Zoeken

Publicaties

Raadsverkiezingen 2010: tweede orde pur sang

De kiezer heeft gekozen, de stofwolken zijn opgetrokken. We kunnen het speelveld weer overzien. De gevolgen zijn aanzienlijk. In totaal zijn we 674 zetels kwijt. In een aantal gemeenten zijn we de grootste partij gebleven. Van veel raadsleden moeten we afscheid nemen, veel aspirant-raadsleden hebben geen plek in de nieuwe raden verworven. Verlies en verdriet, maar ook vertrouwen en hoop. Vreemd, maar waar.

Gemeenteraadsverkiezingen worden net als verkiezingen voor provinciale staten en waterschappen gezien als tweede ordeverkiezingen. Verkiezingen waar niet gestemd wordt om de samenstelling van die bestuurlijke laag mee te bepalen, maar om een signaal af te geven hoe de kiezer de nationale regering van dat moment ervaart. In 2006 was dit één van de verklaringen voor het geweldige succes wat we toen als PvdA hebben behaald, namelijk de stem tegen het beleid van Balkenende. De andere belangrijke succesfactor was de stem van de allochtone kiezer die massaal voor ons, de PvdA, koos. Dit resulteerde in de monsterzege van de PvdA op lokaal niveau. Deze monsterzege vertaalde zich in ongeveer 2000 raadsleden en dik 400 wethouders die de PvdA op lokaal niveau vertegenwoordigden.
Maar na het succes kwam al snel de kentering. Het debacle van de Tweede Kamerverkiezingen van november 2006 staat ons ook nog helder voor de geest en heeft geleid tot vele bespiegelingen, in- en extern. Feit is dat de Nederlandse kiezer steeds minder naar de stembus gaat, de groep zwevende kiezers groter wordt, resultaten steeds wisselender en de ambitie om de grootste partij te worden voor minstens vier partijen een realistische ambitie is.

Landelijke last

De gemeenteraadsverkiezingen van 2010 bevestigen dit beeld. Dat het grote succes van 2006 niet zou kunnen worden geëvenaard, stond voor iedereen bij voorbaat vast. In de voorbereiding van de campagne op lokaal niveau werd de uitstraling van de PvdA op nationaal niveau als een grote belemmering gezien. Lokale afdelingen keerden zich tegen een te grote betrokkenheid en zichtbaarheid van de landelijke kopstukken. Op de website van de afdeling Harenkarspel stond bijvoorbeeld op 8 december: ‘Op dit moment kunnen wij geen associaties met de landelijke PvdA gebruiken. Die is, eerlijk is eerlijk, niet positief in de beeldvorming.’
Daar waar je in tweede ordeverkiezingen altijd streeft naar zoveel mogelijk zichtbaarheid van landelijke vertegenwoordigers, werden deze nu een handicap. Lokaal moest zichzelf profileren en eigen helden het podium geven. En daar zijn wij niet erg goed in. De lokale zichtbaarheid, het uitventen van onze successen, onze lokale leiders als helden neerzetten, is niet de grootste kracht van onze partij. Dit past misschien ook niet goed bij onze kernwaarden waarin onder andere solidariteit, soberheid en dienstbaarheid centraal staan. Zichtbaarheid en successen vieren wordt dan al snel afgedaan met: doe maar gewoon. Terwijl we heel veel successen hebben behaald in de laatste vier jaar. Denk maar aan een landelijke milieuprijs voor onze wethouder Marieke Moorman in Tilburg, het feit dat Houten de beste WMO-gemeente is dankzij onze wethouder Nicole Teeuwen, onze Marco Florijn in Leeuwarden met zijn aanpak van de WWB, Jantine Kriens met een succesvolle aanpak van dak- en thuislozen in Rotterdam of de ontwikkeling van de Drufabriek tot culturele voorziening in Ulft, onder aanvoering van John Haverdil, PvdA-wethouder in de gemeente Oude-IJsselstreek.

Landelijk beleid, lokaal ongemak

Maar er speelt ook iets anders. We voelden ons niet helemaal op ons gemak in onze partij. De laatste jaren is een aantal belangrijke beleidsvelden gedecentraliseerd. Denk maar aan de WMO, de WBB, jeugdzorg. Deze taken hebben de lokale overheden en onze lokale bestuurders voor nieuwe uitdagingen gesteld. Mooie inhoudelijke uitdagingen, maar ook uitdagingen die ongewenste effecten meebrachten. Verdergaande bureaucratisering, toenemende marktwerking, een andere relatie met het maatschappelijk middenveld zijn daar voorbeelden van. Hoe om te gaan met zelfstandige organisaties die veelal werken met publieke gelden op taakvelden van publieke bemoeienis? Zoals de zorg en volkshuisvesting, beleidsterreinen waar wij, dé sociaal democratische partij, een factor van belang voor zijn geweest. Denk aan de slogan ‘Wie bouwt? Wibaut!’ Nieuwe vragen voor PvdA-bestuurders en -volksvertegenwoordigers. Kun je sociaal aanbesteden? Hoe blijf je als sociaaldemocratische partij op lokaal niveau zichtbaar in de wereld van verdergaande marktwerking? Hoe blijf je symbool voor solidariteit en rechtvaardigheid?

