Jong en oud in de raad
Op talloze plaatsen werden na 3 maart reeds zittende of nieuwe PvdA-raadsleden geïnstalleerd. Eén van de oudste PvdA-vertegenwoordigers is Luud Schimmelpennink, 75 jaar. Robin Reichrath zit met zijn 18 jaar bij de jongste raadsleden. Lokaal Bestuur sprak met hen over de vraag hoe belangrijk leeftijd is in de politiek en in hoeverre zij zelf last of juist baat van hun leeftijd hebben.
Wie: Robin Reichrath Wie: Luud Schimmelpennink Wat: Gemeenteraadslid Wat: Gemeenteraadslid
Waar: Landgraaf Waar: Amsterdam
Geboren: 20-11-1991 Geboren: 27-05-1935
Waarom heb je je op zo’n jonge leeftijd kandidaat gesteld voor de gemeenteraad, Robin?
‘Ik heb van huis uit meegekregen dat je maatschappelijk betrokken moet zijn. Mijn moeder was lid van de PPR, mijn vader van de PvdA. Ik ben in een groot gezin opgegroeid en dan krijg je toch het idee mee dat je alles samen moet doen. Toen ik 14 was, was het net een jaar geleden dat Fortuyn was vermoord. Er gebeurde van alles en ik had het gevoel dat ik daar iets mee moest. Ik werd actief bij de JS en rolde er steeds meer in. Het ging bijna vanzelf, voor mij was het logisch om deze stap te zetten.’
En Luud, waarom ben jij juist op oudere leeftijd nog de raad ingegaan?
‘Ik ben al heel lang politiek actief. De meeste mensen kennen mij nog wel uit de Provo-tijd. Energie, verkeer en milieu zijn thema’s waar ik eigenlijk mijn hele leven al mee bezig ben, vanuit politieke en andere functies. Ik had recentelijk een paar nota’s geschreven met voorstellen om de Amsterdamse binnenstad autovrij te maken en ik heb ook steeds meer het idee dat de tijd nu rijp is voor een nieuw witte fietsenplan in de stad, dus het begon wat te knagen. Dit soort zaken is namelijk niet op deelgemeentelijk niveau te regelen, waar ik actief was. Dus ik dacht: nou, vooruit, ik stel me kandidaat voor de gemeenteraad. Echt met
als doel om op die specifieke thema’s iets te bereiken.’
Heb je tips voor Robin? Luud: ‘Je moet goed wegen: wat is nou iets waar ik wat mee zou kunnen doen? Je moet toch vooral goed contact houden met de mensen in je gemeente, nooit te beroerd zijn om daar tijd voor in te ruimen.’
Robin: ‘Dat herken ik wel ja. Ik kreeg onlangs een brief van een buurtvereniging dat een trapveldje vernieuwd wilde hebben. Ik ben nu met de Johan Cruyff Foundation bezig om daar werk van te maken.’
Luud: ‘Als raadslid kun je dan vaak echt het verschil maken ja. Je hebt toegang tot informatie waar burgers niet altijd makkelijk zelf aan kunnen komen.’
Robin: ‘Klopt, ik kreeg een quickscan met belangrijke informatie in handen waar zij zelf niet aan konden komen.’
Luud: ‘Fantastisch! Ik heb ook nog wel een andere tip: onderhoud ook goede contacten met de andere partijen in de raad. Het is vaak zoveel slimmer om samen met andere partijen een voorstel te lanceren dan wanneer je dat als eigen initiatief probeert. Als je het samen doet creëer je al bij voorbaat draagvlak.’
Zijn er dingen die je toen je jong was anders gedaan zou hebben, met de kennis van nu?
