Zoeken

Publicaties

Interview met minister Eberhard van der Laan

Eberhard van der Laan (1955), minister van Wonen, Wijken en Integratie, wil getutoyeerd worden (‘ja, alsjeblieft’) en zou het op prijs stellen als in dit interview zeker komt te staan dat hij, vanaf 1976 lid van de PvdA, nog steeds met overtuiging lid is en ‘nooit, nooit, nooit’ zal opzeggen. Intussen geeft hij als minister met diezelfde overtuiging én veel enthousiasme uitvoering aan dát waar de sociaaldemocratie al ruim 100 jaar voor staat: ‘En we zijn daar goed in: we krijgen die wijken echt als nieuw.’

Na vijfentwintig jaar advocaat met een eigen praktijk was je opeens minister. Even wennen?

‘Ik had wel ervaring in de lokale politiek, was acht jaar raadslid in Amsterdam. Maar het was inderdaad een forse overgang: op een kantoor van honderd advocaten is het ook hectisch, maar als minister word je erg geleefd door de gebeurtenissen. Een aanzienlijk deel van mijn tijd ben ik bezig met ‘standpunten’ te weerspreken die ik ook nooit uitgesproken heb. Ik kom uit een heel rationele omgeving, waar het debat gereguleerd wordt door wetten en jurisprudentie. Het is je taak als advocaat om de rechter te overtuigen. Je onderbouwt je beweringen en aan het eind volgt dan de conclusie. In de politiek gebeurt het omgekeerde: je dondert er onmiddellijk de conclusie in, liefst in grote woorden. Ik wil het eigenlijk andersom doen, vooral mezelf blijven.’

En tóch ben je een enthousiaste minister.

‘Het gaat ook om echt grote maatschappelijke belangen. Mijn portefeuille is best gecompliceerd, alles hangt met elkaar samen en er staat nogal wat op het spel. Het grootste deel van de nieuwe Nederlanders doet het gewoon goed, dat voorop gesteld. Maar jarenlang zijn wijken fors belast met de instroom van nieuwe Nederlanders. Scholen, politie, artsen en andere hulpverleners hebben allemaal te hard gewerkt, de spankracht is eruit, dáár moeten we oog voor hebben. Oude Nederlanders voelen zich in de steek gelaten, nieuwe Nederlanders denken: het maakt eigenlijk niet uit wat we doen, we doen het toch nooit goed. De wijkenaanpak kan dat helpen keren. In mijn integratiebrief aan de Kamer staat het helder: nieuwe Nederlanders moeten kiezen voor Nederland en niet met één been in het land van herkomst blijven staan. Oude Nederlanders moeten gastvrij zijn, nieuwe Nederlanders moeten zich inspannen om de taal te leren. Zij genieten uiteraard ook de bescherming van de rechtstaat en we helpen ze met een groot cadeau: inburgering.’

Je vond dat het met die inburgering niet goed ging en trok aan de bel bij de bestuurders.
‘Als ouders geen Nederlands spreken, begint een vierjarige met twee jaar achterstand op school. Dat kan dat kind nooit meer afschudden. Daardoor is de kans op schooluitval twee keer zo groot, de kans op werkloosheid drie keer zo groot. De kans dat ze op latere leeftijd met de politie in aanraking komen, is vijf keer groter. Zó groot is dus het belang van inburgering. We hadden achterstand met het aantal inburgeringstrajecten. Ik heb toen gezegd: ik wil iedere maand de cijfers zien, net zoals dat in het bedrijfsleven gebruikelijk is. Die cijfers lieten in juli zien dat we bij ongewijzigd beleid in 2009 slechts 35.000 inburgeringvoorzieningen zouden realiseren, tegen 41.000 in 2008. Mijn ambtenaren en ikzelf hebben vervolgens veel overlegd met de wethouders en prestatieafspraken gemaakt met de VNG en 51 gemeenten. De verwachting is nu reëel dat we er in 2009 toch 43.000 gaan halen en in 2010 dik 50.000.’

Hoe kregen gemeentebesturen hier concreet hulp bij?

‘We vergoeden tienduizend instapcursussen, dat is om een kontje te geven. We willen die graag zoveel mogelijk in de scholen laten organiseren. Je slaat twee vliegen in één klap: ouders worden bij de school betrokken en leren Nederlands. Ook inburgering op de werkvloer is van groot belang, voor alle partijen. Het kabinet heeft extra geld gegeven en dat wordt slim ingezet: gemeenten met extra ambities voor 2010, krijgen extra geld. Ik bemerk gewoon enthousiasme na een wat lamgeslagen periode. We komen van ver, hoor. Echt íedereen heeft een mening over inburgering.’

Even een paar van die meningen dan. Wat is er tegen gescheiden inburgering als vrouwen dan wél leren zwemmen of Nederlands spreken?

