Zoeken

Publicaties

Alleen in de raad

Soms zit je als PvdA-raadslid met meer dan tien partijgenoten in een fractie, zoals in Amsterdam, Rotterdam, Emmen en Leeuwarden. Maar er zijn ook gemeenten waar de PvdA-fractie een stuk kleiner is. Soms zó klein, dat sprake is van een eenmans/vrouwsfractie. Veel vragen dringen zich dan al snel op: Hoe pak je het aan als je er alleen voor staat? Is het nog wel te doen, of is het juist frustrerend in je uppie? Hoe houd je jezelf gemotiveerd en zorg je er voor dat het ook nog een beetje leuk is voor jezelf? Lokaal Bestuur sprak hierover met drie eenpitters.


Wie: Greet Buter
Wat: Raadslid
Waar: Laarbeek (L.), 21.000 inw.

Waarom is er een eenmansfractie in Laarbeek?
‘Van oudsher wordt hier toch vooral op lokale partijen gestemd. Hierdoor haalt de PvdA meestal maar twee zetels in Laarbeek. In maart 2010 maar één, door landelijke ontwikkelingen en doordat een van onze raadsleden met een eigen lokale lijst campagne ging voeren, zonder resultaat overigens.’

Wat zijn positieve factoren van een eenmansfractie?
‘Je hebt een een ‘vrije’ rol, je beweegt je gemakkelijker tussen de andere raadsleden en partijen dan met een grotere fractie. De relatie met die partijen is nu ook beter. Ik heb nu alle beleidsterreinen onder mijn hoede, dat is leerzaam en maakt dat ik een veelzijdiger raadslid ben dan voorheen.’

En negatieve factoren?
‘Wat het meest tegenvalt, is dat ik er letterlijk alleen voor sta. Even sparren met een fractiegenoot kan niet meer. Dat heb ik vooral in het begin gemist. Verder ben je als eenling in de raad veel minder deel van een team. De raadscommissies worden in onze gemeente ook vaak bevolkt met ‘burgerleden’. Zij zijn erg belangrijk voor mij, omdat ze vergaderingen bijwonen, daar de politieke temperatuur meten en me zo helpen het raadswerk zo goed mogelijk te doen - elk vanuit hun eigen expertise. Maar toch is dat anders dan wanneer je samen een raadsfractie vormt, de banden zijn losser. En ook al heb je als eenmansfractie een erkend waardevolle bijdrage aan het debat, bij de besluitvorming wordt die vaak tot voetnoot gereduceerd. Sterke coalitieafspraken zijn daar debet aan. Ook is het in je eentje veel meer werk dan wanneer je het kunt verdelen - maar dat weet je als je er aan begint.’

Hoeveel fractieondersteuning (medewerkers) heb je?
‘Geen! Wij kennen geen systeem van structurele fractieondersteuning. We hebben alleen de burgerraadsleden, dat helpt wel. En ik heb erg waardevolle een-tweetjes met de voorzitter van onze afdeling. Dat heeft er onder andere toe geleid dat we ondanks de kleine schaal waarop we opereren ook in Laarbeek een ombudsteam konden starten, waar alle leden een bijdrage aan (kunnen) leveren.’

Heb je het gevoel dat je minder serieus wordt genomen omdat je een eenmansfractie bent?
‘Nee, maar er is wel sprake van de ‘macht der getallen’. Beleid wijzigen is lastig en dat gaat nooit om zaken die de koers van het bestuur werkelijk wijzigen. Soms lukt het via moties of wijzigingsvoorstellen om maatregelen socialer te maken. Het ombudsteam dat ik net noemde heeft een onderzoek gedaan naar het beschikbaar maken en houden van AED’s (apparaat tegen hartritmestoornissen) in Laarbeek. Naar aanleiding daarvan hebben we het via een motie voor elkaar gekregen dat de gemeente daar aandacht aan besteedt.’
Is een verbond met andere partijen een oplossing?
‘De coalitie bestaat uit de vier lokale partijen. De landelijk opererende partijen zitten in de oppositie: het CDA met drie zetels, de VVD en de PvdA met ieder één zetel. Daarmee is er een basis voor verbondenheid, maar wel in verscheidenheid, want we hebben allemaal een duidelijke politieke kleur!

