Zoeken

Publicaties

De bibliotheek van de toekomst

Van de 1000 openbare bibliotheken in ons land dreigen er 300 te verdwijnen. Veel gemeenten bezuinigen fors op de bibliotheek. Dat is dom, vindt Eppo van Nispen, directeur van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB). Aan de andere kant is dit ook hét moment om de bibliotheek van de toekomst te ontwikkelen. Geen saaie uitleenplek van boeken en dvd’s maar een sprankelende ontmoetingsplaats voor mensen, met een gezellige koffiebar. Een plek waar ook de huisarts spreekuur houdt en waar je je paspoort kunt verlengen.

Jonkheer Eppo F.M. van Nispen tot Sevenaer (we mogen volstaan met Van Nispen, ‘maar alleen Eppo is ook goed’) werkte tot medio 2005 in verschillende functies voor commerciële en publieke omroepen – hij was onder meer hoofdredacteur van Hart van Nederland. ‘Op een gegeven moment besloot ik het roer om te gooien. Ik realiseerde me dat ik veel te danken had aan de maatschappij en vond het tijd worden iets terug te doen voor die maatschappij. Dat zouden overigens meer mensen moeten doen. Niet steeds denken: hoe kan ik nog meer geld verdienen, maar iets teruggeven.’ Een vriend adviseerde hem het directeurschap van de openbare bibliotheek in Delft. Daar was immers een vacature. ‘Gadverdamme, nee! Een saaiere plek bestaat niet, was mijn primaire reactie. Maar ik ben me er toch eens in gaan verdiepen en kwam er achter dat de bibliotheken in Nederland vier miljoen actieve leden hebben en dat ze de best bezochte publieke instellingen zijn. Dat laatste geldt niet alleen voor Nederland maar wereldwijd. En, daar kwam ik ook achter, de bezoekers hebben een positief gevoel bij de bibliotheek. De score is altijd minimaal een 8 op een schaal van 10.’
Kortom: Van Nispen was om en begon in 2005 als nieuwe directeur van de bibliotheek in Delft. ‘Ik wilde de missie veranderen, het spannender maken. Onlangs las ik een tweet van de Luxemburgse wielrenner Fränk Schleck die hij tijdens de Tour de France verzond: Aim for the moon, even if you miss it, you’ll land amoung the stars. Dat had ik toen ook. In mijn kennismakingstoespraak tot het personeel zei ik: ‘Mijn missie is van deze bibliotheek de beste van de wereld te maken’. Dat vond ik een inspirerend doel.’

En toen dacht het personeel: welke idioot hebben we nou binnengehaald?

Na een schaterlach: ‘Inderdaad, ik zag een aantal mensen het hoofd schudden. Anderen moesten hard lachen. Maar een deel zag er wel wat in. Als je iets echt wilt veranderen, heb je maar een stuk of vijf medestanders nodig. Die waren er. Dus gingen we aan de slag.’
Van Nispen ontdekte dat Ikea een test- en ontwikkelingscentrum in Delft heeft. ‘Alle concepten en producten van Ikea, waar ook ter wereld, zijn in Delft getest. Voor bibliotheken ontbreekt zoiets. We hebben de bibliotheek toen een nieuwe naam gegeven: DOK Library Concept Center Delft.

Maar met een nieuwe naam heb je feitelijk nog niets. Wat hebt u vervolgens gedaan?

