Zoeken

Publicaties

De stem van de nieuwe Nederlander

Veel rumoer de afgelopen anderhalve maand rond de kandidatenlijsten. Met name in Rotterdam en Amsterdam was het hommeles in sommige deelraden. In de hoofdstad leidde de vaststelling van de lijst tot verhitte debatten, in de Maasstad werd zelfs gesproken van een coup. Het gerommel leek zich vooral te concentreren rond allochtone kandidaten. Wat is er precies aan de hand?

Nu de PvdA er in de peilingen niet al te best voor staat, wordt er aan alle kanten geprobeerd om de achterban vast te houden. Met name in de grote steden bestaat een significant deel van die achterban uit allochtone kiezers. Toen de PvdA in maart 2006 een gigantische overwinning haalde bij de gemeenteraadsverkiezingen, duurde het welgeteld één dag voordat de Volkskrant meldde dat die overwinning in de grote steden - bijvoorbeeld in Rotterdam - voor een substantieel te danken was aan de massale opkomst van allochtone kiezers. Het gekke is dat de partij toen helemaal niet bewust bezig was geweest met het binnenhalen van de allochtone stem. Er werd jacht gemaakt op álle stemmen.
Dit keer lijkt dat anders te zijn. Sinds de analyses van de verkiezingen van 2006 is de partij langzaam in een kramp geraakt over de allochtone achterban. Moet je die nu wel of niet expliciet targeten, lopen ‘ze’ nu niet weg naar D66, GroenLinks en andere partijen? De partijtop heeft sinds enige maanden relativerende woorden voor dat laatste scenario: het is goed dat de nieuwe Nederlanders niet meer automatisch op de PvdA stemmen, echte emancipatie houdt immers in dat ze ook op electoraal gebied hun eigen keuzes maken en niet volgens traditionele patronen stemmen.
Daar valt veel voor te zeggen, hoewel de PvdA natuurlijk het liefste als doel zou willen houden om álle stemmen proberen vast te houden, dus ook die van álle allochtone kiezers die in 2006 binnengehaald werden. Maar waar de groep in kwestie zich in de peilingen naar buiten toe heel emancipatoir over verschillende partijen lijkt te verspreiden, waren er de afgelopen maanden binnen de partijgelederen enkele opmerkelijke feiten te constateren, en wel bij de kandidaatstellingsprocedure voor de komende gemeenteraadsverkiezingen.
Het rommelde op veel plaatsen hevig rond die kandidatenlijsten. Op zich niets nieuws, maar dit keer zaten er wel erg veel kwesties bij rond de groep nieuwe Nederlanders.

Coup
In Rotterdam Feijenoord vond een heuse ‘coup’ plaats (zo schreef het AD). Bij de ledenvergadering zat ineens een grote groep tot dusver onbekende Turkse PvdA-leden in de zaal. De voorgestelde lijst van het bestuur kon direct de prullenbak in, want de Turkse leden vormden een meerderheid en wijzigden de lijst. Er kwamen zeven Turkse PvdA’ers bij de eerste vijftien op de lijst, ten koste van autochtonen en vrouwen. Afdelingsvoorzitter Johan Henderson kreeg een motie van wantrouwen naar zich toegeslingerd en stapte op.
In Amsterdam keerde geen van de zittende allochtone raadsleden terug op de lijst. Dat was op zich al opvallend, maar er was meer aandacht voor wat er in Zuid-Oost gebeurde. Daar barstte een strijd los tussen twee Surinaamse kandidaten die beiden voor het lijsttrekkerschap gingen. De voor het lijsttrekkerschap voorgedragen Muriel Dalgliesh nam het op tegen Marcel La Rose, met daarnaast - als outsider - nog de Afrikaanse Jude Kehla. Aan de vooravond van de ledenvergadering viel het bestuur alvast uiteen toen vier van de acht leden zich tegen de voorzitter keerden, die het houden van lijsttrekkersdebatten had tegengehouden. Die zouden niet in de verkiezingsprocedure passen. De kiescommissie had aangegeven Dalgliesh graag op één te hebben, maar dat schoot in het verkeerde keelgat bij een grote groep leden. La Rose zou uiteindelijk tot lijsttrekker worden gekozen, gevolgd door Kehla.

Bloedstollend
In Nieuw-West haalde de door het bestuur gewenste kandidaat-lijsttrekker de eindstreep ook niet. De strijd hier, tussen Ahmed Marcouch en Achmed Baâdoud werd zelfs landelijk nieuws. Die strijd leek er vooral een tussen vermeend progressief en conservatief te zijn. Marcouch was bekend vanwege zijn harde aanpak van Marokkaanse reljongeren. Ook stond hij bekend om zijn inzet voor de homo-emancipatie in Slotervaart en in moslimkringen. Baâdoud werd in de strijd opgevoerd als iemand die wat minder uitgesproken was, lees: hij zou de problemen onder het tapijt willen schuiven. Of dat ook werkelijk zo is, is nog maar de vraag, maar de beeldvorming was duidelijk. In een bloedstollend spannende stemming eindigden de twee met gelijke stemmen, waarna Baâdoud uiteindelijk aan het langste eind trok. In de aanloop naar de stemming toe hadden Wouter Bos, Lilianne Ploumen én Lodewijk Asscher zich uitgesproken voor Marcouch, wat diens verlies des te pijnlijker maakte, zowel voor deze drie als voor Marcouch zelf.

