Zoeken

Publicaties

PvdA stuk minder sterk in de colleges

De PvdA doet nog maar in 53,4% van de gemeenten met een of meer wethouders mee aan het college. Dat is veel minder dan in de vorige periode, toen was dat nog 78,5 procent. Het aantal PvdA-wethouders daalde met 46%. Het aantal vrouwelijke PvdA-raadsleden steeg na 3 maart met 3%, maar het aantal vrouwelijke wethouders nam procentueel nauwelijks toe. Een en ander blijkt uit een evaluatieonderzoek van het Centrum voor Lokaal Bestuur.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen verloor de PvdA ruim 35%, wat overeenkomt met 674 raadszetels. Er zitten nu nog ruim 1400 PvdA’ers in de gemeenteraden. In 14 gemeenten nam de PvdA niet deel aan de verkiezingen, in de overige 379 gemeenten behaalde zij minimaal 1 zetel.
Het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP) onderzoekt na iedere verkiezing hoe het staat met het aantal vrouwen en allochtonen in de politiek. Dit keer is het percentage vrouwelijke raadsleden volgens het IPP niet gewijzigd ten opzichte van de uitslag in 2006: namelijk 26%. De PvdA doet het wat het aandeel van vrouwen betreft al jaren beduidend beter dan het landelijke gemiddelde. In 2006 was 30,4% van de PvdA-raadsleden vrouw, in 2010 is dat percentage iets gestegen naar 33% (467 vrouwen).
Volgens het IPP was de voorspelling voorafgaand aan de verkiezingen dat het aantal allochtone raadsleden zou dalen in verband met verwacht verlies van de PvdA. De uitkomsten van het onderzoek zijn verrassend: het aantal allochtone raadsleden is nagenoeg gelijk gebleven, nl. 303. Dit heeft onder andere te maken met voorkeurstemmen die een aantal allochtone PvdA-raadsleden heeft gekregen. De PvdA heeft 148 van de 303 allochtone raadsleden in haar gelederen, een teruggang van 20%.
Onze analyse van de verkiezingsuitslag is gebaseerd op de 393 gemeenten waar op 3 maart verkiezingen hebben plaatsgevonden. Gemeenten die de afgelopen jaren of dit jaar met herindelingen te maken hebben, zijn buiten de analyse gehouden. Ook deelgemeenten en stadsdelen zijn niet meegenomen in de cijfers.

Samenwerkingsverbanden

De PvdA deed op 3 maart in een aantal gemeenten samen met andere partijen mee aan de verkiezingen. In 12 gemeenten is de PvdA nu samen met een andere partij coalitiepartner, waarvan in 10 gevallen wordt samengewerkt met GroenLinks. Voor het gemak worden de 12 gemeenten waar de PvdA als samenwerkingsverband aan de coalitie deelneemt, in de cijfers als volle PvdA-deelname meegerekend.

Voorkeurstemmen

Vlak na de verkiezingen kwam een aantal PvdA-fracties in het nieuws doordat een aanzienlijk deel van de nieuw gekozen raadsleden, veelal van allochtone afkomst, met voorkeurstemmen was gekozen. Sommige kieslijsten werden volledig op hun kop gezet. Dit betrof onder meer de PvdA-fracties in Helmond, Enschede en Maassluis.
Kandidaat-raadsleden hoeven in gemeenten met meer dan 20.000 inwoners slechts een kwart van de kiesdeler te halen om met een voorkeurstem gekozen te worden. Zoals Simon van de Pol in het meinummer van Lokaal Bestuur schreef, heb je in een gemeente als Ede (100.000+ inwoners en 39 raadsleden) met een opkomst van 60% slechts 315 stemmen nodig om gekozen te worden.
Maar worden alleen allochtone raadsleden met voorkeurstemmen gekozen, of komt het veel breder voor? Het CLB gaat onderzoek doen naar de voorkeurstemmen tijdens de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen. Eind juni krijgen alle fractievoorzitters een enquête toegestuurd via e-mail, de resultaten willen wij in Lokaal Bestuur van eind september publiceren.

Colleges en wethouders

Een eerste analyse van collegevorming liet zien dat de PvdA procentueel niet veel zou inleveren bij de collegedeelname. Hoe meer colleges echter gevormd werden, hoe vaker de PvdA buiten de boot viel. In nog slechts 53,4% van de 393 gemeenten waar verkiezingen zijn gehouden, neemt de PvdA deel aan het college. Dit leert ons dat de PvdA er baat bij heeft om snel deel te nemen aan onderhandelingen. Dat moet de partij uiteraard wel gegund zijn, als zij niet als grootste uit de bus is gekomen. In veel gemeenten wilden de overige partijen maar wat graag een keer zonder de PvdA, en dat bleek in veel gevallen mogelijk.