‘Veel gesprekken gevoerd met de medewerkers. Sommigen dachten dat ik helemaal digitaal wilde gaan. Nee, natuurlijk niet. Techniek is slechts een middel. In die gesprekken bleek me dat het personeel de boeken beschouwde als belangrijkste collectie. Dat vond ik onzin. Boeken protesteren niet als het in de bibliotheek te koud is. Ze gaan ook niet huilen als je weg gaat en de deur in het slot gooit. Onze belangrijkste collectie zijn de bezoekers. Ik ben met simpele dingen begonnen. Andere openingstijden, bijvoorbeeld, die beter aansluiten op de agenda van de bezoekers. In de bibliotheek hing een koffieautomaat. De bezoekers mochten dus koffie drinken. Maar schenk dan ook de beste koffie die er is en doe er ook nog een punt appeltaart bij! Er kwam dus een koffiebar. Ik zag dat er een waslijst aan regels was. Je mag niet eten in de bibliotheek, je mag geen lawaai maken, je mag dit niet, je mag dat niet… Weg met al die regels! Ik wilde een bibliotheek zonder regels. Ze zijn er natuurlijk wel, maar niemand merkt er wat van. We hebben na afschaffing van die regels nooit overlast gehad. Kinderen mochten lawaai maken op de plekken die voor hen bedoeld waren, maar we creëerden natuurlijk ook stilteruimtes. Verder heb ik meer zelfservice ingevoerd. Een aantal medewerkers zag dat niet zitten. Ze vonden het te onpersoonlijk. ‘Willen jullie dan terug naar de situatie dat je alleen maar bij een bankmedewerker geld van je rekening kunnen opnemen?’vroeg ik.
De veranderingen die Van Nispen doorvoerde, bleven niet onopgemerkt. ‘Duizenden bezoekers uit het buitenland hebben we gehad. Allemaal geïnteresseerd in ons concept. Veel bibliotheken, overal in de wereld, hebben het overgenomen. Zelfs in de Oekraïne wordt het ingevoerd.’ Van Nispen wilde in Delft de beste bibliotheek ter wereld neerzetten. Getuige de prijzen die hem en zijn medewerkers ten deel vielen, lijkt dat gelukt. DOK kreeg, als eerste vestiging buiten de Verenigde Staten, de Movers & Shakers Award, de ‘Oscar’ voor modernste bibliotheek ter wereld. En in 2009 werd DOK ook uitgeroepen tot ‘Beste Bibliotheek van Nederland’, een prijs die overigens voor de eerste keer werd toegekend.

Kan het DOK-concept in alle Nederlandse bibliotheken worden toegepast?

‘In principe wel. In Delft hebben we alle veranderingen met een minimaal budget doorgevoerd. Dan moeten andere bibliotheken dat ook kunnen. Je moet het concept natuurlijk wel snappen. Je moet niet gaan veranderen om het veranderen, je moet veranderen om te verbeteren.’

Wat hebben alle veranderingen concreet opgeleverd?

‘Meer gebruik, meer leden, meer bezoekers. En wat veel belangrijker is: het is ons gelukt laaggeletterden ‘beletterd’ te krijgen. Laaggeletterdheid was een belangrijk punt op onze agenda. Via andere instanties kenden we de doelgroep. Die mensen hebben we uitgenodigd op de bibliotheek. Een bewuste keuze, want als je naar de bibliotheek gaat is er niemand die denkt dat je niet of nauwelijks kunt lezen. In het eerste jaar hadden we meteen 167 mensen die mee zijn gaan doen aan onze opleiding tot geletterdheid. We hebben ze niet in een rigide leersysteem gestopt, maar maatwerk geleverd. We hebben ons aangepast bij hun kwaliteiten en hen op een beproefde manier leren lezen en schrijven.’

Veel gemeenten bezuinigen op de bibliotheken.

‘Ja en dat is heel dom. Ik heb gemerkt dat raadsleden vaak weinig kennis hebben van de waarde van de bibliotheek. Die denken meteen aan een saaie uitleenplek. Nadeel is ook dat het bibliotheekwerk onder cultuur valt. Terwijl het aandeel cultuur volgens mij maximaal twintig procent is. Het is veel meer onderwijs en welzijn. Verder moeten raadsleden zich realiseren dat bibliotheken vaak op een A-locatie staan en dus voor veel mensen gemakkelijk te vinden zijn. Ze kunnen veel meer doen dan alleen het uitlenen van boeken. Zo vind ik dat je Burgerzaken moet onderbrengen bij de bibliotheek. Ambtenaren zullen zeggen dat dat niet kan, maar dat is onzin. Een zorgloket in de bibliotheek? Ook prima. Dan kunnen mensen allerlei dingen regelen op een prettige plek. En natuurlijk moeten bibliotheken meegaan met de nieuwe technieken en de nieuwe media. Mensen kunnen wel zeggen: “Waar hebben we de bibliotheek voor nodig, we hebben nu toch Google?” Maar dan vraag ik: “Waar komt die informatie op Google vandaan?” Dat lijkt me een zeer relevante vraag. Geloof me, een bibliotheek is een betere vriend dan Google.’