Wie: Gerrit de Jonge
Wat: Raadslid
Waar: Ommen (Ov.), 17.000 inw.

Sinds wanneer ben je actief voor de PvdA in Ommen?
‘In 2009 verhuisde ik naar Ommen, waar ik vroeger ook gewoond heb en ik werd direct benaderd met de vraag of ik een rol wilde spelen in de lokale politiek. In eerste instantie wees ik dat af, want ik had me voorgenomen om mijn vakbonds- en politieke activiteiten op een wat lager pitje te zetten. En om meteen de raad in te gaan in een gemeente waar je pas net woont, dat leek me ook niets. Maar nadat ik een aantal raadsvergaderingen had bijgewoond heb ik me toch kandidaat gesteld. Ik werd gelijk lijsttrekker. De PvdA had op dat moment twee zetels en hoopte die te behouden of er zelfs eentje te winnen in 2010.’

Maar jullie gingen terug naar één zetel.
‘Dat klopt en dat was toch wel een klap. Door de landelijke trend snoepten de VVD en D66 helaas te veel stemmen bij ons weg.’

Je werd dus zonder raadservaring meteen lijsttrekker en… eenmansfractie?
‘Ja, gelukkig had ik behoorlijk wat ervaring doordat ik actief ben geweest in de vakbondswereld en jaren in enkele ondernemingsraden heb gezeten. Het politieke spel was mij dus niet vreemd.’

Heb je hulp gehad van anderen?
‘Ja. Ik heb heel veel steun gehad van de vorige fractievoorzitter, die ondersteunt me nog steeds. Net als de voorgaande wethouder, die twee periodes heeft gezeten. Daar kan ik ook lekker mee sparren.’

Hoe ga je om met dossiers die je niet kent?
‘Ik ben me ruim voor de verkiezingen gaan inlezen. Ik heb met ambtenaren gesproken en ben de archieven ingedoken. Ik ben bij alle raads- en commissievergaderingen geweest in een poging om mijn kennisachterstand in te halen. Daar heb ik ontzettend veel aan gehad.’

Is er fractieondersteuning?
‘Je mag hier twee burgerraadsleden hebben en daar maak ik graag gebruik van. Vanaf september komt er een nieuwe vergaderstructuur. Of dat dan zo blijft is onduidelijk. Ik hoop het wel, want hun bijdrage voegt ontzettend veel toe. Als ik alles echt alleen zou moeten doen, zou het geen doen zijn. Ik ben ongeveer 20 uur per week aan het raadswerk kwijt, naast mijn 40-urige baan. Ik wil toch altijd weten wat er speelt. Ik wil ook proberen de PvdA in Ommen weer op de kaart te zetten. Dat betekent dat ik me op zoveel mogelijk plaatsen laat zien.’

Het klinkt alsof je álles doet. Heb je ook speerpunten geformuleerd?
‘Jazeker. Vanwege de landelijk ingevoerde bezuinigingen richt ik me hier vooral op de Wmo, cultuur en onderwijs en werkgelegenheid.’

Wat vind je positief aan het zijn van een eenmansfractie?
‘Haha! Je zou bijna kunnen zeggen: dat je geen ruzie kunt krijgen binnen je fractie… Ook positief is dat je als eenmansfractie makkelijker oppositie kunt voeren, je hebt veel vrijheid.’

En de nadelen?
‘Het is veel werk en je voorstellen worden vaak weggestemd om allerlei redenen behalve inhoudelijke. Als eenmansfractie word je niet helemaal serieus genomen. Dat is vervelend. Toch heb ik bijvoorbeeld een initiatiefvoorstel door de raad gekregen waarin staat dat toeristenbelasting ten goede moet komen aan de toeristen, inwoners en werkgelegenheid. Ook een motie over ‘uitkering naar werk’ is met algemene stemmen aangenomen.’

Vind je het lastig om een eenmansfractie te zijn of is het juist wel prettig?
‘Toch vooral het laatste. Het geeft een meer gedreven gevoel. Als we iets willen bereiken hangt het van mij af, dus ik moet het ook echt doen en waarmaken.’


