Job Cohen: Burgers er écht bij betrekken
Job Cohen is de rust zelve op een hectisch partijkantoor, daags na het congres. Een half uurtje heeft hij voor Lokaal Bestuur, langer liet zijn overvolle agenda niet toe. Helaas, want juist als het gaat over de vraag hoe je het vertrouwen in het openbaar bestuur bij burgers herstelt, ziet Cohen voor lokale politici een sleutelrol.
Eerst even terugblikken op het congres, hoe vond u het? Het was een mooi congres, met een hele warme sfeer. Ik vond bijzonder om te merken dat mijn positie echt omarmd werd. Ook de wijze waarop Wouter uitgeleide gedaan werd, vond ik heel mooi. Mensen lieten hun waardering niet alleen merken tijdens zijn toespraak, maar gedurende het hele congres. Mooi en bijzonder.
En nu bent u dus de officiële lijsttrekker. Het Parool heeft een rubriek ‘De strijd om het
premierschap: Cohen-Wilders’. Is dat waar het om gaat? Nee, dat vind ik niet. Het gaat om de toekomst van Nederland, om wat we daarmee gaan doen. Het is een spannende tijd, waarin we voor nogal wat staan: de gevolgen van de economische crisis, de vergrijzing, duurzaamheidvraagstukken, het afgenomen vertrouwen in de democratie. Er zitten forse bezuinigingen aan te komen. Dat gaat iedereen merken, maar het gaat erom dat we keuzes maken waarbij de sterkste schouders ook de zwaarste lasten te dragen krijgen.
Ook op lokaal niveau moeten we werken aan die betere toekomst. Maar wel met minder mensen, want de PvdA heeft veel zetels verloren bij de gemeenteraadsverkiezingen op 3 maart.
Dat klopt en hoe groot dat verlies is, wordt nu duidelijk bij het vormen van colleges. We hebben ook veel wethouders, dus veel invloed, verloren. Als ik dichtbij huis kijk, in Amsterdam, daar had de PvdA twintig van de vijfenveertig zetels. In de peilingen stonden we op tien zetels, dus toen we er uiteindelijk vijftien kregen, werd er zelfs een zucht van verlichting geslaakt. Maar daarna begint wel door te dringen hoeveel invloed je kwijt bent. In sommige gemeenten zit de PvdA in de oppositie. Dat is op zich niet erg, als je dat goed doet, word je daar sterker van. We willen staan voor een sociaal en veilig beleid en zeker in de komende tijd, waarin we moeten bezuinigen, moet je keuzes maken. Heldere keuzes waarvoor je je dan ook echt hard moet maken. We moeten goed nadenken over onze prioriteiten. Op elk niveau, dus zowel landelijk, provinciaal als lokaal, begint het met de vraag: ‘Waartoe zijn wij op aarde als PvdA?’ Vervolgens moet dit, op die niveaus, vertaald worden in concreet beleid.
Op lokaal niveau moeten we dat helaas doen met minder raadsleden. Hoe houd je de mensen van wie we afscheid moesten nemen toch betrokken?
Ja, belangrijk. Het gaat om mensen die veel ervaring hebben in die lokale gemeenschap en het is zonde om dat verloren te laten gaan. Juist bij het vertalen van de grote thema’s naar lokaal beleid is deze inbreng van groot belang. Deze mensen weten wat er onder de bevolking speelt, kennen personen, kennen organisaties, kunnen verbinden. Vraag ze er dus bij, bij het maken van die vertaalslag en het leggen van verbindingen.
Er is een enorme versplintering in de nieuwe gemeenteraden. Biedt een kiesdrempel hier uitkomst?
Ik zou daar niet voor zijn. Ik zou het jammer vinden als daardoor sommige stromingen niet meer in de raad vertegenwoordigd zouden zijn. Want die stromingen zíjn er wel. Je moet als PvdA gewoon een goed programma hebben waarmee je mensen overtuigt en zo de versplintering tegen gaat. Dat heb ik liever dan dat we op een kunstmatige manier stromingen beletten om deel te nemen.
Partijgenoten verlaten steeds vaker de fractie om op persoonlijke titel verder te gaan. Wat moet ons antwoord daarop zijn? Ik weet eigenlijk niet of dat nu vaker gebeurt dan vroeger. Maar ik vind dat het gewoon niet kan, op persoonlijke titel verder. Tenslotte ben je op het ticket van die partij gekozen.
U ziet een grote rol voor lokale overheden om het vertrouwen van de burgers in het openbaar bestuur te herstellen. Zijn gemeenten daar klaar voor? Ik vind het goed dat bevoegdheden zo dicht mogelijk bij de burger komen te liggen, dus op lokaal niveau. Met de Wet werk en bijstand (WWB) hebben we gezien dat dit werkt. Daar gaat het erom dat er zoveel mogelijk mensen naar werk gaan en zo min mogelijk naar de bijstand. Er zijn echt successen geboekt. Met de Wet maatschappelijke ondersteuning, de WMO, doen we het ook, de zaken zo dicht mogelijk bij huis regelen. Dat moet ook gaan gelden voor onderdelen van de AWBZ (bijzondere ziektekosten), de Wajong (jongere gehandicapten) en de WSW (sociale werkvoorziening). Veel mensen zitten op afstand van de arbeidsmarkt, daar kunnen gemeenten ze weer actief bij betrekken.
