Zoeken

Publicaties

Kiesdrempel maakt gemeenteraad sterker

De politieke versplintering is bij de raadsverkiezingen van 3 maart verder toegenomen. In sommige gemeenten zijn er meer dan 10 fracties, die allemaal hun zegje willen doen. Dat komt de kwaliteit van het raadswerk niet ten goede, vindt Simon van de Pol. Hij pleit daarom voor een kiesdrempel.

De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen zakte van gemiddeld 58% in 2006 naar 54% nu. De afstand tussen burger en lokale overheid is klein, maar kennelijk vindt de helft van de kiezers het niet nodig om te stemmen.
In de verkiezingscampagne hoorde ik met regelmaat dat raadsleden elkaar alleen maar vliegen afvangen. Een kwalificatie van de straat, maar toch…Feit is dat de samenstelling van veel gemeenteraden sterk verbrokkeld is. Dikwijls meer dan 10 fracties die allemaal hun zegje willen doen en dus in herhaling vervallen of gaan kiften op anderen. Burgers geloven het allemaal wel, en ook de plaatselijke journalist laat de woordenbrij voor wat het is. Van de weeromstuit gaan de fracties nog harder roepen en heerst vooral de onderlinge onmacht om uit die cirkel te komen.
De Kiesraad heeft de officiële uitslag nog niet op de site staan maar de bijlage van Trouw van 4 maart met uitslagen (er ontbraken daarin ongeveer 50 gemeenten) laat de grote verdeeldheid in de samenstelling van gemeenteraden zien. Ga je er op studeren, dan zie je dat er ongeveer 400 fracties zijn met slechts één raadslid. In diverse gemeenten zijn er bovendien meerdere éénpitters. In dit beeld uit Trouw is Zaanstad koploper met 13 fracties op een raad van 39, waarbij de PvdA en de VVD samen 15 zetels bezetten en dus de overige 24 zetels verdeeld zijn over 11 fracties.
Dit beeld is niet nieuw. Ook in de vorige raadsperiode was die versnippering er. Veel fracties in een raad dragen eraan bij dat men elkaar opjuint om maar te bewijzen dat je niet voor niks in de raad zit. Misschien wel een hoofdreden dat in de periode 2006 - 2010 ruim een derde van het aantal wethouders gewisseld werd.

Restzetels

Onder Paars I, dus alweer ruim 15 jaar geleden, is de Kieswet veranderd om de kloof tussen kiezer en gekozene kleiner te maken. Zo werd in 1997 de grens om met voorkeurstemmen te worden gekozen van 50% verlaagd naar 25% van de kiesdeler.
In Duitsland bestaat een kiesdrempel van 5%. In Nederland moet je voor de Tweede Kamer de volle kiesdeler halen voor een zetel. Bij gemeenteraden met minder dan 19 zetels (dus tot 24.000 inwoners) worden de restzetels verdeeld op basis van het grootste overschot. Zonder kiesdrempel heb je dan al heel snel een zetel en dus bestaat er voor kleine raden een kiesdrempel van 75% van de kiesdeler. Bij raden van meer dan 19 leden worden de restzetels verdeeld door de grootste lijstkiesdeler te berekenen. De Kieswet hanteert geen kiesdrempel: een lijst doet mee met de verdeling van restzetels ook als de volle kiesdeler niet wordt gehaald.

Kiesdrempel

Mijn pleidooi is nu om de Kieswet zodanig te wijzigen dat er een rem komt op de versnippering binnen gemeenteraden. Voer als kiesdrempel in de Kieswet in dat een lijst in ieder geval de volle kiesdeler moet halen alvorens mee te doen met de verdeling van restzetels. Beter is nog om een kiesdrempel te hanteren van twee maal de kiesdeler. Bij gemeenteraden met 39 zetels is dat dus 5%. Bij de start van de gemeenteraad bestaan dan geen éénpersoonsfracties meer. Gedurende de zittingsperiode zullen er waarschijnlijk wel afsplitsingen zijn en dat zij dan zo. Bij een raad van minder dan 19 zetels volstaat mogelijk een kiesdrempel die van 75% wordt opgehoogd tot de volle kiesdrempel.

Voorkeurstemmen

De verlaging in 1997 van de grens om met voorkeurstemmen gekozen te worden van 50 naar 25% draagt in de praktijk eerder bij tot onevenwichtigheid in een fractie dan tot het verkleinen van de kloof tussen kiezer en gekozene. Partijen stellen hun lijst zorgvuldig samen met aandacht voor kwaliteit, sekse, etniciteit, leeftijd, enzovoorts. Het afdelingsbestuur of een onafhankelijke commissie stelt de lijst samen en de ledenvergadering stelt de lijst, soms na een emotionele vergadering, vast. Met een voorkeursdrempel van 25% van de kiesdeler heb je in een gemeente als Ede (een 100.000+ gemeente met 39 raadsleden) met een opkomst van 60% slechts 315 stemmen nodig om met voorkeur, dus met doorbreking van de lijst, gekozen te worden.
Met voorkeurstemmen gekozen worden moet wel een mogelijkheid blijven. Als er in de opstelling van de lijst in de ogen van de kiezer echt iets fout is gegaan dan is die correctie belangrijk, maar het moet dan ook wel ergens om gaan. Met het terugbrengen van de grens naar 50% van de kiesdeler is er weer meer evenwicht tussen de interne partijdemocratie (het opstellen van de lijst door de partijleden) en de spanning uit de Kieswet dat gekozenen weliswaar op een lijst van een politieke partij staan maar overigens zonder last of ruggespraak door de kiezer zijn gekozen.
Een mooie taak voor de nieuwe fractie van de PvdA in de Tweede Kamer. Een minder sterk verdeelde gemeenteraad bevordert discussie op inhoud en zal daarmee de positie van de gemeenteraad sterker maken.

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 34 nr. 5
mei 2010

Auteur
Simon van de Pol