Luud: ‘Ik heb de mazzel gehad dat ik de Provo-beweging heb meegemaakt. Dat heeft mijn leven een heel stuk eenvoudiger gemaakt. Op dat moment was ik het hoofd bij een constructiebureau. Provo leerde mij en mijn vrouw het relatieve van een carrière. We hebben sindsdien altijd eenvoudig geleefd en ons daar lekker bij gevoeld. In de jaren ’60 was er echt sprake van een culturele revolutie. De tijd van de wederopbouw was voorbij, waarin alle neuzen dezelfde kant op hadden gestaan. Nu moest de wereld ineens anders. Ik raakte betrokken en kwam met het toenmalige witte fietsenplan. We dachten dat we dat wel even in een jaartje konden regelen. We wilden niet de macht grijpen, we wilden de mentaliteit van mensen veranderen. Dat wil ik nog steeds. Ik zou niets anders hebben gedaan.’
Maar je hebt vast wel iets geleerd over politiek in die tijd?
‘Ja, ik heb gemerkt dat politici een stuk minder visie hebben dan je wel eens zou hopen. Je zou verwachten dat politici meer visie op de toekomst hebben dan de gemiddelde kiezer. Maar dat is dus niet zo. Dat is jammer. Maar aan de andere kant, uiteindelijk hoeft dat niet beperkt te zijn tot de politieke elite, visie is van iedereen. Het belangrijkste is dat wat je wilt, dat je dat terugbrengt tot de basis.’
Robin: ‘Dat gebrek aan visie, dat vind ik een lastige. Ik denk dat Luud gelijk heeft dat politici een stap verder zouden moeten zijn, maar aan de andere kant moet je niet vergeten dat wij volksvertegenwoordigers zijn. Het college is er voor om die rol van visie te vervullen. Als volksvertegenwoordiger moet je dat ook hebben, maar het is een andere rol.’
In hoeverre speelt leeftijd een rol bij jullie positie in de raad? Luud: ‘Je moet alle leeftijden in de raad hebben. Dat het zwaartepunt in de praktijk rond de 40 jaar ligt, vind ik niet onlogisch. Wat betreft voor- of nadelen: je kunt wel ervaring inbrengen die je vanwege je leeftijd hebt, maar dat moet je niet teveel doen. We leven niet in een tijd dat ouderen automatisch een soort gezag hebben.’
Robin: ‘Ik denk dat het in politiek er zo niet aan toegaat nee. Leeftijd speelt geen rol.’
Denk je dat écht? Robin: ‘Nou ja, het gaat erom hoe je overkomt. Leeftijd is daarin wel een factor, maar niet essentieel. Hoewel, als je jong bent is dat wellicht wel een nadeel. Ouderen hebben dan zoiets van: wat zoek jij hier? Dan is het aan mij om die mensen te overtuigen. Maar iedereen realiseert zich wel dat jongeren belangrijk zijn om vertegenwoordigd te zijn. Ik kijk zelf niet naar leeftijd, maar naar inhoud. Of iemand 20 of 70 is, maakt mij niets uit. Natuurlijk hebben oudere raadsleden veel ervaring, daar kan ik alleen maar mijn voordeel mee doen, maar dat maakt het politieke debat niet anders.’
Luud: Het speelt wel een rol. Wouter Bos zou een goede burgemeester zijn, maar iedereen vindt hem te jong. Als ik er over nadenk: hij kan beter nog een keer minister zijn. Zo’n periode van burgemeester is ongeveer acht jaar in de praktijk. Het is een prachtige manier om een carrière af te sluiten. Niet iets om op jonge leeftijd te doen. We noemen het niet voor niets ‘burgervader.’
Robin:’Ik blijf erbij, je hebt wel gelijk dat het zo is dat leeftijd een rol speelt, maar het zou niet zo moeten zijn.’
Luud: ‘Iedereen heeft zijn eigen beperkingen in de raad. Niet alleen leeftijd kan een belemmering spelen of een voordeel zijn, maar ook opleiding, je thuissituatie, persoonlijke relaties met andere raadsleden. Al die zaken dragen er aan bij dat automatisch verschillende mensen meer autoriteit krijgen op verschillende onderwerpen. Dat is niet per se leeftijdsgebonden.’
Kunnen jonge politici wel autoriteit ontwikkelen? Robin: ‘Ik denk van wel.’
