Interview met Wouter Bos
Kort voor zijn aftreden als minister van Financiën had Lokaal Bestuur een interview met Wouter Bos. Hij staat deze weken met zijn pet van partijleider op zij aan zij met de lokale PvdA-politici in de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen. En niet omdat het moet, maar omdat hij het wíl: ‘Ik vind de gemeentelijke bestuurslaag van groot belang.’
‘Den Haag verkeert toch in een wat andere werkelijkheid’
Wat zijn eigenlijk uw eigen ervaringen in en met de lokale politiek?
‘Heel lang geleden heb ik wel meegedaan aan initiatieven op lokaal niveau, zoals rechtswinkels en dergelijke. Maar ik ben er mijn politieke carrière niet begonnen, die stap heb ik stiekem overgeslagen. Toen ik partijleider werd, heb ik meteen gezegd dat ik wilde dat het lokale geluid sterker zou doorklinken in wat we landelijk doen. Lokale politici hebben veel sneller door wat er gebeurt en ook wat oplossingen zouden kunnen zijn. In het Haagse verkeer je toch in een wat andere werkelijkheid. Daarom hebben we ook bewust mensen met ervaring in de lokale politiek naar Den Haag gehaald: Jetta Klijnsma, Guusje ter Horst, Hans Spekman. Ik geloof erg in de lokale politiek als kraamkamer voor Haagse politici.’
Leve het wethouderssocialisme? ‘Wethouders als Wibaut en Schaefer toonden daadkracht op typisch sociaal-democratische onderwerpen als volkshuisvesting. Ze bezaten een bepaalde volksheid, stonden echt tussen de mensen in. Heel sprekend: socialisme zoals socialisme moet zijn. Ook wel een beetje mythisch, hoor. Maar ik vind de gemeentelijke bestuurslaag van groot belang en ben warm voorstander van meer decentralisatie. Laat de rol van wethouders maar groter worden; zij staan dichter bij de mensen dan wij in Den Haag. Mensen vinden politiek toch al vaak te ver van hun bed en ingewikkeld. Ik denk dat lokale politici die kloof beter kunnen dichten.’
Een belangrijke bestuurslaag, dus, de gemeente. Maar dat zegt u niet van de waterschappen, lazen wij onlangs.
‘We hebben te veel bestuurslagen in Nederland: stadsdelen, gemeenten, waterschappen, regio’s provincies, landsdelen, Den Haag, en Europa. Op z’n slechtst heb je dus met maar liefst acht bestuurslagen te maken. Daar kunnen er zo twee uit. Beetje indikken, met behoud van expertise uiteraard. Dat haalt de traagheid er uit.’
En misschien ook de zorgvuldigheid?
‘Daar ben je zelf bij. We zitten in een economisch zware tijd en er zullen heel wat moeilijke maatregelen genomen moeten worden, dat gaat iedereen merken. En dan zou je als overheid niet in je eigen vlees willen snijden? Dat kan echt niet: ook de overheid moet haar steentje bijdragen.’
Welke onderwerpen worden op dit moment in de lokale politiek veronachtzaamd?
‘Ik kan niets bedenken waarvoor geen aandacht is in de lokale politiek. Wel heb ik me in de afgelopen jaren zorgen gemaakt over bepaalde zaken. Over volkshuisvesting bijvoorbeeld. Vroeger was de politiek de baas van de woningcorporaties, toen kregen we de periode dat ze ‘partners’ werden, maar er is nu een tendens ontstaan dat de politiek vaak ondergeschikt lijkt aan wat corporaties wel of niet willen. Dat vind ik echt onwenselijk: de gemeente hoort hierin de regie te houden. Eberhard van der Laan is de woningcorporaties weer publieker aan het maken, zoals het ook hoort te zijn.’
Nog meer zorgpunten?
‘De WMO. Ik vind dat deze te weinig politiek gemaakt wordt op lokaal niveau. De WMO is een gedecentraliseerde wet, maar er wordt nog telkens in de Kamer over gedebatteerd. Dit moet echt het beleid van de gemeentepolitiek worden: de geméénten nemen besluiten over de aanbestedingen, bepalen of er op prijs of op kwaliteit geconcurreerd wordt. En dan kiezen PvdA-wethouders er gelukkig voor om op kwaliteit te concurreren.’
Sommigen vinden dat gemeenten steeds meer uitvoeringsinstanties worden: meer taken en ook nog eens minder geld.
‘Dat begrijp ik wel een beetje, van die uitvoeringsinstantie. Als we in Den Haag beginnen met decentraliseren, heerst hier altijd de reflex: ‘Ze gaan het geld toch niet uitgeven aan lantaarnpalen en stoeptegels?’ Ik vind dat je gemeenten moet vertrouwen. Decentraliseren betekent dat gemeenten er over gaan en de besluiten nemen.’
