Zoeken

Publicaties

Positie PvdA moeilijker in kleinere gemeenten

De onderhandelaars van de PvdA krijgen het zeker in de kleinere gemeenten moeilijk bij de besprekingen over de vorming van nieuwe colleges. In veel van die gemeenten is de PvdA niet meer per se nodig voor de vorming van een college dat kan rekenen op de steun van een werkbare meerderheid in de raad. Dat blijkt uit de analyse van de verkiezingsuitslag die Steven Dijk en Nico Portegijs maakten voor Lokaal Bestuur. Ze verzamelden ook reacties van winnaars en verliezers.

‘Lokale thema’s ondergesneeuwd in campagnes’ kopte de Volkskrant op de ochtend van de verkiezingen. Twee dagen later bleek de krant nauwelijks van mening veranderd. ‘De argeloze toeschouwer kon woensdagavond makkelijk de indruk krijgen dat hij op tv naar de uitslag van de parlementsverkiezingen keek. De kabinetsformatie was een belangrijker gespreksonderwerp dan de samenstelling van de gemeenteraden,’ zo begon het hoofdredactionele commentaar op vrijdag 5 maart. De Volkskrant was niet de enige die niet verder keek dan het landelijke beeld. Ook de landelijke televisie slaagde er niet in om een lokaal beeld te schetsen. De Deventer Sprookjespartij voor de Blijheid en de Zwollenaar Willem Lucht kregen landelijk beduidend meer aandacht dan de lokale thema’s. Ook Pauw en Witteman hadden gekozen voor lokale uitingen op You Tube. Als je niet bereid was om als aankomend gemeenteraadslid te zingen, te rappen of in een vreemd kostuum een dansje te doen, dan had de landelijke televisie geen belangstelling.
Het is natuurlijk ook niet te doen om in 393 gemeenten de verkiezingsstrijd intensief te volgen en binnen korte tijd daarna de 393 verschillende uitslagen te analyseren. Het is alsof Studio Sport op zondagavond alle amateurclubs in Nederland moet volgen. Dan zouden ze waarschijnlijk eveneens niet veel verder komen dan het snel afraffelen van de honderden uitslagen en in de discussie achteraf de trainers van Ajax, Feyenoord en PSV om de tafel zetten om de stand van zaken te bediscussiëren. Studio Sport benadert voetbal dan ook terecht niet op de manier waarop de NOS de gemeenteraadsverkiezingen behandelt.

Burgemeesters in de hoofdrol

Het aardige van het hoofdredactionele commentaar in de Volkskrant op vrijdag 5 maart was, dat het er niet in slaagde om de lokale component te zien, terwijl op pagina 3 al uitgelegd werd, dat de PvdA in Maastricht afgestraft was voor de manier waarop voormalig burgemeester Leers was behandeld. De manier waarop in Maastricht een populaire burgemeester op moest stappen, zal ongetwijfeld mee hebben gespeeld bij de verkiezingen op 3 maart. Een typisch lokaal thema dus.
Wat in Maastricht gebeurde naar aanleiding van het opstappen van Leers, gebeurde in Dinkelland naar aanleiding van de bestuurscrisis rond burgemeester Frans Willeme. Op 6 november 2007 zegden de drie wethouders van de gemeente Dinkelland het vertrouwen in burgemeester Willeme op. Dit leidde tot een bestuurscrisis in deze gemeente. Op 12 december 2007 voerden zo’n 1500 inwoners actie op het dorpsplein om Willeme als burgemeester te houden. In de daarop volgende impasse besloot minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken de burgemeester per 1 maart 2008 eervol te ontslaan. Ook adviseerde zij de gemeenteraad om de wethouders te ontslaan. Bij de nu gehouden raadsverkiezingen kreeg de enige partij die achter de vertrokken burgemeester was blijven staan de absolute meerderheid. Op 4 maart sloot Frans Willeme een wethouderspost voor Lokaal Dinkelland niet helemaal uit. Hij zou overigens liever wethouder in een andere Twentse gemeente worden. Bij de verkiezingen viel de PvdA terug van 3 naar 1 zetel.
Dinkelland is daarmee de enige gemeente waar één partij de absolute meerderheid heeft. In de vorige collegeperiode was dat alleen het geval in het eveneens Twentse Tubbergen. Daar verloor het CDA nu vier van de twaalf zetels en daarmee de absolute meerderheid. De combinatie van VVD en Gemeentebelangen werd de winnaar door de vier zetels van het CDA over te nemen en ook op acht uit te komen. De PvdA handhaafde zich op drie. Misschien mede doordat concurrentie van andere linkse partijen ontbrak.
Een andere gemeente waar zich de afgelopen periode een crisis rond de burgemeester afspeelde was Littenseradiel. Het vertrek van burgemeester Liemburg (PvdA) leidde halverwege de raadsperiode tot een scheuring in de PvdA en bij de nieuwe verkiezingen tot een progressief samenwerkingsverband van PvdA, GroenLinks, D66 en SP onder naam SAM Littenseradiel. De nieuwe combinatie kreeg net als de PvdA vier jaar geleden vijf zetels.
De grote steden