Luud: ‘Zeker, maar je moet je dan wel bewijzen. Maar je zult zeker gehoor vinden als je een visie zichtbaar maakt vanuit je jeugd waar anderen niet toe in staat zijn.’
Robin: ‘Daar moet je ook je voordeel uit halen dus?’
Luud: ‘Zeker. Maar zoals ik daarstraks al zei: het is belangrijk dat je met andere partijen liefst een raadsbrede consensus bereikt. Probeer dus vooral samen te werken, met oud of jong. Wij hebben deze periode in Amsterdam met de VVD, GroenLinks en de PvdA gezamenlijk een plan voor het Waterlooplein gemaakt. Daardoor stonden we ijzersterk, het college kon niet anders doen dan dat overnemen.’
Ervaring, al dan niet puur door je leeftijd, helpt daar in?
Luud: ‘Ja, je kent het systeem ook beter. De meeste mensen lukt het in de eerste vier jaar niet om zich goed te ontplooien. Bijna iedereen heeft het gevoel dat hij een tweede periode nodig heeft om echt de vruchten te plukken van wat je in die eerste periode hebt opgebouwd en geleerd. Neem bijvoorbeeld de afstand tussen college en raad. De raad zou hoofdlijnen voor het beleid moeten aangeven die het dagelijks bestuur dan invult, maar in feite vinden wethouders vaak dat ze alles zelf veel beter kunnen. Dat is moeilijk. Het kost tijd voordat je daar mee leert omgaan.’
Robin: ‘Als nieuw raadslid loop ik elke vergadering tegen nieuwe dingen aan. Bijvoorbeeld afgelopen donderdag, toen wij en andere partijen ergens voor waren. Dat leek dus goed te gaan. Het ging over de legalisering van een attractie in een park. Ik sprak daar zeer enthousiast over, terwijl een ander raadslid uitlegde dat het wel gevoelig lag. Hij liet veel beter blijken met alle kanten van het verhaal rekening gehouden te hebben voordat hij tot het positieve besluit was gekomen. Ik vond dat zij dat slimmer aanpakten. Zij kregen meer begrip. Maar we werken wel goed samen, gooien elkaar wel eens een bal toe. De G-factor, de gunfactor noemen we dat.’
Leer je nog veel? Luud: ‘Ik leer nu weer net zoveel als 40 jaar geleden. De raad is erg veranderd. En neem de media van tegenwoordig: als er wat is, dan wordt er meteen breed op ingehakt. Bij de Noord-Zuidlijn is bijvoorbeeld elke overschrijding meganieuws. Huizen die verzakken bij de Vijzelstraat, tja, dat is heel lullig, slecht management, ze hebben niet gezien dat ze geknoeid hebben met bewapening en beton, maar om hele boel driekwart jaar stil te leggen is bij dat enorme project niet realistisch. Je moet het oplossen en dat kost geld, maar zo lang stilleggen is natuurlijk onzin.’
Zijn burgers ook veranderd?
Luud: ‘Mensen zijn veel meer betrokken. Als er wat gebeurt, is er binnen vijf seconden één of ander comité en die weten hun weg naar de politiek wel te vinden. Politici zijn daar ook vreselijk gevoelig voor. Vroeger was dat allemaal anders. Toen gingen mensen vaak meteen de barricaden op, soms zelfs met geweld. Nu wordt er veel eerder overleg gevoerd, politici hebben van die periode geleerd dat ze beter kunnen praten met burgers dan ze (te lang) negeren.’
Wat is jullie ambitie?
Robin: ‘Ik hoop ooit de Tweede Kamer in te kunnen.’
Luud: ‘Zie je politiek als een vak?’
Robin: ‘Nee, ik zie mij geen carrière maken in de politiek. Het is gewoon een ambitie voor over wellicht wel tientallen jaren.’
Luud: ‘Ik heb nooit de Kamer in gewild. Ik voel me meer met de stad verbonden. En ik vind echt dat je politiek niet lang zou moeten doen. Acht jaar is een mooie tijd. Daarna moet je weer iets anders gaan doen.’