Botsende belangen, of toch niet
De ene moet haar functie als hoofd van de afdeling Economische Zaken van de gemeente Enschede opgeven omdat ze fractievoorzitter is geworden van de PvdA in de gemeente Hengelo. De andere mocht geen wethouder worden van de gemeente Ermelo. Reden: het bedrijf van haar echtgenoot moet voor de uitvoering van opdrachten van derden vergunningen aanvragen bij die gemeente. In beide gevallen was er geen reden te twijfelen aan de integriteit. Maar…zullen ze misschien, ergens in de toekomst, toch…? ‘Het is best moeilijk om dit af te sluiten.’
Ellen Prent kwam in 2006 voor de PvdA in de gemeenteraad van Hengelo. Omdat ze werkt voor de buurgemeente Enschede - ze is daar hoofd van de afdeling Economische Zaken - spreekt ze met haar fractiegenoten en met haar directeur af dat ze geen woordvoerder zal zijn als het om dossiers gaat die zowel de gemeente Hengelo als de gemeente Enschede betreffen. Een voorbeeld daarvan is het vliegveld in Enschede. De gemeente Enschede wil een doorstart van Enschede Airport Twente, de PvdA in Hengelo is tegen. ‘Ik heb over dit onderwerp dus niet het woord gevoerd en heb me ook onttrokken aan de stemming hierover.’
Volgens Prent was dit een werkbare situatie. ‘Ik had op dezelfde manier door kunnen gaan, ook als fractievoorzitter.’ Maar haar baas dacht daar anders over. Leo van der Ree, directeur van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer in Enschede waaronder de afdeling Economische Zaken valt, meende dat Prent als fractievoorzitter van de PvdA in Hengelo én als hoofd Economische Zaken in Enschede te maken kan krijgen met tegenstrijdige belangen. Die situatie wil hij voorkomen door een andere functie voor haar te zoeken. Prent: ‘Ik begrijp zijn standpunt wel. Drie weken voor de raadsverkiezingen hebben we hierover al gesproken. Dus toen ik werd gekozen als fractievoorzitter kwam het voor mij niet als een verrassing toen me werd verteld dat ik een andere functie zou krijgen. Ik zie de spanning ook wel, met name als het gaat over de luchthaven Twente, maar in mijn optiek hadden we ook duidelijke afspraken kunnen maken. Namelijk dat ik niet het woord zou voeren over onderwerpen die ook de gemeente Enschede betreffen. Dat is vier jaar lang goed gegaan en dat had ook gekund nu ik fractievoorzitter ben.’ Van der Ree dacht daar dus anders over. Hij vindt dat je als fractievoorzitter overal verantwoordelijk voor bent. ‘Nee, ik ben hierover niet met hem in discussie gegaan. Zoals gezegd, ik begrijp hem wel.’
TC Tubantia kopte over deze kwestie Werkverbod voor raadslid. Ziet Prent het ook als een werkverbod? ‘Nee hoor, dat is niet aan de orde. Ik zit nog steeds op mijn plek. We zoeken nu rustig naar een andere functie. En de afspraken van de afgelopen raadsperiode gelden nog steeds. Dat betekent dus dat het woordvoerderschap over onderwerpen die ook over Enschede gaan bij iemand anders in de fractie ligt. Maar het is natuurlijk wel zo dat het op deze manier wel erg lastig wordt om nog maatschappelijke functies te vervullen.’
Prent had ook kunnen afzien van het fractievoorzitterschap om al het gedoe dat nu is ontstaan te voorkomen. ‘Nee, dat was voor mij geen optie. Ik vind het raadswerk fantastisch en ik vind mijn nieuwe functie als fractievoorzitter fantastisch. Maar ik denk wel dat velen een andere keuze hadden gemaakt.’
De opstelling van Prents directeur, Leo van der Ree, is wellicht begrijpelijk maar neigt ook naar willekeur. Want regels aangaande deze kwestie zijn er niet. Was iemand anders dan Van der Ree haar directeur geweest, dan was er misschien een andere beslissing genomen. En wat als Prent niet in de raad van Hengelo, maar van – pak weg – Oldenzaal had gezeten? Is het daarom niet handig als het ministerie van Binnenlandse Zaken regels gaat opstellen voor dit soort gevallen? Prent: ‘In grote lijnen denk ik dat regels stellen ver gaat, maar richtlijnen of criteria om te bepalen of er sprake is van belangenverstrengeling of onoverbrugbare tegenstrijdige belangen lijken mij goed.’
Eigen bedrijf
Aline Verhoef-Franken kwam in 2002 namens Progressief Ermelo in de raad en werd vier jaar later fractievoorzitter. Bij de laatste raadsverkiezingen was ze lijsttrekker en kandidaat-wethouder namens haar partij. Dat werd begin januari ook nadrukkelijk openbaar gemaakt. Tot zover niks aan de hand. ‘Het bleef stil in januari.’ Na de raadsverkiezingen van begin maart tekende zich een college af van CDA, Progressief Ermelo, ChristenUnie en VVD. Het CDA, de grootste fractie, vroeg wie namens Progressief Ermelo de wethouderskandidaat was. ‘Ik zei: ik.’ En toen begon het gedonder.