In de grote steden is de PvdA traditioneel sterk. Maar ook daar is er sprake van een flinke teruggang. Dave van Ooijen en Arjan Vliegenthart maakten voor het Nicis (een instituut dat zich bezig houdt met onderzoek voor grote steden, red.) een analyse van de uitslag van 3 maart onder de veelzeggende titel ‘Politieke aardverschuiving in grote steden.’ Die aardverschuiving wordt vooral veroorzaakt door het verlies van de PvdA.
Sinds 2006 had de PvdA een nog nooit eerder vertoonde machtspositie. De PvdA was in 2006 in 32 van de 36 grote steden de grootste partij. In 2006 behaalde de PvdA 89 zetels meer dan in 1998 en 157 zetels meer dan in 2002. In drie steden was ze de tweede partij. In de gemeente Westland deed de PvdA niet mee. In totaal behaalde de PvdA in de 36 grote steden 736.452 stemmen (29,2%), 404 van de 1412 raadszetels (30%) en leverde ze 83 van de 191 wethouders (43,5%). De meeste stemmen haalde de PvdA in Amsterdam (120.000) gevolgd door Rotterdam (97.000). In zowel Den Bosch, Haarlemmermeer, Heerlen, Utrecht als in Zaanstad wist de PvdA het aantal zetels te verdubbelen. In de eerste drie steden van 4 naar 8 zetels, in Utrecht van 7 naar 14 zetels en in Zaanstad van 6 naar 12 zetels.
Bijna gedurende de gehele periode zat de PvdA in alle 36 steden in het college van B&W. Alleen in Deventer moest de PvdA haar positie eind 2009 in het college prijsgegeven. In slechts acht steden haalde de PvdA minder dan 10 zetels. Uitschieters naar boven waren de steden Amsterdam (20 zetels), Emmen (18 zetels), Enschede (15 zetels), Leeuwarden (15 zetels), Rotterdam (18 zetels) en Utrecht (14 zetels). Landelijk haalde de PvdA 23% van de stemmen. Met 29,2% van de stemmen is de PvdA een partij van de grote stad. Van alle ‘nieuwe Nederlanders’, die met 1 miljoen kiesgerechtigden 9% van het electoraat vormen, stemde 60% op de PvdA.
Gezien de eclatante overwinning van 2006 was het dus alleszins voorspelbaar, dat er ingeleverd zou moeten worden. Maar of het aantal ingeleverde zetels nu als een meevaller (vergeleken met 2002 en de voorspellingen) of toch als een tegenvaller (674 raadsleden minder is hoe dan ook heel veel) betiteld moet worden, zal nog wel even punt van discussie blijven. ‘Met de verkiezingen op 3 maart 2010 heeft de PvdA in alle 36 grote steden moeten inleveren,’aldus het Nicis. ‘Hoewel ze de grootste partij in 18 grote steden is gebleven, daalde het aantal behaalde stemmen van 736.452 naar 472.214. Van de 404 raadszetels heeft de PvdA er 143 moeten opgeven en heeft ze er nog 261 raadszetels over. Daarmee komt de PvdA nagenoeg uit op het niveau van 2002. De lage score ten opzichte van 2006 is deels te verklaren uit het wegblijven van de allochtone kiezer. Ging in 2006 nog 44% van de ‘nieuwe Nederlanders’ naar de stembus, dit jaar was het naar verwachting maar 33%. Van degenen die gingen stemmen kon de PvdA zes maanden voor de verkiezingen van 2006 nog rekenen op de helft van de allochtone kiezers, deze keer koos naar verwachting ongeveer een derde van de allochtone kiezer zes maanden voor de verkiezingen voor de PvdA. Medio februari was dit percentage volgens onderzoek van BMC Onderzoek gestegen naar 41%. Dit is vooral te danken aan de stemmers van Marokkaanse afkomst, een groep die twee keer zo vaak aangeeft PvdA te zullen stemmen.’

