Zoeken

Publicaties

Lastige posities

De provincies staan onder druk. De waterschappen staan onder druk. De gemeenten staan onder druk. Druk die ontstaat door de discussie over de wenselijkheid en noodzaak tot hervorming van het binnenlands bestuur. Druk die ontstaat door toename van oncontroleerbare vormen van bestuurlijke drukte. We weten dat we in onze partij meer moeten met deze discussie. Ook de andere spelers bewegen op dit speelveld.

De VNG lanceert een voorstel voor een grondige opschaling van de lokale overheid, het IPO roept zijn leden op moties in te dienen om bij de kabinetsformatie vooral niet te tornen aan de open huishouding van de provincies, de Unie van Waterschappen zoekt het in samenwerking met de lokale overheid en VNG. En ieder opteert voor behoud van eigen positie en speelruimte.
Maar er speelt meer. Zeker binnen onze partij. We zien een discussie waarin de meeste spelers niet in staat zijn boven hun eigen positie uit te stijgen. Wie kent de eenzame waterschapper uit het noorden die vindt dat er best één noordelijke provincie kan komen met onder diens bestuur de noordelijke waterschappen? Wie kent de gedeputeerde die wel eens openlijk twijfelt of de taken waarvoor zijn provincie staat niet beter op een ander niveau kunnen worden georganiseerd? En wie kent de wethouder uit een kleine gemeente die zelf van mening is dat zijn gemeente eigenlijk zou moeten fuseren om toekomstbestendig alle taken te kunnen blijven uitvoeren en kwaliteit in deze dienstverlening te blijven waarborgen?
Ook deze partijgenoten zijn er. Ik ken ze. Maar het lastige is in onze partij, en ongetwijfeld beperkt zich dat niet tot onze partij, dat wij elkaar gevangen houden in deze discussie en ieder met zijn eigen Pavlov-reactie klaar staat. En dat heeft nog niet eens zo zeer te maken met onoverbrugbare meningsverschillen als wel met de wijze waarop we deze discussie voeren. Door een verkeerde toonzetting, een verkeerde insteek en vooral een insteek die gaat over de ander.
Waterschappers die geconfronteerd worden met de opvatting van de Tweede Kamerfractie over opheffen van het waterschap, Statenleden die geconfronteerd worden met de opvatting over de gesloten huishouding voor hun bestuurslaag. Friezen die zich niet herkennen in de discussie over bestuurlijke drukte en dit vooral een Amsterdams probleem vinden en bovenal een Amsterdamse benadering.
Het is moeilijk om binnen onze partij deze discussie goed te voeren. In de aanloop naar de provinciale verkiezingen blijkt dit maar weer. Het standpunt over de gesloten huishouding blijft de gemoederen bezig houden, terwijl de werkelijkheid waarbinnen deze verkiezingen plaatsvinden nog steeds is, dat de provincies een open huishouding voeren en van daaruit ook politieke keuzes maken. Coalitieonderhandelingen kunnen deze werkelijkheid natuurlijk inhalen. Elkaar daarop verstaan is een kunst. Ook voor het Centrum voor Lokaal Bestuur. Het CLB is niet de hoeder van de provincies ten opzichte van de andere lagen, net zo min als het CLB pleitbezorger zal zijn van de waterschappen. Het CLB heeft vooral een functie in het bieden van een platform voor de discussie over deze kwesties. En in die discussie entameren en confronteren we elkaar met feiten en meningen. En daarin schuwen we de discussie niet die gaat over posities en macht, buigen we niet bij voorbaat voor de opvatting van Amsterdam, Den Haag of Friesland.
We spreken elkaar in het najaar!

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 34 nr. 9
september 2010

Auteur
Jacqueline Kalk