Zoeken

Publicaties

Hoezo 'Ik ga er niet over'?

‘Ik ga er niet over’, hoe vaak ik dat niet gehoord heb van collega’s aan de vergadertafel, al dan niet als reactie op bewonersklachten. ‘Ik kan de economie niet veranderen, Nederland is niet maakbaar. Ik kan niet gaan renoveren, de corporatie heeft uitgerekend dat het te duur is. Ik kan dat asfalt in het park niet verhinderen, dat is vroeger al afgesproken en straks komen er schadeclaims. Ik kan niks doen tegen die geschrapte buslijnen, het vervoersbedrijf is verzelfstandigd, dus daar ga ik ook al niet over.’

‘Ik ga er niet over’ is niet te verkopen. Als de gekozen lokale wethouders en de burgemeester met hun positie en hun budgetten niks kunnen, wie dan wel? De bewoners vatten ‘ik ga er niet over’ op als onverschilligheid. Ze geloven het niet, en ze hebben gelijk.
Lokale bestuurders kunnen veel meer dan zij denken. Wethouder Asscher gaat niet over primair onderwijs. Toch heeft hij wel degelijk de kwaliteit van de basisscholen omhoog weten te schroeven. En het bestuur van stadsdeel De Baarsjes ging niet over de sombere woningen en verlaten winkels in de sjofele Witte de Withstraat, daar gaan de eigenaren over. Toch heeft het bestuur zes jaar later van deze verlopen straat een vitale kunststraat gemaakt, vol met creatieve ondernemers die de omwonenden tangolessen geven, hoeden verkopen of uitnodigen voor exposities.
Hoe? Wel, het lokale bestuur heeft daar pandje voor pandje veroverd. Dat gaat zo. Het begint er mee dat de lokale wethouders en stadsdeelvoorzitter om de hoek wonen, zij komen dagelijks door zo’n straat, al is het maar op weg naar het werk of terug naar huis. Zo zagen zij in de Witte de Withstraat meteen wanneer een failliete bakker, sombere opslagplaats of verlopen café vertrok. Stadsdeelvoorzitter Henk van Waveren ging er vervolgens op af en zette zijn ambtenaren aan het werk. Die deden de pandeigenaar een voorstel, meestal was dat de woningcorporatie: als u de winkelruimte leeg laat tot wij een goede huurder hebben gevonden, krijgt u een tegemoetkoming voor de huurderving en worden de woningen boven de winkel meer waard.
De ambtenaren gingen op zoek naar ondernemende kunstenaars. Ook die kregen een aanbod: als u deze winkelruimte gaat betrekken als galerie/atelier die zich open stelt voor omwonenden, bieden wij een betaalbare huur. U leest nu als succesfactoren: in de buurt wonen, erop af, veroveren, pandje voor pandje, en u leest ook: zes jaar. Het is een kwestie van volhardende intensieve aandacht, de buurt kennen, bloed, zweet en tranen. Dat is een heel ander verhaal dan prestatiecontracten met welzijnsinstellingen of andere instituties, normcijfers, normbedragen, en kwartaalrapportages. Basta, kan een wethouder welzijn zomaar zeggen: ‘Ik ga gewoon zelf naar de jongerencentra, voorscholen, inburgeringcursussen, buurthuizen en schuldhulpverlening, ik ga mijn ambtenaren de opdracht geven om zelf te gaan kijken of het werkt. Ik stop ermee, met die cijfercosmetica in managementvoortgangsgesprekken, ik sta niet langer toe dat wij als opdrachtgevers en opdrachtnemers elkaar voor de gek houden.’

Gedonder

Terug naar ‘Ik ga er niet over’. U zult er misschien van opkijken, maar als stadsdeelvoorzitter in Slotervaart ging ik niet over de politie. De burgemeester doet criminaliteit, de stadsdeelvoorzitter doet overlast. Veel stadsdeelvoorzitters leggen zich daar bij neer. Zij halen zelf de overlastgevende jongens van straat door ze onder te brengen in de jongerencentra - opdracht vervuld. Niet dat het werkt. De foute jongens worden zo gefaciliteerd en trekken plannen beramend voor de roofnacht tijdens het inloopspreekuur hun broertjes mee naar beneden. En zij chanteren de wethouder, zij komen langere openingstijden eisen. Want is het de wethouder al opgevallen dat het gedonder op straat begint als het jongerencentrum de werkdag beëindigt? Als het centrum nou eens opent tot na middernacht en als er nou ook eens een paar bijgebouwd werden en dan nog wat voetbalkooien erbij, heus, dan vervelen zij zich niet langer. Bevalt het jongerenbeleid van de wethouder hun niet, dan komt het nogal eens voor dat de criminele jongens hun jongerencentrum kort en klein slaan, zoals in Haarlem (Schalkwijk) of in brand steken, zoals in Nijmegen.

