Zoeken

Publicaties

Weinig spoken in de raad

Regelmatig duiken in de pers berichten op over spookraadsleden, die wel hun raadsvergoeding incasseren maar nooit hun neus laten zien op raadsvergaderingen. Is hier sprake van incidenten of komt het vaak voor? Op verzoek van Pierre Heijnen, woordvoerder binnenlands bestuur in de Tweede Kamer, deed het CLB een onderzoekje naar het verschijnsel spookvolksvertegenwoordigers. Fractievoorzitters in de staten, gemeenteraden en waterschappen werden uitgenodigd een korte vragenlijst over dit verschijnsel te beantwoorden. Er deden 215 fractievoorzitters mee aan het onderzoek. Een hele goede respons! 

Spookvolksvertegenwoordigers zijn raadsleden, statenleden of waterschappers die wel beëdigd zijn maar niet als zodanig functioneren terwijl zij wel de vergoeding ontvangen. Het gaat hierbij uiteraard niet om mensen die een keer de vergadering niet bijwonen. Raadsleden, statenleden of waterschappers zijn ook geen spooklid als ze de commissievergaderingen niet bijwonen, maar wel als ze de besluitvormende vergadering voortdurend missen. Je bent spookraadslid, -statenlid of -waterschapper als je niet datgene doet waarvoor je uiteindelijk wel bent gekozen, namelijk het nemen van besluiten in vergaderingen.
In elf gemeenten komt het volgens de geënquêteerden voor dat raadsleden regelmatig afwezig zijn, dat wil zeggen dat ze meer dan 50 procen van de besluitvormende raadsvergaderingen missen. Bij één van deze gemeenten gaat het om twee personen. In kleine gemeenten, tot 21 raadszetels, gaat het om vijf personen, bij gemeenten met 23 tot 27 raadszetels om één persoon. In de grote gemeenten met 29 tot 37 raadszetels zijn dit drie personen en de laatste drie spoken zijn te vinden in de raden van 39 en meer zetels. In de provincies en waterschappen zijn geen spookleden geïdentificeerd. Een aantal respondenten geeft aan dat dit in de vorige periode wel een probleem was, maar nu niet meer.

Ongewenst

Van de 215 respondenten is 95 procent het eens met de stelling dat het een ongewenst verschijnsel is. De overige 5 procent is het daar niet mee eens. Het korten van de vergoeding voor raadsleden, statenleden of leden van het algemeen bestuur van een waterschap wordt door 83,5 procent van de respondenten gezien als een geschikt middel om het verschijnsel mee te bestrijden. Er is een grote voorkeur (89 procent) om dit bij verordening te regelen. 116 respondenten vinden dat daar andere, effectievere maatregelen voor zijn. Genoemd worden: stemrecht ontnemen, royeren, een publieke reprimande van de burgemeester op basis van een raadsbesluit, het inschakelen van de media (blaming en shaming), de burgers hierop attent maken, voor je iemand op de kandidatenlijst zet eerst screenen, betrokkenen erop aanspreken, bij wet de mogelijkheid regelen om iemand zijn raadslidmaatschap te kunnen ontnemen, het vaststellen van een percentage van geoorloofde absentie waarna de zetel automatisch voor de persoon die dit overschrijdt vervalt en weer voor de partij beschikbaar komt, het Presidium laten bekijken of het obstructie is of dat er goede redenen voor de structurele absentie zijn, terugvordering van de ontvangen vergoeding en het opleggen van een boete. Wel een vergoeding ontvangen maar niet verschijnen wordt gezien als fraude. Een groot deel van de respondenten onderschrijft de wens om maatregelen te kunnen treffen gericht op de beëindiging van het raadslidmaatschap.

Bedenkingen

Maar er zijn ook bedenkingen tegen het nemen van maatregelen tegen spook volksvertegenwoordigers: het kan niet aan de gemeenteraad zijn om te bepalen of iemand wel of niet in aanmerking komt voor een vergoeding en het gevaar van (politiek) misbruik ligt op de loer. Eén van de respondenten merkt op: ‘Raadsleden die trouw overal verschijnen maar geen reet uitvoeren zijn net zo schadelijk voor de democratie en zijn in de praktijk talrijker dan de spoken.’ ‘Bestrijding via een financiële prikkel is niet gewenst, daarmee bevestig je het idee dat het raadslidmaatschap een baan is,’ meent een ander.
Opvallend is de rol die wordt gegeven aan de burgemeester. Regelmatig wordt de burgemeester aangewezen als de persoon die het betreffende raadslid zou moeten aanspreken of die zou kunnen bemiddelen. De burgemeester zou hierin een beslissende rol kunnen vervullen. Eén respondent pleit voor het rapporteren van spookvolksvertegenwoordigers aan het ministerie van BZK. Meerdere mensen wijzen op het belang van een goede kandidaatstellingsprocedure om te voorkomen dat we met dit verschijnsel te maken krijgen.