Maar kunnen gemeenten die extra taken aan?
Daarom moet je goed naar omvang kijken. In het verkiezingsprogramma onderscheiden we centrumgemeenten en regiogemeenten. Centrumgemeenten kunnen de taken zeker aan, veel regiogemeenten ook. In andere gevallen moet toch gekeken worden naar opschaling.
Waar liggen voor de lokale afdeling en fractie de uitdaging in de komende vier jaar? Die liggen op het gebied van sociaal beleid en veiligheid, zéker in tijden van krimp. We móeten keuzes maken. Op het gebied van veiligheid ligt onze focus op de combinatie van preventie en repressie. Kinderen moeten naar school, mensen moeten de weg naar werk vinden. En dat kan ook een periode vrijwilligerswerk zijn, maar zorg dat mensen iets te dóen hebben. Daarnaast moet je ook echt repressief zijn. Dat is niet alleen een taak van de politie. Preventief fouilleren, cameratoezicht, toezicht, het is allemaal nodig.
Er ligt toch ook nog een uitdaging op het gebied van wonen, de woningcorporaties. Dat klopt. Gemeenten moeten coalities sluiten met woningcorporaties. Daarin ligt ook een groot eigenbelang voor de woningcorporaties. Je ziet ook dat zij graag meewerken, daar heeft het beleid van Vogelaar en Van der Laan echt vruchten afgeworpen.
Bent u ook echt bereid de stap naar decentralisatie te zetten, dus gemeenten een ruimer belastinggebied en meer beleidsmatige autonomie te geven?
Ik ben er voorstander van dat besluiten zo dicht mogelijk bij de burger genomen worden. Op welke gebieden die decentralisatie precies vorm moet krijgen, dat moet nog uitgewerkt worden. Ik vind het nog wat vroeg voor concrete voorbeelden. Wat wel van belang is, is dat we dus naar de omvang van gemeenten kijken. Dat blijft een randvoorwaarde voor goede decentralisatie.
Hoe gaat u ervoor zorgen dat gemeenten, provincies en rijk een gezamenlijke opgave klaren in plaats van elkaar op geld en verantwoordelijkheden te bevechten zoals nu soms in ruimtelijke projecten gebeurt? Het is goed om, ter voorkoming van bestuurlijke drukte, te kijken wie nou precies wat doet. We willen niet voor niets dat provincies een gesloten huishouding krijgen en ruimtelijke ordening juist bij hen leggen. Daarin past ook dat je goed gaat kijken hoe je dat nu precies doet met de waterschappen. Wanneer waterschappen uitvoeringsorganen zouden worden van de provincies, moet je ook de samenhang tussen waterschappen en gemeenten bekijken. Het moet allemaal zorgvuldig gebeuren, maar we moeten onder ogen zien dat het efficiënter kan en ook moet: er moet echt ingedikt worden op het aantal bestuurslagen. Het wordt er ook helderder op voor burgers. Waterschapsverkiezingen bijvoorbeeld kunnen zich niet echt in populariteit verheugen…
Vindt u dat burgers meer inspraak zouden moeten hebben in hun bestuur?
Ja, dat vind ik. Nu gaan mensen eens in de vier jaar naar de stembus en er zijn natuurlijk ook allerlei inspraakmogelijkheden, maar zijn dát nu de vormen van inspraak die je ook wilt? Het gaat erom burgers er écht bij te betrekken. Ik vind het zelf een mooie vorm wanneer je burgers bij het proces betrekt voordat je met een voorstel komt, zodat ze dán al invloed hebben. Ook kun je, bijvoorbeeld bij de WMO, de klagers er juist uithalen en hen activeren om mee te denken over hoe het dan wél zou moeten. Burgerinitiatieven kunnen ook interessant zijn. En let eens op bij het afscheid van raadsleden, wat zij vaak niet aan initiatieven met burgers hebben genomen waaruit mooie, concrete zaken ontstaan zijn.
Tot slot, over een jaar zijn er Statenverkiezingen. Wat zouden volgens u de speerpunten voor die verkiezingen moeten zijn? Ik zou zeggen: maak in ieder geval mooie plannen op het terrein van de kerntaken van de provincie, dus sowieso op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu. Ik denk dat het goed is om in de programma’s kiezers duidelijk te maken wat de waarde van de provincie voor hen is, want dat is altijd een lastig punt. Een enthousiasmerende boodschap, dat moet het worden. En ik denk dat het Centrum voor Lokaal Bestuur daarbij goede diensten kan bewijzen.