Lijsttrekkers balen van landelijke beeldvorming
Veel plaatselijke PvdA-politici balen ervan: ze voelen zich het slachtoffer van de slechte beeldvorming waarvoor hun landelijke vrienden in Den Haag hebben gezorgd. Maar ook het feit dat er dit keer bij de raadsverkiezingen op veel plaatsen meer partijen meededen speelde de PvdA parten, zo blijkt uit een rondgang langs lokale lijsttrekkers.
De landelijke PvdA reageerde gematigd positief op de uitslag. Er was - gezien de peilingen van begin februari - rekening gehouden met verlies; en dat verlies viel uiteindelijk mee. Met het oog op de peilingen werd er weer gesproken van een nieuw perspectief. De lokale politici in gemeenten waar de PvdA verloor, vergelijken de uitslag echter met de laatste verkiezing die er toe deed, de gemeenteraad van 2006. En het wekt dan ook geen verbazing dat de reacties vanuit de gemeenten een andere kant opgaan.
Natuurlijk er was rekening gehouden met een verlies, maar dat het verlies zo groot werd, was een bittere teleurstelling. Miranda de Vries, demissionair wethouder in Zwijndrecht: ‘Er zijn verzachtende omstandigheden. In 2006 kregen we twee restzetels en het totaal aantal zetels is teruggegaan van 29 naar 27. Maar toch, een gevoel van verbijstering en verslagenheid overheerst de eerste dagen na de uitslag.’
De omstandigheden zijn in bijna geen enkele gemeente gelijk. En dat 2006 een historische piek was, moet voor ogen worden gehouden. Het verlies in zetels wordt er niet minder door maar valt misschien dan wel gemakkelijker te verwerken. Bernadette Zijp, fractievoorzitter in Roosendaal, ziet op die manier toch een sprankje hoop: ‘Van de 8 zetels hebben wij er slechts 4 over gehouden. In het verleden hadden wij altijd rond de 3 zetels. Dus als je de historische piek van 2006 buiten beschouwing laat, kun je stellen dat we toch iets van resultaat hebben geboekt.’ En ook Johan Wiltvank, fractievoorzitter uit Dalfsen, klinkt monter: ‘In Dalfsen is de PvdA van 4 naar 2 zetels teruggevallen. In 2006 was de uitslag omgekeerd van 2 naar 4. In die zin kan je zeggen dat we op ons normale niveau terug zijn. We hadden nog bijna een restzetel.’
Een tweede verklaring voor het verlies is het feit dat er meer en andere partijen meededen dan in 2006. Gert-Jan Baerents, lijsttrekker en fractievoorzitter in Ouder Amstel: ‘Voor het eerst in 20 jaar deden er meer partijen mee dan alleen D66, VVD, CDA en PvdA. En zowel GroenLinks als de twee nieuwe lokale partijen visten in dezelfde vijver als de PvdA. Het blijft heel zuur en er zijn vast ook nog andere redenen, maar dit verklaart voor een deel de achteruitgang van 32% naar 11%.; Ook Rob Meijne uit IJsselstein verklaart een gedeelte van het verlies uit de deelname van een nieuwe partij, de SP.
Slechte beeldvorming
De derde verklaring, die het meest genoemd wordt, is de landelijke tendens. Olaf McDaniel, de nieuwe fractievoorzitter in Leiderdorp, wijst eerst op een paar lokale zaken, om daarna te vervolgen: ‘Maar in Leiderdorp zijn we toch ook weer in hoge mate het slachtoffer van het landelijke beeld. En dan is het triest dat ondanks hard werken in ons dorpje en met een meer dan voortreffelijke PvdA-wethouder, die veel voor elkaar heeft gekregen, we het slachtoffer worden van de slechte beeldvorming van onze landelijke vrienden. We moeten de kritiek daarop niet schuwen.’ En ook Greet Buter uit Laarbeek wijst naar de landelijke politiek: ‘Lokale omstandigheden hebben een rol gespeeld, maar het is vooral de landelijke tendens die ons de das heeft omgedaan.’
Ook Robert Tops, lijsttrekker in Veldhoven, sluit zich hierbij aan: ‘Er zijn geen officiële exit-polls gehouden, maar we hebben met al onze kandidaten veel mensen gesproken. De indruk bestaat dat we het lokaal best goed voor elkaar hebben, de andere twee collegepartners stijgen. Dan heb je het niet slecht gedaan. Als verklaring ‘waarom geen PvdA’ geven velen aan dat ze genoeg hebben van gedoe en toe zijn aan duidelijkheid.’ Ook Lia Bakker, de lijsttrekker uit Laren, wijst hierop: ‘Na het lijsttrekkersdebat in het politieke café werd mij gezegd, dat ik heel goed uit het debat kwam, maar dat men stomweg niet op de PvdA zou stemmen.’ Wat ook belangrijk is, is of je herkenbare personen op de kandidatenlijst hebt staan. Bert Nelissen, de lijsttrekker uit Sint-Michielsgestel: ‘Het vertrek na 24 jaar van een bekend en populair raadslid en oud-wethouder leidde ertoe dat we in het dorp waar hij woont, extra verloren. We raakten daar meer dan de helft van de stemmen die we in 2006 behaalden, kwijt.’ Willem Ebbers, lijsttrekker en fractievoorzitter uit Dongen stipt een dualistisch punt aan waar de kiezer misschien niet zo op zit te wachten: ‘Onze wethouder (die alleen als wethouderskandidaat in de race was en op een zesde plek stond en niet meer in de raad terugkeert) haalde 230 stemmen binnen tegenover 1375 bij de vorige verkiezingen.’ Sommige kiezers stellen het blijkbaar op prijs als de wethouder ook volksvertegenwoordiger wil zijn en blijven.
Theo Rijnten, fractievoorzitter in Den Helder, steekt de hand in eigen boezem en ziet een oorzaak in de slechte samenspraak met burgers: ‘Het college was nieuw en onervaren. Het heeft hard gewerkt, maar was in de contacten naar burgers niet altijd even handig. Je kunt het betrekken van burgers niet beperken tot een inspreekavond in een zaaltje. In de jaren zeventig was er een slogan in het onderwijs: de leerlingen moesten zelfstandiger en mondiger worden. Nou dat is gelukt; en nu moeten we niet zeuren, maar er als politici mee om leren gaan.’