Wie: Jo van de Braak-Van Hooft
Wat: Raadslid
Waar: Maasdriel (Gld.), 23.000 inw.

Hoe lang ben je al actief binnen de PvdA-Maasdriel?
‘Ik zit sinds 1986 voor de partij in de raad hier, 25 jaar dus. De partij is hier altijd klein geweest. Soms zat ik in mijn eentje in de raad, soms met iemand anders en het maximale wat we gehaald hebben is drie raadsleden, in de periode 2006-2010. Alleen zaten we in die periode in de oppositie terwijl ik nu weer alleen ben en de PvdA wél in het college zit! Dat is dan wel weer ironisch.’

Je bent dus ervaringsdeskundige in het opereren als eenmansfractie én in een grotere raad. Wat bevalt beter?
‘Zonder twijfel: onderdeel uitmaken van een grotere fractie. Als er mensen naast je zitten waar je mee kunt overleggen, is dat toch wel erg prettig. Dat is dus ook meteen het grootste nadeel van een eenmansfractie zijn: je zit alleen. Een ander nadeel is dat je het ontzettend druk hebt. Je moet overal heen, want als je niet gaat is er ook meteen niemand anders. Ook moet je keuzes maken om alle dossiers goed bij te kunnen houden. Je moet echt bij de commissievergaderingen zijn, je hebt het dus altijd druk.’

Heb je ondersteuning van burgerraadsleden?
‘Gelukkig wel. Sinds begin 2000 hebben we die hier ook. Dat is eigenlijk ook weer een verhaal apart: het burgerraadslid is ingevoerd om kleine partijen versterking te geven. Maar de grote partijen zeiden in feite: we willen dat best invoeren, maar dan willen wij ook burgerraadsleden. Dat werden er meteen drie. Zo was die versterking voor de kleine partijen natuurlijk maar erg relatief.’

Hoeveel tijd besteed je aan het raadslidmaatschap en zou dat minder zijn wanneer je fractie groter was?
‘Alles bij elkaar besteed ik ongeveer twee dagen per week aan het raadswerk. Ik denk niet dat dat minder zou zijn met meer fractieleden. Sterker nog, uit ervaring weet ik dat dat niet zo is. Je moet dan ook met hen vergaderen. En sowieso: ik ben een politiek dier. Mensen die in de politiek zitten hebben de eigenschap dat ze nieuwsgierig zijn. Ik ben dat ook: ik wil alles weten en bijhouden.’

Zie je ook voordelen aan het eenmansfractieschap?
‘Nee. Je kunt wel zeggen dat het makkelijker is omdat je met niemand hoeft te overleggen, maar je moet wel verantwoording afleggen aan je eigen partij, dus veel extra vrijheid is er niet.’

Het is wel zeldzaam: met één zetel toch in een college zitten. Hoe is dat?
‘Heel spannend! Het college heeft tien zetels, de oppositie negen. Er wordt wel eens gezegd: “de PvdA heeft de sleutel”, maar ja: de andere coalitiepartijen dus ook! Het betekent natuurlijk wel dat je veel invloed hebt. Het is anders om in je eentje in de oppositie te zitten. Dan is het lastiger. Het gaat hier dan overigens minder snel over partijpolitieke lijnen dan over personen. Als je een goede klik met iemand hebt, kun je soms toch zaken voor elkaar krijgen, ook al ben je maar alleen.’

Heb je daar een voorbeeld van?
‘Er kwam op een gegeven moment een stuk nieuwbouwgrond vrij en ik heb toen voorgesteld om die locatie aan te wijzen voor bejaardenwoningen. Daar was volgens mij behoefte aan in de gemeente. Die woningen zijn er ook daadwerkelijk gekomen. Dat gaf een erg prettig gevoel. Nu is het gek genoeg veel lastiger om iets voor elkaar te krijgen. We zitten wel in het college, maar door de bezuinigingen is er geen ruimte voor welk nieuw plan dan ook. De boel draaiende houden is al moeilijk genoeg.’

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 33 nr. 10
oktober 2011

Auteur
Kirsten Verdel