuurssecretaris Bert Lubberink.
Hoewel het een PvdA-initiatief betreft, kan iedereen, ongeacht bijvoorbeeld politieke kleur of gezindte, een beroep doen op het fonds. Het MBF is opgezet omdat regels soms verstikkend werken en daarom heeft de stichting zelf als enige regel dat ze geen regels hanteert. Nou ja, de aanvragers moeten in de gemeente Stadskanaal wonen en een formulier invullen waarin ze hun persoonlijke situatie uit de doeken doen. Vervolgens krijgen ze een huisbezoek. Pas daarna wordt besloten of het MBF een helpende hand biedt.
Het MBF, vernoemd naar oud-wethouder Melis Bloemsma (PvdA) van Stadskanaal die in 1998 overleed, heeft inmiddels ook enkele bijzondere verstrekkingen verricht. Een vrouw, werkzaam in de schoonmaakbranche, had haar auto uitgeleend aan de buurman die de wagen vervolgens buiten zijn schuld total loss reed. De vrouw gebruikte de auto, samen met collega’s, voor haar werk. Geld voor een vervangende auto was er niet en de dames dreigden hun werk te verliezen en dus in de bijstand terecht te komen. Het MBF heeft de gedupeerde vrouw een renteloze lening gegeven voor een vervangende auto, waardoor de dames aan het werk konden blijven.
Stichtingsvoorzitter Gert Roelfsema had een huisartsenpraktijk. Hij zag de gevolgen van armoe: hoge bloeddruk, hersen- en hartinfarcten en zelfs zelfdoding. ‘Als bestuurslid zie ik die ellende weer bij huisbezoeken. Er zijn mensen met zoveel teleurstellingen! Het is heel goed dat wij hen een beetje kunnen helpen, want er is een boel verdriet in de maatschappij.’
www.melisbloemsmafonds.nl
Kabinetsaanpak armoedeval werkt niet
Het kabinet-Rutte is van plan in te grijpen in het gemeentelijke armoedebeleid. Zo moet de inkomensgrens voor dat beleid worden verlaagd tot maximaal 110 procent van het sociaal minimum. Argument: het voorkomen van armoedeval, het verschijnsel dat mensen er bij werkaanvaarding financieel niet op vooruit gaan. Maar die verlaging naar 110 procent gaat niet werken, zegt COELO-directeur Maarten Allers. COELO, het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden, is verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Allers: ‘Wij maken een programma dat de koopkracht en de armoedeval voor verschillende gemeenten doorrekent. Daarin kunnen de voorwaarden worden aangepast en dan laat het programma zien wat er verandert aan de koopkracht en aan de armoedeval. Als ik de door het regeerakkoord voorgeschreven percentages invoer, dan zie ik dat mensen met een uitkering sneller dan nu vaak het geval is rechten verliezen op bijvoorbeeld bijzondere bijstand als zij gaan werken. Werken loont voor hen dus minder vaak.’
Overigens staat daar wel iets tegenover: ‘Dat is dat het voor mensen die al werken maar weinig verdienen, bijvoorbeeld laagbetaalde parttimers, dan wel eerder gaat lonen om meer uren te gaan werken of een baan te zoeken met een hoger loon. Onder de nieuwe regeling komen zij toch al minder voor inkomensondersteunende regelingen in aanmerking. Zij kunnen bij een inkomensverhoging dus ook minder verliezen.’