Veel verschillen

Gemeenten kunnen veel van elkaar verschillen; en dus zullen ook de sociaaldemocratische politieke partijen en de PvdA-afdelingen in die gemeenten verschillen. Ze krijgen te maken met uiteenlopende vragen en kiezen voor verschillende strategieën om hun doel te bereiken. Dat geldt voor Ouder-Amstel, Haren en Losser. En dat geldt ook voor Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Amsterdam lijkt daarbij wel een oase van rust. De PvdA ging van 20 naar 15, maar met de stemmen van collegepartij GroenLinks (bleef op 7) lijkt de vorming van een nieuw college geen probleem, al moet er een partij bijgezocht worden.
In Rotterdam en Den Haag was de PvdA verwikkeld in een nek-aan-nek race. In Den Haag zakte de PvdA van 15 naar 10, maar werd de race duidelijk gewonnen. In Rotterdam zakte de PvdA van 18 naar 14. Het verlies was minder, maar door de 14 zetels van Leefbaar kan van een echte overwinning niet gesproken worden en dreigt er een bestuurlijke patstelling. In Den Haag kreeg deze tweestrijd een landelijke inslag, zowel vanwege de PVV van Wilders als vanwege het in stelling brengen van Jeltje van Nieuwenhoven.
In Rotterdam was het veel meer lokaal. Zowel door de naam van de tegenstander, als door de lijsttrekker van de PvdA. Zoals gesteld moet met name in Rotterdam afgewacht worden of de bestuurbaarheid van de stad niet erg te leiden zal hebben onder deze tweestrijd. VU-politicoloog André Krouwel was er op tv duidelijk over: ‘Inhoudelijk verschilt de PvdA niet zo veel van Leefbaar Rotterdam, minder in ieder geval dan van sommige andere partijen. En het is daarom zonde dat ze elkaar uitsluiten.’ De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het met name de PvdA is die de ander uitsluit. In Utrecht zakte de PvdA van 14 naar 9; ze kreeg daar net zo veel zetels als D66. GroenLinks werd daar de grootste partij in de raad. Voor de PvdA is het even afwachten wat dit betekent voor de rol in de college-onderhandelingen, nu oppositiepartij GroenLinks het initiatief heeft.

