Zoeken

Publicaties

De burgemeester: sheriff of burgervader?

Koffie of thee mag je niet mee naar binnen nemen in de Rotterdamse raadzaal. Maar je hoeft er ook niet op een droogje te zitten. Wie het woord voert, krijgt namelijk prompt een glaasje water aangereikt door de bode. Zo ging het ook tijdens de PvdA-burgemeestersdag op 9 april, waar het thema ‘De burgemeester als sheriff of burgervader’ centraal stond. Al snel was het water niet aan te slepen.

‘U weet het, ’t gaat er in deze raadzaal nog wel eens heftig aan toe. Maar toch is de publieke tribune maar zelden goed gevuld,’ constateerde gastheer Ahmed Aboutaleb met een beetje spijt in zijn stem tijdens zijn welkomstpraatje tot de 35 PvdA-burgemeesters. Nee, een nieuw college was er nog niet in Rotterdam ten tijde van deze bijeenkomst. Hans Smits, directeur van het Havenbedrijf Rotterdam, was nog maar net begonnen als informateur, nadat Pieter Winsemius de eerste verkenningen had uitgevoerd. Aboutaleb wordt als burgemeester van Rotterdam overigens meer betrokken bij het verloop van de collegeonderhandelingen dan veel van zijn collega’s. Hij vertelde dat hij al twee keer intensieve gesprekken heeft gevoerd met alle fracties. Maar verder is het ook voor hem afwachten wie hij straks aan de collegetafel treft.

Actualiteit

Uiteraard spraken de verzamelde burgemeesters allereerst kort over de politieke actualiteit na de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart. Uit cijfers van het CLB (elders in dit nummer terug te vinden) blijkt dat de PvdA nog steeds in driekwart van de colleges vertegenwoordigd is, maar dat het aantal PvdA-wethouders wel fors is gedaald. Tegelijkertijd krijgen ook de burgemeesters te maken met de gevolgen van de politieke versnippering en de groei van de lokale partijen. Partijvoorzitter Lilianne Ploumen, ook aanwezig op de burgemeestersdag, zei dat het hierdoor moeilijk wordt om in de gemeenteraden consistent politiek te bedrijven. CLB-voorzitter Leen Verbeek zag nog een andere donkere wolk: in het zicht van de verkiezingen stappen er nogal veel PvdA’ers over naar een andere partij, of beginnen een eigen lijst. Hij noemde dit verschijnsel ‘onrustbarend’. ‘Ze maken die overstap soms ook om hun eigen loopbaan te continueren.’ Het gaat vaak om figuren die een lage plek op de kandidatenlijst kregen en uit vrees dat ze daardoor niet meer zullen terugkeren dan maar voor zichzelf beginnen. Verbeek vindt overigens dat ‘gemeenten die voor versnippering kiezen, zelf ook maar op de blaren moeten zitten.’

Arrogantie

De terugval van de PvdA heeft volgens enkele burgemeesters te maken met het beeld van de arrogante PvdA-bestuurder. ‘In 2006 werd de PvdA in mijn gemeente de grootste en daar zag je de arrogantie opkomen’, aldus een burgemeester. ‘De enige fractie waar ik de afgelopen jaren problemen mee had, was die van de PvdA. Ik ben blij dat er door het verlies nu weer wat nederigheid terugkomt.’ Hij kreeg bijval van een collega, die stelde dat ‘de omgangsvormen en uitstraling van PvdA-bestuurders soms zó onder de maat zijn, dat mensen niet op ons willen stemmen.’
Aan Lilianne Ploumen werd de vraag gesteld waarom het niet is toegestaan dat een wethouder van een lokale partij PvdA-lid is als in dezelfde gemeente ook de PvdA in de gemeenteraad vertegenwoordigd is. Ploumen: ‘Dat is een beetje overspel. Ik vind dat je in een vertegenwoordigende functie hom of kuit moet geven.’


Hoofdthema

Nadat Hanneke Klunder een korte presentatie had verzorgd over het zogeheten Veiligheidshuis in Rotterdam, een ketensamenwerking die erop is gericht de stad veiliger te maken, kwam het hoofdthema van de burgemeestersdag aan de orde: is de burgemeester nu vooral sheriff oftewel handhaver, of moet ie juist als burgervader/moeder optreden?
Oud-minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst was er duidelijk over: ‘Je moet niet kiezen tussen die twee rollen, je moet het allebei zijn. Als er een crisis is of er een ramp gebeurt, moet je soms sheriff zijn. Maar je bent ook in die situaties net zo goed burgervader. Een burgemeester heeft trouwens ook nog andere rollen te spelen: hij/zij moet ook manager en communicator zijn.’
Dat de burgemeesters de afgelopen jaren meer bevoegdheden zouden hebben gekregen is volgens Ter Horst onjuist. ‘Eigenlijk is alleen de uithuisplaatsing erbij gekomen, en dat is trouwens goed. De burgemeester hééft al veel bevoegdheden, er is niet veel concreets bijgekomen.’ Wat Ter Horst betreft gaat alleen de burgemeester over veiligheid, niet de wethouder. ‘Wel moet de burgemeester er rekening mee houden, dat er wethouders zijn die zich bezighouden met aspecten van het veiligheidsbeleid, zoals het Veiligheidshuis.’