Actie ondernemen

Zo hoeft het niet te gaan. In Slotervaart heb ik de overlastgevende jongens, meestal tevens beginnend of volwassen crimineel, uit de jongerencentra gezet. Dat ging gepaard met groot misbaar. Het kwaadst waren de jongens over de brief die hun ouders kregen, verbolgen over het feit dat het bestuur hun namen en adressen kende. Kennelijk hadden welzijnswerkers, jongerenwerkers, politieagenten etcetera hun nooit verteld dat hun dossier wel degelijk wekelijks besproken werd. Dat krijg je als je discreet monitort en het er verder bij laat. De jongens waanden zich anoniem en feitelijk waren zij dat ook.
Dit ontdek je als wethouder, stadsdeelvoorzitter of burgemeester pas als je zelf daadwerkelijk actie gaat ondernemen. De jongerenwerkers in Slotervaart hebben maandenlang voor de deuren van de jongerencentra moeten posten om hun de toegang te weigeren. Eenmaal op straat, waren de jongens beschikbaar voor de straatcoaches om hen te corrigeren en hun ouders stevig aan te sporen en voor de politie om hen op te pakken en te verhoren. Ook dat gaat niet vanzelf. Voor stevige robuuste straatcoaches is salaris nodig, afkomstig uit het veiligheidsbudget dat het huidige kabinet nu geschrapt heeft. Bij de politie zijn stevige agenten nodig, die de informatie uit de buurt niet alleen consumeren of omzetten in welzijnsdiensten, maar als rechercheurs de informatie benutten om op te sporen en te verhoren. En het gaat om agenten die erin gespecialiseerd zijn om Hassan te onderscheiden van Houssain, of Roberto van Ricardo. Agenten die de relevante kringen kennen, vaak dus allochtone agenten. Ik heb de deur platgelopen bij de districtchef, korpschef en korpsbeheerder. Ook al ging ik er niet over, ze kwamen er uiteindelijk wél, richting mijn problematische wijken.

Burgemeester

De burgemeester die zijn taak niet waar maakt als politiekorpsbeheerder, ondermijnt zijn gemeente. Criminelen moeten opgepakt, verhoord en voorgeleid worden. Zo simpel is het en de burgemeester moet net zo lang duwen en trekken tot de politie het gaat doen. Hij moet de politie gezag en positie geven. Zodat niet meer kan gebeuren wat een wijkagent in De Bijlmer onlangs overkwam. Hij moest in een buurthuis de Antilliaanse bloods en crips preventief fouilleren, terwijl de aanwezige welzijnswerkers naar hun schoenpunten staarden. Daar hoort de burgemeester te staan, die zegt: ‘ Jongens, jullie zien andere jongens die wapens hebben en jullie laten na aangifte te doen. Dus moet de politie ze zelf zoeken. Heb je daar wat tegen, kom dan maar op met je aangiftes.’
Straatcriminaliteit opsporen, het moet te doen zijn. Want de omwonenden weten precies waar de daders zijn. Over Utrecht en de homobedreigers hoef ik niets meer te zeggen, er zijn zo veel andere voorbeelden. In Terweijde te Culemborg zijn het Marokkaanse jongens uit drie aanwijsbare gezinnen die vijftig oudere Molukkers aan het wegpesten zijn. In de keurige wijk Vierkampen te Ede hebben alle bewoners een samenscholingsverbod gekregen, terwijl iedereen weet wie het zijn en waar ze staan, de jongens die winkelruiten ingooien en bewoners intimideren. Ik heb ze zelf ook gezien: het zijn er dertig, ze staan overdag op het winkelplein en ’s avonds op het fietspad. Een ander voorbeeld is Helmond. Recent heeft minister Opstelten mijn kamervragen met droge ogen beantwoord: het gaat om vijftig overlastgevende jongens en Helmond is al tien jaar bezig hen te pacificeren met interdisciplinaire veiligheidsplannen. De minister was daar lovend over! Laat in vredesnaam Helmond een uitzondering zijn, want lokale bestuurders die brede interdisciplinaire veiligheidsplannen op complete bevolkingsgroeperingen loslaten in plaats van gewoon doelgericht in actie te komen tegen aanwijsbare groepjes op straat, ondergraven de legitimiteit van het lokale bestuur. Generieke plannen werken contraproductief. De brave fietser in Ede liep woedend leeg toen ik daar rondliep, hij mocht niet meer met vier vrienden op straat praten. De fatsoenlijke dame met rollator op het winkelplein wordt bang als zij preventief gefouilleerd wordt.

Doorzetten

De winst zit voor de burgemeester in de kwaliteit van de uitvoering. Back to the basics en gewoon sneller, consequenter én strenger straffen, ouders zwaarder onder druk zetten, getuigen beter beschermen, meer surveillances in burger, nog meer cameratoezicht, minder naïeve hulpverleners inzetten en hardnekkige overlastplegers sneller dwingen te verhuizen. Het is een kwestie van aandacht hebben en doorzetten.
En dan het kabinet met zijn geschrapte veiligheidsplannen. De minister mag de lokale bestuurders die presteren niet in de steek laten. Wedden dat de bewoners die de inzet van hun burgemeester en wethouders zien dat ook vinden? Deze presterende burgemeesters krijgen hun bewoners vast wel mee naar Den Haag, om daar te protesteren tegen een duikende minister die hun goede burgemeesters niet ziet staan.

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 35 nr. 11
november 2011

Auteur
Ahmed Marcouch