‘In de praktijk was er weinig behoefte aan gescheiden inburgering en waar het gebeurde, was het meestal geen bewust beleid. Waar ik een probleem mee heb is als mannen bewust geweerd worden om vrouwen naar die cursus te krijgen. Dat staat haaks op de emancipatie van vrouwen. Juist uit de hoek van de nieuwe Nederlanders word ik erg aangemoedigd om dit vast te houden. Daar had ik een probleem mee: ik wil dat ook mannen naar cursussen over opvoeden gaan. Daarover ben ik het met gemeenten ook eens geworden in onze afspraken.’

Een andere mening: je wilt het huwelijk tussen neef en nicht verbieden, waarom?

‘We weten dat het bij nieuwe Nederlanders vaak om mantelzorg in de vorm van een huwelijk gaat. Ook gaat het vaak gepaard met huwelijksdwang. Meer in het algemeen willen we in het belang van de spankracht van onze samenleving, zoals de leraren en artsen en bewoners in de aandachtswijken herhaling van grote achterstanden voorkomen. Ook daarom wordt het beleid verscherpt.’

Nóg een: hoe kun je het eigenhuizenbezit onder allochtonen nou stimuleren, deze mensen hebben toch meestal lage inkomens?

‘Van de Marokkaanse Nederlanders heeft veertien procent een eigen huis, van de oude Nederlanders zestig procent. Dat verschil is te groot, dat komt niet alleen door inkomensverschillen. Nieuwe Nederlanders blijven toch vaak met dat andere been in het land van herkomst staan. Er gaat veel van hun geld naar toe, maar ze wonen híer met hun kinderen en die hebben híer die pc nodig voor school en een plek om huiswerk te maken. Ik blijf er op hameren: bouw je toekomst hier op. Dat bedoel ik positief en zo wordt het ook verstaan. Kiezen is echt fundamenteel.’

Inburgering is meer dan alleen taalkennis. Wat gebeurt er op het gebied van daadwerkelijke participatie?

‘Dat gebeurt met de wijkenaanpak. Ik heb nu 45 wijkbezoeken afgelegd en mijn belangrijkste conclusie: de discussie op straat wordt in grote steden minder scherp gevoerd dan in politiek Den Haag. Sommigen moeten vijf minuten stoom afblazen, omdat ze zich in het verleden in de steek gelaten hebben gevoeld, maar men is oplossingsgericht en bereid om dat samen te doen. Ella Vogelaar verdient een compliment voor het opstarten van de wijkenaanpak. Er wordt écht vanuit de bewoners gedacht, dat lukt de gemeenten, de professionals en de woningcorporaties. En dat vóelen die bewoners, die krijgen vertrouwen in zichzelf. In Amersfoort bijvoorbeeld hebben bewoners invloed op waar en wanneer de politie surveilleert. Bewoners zíen dat er echt iets gebeurt, dat er nieuwe scholen worden gebouwd, steeds vaker ook brede scholen, wat schooluitval tegengaat.’
‘Voor mensen die vanwege financiële problemen hun rekeningen niet meer openmaken, is er een ‘achter de voordeur-aanpak’, in samenwerking met woningcorporaties, waardoor er veertien procent minder huisuitzettingen per jaar zijn. Huisuitzettingen zijn afschuwelijk, dus dat is grote winst. Daarna worden zij geholpen met budgetbeheer. Als de boel op orde is, komt er rust en is er ruimte voor een cursus of opleiding, en voor een bezoek aan een buurtactiviteit of het helpen organiseren daarvan. Je organiseert kleine successen in plaats van grote nederlagen en dan groeien mensen.’
‘Ik begrijp ook niet dat de PVV al een paar keer in de Kamer heeft gezegd dat we moeten stoppen met die wijkenaanpak. Het is voor iedereen, dat ga je mensen toch niet ontnemen! En misschien wordt het geld soms ergens onhandig besteed, daar ben ik scherp op, dat moet dan beter. Maar we moeten dit in elk geval tien jaar vasthouden en verbreden, want naast die veertig zijn er nóg honderd wijken die dit verdienen.’

Met het oog op de komende gemeenteraadsverkiezingen: waarin is de PvdA nou onderscheidend op het gebied van wonen, wijken en integratie?

‘Hoe we met die wijken aan de gang zijn en willen blijven, dat is echt een breuk met de achteruitgang. Wij kunnen dit verschrikkelijk goed als sociaaldemocraten, dat doen we al ruim 100 jaar. Het lukt ons gewoon om die wijken binnen tien jaar als nieuw te krijgen. Dat doen die wethouders verdomde goed. En ik ben er om ze te helpen. Die ambtenaren van mij reizen zich helemaal suf. Zien we slimme dingen in Rotterdam, dan brengen we dat naar andere steden. We moeten dit continueren, daar zijn we ook moreel toe verplicht. We kúnnen het, ga maar kijken in de wijken, de voorbeelden liggen er. Dát is je beste verhaal, als PvdA.’

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 34 nr. 2
februari 2010

Auteur
Lyda Westerink