Tabel 1: Deelname van PvdA aan colleges en aantal wethouders
PvdA in college PvdA wethouders
2006 78,5% 425
2010 53,4% 232

De PvdA is een stuk minder sterk aanwezig in de lokale besturen. Waar de partij in 2006 soms met twee of drie wethouders deelnam aan een college, zijn dit er nu één of twee. Het verlies van de PvdA heeft geleid tot een teruggang van wethouders met 46%.

Van de 232 wethouders zijn er 61 nieuw, waarvan slechts 10 vrouwen. Van alle PvdA-wethouders zijn 51 vrouw, en dus 181 man. Dit is een minimale stijging ten opzichte van het percentage vrouwelijke wethouders in 2006.

Tabel 2: Vrouwelijke PvdA-wethouders
Aantal wethouders Aantal vrouwelijke wethouders % vrouwelijke wethouders
2006 425 89 21%
2010 232 51 22%


Coalitiepartners

Van de 210 colleges waar de PvdA aan deelneemt, is 126 keer het CDA de coalitiepartner, en 124 keer de VVD. GroenLinks, D66 en ChristenUnie zijn alle drie ongeveer veertig keer coalitiepartner van de PvdA.

Tabel 3: Coalitiepartners van de PvdA (210 colleges)
CDA VVD SP GL D66 CU SGP Lokaal A Lokaal B Lokaal C
126 124 5 41 48 42 17 103 19 2

In 2006 heeft het CLB ook onderzoek verricht naar de verkiezingsuitslag. Toen bleek dat in bijna een kwart van de gemeenten waar de PvdA aan het college deelnam, ze samen met één andere partij de coalitie vormde (75 gemeenten). In de helft van deze gevallen betrof dit het CDA. 20% van de 2-partijencoalities bestond uit PvdA-lokaal en 20% uit PvdA-VVD.
In 2010 zijn er slechts 17 gemeenten met een tweepartijencoalitie waar de PvdA deel van uitmaakt. In 8 gevallen is dat samen met een lokale partij, slechts vier keer met CDA en VVD.

Tabel 4: Aantal coalitiepartners voor de PvdA
1 coalitiepartner 2 coalitiepartners 3 coalitiepartners 4 of meer coalitiepartners
2006 23% ± 60% 17% Nauwelijks
2010 8% 45% 35% 10%

Zoals uit de gegevens in tabel 4 blijkt, neemt het aantal coalitiepartners voor de PvdA flink toe ten opzichte van 2006. In 2006 had de PvdA een hele sterke positie en waren er weinig andere partijen nodig om een meerderheid te vormen. Deze verkiezingen is dat beeld heel anders.
In 96 van de 210 coalities werkt de PvdA met twee andere partijen samen. De meest voorkomende driepartijencoalities waar de PvdA deel van uitmaakt zijn: PvdA-CDA-lokale partij (20 keer), PvdA-CDA-VVD (19 keer), en PvdA-VVD-lokale partij (18 keer).
In 2006 kwam het afspiegelingscollege van PvdA-CDA-VVD nog 48 keer voor in Nederland.
In 73 van de 210 coalities werkt de PvdA met drie andere partijen samen. Maar liefst 22 verschillende samenstellingen zijn te onderscheiden. Er zijn slechts twee coalities die meer dan tien keer voorkomen: PvdA-CDA-VVD-lokale partij (12 keer), en PvdA-CDA-VVD-ChristenUnie (11 keer). Er zijn zeven coalities bestaande uit vier partijen (inclusief de PvdA) die allen maar één keer in heel Nederland voorkomen.
In 18 gemeenten neemt de PvdA samen met vier andere partijen deel aan de coalitie. Er zijn elf verschillende coalities te onderscheiden, waarvan PvdA-CDA-VVD-GroenLinks-D66 vijf keer voorkomt. Er bestaan maar liefst zeven vijfpartijencoalities die uniek zijn qua samenstelling.
Vlaardingen en Leusden springen in het oog, omdat daar nog meer partijen samenwerken. In Vlaardingen besturen zes partijen de gemeente, in Leusden hebben alle fracties (7) zich achter het collegeakkoord geschaard.

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 34 nr. 8
augustus 2010

Auteur
Margriet Visser