Keerpunten

In januari kreeg dit ongemak een belangrijke wending door de Den Uyllezing van Wouter Bos. Met gorilla Bokito als metafoor voor de ontembaarheid van de markt en de wending in onze partij in relatie tot het marktdenken, ontstond nieuwe ruimte. Ruimte in denken, handelen en je profileren als sociale partij, als partij die grenzen stelt en de kernwaarden solidariteit, sober, gelijke kansen voor iedereen serieus neemt. Onze partij waarin ideologie weer telt, de ideologie van de sociaaldemocratie. De partij die kiest voor een maatschappij waarin iedereen er toe doet, iedereen meetelt. De andere belangrijke wending was het vasthouden aan het standpunt over Uruzgan, het nakomen van de afspraak binnen en buiten de partij. Daar ging het om en niet zoals Maxime Verhagen zuur opmerkte: ‘Een paar zeteltjes in Stadskanaal waren voor Wouter Bos belangrijker dan het kabinet.’
Twee belangrijke momenten in twee maanden die zorgden voor hernieuwde kracht. Nationale momenten van grote invloed op de lokale verkiezingen. Momenten die voor lokale leiders en afdelingen niet beïnvloedbaar zijn geweest.

Herstel

Dit heeft het voorzichtige herstel van onze partij op lokaal niveau ingeleid met als resultaat een groot verlies, maar minder groot dan eerder gevreesd. In Tilburg zijn we gelijk gebleven. Tilburg heeft vier jaar lang campagne gevoerd, vier jaar geïnvesteerd in de relatie met de burgers van Tilburg, successen benoemd en gevierd, en Jan Hamming heeft zich als lokale leider geprofileerd. In Doetinchem zijn we in zetels gelijk gebleven, maar procentueel gegroeid! Ook daar een prominente lokale PvdA-leider, Otwin van Dijk. Ook in Harenkarspel, waar ze waarschuwden tegen de landelijke PvdA, zijn we gelijk gebleven. Zo zijn er meer voorbeelden van plaatsen waar we er in zijn geslaagd een echte lokale campagne te voeren met lokaal succes. Lokaal is er enorm hard gewerkt om het verlies te beperken, om het eigen geluid en het sociale gezicht te laten horen en zien.

Krachten bundelen

Met het verlies in de gemeenteraden zijn wij in de komende vier jaar minder sterk, maar niet zonder kracht. Het komt er nu op aan hoe we het beste resultaat uit de collegeonderhandelingen halen om lokaal slagvaardig te blijven. En dat zal niet overal eenvoudig zijn. Zeker niet in gemeenten waar er sprake is van een gelijkmatige verdeling van het aantal zetels over de partijen. Verder zullen we heel zorgvuldig moeten omgaan met de vele teleurstellingen van aspirant- en oud-raadsleden die nu geen plek hebben door dit verlies of door het effect van voorkeurstemmen.

Hoop en vertrouwen


Het ombuigen van de negatieve spiraal geeft hoop voor de volgende verkiezingen, eerste of tweede orde. Hoop dat wij weer herkenbaar zijn als dé socialistische partij, voor stad en platteland. En dat laatste is een ander zorgpunt. De PvdA is met name sterk in steden en het verstedelijkte gebied. Deze trend heeft zich doorgezet in de laatste verkiezingen.
Dan nog de lokale partijen. Deze zijn misschien beter in staat om lokale tegenstellingen scherper te formuleren en daarmee kiezers te mobiliseren. Dit verklaart een deel van het verlies aan de lokale partijen. Maar niet helemaal. Wij, de PvdA, zijn niet alleen de partij van de stad. Wij zijn er ook voor de regio en het platteland. Juist in die gebieden waar problemen ontstaan ten gevolge van bevolkingsdaling ontstaan er nieuwe vraagstukken op het gebied van onderlinge solidariteit, zoals stille armoede op het platteland of de verschraling in het onderwijsaanbod. Vraagstukken die stad en land verbinden, weliswaar met verschillende verschijningsvormen, maar waarvoor de oplossingen zowel in de stad als op het land vanuit solidariteit en rechtvaardigheid bedacht worden. Oplossingen die vragen om solidariteit tussen stad en land, die vragen om een sterke, solidaire PvdA. Deze sterke Partij van de Arbeid is nodig, in Amsterdam en in Stadskanaal.

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 34 nr. 4
april 2010

Auteur
Jacqueline Kalk