Maar is het dan geen geoormerkt geld? ‘In overgangssituaties is dat vaak het geval. Maar Guusje ter Horst en Ank Bijleveld werken er hard aan om het aantal specifieke uitkeringen te verminderen. Daarmee wordt de beleidsvrijheid van gemeenten groter.’
Nou ja, je hebt er wel geld voor nodig en er is de nodige onzekerheid over voorgenomen bezuinigingen op het Gemeentefonds.
‘Er is in elk geval één zekerheid: we moeten als overheid bezuinigen. Ook voor mij is het op dit moment nog niet duidelijk wat dit gaat betekenen voor het Gemeentefonds.’
Hoe gaan PvdA-fracties straks dan de collegeonderhandelingen in? ‘Eind februari komen de eerste cijfers wel naar buiten. Maar dat zijn de eerste cijfers. Het is natuurlijk nooit leuk om te moeten bezuinigen. Maar je zult keuzes moeten maken en dus ben je politiek herkenbaar. Als er veel geld is en je alles kunt doen, vervagen politieke verschillen. Nu moeten politieke partijen weer kleur bekennen en zullen sociaal-democratische keuzes heel anders liggen dan keuzes die de VVD of het CDA maakt.’
Is er straks nog ruimte voor nieuw beleid in gemeenten? Hoeveel marge krijgen lokale bestuurders bijvoorbeeld ten aanzien van de OZB?
‘Met verdergaande decentralisatie zou de OZB-ruimte kunnen toenemen. Het zou ideaal zijn wanneer de landelijke belasting omlaag zou gaan als de OZB omhoog gaat. Maar laat je het weer te vrij, dan ligt koopkrachtpolitiek op de loer. Toch hoort het bij decentralisatie om uiteindelijk lokaal meer te kunnen heffen.’
U hebt zich behoorlijk laten zien tijdens de campagnes voor de gemeenteraadsverkiezingen.
‘De kritiek bij de Europese verkiezingen was: we zien Wouter te weinig. Dus nu zullen ze me hebben. Soms is het wat lastig, vanwege mijn dubbele pet als minister van Financiën en partijleider. Maar ik vind het heel vanzelfsprekend om mee te helpen: lokale politici helpen ons bij de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen en ik help hen nu. Ik vind het vooral ook heel leuk om te doen. Als Haagse bewindslieden laten we ons veel zien in de afdelingen.’
Hebt u nog een goede tip voor al die lokale PvdA’ers die nu de laatste campagnedagen in gaan? ‘Tot het gaatje doorgaan! Blijf zoveel mogelijk mensen ontmoeten, ga van deur tot deur, blijf erop uit gaan. Het mobiliseren van stemmen is nu heel belangrijk: mensen die ons wel vinden deugen, moeten niet op de bank blijven zitten, maar komen stemmen.’
Hoe kan de PvdA zich lokaal wortelen nu er zoveel ledenverlies is? ‘Het is waar alle partijen eigenlijk mee kampen: het ledenbestand is vergrijsd. De sleutel zit dus in het aanspreken van jongeren: die moeten we aantrekken. Ik ben blij dat de JS momenteel heel sterk is. Herkenbaarheid, daar draait het om. Mensen moeten weten voor wat voor een club ze gaan. En ja, dat is soms lastig, die herkenbaarheid, als je in de regering zit en ook compromissen moet sluiten.’
En blijvend zichtbaar zijn. Hoe geef je de permanente campagne vorm op lokaal niveau? ‘Ik realiseer me heel goed dat afdelingen het met een beperkt aantal mensen allemaal maar moeten doen. Ook nog eens beschikbaar zijn voor permanente campagne is wel veel gevraagd. Maar áls het je lukt, zou dat heel mooi zijn. Mensen hebben toch meer vertrouwen in politici die ze niet alleen maar met de verkiezingen zien.’
Stel dat uw kinderen later een politieke carrière ambiëren, zou u daar blij mee zijn?
‘Ik durf niet voor mezelf in te staan, maar ik zal proberen ze ook op de nadelen te wijzen: dat de politiek een flink deel van je leven opslokt bijvoorbeeld, van de tijd die je bij je vrouw en je kinderen zou kunnen zijn. Maar ik zou ook trots zijn, dat ze niet alleen aan zichzelf denken, maar ook iets voor de samenleving willen doen. Natuurlijk wel voor de PvdA, anders onterf ik ze!’
Tot slot: wilt u nog iets kwijt?
‘We hebben nog een paar dagen om campagne te voeren. Wees trots op wat je gedaan hebt, steek dat niet onder stoelen of banken, maar praat niet alleen over wat je gedáán hebt. Vertel vooral wat je gaat doen, met de straat, met de buurt. Met dat verhaal ga je naar de mensen toe. Want je wint stemmen door mensen een toekomst voor te spiegelen.’