Omgangsvormen
Met de versplintering in het politieke landschap zijn er nieuwe spelers gekomen, spelers die vanuit een ander politiek gedachtegoed werken dan de traditionele partijen. Democratie werkt omdat er spelregels zijn. Spelregels over de onderlinge omgang met elkaar, spelregels over hoe het debat wordt gevoerd. Deels zijn deze vastgelegd in formele wetgeving, deels in reglementen van orde en deels in ongeschreven afspraken. Het lijkt of met de komst van de ‘nieuwe’ partijen het draagvlak onder de (ongeschreven) afspraken afbrokkelt.
Vanuit allerlei hoeken komen voorbeelden over gedrag van deze ‘nieuwe’ partijen die dit beeld bevestigen. Een aantal voorbeelden: het in de raadsvergadering demonstratief verscheuren van het collegeprogramma als dat is geagendeerd, het demonstratief verlaten van de gemeenteraadsvergadering als er besluiten moeten worden genomen, het niet bijwonen van de raadsvergadering omdat dit niet zinvol zou zijn, verbaal geweld in de vorm van persoonlijke beledigingen en uitschelden. Of het voorbeeld uit Almere, waar een discussie over kinderen, een ontwerpwedstrijd en het tv-programma Klokhuis door de PVV misbruikt werd om te kunnen losgaan op de haar bekende manier.
In het debat zoals door de ‘nieuwe’ partijen wordt gevoerd, worden vaker gemakkelijk en slecht gefundeerd beschuldigingen geuit die de integriteit van anderen in twijfel trekken. De anderen, en dat zijn vaak wij, worden snel beschuldigd van potverteren, de eigen zakken vullen en niet integer zijn. Dat laatste doet extra zeer. Beschuldigd te worden van een gebrek aan integriteit is het laatste wat je wilt. Het is lastig om je ertegen te verweren. Als eenmaal het begrip integriteit is gevallen is het beeld vaak al bepaald. We zien dat vanuit de kant van de populisten en afvalligen uit onze eigen partij het begrip integriteit snel als wapen wordt gebruikt om de ander moedwillig te beschadigen.
In Nederland hebben we het bureau BING dat onafhankelijk is en onderzoek doet naar vermeende integriteitkwesties in het openbaar bestuur. De raad of burgemeester kan het bureau BING verzoeken onderzoek te doen. Maar wat nu als bij voorbaat de onafhankelijkheid van het bureau zelf ter discussie wordt gesteld? Wat nu als de populisten bij voorbaat aangeven niet mee te willen doen aan integriteitonderzoek van BING? Wat als een burgemeester het onderzoeksrapport niet wil bespreken in de raad, maar wel boven de markt laat hangen. Tegen dit soort gedrag is geen kruid gewassen.
In al deze voorbeelden is het voor onze fracties zoeken naar een juiste reactie. Populisme met populistisch woordgebruik bestrijden heeft voor ons geen enkele zin. In dat spel zullen wij altijd worden overtroffen door de ‘nieuwe’ partijen met hun vertegenwoordigers. Maar niet reageren is ook geen optie. Wat dan wel? Vanuit het CLB hebben we daar ook geen klip en klaar antwoord op, maar we gaan er wel mee aan de slag. Om samen te onderzoeken wat de meest effectieve manier van reageren is, een manier die recht doet aan onze betrokkenheid, onze inhoud, onze integriteit en onze manier waarop wij vinden dat het politieke spel moet worden gespeeld in de lokale praktijk. Met omgangsvormen die de andere spelers in hun waarde laten, zonder ongefundeerde beschuldigingen of gericht op het persoonlijk beschadigen van de andere spelers. Daarbij horen burgemeesters die in hun rol van voorzitter van de raad een zorgvuldig verloop van discussies bewaken, die optreden als populistische raadsleden de omgangsvormen overtreden en die niet bang zijn om in hun raad grenzen te trekken en die te bewaken. Ik ga er vanuit dat onze burgemeesters dit ook doen!