Wij vroegen aan Sicko Heldoorn, burgemeester van Assen, of hij vindt dat er een taak is weggelegd voor de burgemeester wat betreft het tegengaan van het verschijnsel spookraadsleden.

In Assen doet het fenomeen spookraadsleden zich gelukkig niet voor. Ik kan dan ook gemakkelijk filosoferen over het probleem en eventuele oplossingen. Streven naar heldendom is ook mij niet vreemd.
Toch voel ik niets voor een rol van de burgemeester in de zin van ‘het aanspreken van een raadslid, of bemiddelen’.
Natuurlijk, in een beginstadium van het probleem kan de burgemeester informeel achter de schermen verkennen wat er aan de hand is en de mogelijkheden voor beïnvloeding via fractie of andere raadsleden in kaart brengen.
Dat zal hij alleen met een mandaat van en in het presidium kunnen doen. Op het moment dat er acties moeten worden ondernomen kan dat naar mijn mening alleen als bij wet de mogelijkheid wordt geregeld dat iemand het raadslidmaatschap wordt ontnomen bij een bepaald percentage ongeoorloofde absentie. Een andere mogelijkheid zou zijn: het wettelijk regelen dat een zetel bij een bepaald percentage ongeoorloofde absentie vervalt en weer voor de partij (fractie) van het door afwezigheid schitterende raadslid beschikbaar komt.
Als de burgemeester bij ingrijpen of berispen richting de leden van de raad dat niet op grond van wettelijk geregelde objectieve criteria doet, kunnen zijn goedbedoelde acties in een hachelijk avontuur veranderen. Zelfs als de burgemeester zich verzekert van mandaat en steun van het presidium (wat hij te allen tijde zal moeten doen), blijft het ontbreken van een wettelijke basis voor zijn handelen onverantwoord. We hebben het hier immers over een conflictsituatie in de lokale politiek, waarbij (ook sterk emotionele) belangen kunnen spelen en vele agenda’s getrokken worden.
In zijn algemeenheid ben ik het niet eens met de staatsrechtelijke huiver om meer wettelijke eisen aan het functioneren van volksvertegenwoordigers te stellen.
Het romantisch vertrouwen in het informeel leiderschap van de burgervader/moeder is ontroerend, maar anno 2011 en verder niet meer werkbaar.

Sicko Heldoorn

Fantoomraadsleden

Naast spookraadsleden bestaan er ook nog fantoomraadsleden. Daarbij gaat het om raadzetels die helemaal niet (meer) worden ingenomen. Uit de respons op de enquête blijkt dat hiervan in twee gemeenten sprake is. In totaal gaat het om vijf raadzetels. Vier daarvan betreffen de gemeente Dongen. De gemeenteraad telt daar normaal gesproken 21 leden. Maar in maart besloten de vier SP raadsleden zich terug te trekken uit de raad wegens ‘persoonlijke omstandigheden’. De zetels blijven vacant tot de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Na het vertrek van de vier stapte ook de SP-wethouder op.

Voorstel Heijnen


Pierre Heijnen heeft begin november een initiatiefwetsvoorstel ingediend, dat een einde moet maken aan het feit dat volksvertegenwoordigers zonder opgaaf van reden stelselmatig wegblijven van vergaderingen maar wel een vergoeding incasseren. Heijnen: ‘Het vertrouwen in de politiek is er op geen enkele wijze mee gediend dat deze ‘spookleden’ wel een vergoeding opstrijken, maar daar geen prestatie meer tegenover stellen. De kiezer kan natuurlijk zelf aan de hand van prestaties van een volksvertegenwoordiger afwegen of de desbetreffende persoon bij een volgende verkiezing opnieuw een stem verdient. Daarnaast is het aan de partijen om iemand al dan niet voor herverkiezing in aanmerking te laten komen. Dit wetsvoorstel doet dan ook geen voorstellen om een volksvertegenwoordiger tussentijds weg te kunnen sturen. Het wetsvoorstel beoogt wel om volksvertegenwoordigers die vrijwel geheel niet meer functioneren te stimuleren hun zetel op te geven door er in ieder geval voor te zorgen dat deze spookleden zeer fors op hun financiële vergoeding worden gekort. Spookleden zijn ook een doorn in het oog van de overgrote meerderheid van leden van gemeenteraden, deelraden en Provinciale Staten. Ik wil dan ook op geen enkele wijze de indruk wekken dat het wetsvoorstel zich richt op deze grote meerderheid van volksvertegenwoordigers, die zich naar eer en geweten inzetten voor het publieke belang. Dit wetsvoorstel moet ook worden gezien als een steun in de rug van deze groep.’
Het voorstel van Heijnen en de toelichting daarop is te vinden op www.pvda.nl

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 35 nr. 12
december 2011

Auteur
Jacqueline Kalk