Onrust in Amsterdam

Maar ook in Amsterdam is het onrustig en bewijst de kiezer dat hij of zij het lokale element best wel onderkent. Kiezers houden rekening met de lokale omstandigheden, ook al beweren velen dat lokale politici voor succes afhankelijk zijn van de landelijke politiek. Een treffend voorbeeld hiervan is de stemming in het stadsdeel Amsterdam Centrum. Er werden tegelijkertijd verkiezingen gehouden voor de gemeenteraad en voor de stadsdeelraad. En er deden aan de verkiezingen voor de gemeenteraad meer partijen mee. Van de kiezers in dit stadsdeel stemde 25% bij de gemeenteraad voor de PvdA. Voor de stadsdeelraad stemde slechts 18% PvdA. Met als gevolg dat de PvdA (na GroenLinks, D66 en de VVD) in grootte de vierde fractie is geworden in dit stadsdeel. Wat je lokaal doet of nalaat, heeft dus wel degelijk effect op de uitslag. Een bittere teleurstelling voor de partijgenoten in Amsterdam Centrum, maar een troost voor alle lokale politici die in hun gemeente een eigen geluid willen laten horen, de kiezer is niet doof en volgt ook niet gedachteloos de landelijke lijn.

674 zetels minder

Mariëtte Hamer en Roland Plasterk gaven op tv aan dat het verlies weliswaar leek mee te vallen, maar dat er toch veel sociaaldemocratisch elan zou verdwijnen uit de verschillende gemeenteraden. En we moeten nog maar afwachten hoe dat uitpakt. Ze hebben natuurlijk volledig gelijk. Als er geen peilingen zouden bestaan, was de uitslag als een mokerslag aangekomen. Want verkiezingen hoor je te vergelijken met de verkiezingen van 4 jaar eerder. En dan tel je 674 zetels minder.
De lijst van gemeenten waar het zetelaantal van de PvdA gehalveerd is (of erger) is lang. Enkele grote verliezers blijven zo buiten beeld. In Maastricht zakte het zetelaantal van 13 naar 7; in Leiden van 10 naar 6; in Delft van 11 naar 6. Er was veel reden om wat minder vrolijk te worden. De meeste troost viel nog te zoeken in een vergelijking met de uitslag van 2002. Als je dat doet, is er sprake van een licht plusscore.

Echte winnaars

674 raadszetels gingen landelijk voor de PvdA verloren, maar toch was er een opgewekte stemming over de uitslag. Dan moet de sfeer in de gemeenten waar winst te noteren viel wel helemaal goed zijn. Gezien het landelijke beeld zou je PvdA’ers in de gemeenten waar de PvdA hetzelfde aantal zetels heeft behaald als in 2006 al ‘winaars’ kunnen noemen. Tilburg hoort daar zeker bij. Want ondanks een lichte teruggang in het percentage van de uitgebrachte stemmen, wist de PvdA de 11 raadszetels te behouden.
Omdat het aantal zetels in de raad beslissend is voor de machtsvraag, meten we winst en verlies in zetels en niet in percentages. Soms geeft dat een vertekend beeld. Een goed voorbeeld hiervan is de gemeente Laren. De PvdA behaalde in 2006 9,0% van de stemmen en in 2010 9,4%. Omdat er in 2010 echter minder partijen mee deden, was er minder restruimte te verdelen. En dat betekent dat de PvdA in Laren het de komende 4 jaar, ondanks de groei van het percentage stemmen, met 1 zetel moet doen.
Er was een aantal gemeenten waar de PvdA de vorige keren meedeed met een gezamenlijke lijst en nu zelfstandig. Dan lijkt het op het eerste gezicht winst als de PvdA in Midden Delfland van 0 naar 2 stijgt, maar feitelijk kun je dat niet zo noemen. In slechts 5 gemeenten was er echte, tastbare winst en steeg het zetelaantal van de PvdA. Op Terschelling en in Katwijk steeg het zetelaantal van 3 naar 4 en op Texel en in Edam-Volendam van 2 naar 3. En in Kerkrade steeg het zetelaantal van 7 naar 8.