Verhoef: ‘In de vorige raadsperiode is mijn echtgenoot een eigen bedrijf begonnen, een bouwkundig adviesbureau. Omdat hij voor zijn werk in de gemeente Ermelo overleg heeft met de gemeente over bestemmingsplannen en voor opdrachtgevers vergunningen aanvraagt, heb ik dit in een fractievoorzittersoverleg aan de orde gesteld. Ik heb in dat overleg gezegd hoe wij thuis mijn raadswerk en zijn werk scheiden en de vraag gesteld: zien jullie botsende belangen? “Nee”, werd gezegd, “goed dat je het aan de orde hebt gesteld, maar we zien geen problemen, je zit er integer in”. Dus dat het ineens tijdens de collegeonderhandelingen wel als een probleem werd gezien, was voor mij een verrassing.’
Niet alleen het CDA, ook de andere partijen hadden vraagtekens bij de kandidatuur van Verhoef. Natuurlijk, niemand twijfelde aan haar integriteit, niemand had ook maar het geringste vermoeden dat zij als wethouder het bedrijf van haar man zou bevoordelen, maar de schijn zou misschien kunnen ontstaan. ‘Ik wist wat ik moest doen: me terugtrekken. Dat is het moeilijke met integriteitsvraagstukken; je kunt nog zó integer zijn, maar als er een schijn ontstaat ben je eigenlijk al verloren.’
Verhoef is niet over een nacht ijs gegaan toen ze besloot zich te kandideren als wethouder. ‘Ik heb die afweging niet lichtzinnig gemaakt.’ Ze heeft er uitgebreid met haar echtgenoot over gesproken. Afspraken gemaakt over gescheiden mailverkeer. Geen post laten slingeren in huis. Dat soort dingen. Zelfs over de beperkingen in het werk van haar echtgenoot: zo lang zij wethouder zou zijn, zou hij geen opdrachten van de gemeente Ermelo aannemen. En ze heeft er uiteraard over gesproken met haar partij. ‘Ik vond zelf dat het kon. Ik had goede afspraken gemaakt. Maar als anderen zorgen hebben… Nee, ik had dit niet verwacht.’
Verhoef wist dus wat haar te doen stond toen de integriteitskwestie aan de orde werd gesteld. ‘Ik heb natuurlijk wel eerst met een aantal mensen gesproken, maar ik wist voor mezelf al dat ik me terug moest trekken als kandidaat-wethouder. Wij wilden als Progessief Ermelo graag deel uitmaken van het college. Dan kun je voor de achterban veel meer betekenen dan als oppositiepartij. Ik vond dat de coalitieonderhandelingen niet gestoord mochten worden door twijfels aan mijn persoon.’
Je kunt nog zo eerlijk en oprecht zijn, maar als anderen daar vraagtekens bij plaatsen moet dat een enorme impact hebben. ‘Je kunt honderd procent integer zijn maar als er maar iemand is die dat betwijfelt, heb je een probleem. Dan is het al gauw: waar rook is, is vuur. En daar kun je je niet tegen verdedigen. Enerzijds ben ik er nuchter in. Ik ben heel blij dat de fractie mij weer als fractievoorzitter heeft gekozen. Dus ik kan verder. Maar anderzijds is het best moeilijk om dit af te sluiten.’
Voortouw nemen
Leo Huberts, hoogleraar bestuurskunde aan de VU Amsterdam, reageert voorzichtig op beide situaties. ‘We zijn terughoudend om als onderzoekers te reageren op individuele gevallen die we niet zelf onderzochten. Wel laat onderzoek zien dat het om een belangrijk thema gaat. Integer besturen vereist dat belangenverstrengeling wordt tegengegaan. Soms ligt dat gemakkelijk. Een ambtenaar kan niet tegelijk wethouder zijn in dezelfde gemeente. Een wethouder voor sport kan niet ook voorzitter zijn van de lokale voetbalvereniging, een wethouder openbare werken kan geen positie bekleden in een bedrijf dat zaken doet of wil doen met de gemeente. Tegelijk is duidelijk dat er een grijs gebied bestaat. Wat te doen met de wethouder waarvan de partner, of broer, of neef, of achterneef, of buurman topambtenaar is in de gemeente? Wat te doen met de wethouder sport waarvan een zoon speelt in het eerste elftal van de voetbalvereniging? Wat te doen met de wethouder of fractievoorzitter waarvan de partner of een familielid een bedrijf heeft dat zaken doet met de gemeente? Gemakkelijke antwoorden bestaan niet. Het hangt af van de aard van de belangen en de wijze waarop iemand in zijn of haar publieke functie voldoende afstand weet te houden om zelfs de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Vindt Enschede de schijn van belangenvermenging problematisch voor een fractievoorzitter in een naburige gemeente, vindt de raad van Ermelo het oprecht - en dus niet partijpolitiek - een probleem dat de wethouder erg nabij een bedrijf staat dat zaken doet met de gemeente, dan is het mijns inziens voor alle partijen verstandig om daar open over te zijn en op zeker te spelen.’
Partner, broer, neef, achterneef, buurman… Met die opsomming geeft Huberts al aan dat het moeilijk is criteria voor dit soort zaken op te stellen. Toch zou hij het een goede zaak vinden als het ministerie van Binnenlandse Zaken en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten het voortouw nemen om tot meer duidelijkheid te komen over belangenverstrengeling en integriteit. ‘Meer inzicht en openheid is gewenst. Misschien ook meer regels, maar laten we met dat laatste oppassen voor schijnzekerheid. Er doen zich altijd weer gevallen voor die net iets anders zijn. Het gaat hier vooral ook om het morele bewustzijn, om het koesteren en toepassen van morele waarden voor politiek en bestuur.’