Herder, hoeder, handhaver

Henny Sackers, hoogleraar bestuurlijk sanctierecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, houdt zich al geruime tijd bezig met het onderwerp van deze burgemeestersdag. Hij hield er begin dit jaar zijn oratie over onder de titel ‘Herder, hoeder, handhaver’. Volgens hem wordt de burgemeester langzamerhand steeds meer een handhaver. ‘Er is niks mis met de handhavende burgemeester. Maar ik constateer dat er wél steeds meer bevoegdheden zijn bijgekomen.’ Als voorbeelden noemde hij cameraplaatsing, preventief fouilleren en sluiting van overlastpanden. ‘Gebiedsontzegging is op zich niet nieuw, maar er wordt wel steeds vaker gebruik van gemaakt. En er komen nog allerlei nieuwe dingen aan. Straks kan de burgemeester hooligans 12 maanden de toegang ontzeggen, hij wordt handhaver in de horeca en krijgt ook bevoegdheden in het jeugdrecht.’ Sackers vindt het belangrijk dat burgemeesters de goede bevoegdheden krijgen, zodat ze straks niet ‘nat gaan’ bij de Europese rechter. ‘In België is er al geen straatverbod meer mogelijk omdat dat in strijd met de Europese regels is verklaard.’

Afbreukrisico

Sackers wees ook op het afbreukrisico voor handhavende burgemeesters. ‘De burgemeester is een ambtsdrager die zijn gemeenteraad altijd nabij weet, en je kunt ook spanningen in het college krijgen.’ De conclusie van Sackers: ‘Er is niks mis met de handhavende burgemeester, maar breidt het niet te veel uit. Burgemeesters zijn toch vooral herder en hoeder. Het is prima dat de burgemeester een gereedschapskist met handhavingsinstrumenten heeft, maar sommige van die instrumenten zijn in feite sancties en daar kunt u bij de Europese rechter mee in de problemen komen.’

Populisme

Een ander punt van discussie was of burgemeesters niet in de verleiding zullen komen om stoer op te treden. Daar word je immers populair van. Bij een rechtstreeks gekozen burgemeester (‘een populist op de zeepkist’) komt dat schrikbeeld nóg dichterbij. Volgens Sackers zijn er echter (blijkens onderzoek van de Erasmusuniversiteit) geen aanwijzingen, dat burgers trots zijn op ferm handhavende burgemeesters. Ter Horst: ‘Een burgemeester treft maatregelen omdat het móet, niet om populair te worden. Je moet er wel voor oppassen dat er geen bevoegdheden bij burgemeesters terechtkomen omdat ánderen het laten afweten.’
De oud-minister bestreed ook dat Den Haag zelf voortdurend maatregelen zit te bedenken om de bevoegdheden van de burgemeester uit te breiden. ‘Alles wat is bedacht, is op verzoek van de gemeenten zelf gebeurd. En je hóeft niet alle bevoegdheden te gebruiken. Als burgemeester moet je wel ballen hebben, om het seksistisch te zeggen. Je moet durven optreden in moeilijke situaties. Burgemeesters moeten mensen zijn die niet wegkijken. Veel mensen weten dat er niet wordt ingegrepen terwijl er wel van alles gebeurt. Dat is desastreus voor het openbaar bestuur.’

Veiligheidsplan

Tweede Kamerlid Pierre Heijnen wees erop dat veiligheid de afgelopen decennia een steeds belangrijker thema is geworden. ‘Dat is geen Haagse ambitie geweest, maar een maatschappelijke ontwikkeling.’ De verwachtingen ten aanzien van de burgemeester nemen alsmaar toe. ‘Ik vind dat we het fenomeen dat de overheid altijd verantwoordelijkheid is moeten relativeren. Als een kind verdrinkt omdat er bij een sloot geen hekje is geplaatst, moet je je afvragen of de overheid wel de verantwoordelijke is. Je kunt ook zeggen dat ouders hun kinderen beter in de gaten moeten houden en in ieder geval moeten leren zwemmen.’
Heijnen wees nog op het PvdA-verkiezingsprogramma, waarin wordt gesteld dat alle gemeenten een veiligheidsplan moeten hebben. Verschillende burgemeesters vonden dat zoiets te ver gaat. ‘Den Haag moet zich daar niet mee bemoeien, dat is een zaak van de gemeenten zelf.’ Heijnen: ‘Zie het veiligheidsplan als een instrument dat je kunt gebruiken om geld te claimen in de gemeenteraad.’

Niet schieten

De burgemeesters konden het niet eens worden over de vraag of er voldoende handhavingsinstrumenten zijn. Volgens de één moeten er nog meer bijkomen, volgens de ander zijn het er voldoende en moeten ze alleen beter worden benut. Er waren uitspraken te beluisteren als: ‘De samenleving wil dat je als burgemeester soms niet alleen blaft, maar ook bijt’ en ‘Als burgemeester moet je je “kinderen” soms een draai om hun oren geven.’ Maar er was ook een burgemeester die vond dat ‘je iemand moet zijn die rust brengt, die verstandig opereert, niet een sheriff die gaat schieten.’ Guusje ter Horst: ‘Maar wat doet u dan bij problemen in uw gemeente? Je kunt dan toch niet wegkijken?’ Het antwoord: ‘Als wij bijvoorbeeld problemen hebben met drinkende jongeren, sluiten wij niet meteen de drankketen, maar we bezoeken ze. We proberen zo lang mogelijk in gesprek te blijven. Ik pleit toch echt voor het gebruiken van het gezonde verstand.’ Leen Verbeek sloot de discussie af met de opmerking ‘dat je elke keer weer moet kiezen welk gereedschap je als burgemeester uit je kist haalt. Dat hangt ook af van de vraag in wat voor gemeente je zit.’

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 34 nr. 5
mei 2010

Auteur
Jan de Roos