Commotie
Terug naar Rotterdam. Daar ontstond bij de verkiezingen voor de gemeenteraad ook commotie, bestaande uit een kleine en een grote rel. De kleine rel ontstond direct na het bekend maken van de conceptlijst: Marokkaanse organisaties reageerden woedend omdat er te weinig Marokkanen op de lijst zouden staan. Na enkele gesprekken vanuit de partijtop werd de ruzie daarover enigszins gesust. De grote rel ging heel ergens anders over en vond de facto al plaats voordat de conceptlijst helemaal bekend was gemaakt. Fractievoorzitter Peter van Heemst, die op plek 6 stond, had op het moment dat hij zijn plek had vernomen gedreigd op te stappen als hij niet hoger op de lijst zou komen. Richard Moti (plek 8) zou hem daarin volgen. Hun opstappen zou praktisch gezien het einde van het college van B&W hebben betekend, waarin de PvdA, GroenLinks en CDA met slechts 1 zetel verschil de meerderheid vormden. Van Heemst was de architect geweest van dat college. Het afdelingsbestuur moest kiezen tussen twee kwaden: toegeven aan chantage, of wellicht de val van het college veroorzaken of in ieder geval enorme ophef creëren in de media. Er werd gekozen voor optie 1, maar bij de ledenvergadering haalde de afdelingsvoorzitter alsnog uit. Ze vertelde de bomvolle en verbouwereerde zaal precies wat er was gebeurd, tot in de details aan toe. Ruim twintig verontwaardigde leden spoedden zich naar de microfoon, maar toen puntje bij paaltje kwam en er over de posities werd gestemd, bleef de ‘nieuwe’ conceptlijst, waarop Van Heemst op 4 en Moti op 5 stond, in stand.

Gedoe
De bovenstaande vijf, zes voorvallen waren de meest opvallende dit jaar in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Allen haalden ze het landelijke nieuws, in geen van die gevallen was dat op een positieve manier. Het ging elke keer weer om het ‘gedoe’ binnen de PvdA. ‘Wanneer leert de PvdA om niet steeds in eigen voet te schieten?’ vroeg campagnestrateeg Alex Klusman zich hardop af via zijn Twitter account. Het is een vraag die telkens opnieuw voorbij komt. Loyale PvdA’ers durven nauwelijks nog kritiek te hebben, omdat dit averechts zou werken.
Maar wat was nu eigenlijk het pijnpunt in al die voorvallen? Ging het nu echt om ‘coups’ van ‘allochtonen’? Het voorbeeld van Feijenoord leek het meest duidelijk: zeven van de eerste vijftien op de lijst zijn ineens mensen van Turkse komaf! Maar wat in dat plaatje nog ontbreekt, is het feit dat de grootste stijger wel een autochtoon was: René Kronenberg, reeds deelgemeentebestuurder in Feijenoord, steeg van plek 16 naar plek 1. Hij bleek het brein achter de coup te zijn en maakte daarmee vooral handig gebruik van de manier waarop de partijdemocratie binnen de PvdA geregeld is. Het is niet verboden om leden te ronselen voor een ledenvergadering.
In Amsterdam-Zuidoost leek ook de interne partijdemocratie meer dan wat ook het punt te zijn. De leden wilden een eerlijk debat, wat tot twee keer toe geweigerd werd door de afdelingsvoorzitter. Die werd daar door diezelfde leden vervolgens voor afgestraft doordat een andere kandidaat tot lijsttrekker werd gekozen.
De strijd tussen Marcouch en Baâdoud ging niet zozeer om partijdemocratie, als wel om pure machtspolitiek (‘waarom bemoeit Bos zich met onze lokale verkiezingen?’) en wezenlijke verschillen in opvatting tussen de twee kandidaten. Daarbij moet wel aangetekend worden dat in die verschillen wél een belangrijk punt voor de relatie tussen de PvdA en allochtone kiezers zit: veel van de allochtone leden van en stemmers op de partij zijn relatief conservatief op issues zoals homo-emancipatie. De ontwikkelingen in het denken op dat gebied zijn daarom wel heel erg relevant.

Ongemakkelijk
De Marokkaanse woede over het gebrek aan Marokkaanse kandidaten op de lijst in Rotterdam is ook een echt punt: want waarom zouden alleen Marokkanen goede vertegenwoordigers kunnen zijn van andere Marokkanen? Dat is een vraag die in Nederland nog nauwelijks aan de orde is gesteld en die doorgaans voor ongemakkelijk heen en weer schuivende politici zorgt zodra het onderwerp ter sprake komt. In bijvoorbeeld de Verenigde Staten is dat heel anders. Daar is het de gewoonste zaak van de wereld dat mensen van een specifieke etnische achtergrond zich ook als zodanig opstellen, als zodanig worden verkozen en als zodanig worden geaccepteerd. Het gaat daar zelfs zover dat toen Barack Obama vorig jaar zijn campagne voor het presidentschap voerde, hij bijvoorbeeld een ‘Latin-American Outreach Coordinator’ had, die in het Spaans probeerde om eveneens Spaanstalige kiezers (veelal migranten) zover te krijgen om op de Democraat te stemmen. De coordinator werd later Latin-American Outreach Director in het Witte Huis. Maar in Nederland spreken we niet eens over het onderwerp. Ook in Rotterdam verdween de discussie al weer snel uit de krant. We lijken niet goed te weten wat we er mee aan moeten.
Interne partijdemocratie, de keuze tussen progressieve en conservatieve (al dan niet allochtone) kandidaten, representatievraagstukken, dat is allemaal nog te begrijpen, en voer voor interessante en soms belangrijke discussies. Wat echter onbegrijpelijk is en blijft, is dat de leden in Rotterdam zich hebben laten chanteren. Als het dan toch gaat om het vasthouden van kiezers, of die nu allochtoon of autochtoon zijn, dan is dat een zaak waar de partij zich echt druk over zou moeten maken. But all is quiet on the western front…

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 34 nr. 2
februari 2010

Auteur
Kirsten Verdel