De versnippering
Veel aandacht gaat na deze verkiezingen uit naar de versnippering die verder heeft toegeslagen. In 2006 waren er vier gemeenten waar minimaal vier partijen nodig waren voor een meerderheid in de gemeenteraad. In 2010 is dit aantal gestegen tot 29 en is er één gemeente, namelijk Den Bosch, waar vijf partijen nodig zijn voor een meerderheid in de raad. VVD, GroenLinks en PvdA hebben allen vijf zetels, er zijn drie partijen met 4 zetels (CDA, Bosch Belang en Rosmalens Belang). SP en D66 hebben 3 zetels, TON en Leefbaar ieder 2 en twee personen zijn op persoonlijke lijsten gekozen. Den Bosch beschikt nu over vijf wethouders en er is geen dominante partij in de stad, zodat de coalitiepuzzel van afstand oplosbaar lijkt.
Anders ligt het in Harlingen. Negen partijen hebben daar de 17 raadszetels verdeeld. Nieuwkomer Frisse Wind, die oppositie voert tegen de bouw van een afvalverwerkingsinstallatie in Harlingen, haalde net als de PvdA 3 zetels. De beide collegepartijen van 2006, PvdA en CDA, werden gehalveerd. Andere (betrekkelijk) kleine gemeenten waar vier partijen nodig zijn om een meerderheid te vormen zijn Sluis en Oud-Beijerland (19 raadszetels) en Zaltbommel, Delfzijl en Brunssum (21 raadszetels). Vier jaar geleden was er slechts één kleinere gemeente waar vier partijen nodig waren voor een meerderheid, namelijk het Gelderse West Maas Waal. De afgelopen periode waren daar vier wethouders. Maar de samenwerking werd daar vergemakkelijkt doordat vier van de lokale lijsten een federatie waren aangegaan.
PvdA minder nodig
Een ander gevolg van de verkiezingsnederlaag, die de PvdA op 3 maart bijna overal heeft geleden, is dat zij in veel minder gemeenten nodig is voor een meerderheid. In 2006 was de PvdA in 262 gemeenten nodig voor de kleinst mogelijke meerderheid in de gemeenteraad en in 2010 was dat nog maar in 132 gemeenten het geval. In de grotere gemeenten verloor de PvdA wel haar dominante positie, maar is ze vaak nog wel nodig voor een werkbare meerderheid, in de kleinere gemeenten is dat niet meer het geval. In de 36 gemeenten met 37 raadsleden of meer, is de PvdA in 30 gemeenten nodig voor een meerderheid met een klein aantal partijen. In 2006 was dat in 34 van die gemeenten het geval, alleen in Ede en in Westland niet. In 2010 hebben Amstelveen, Haarlemmermeer, Heerlen en Sittard-Geleen zich hierbij gevoegd. In de 62 gemeente met 27 tot en met 35 raadszetels was de PvdA in 2006 54 keer nodig voor een meerderheid met een klein aantal partijen. In 2010 is dat aantal teruggelopen tot 30. In de 146 gemeenten met 19 tot en met 25 raadsleden liep dit aantal terug van 94 naar 36 en in de 149 kleinste gemeenten, met 17 raadsleden of minder, liep het terug van 80 naar 36. Dat geeft nog geen zekerheid voor de collegeonderhandelingen. Maar in tegenstelling tot 2006 lijkt deelname aan de colleges vooral afhankelijk van de manier waarop de PvdA aan die colleges wil deelnemen. Wouter Bos zei als reactie op de verkiezingen: ‘De PvdA is terug. Voor iedereen die het nog niet wist of niet wilde geloven: de PvdA is weer terug. We waren al doodverklaard en begraven maar zijn met strijd, zelfvertrouwen, nederigheid en idealisme teruggekomen.’ Een grote kans, dat nederigheid meer wethouders oplevert dan strijd. Maar eveneens een grote kans dat nederigheid als wethouder minder zetels oplevert in 2014 dan strijd. Geen gemakkelijke keuze voor de onderhandelaars van de PvdA.

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 34 nr. 4
april 2010

Auteur
Steven Dijk, Nico Portegijs