Zorgloket in de bibliotheek

De bibliotheek in Haarlem moet het vanaf 2016 structureel met 340.000 euro minder doen. Nou zal daar binnen die organisatie best een lelijk woord over zijn gevallen, maar PvdA-raadslid Jeroen Fritz noemt het zeer positief dat de bibliotheek uit eigen beweging drie scenario’s heeft opgesteld om invulling te geven aan de bezuinigingsopdracht.
Naast de centrale bibliotheek heeft Haarlem nog drie dependances in de wijken. Het eerste scenario, namelijk sluiting van één van de dependances, was voor de PvdA niet bespreekbaar. Fritz: ‘We hebben gekozen voor een combinatie van de beide andere opties. Het komt er op neer dat de centrale bibliotheek wordt gemoderniseerd en aangepast en dat de nevenvestigingen worden verkleind en samengevoegd met zorgvoorzieningen.’
Met dat laatste heeft Haarlem al ervaring, want in Haarlem-Oost is de bibliotheek gevestigd in het Reinaldahuis, een verzorgingshuis dat ook ruimte biedt voor seniorenhuisvesting. ‘Je kunt op je huisvestingskosten besparen door andere functies toe te voegen aan de bibliotheek. Dat kan dus een zorgloket zijn, maar ook een huisartsenpost of onderwijsondersteuning. Ook de kosten voor ict en schoonmaak kunnen dan omlaag.’
Dat de PvdA in Haarlem akkoord gaat met kleinere bibliotheken heeft te maken met de opkomst van e-books. ‘De bibliotheek verwacht een snelle, verdere digitalisering. Dan heb je minder papieren boeken nodig, wat al een besparing oplevert, en natuurlijk minder uitstallingsruimte.’

De kinderboekenschrijver:
‘Opa is ook een grootvader’

Chris Vegter is directeur van een openbare basisschool én kinderboekenschrijver. Hij heeft inmiddels 26 titels op zijn naam staan, 'maar dat is niet veel, hoor.' Zijn school staat in een buitenwijk van Assen, een wijk die sociaal minder sterk wordt genoemd en waar relatief veel allochtonen wonen.
'Wij moeten kinderen kansen geven. Goed kunnen lezen en begrijpend kunnen lezen is essentieel voor de verdere toekomst van onze leerlingen. Kinderen moeten leesmeters maken. Als schrijver geef ik veel lezingen op basisscholen. Ik merk dan dat veel scholen wel aandacht besteden aan de techniek van het lezen, maar dat lezen ook leuk is, daar komen ze niet aan toe. Als je meer aandacht besteedt aan dat laatste, namelijk dat lezen leuk is, vergroot je de woordenschat van de kinderen en daarmee hun mogelijkheden. Want als je in een tekst van honderd woorden vijftien woorden niet begrijpt, begrijp je in feite de tekst niet.'
'Mijn spreektaal is een stuk beperkter dan mijn schrijftaal. Als ik jou een verhaal over mijn opa wil vertellen, zal ik het steeds over mijn opa hebben. Maar als ik een verhaal over mijn opa schrijf, zal ik ook woorden als grootvader, wellicht de oude man en dergelijke gebruiken. Lezen verrijkt je woordenschat.'
'Als je hier op school zou komen en de kinderen zou vragen: "Wat voor een school is dit eigenlijk?", dan zullen ze zeggen: "We zijn een leesschool." En sommigen zullen er aan toevoegen dat je van lezen slim wordt. Op taal voor kleuters scoren wij A’s en B’s en dat is heel goed als je weet uit welke milieus onze kinderen komen.’
'Maar bibliotheken, ook in buitenwijken, moeten niet alleen blijven bestaan omdat ze mooie boeken uitlenen. We hebben ook te maken met de nieuwe media. Veel mensen voor de klas – en dat geldt ook voor mij – kunnen de ict-ontwikkelingen nauwelijks bijhouden. Mediawijsheid zou een heel belangrijke taak van de bibliotheek kunnen zijn. Zodat kinderen leren herkennen welke tekst door een deskundige is geschreven en welke door een hobbyist.’

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 33 nr. 10
oktober 2011

Auteur
Jan Chris de Boer