Waterschappers roeren zich op statendag
Even leek het erop dat we op een bijeenkomst over de AOW waren beland, zó emotioneel ging het eraan toe. Partijgenoten die elkaar voortdurend onderbraken, met stemverheffing spraken en flink naar elkaar uithaalden. Er werd zelfs gefloten. Niet iets wat je verwacht op een bijeenkomst over de waterschappen, die toch het imago hebben van kalme bestuurslaag.
Eens in het jaar organiseert het CLB een dag voor Provinciale Statenleden en gedeputeerden. Dit keer was dat op 28 november in het prachtige provinciehuis van Arnhem. Ook de waterschappers waren uitgenodigd. Er is ook alles te zeggen voor die combinatie, want beide bestuurslagen hebben veel met elkaar te maken en liggen trouwens ook allebei nogal onder vuur. Bovendien zijn er PvdA’ers die én in de Staten én in een waterschap zitten.
CLB-voorzitter Leen Verbeek, die de bijeenkomst opende, kent beide bestuurslagen goed. Hij is immers commissaris van de Koningin in Flevoland en was behalve schouwmeester ook bestuurder van het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Verbeek riep de vijftig aanwezige partijgenoten uit waterschappen en provincies op zich te laten horen in het debat over het middenbestuur. ‘Dat is beter dan dat er over ons wordt gesproken. Vaak gaat het trouwens alleen over de provincie. Dat is niet voldoende. We moeten het net zo goed hebben over de positie van de gemeenten en Europa.’ Hij stak de waterschappers ook een hart onder de riem. ‘De discussie gaat alleen over de bestuurlijke kant, niet over het werk dat de waterschappen doen. Iedereen is het erover eens, dat ze belangrijk werk doen. Bij de roep om bezuinigingen moeten we dat goed in de gaten houden. Als je bezuinigt kom je ook aan werk. Dat kan ten koste gaan van bijvoorbeeld het onderhoud van dijken.’
Verontwaardiging
De waterschappers hoefde hij daarvan trouwens niet te overtuigen. Zij stonden al te trappelen om onder leiding van de nieuwe CLB-secretaris Jacqueline Kalk (haar vuurdoop!) in discussie te gaan met Tweede Kamerlid Jan Boelhouwer. Die had zich onder de zestig PvdA’ers in de waterschappen, verenigd in het Waterschapsnetwerk, niet populair gemaakt door zich als woordvoerder water in de fractie uit te spreken voor indirecte verkiezingen van de waterschapsbesturen. Een standpunt waar de hele PvdA-fractie zich achter stelde. Tot verontwaardiging van veel waterschapsbestuurders, die hem verweten dat dit zonder overleg was gebeurd. Volgens Boelhouwer ontbrak daarvoor de tijd: ‘Doordat er in de Tweede Kamer een Algemeen Overleg met de staatssecretaris was gepland, moesten wij binnen een week een standpunt innemen.’ De waterschappers waren woedend en schreven een boze brief aan de fractie, waarin ze constateerden dat het fractiestandpunt in strijd is met de beginselen van de PvdA en ook geen oplossing biedt voor de geconstateerde problemen bij de waterschapsverkiezingen van november 2008. En had de PvdA nu juist niet in haar eigen Watermanifest vastgesteld dat directe verkiezingen belangrijk zijn voor de democratische legitimatie van de waterschappen? Introductie van indirecte verkiezingen zet volgens het PvdA-Waternetwerk de burger buitenspel en is een ongehoorde inbreuk op het aloude beginsel ‘no taxation without representation.’
Eerst doodgaan
Boelhouwer toonde zich niet onder de indruk van de kritiek. Hij peperde de waterschappers in dat hun bestuurslaag er helemaal niet goed bijstaat. ‘De waterschappen zijn wel eeuwenoud, maar ze hebben niet het eeuwige leven, want daarvoor moet je eerst doodgaan.’ Hij wees erop dat GroenLinks, SP en D66 voor opheffing zijn en dat er ook bij de VVD grote aarzelingen bestaan. ‘Waterschappen zijn efficiënte en zuinige organisaties. Da’s prima, maar met een opkomst van 24 procent bij de verkiezingen in november 2008 is het voor de PvdA de vraag of je die verkiezingen zo nog een keer zou moeten doen. De waterschappen zijn een functionele democratie. Dan moet je ze ook op functionele wijze verkiezen, bijvoorbeeld door Provinciale Staten of door gemeenten.’ Boelhouwers uitspraken leidden tot felle protesten. ‘Je bespeelt verkeerde sentimenten’, werd hem verweten. ‘Er zit geen visie achter jullie standpunt’, merkte iemand op. ‘Waarom laat je je dwingen tot een standpunt als je de discussie in eigen gelederen nog niet eens hebt gevoerd. Neem daar eerst eens de tijd voor!’, vond een ander. En ja, de opkomst was laag, maar waarom combineer je de waterschapsverkiezingen dan niet met die voor de gemeente of de staten? Boelhouwer was sceptisch: ‘Het is de vraag of het dan hoger wordt. En nu we toch drastisch moeten bezuinigen op het openbaar bestuur, haal je gelijk 24 miljoen euro binnen door over te stappen op indirecte verkiezingen.’ Opnieuw verontwaardigde reacties. Wel waren Boelhouwer en de meeste aanwezigen het erover eens, dat de geborgde zetels in de waterschappen (die worden ingenomen door o.a. de Kamer van Koophandel, zonder dat er een verkiezing aan te pas komt) moeten verdwijnen. Iemand stelde zelfs dat wat hem betreft die ‘geborgden’ moesten worden opgeknoopt!
Olie op het vuur
Boelhouwers collega Pierre Heijnen, ook aanwezig, verbaasde zich over zoveel emotie bij de waterschappers. Hij vond dat die emoties beter hadden kunnen worden getoond in het grote debat over de AOW, ‘maar toen heb ik jullie niet gehoord.’ Met zijn suggestie dat de waterschappers er blijkbaar vooral op uit zijn om hun eigen bestuursposities veilig te stellen, gooide hij nog meer olie op het vuur. ‘Schande!’, oordeelde een van de aanwezigen met instemming van anderen. Ook Wouter Bos kreeg nog even een veeg uit de pan. ‘Bij elke gelegenheid zegt onze partijleider dat de waterschappen moeten worden opgeheven, maar er heeft nog nooit enig overleg hierover met ons plaatsgevonden.’ Uiteindelijk zegde Jan Boelhouwer toe, dat hij, voordat de fractie een definitief standpunt zal innemen, de staatssecretaris eerst nog om meer opheldering over een aantal kwesties rond met name de verkiezingen zal vragen. [We hebben er even het verslag van het Algemeen Overleg van 1 december, dus enkele dagen na deze bijeenkomst, op nageslagen. Daarin wordt vermeld dat de waterschapsverkiezingen volgens Boelhouwer nooit meer zo mogen verlopen als in 2008. En ook: ‘Boelhouwer heeft een voorkeur voor indirecte verkiezingen’.]
De bijeenkomst in Arnhem eindigde toch nog ontspannen. Boelhouwer vertelde dat hij ’s ochtends was opgestaan met een ontstoken oog. ‘Ik heb me nog even afgevraagd of dat misschien kwam door de balk die ik volgens jullie in mijn ogen heb. Maar alle gekheid op een stokje: het is heel goed dat we met z’n allen weer eens met emotie debatteren.’