Zoeken

Publicaties

Campagne in de vrieskou

De afdelingen maken zich op voor het hoogtepunt van de campagne voor de raadsverkiezingen. Met als inzet zoveel mogelijk zetels voor de PvdA binnen te halen en op de tweede plaats ook om zoveel mogelijk mensen op 3 maart naar de stembus te krijgen. Want de dalende opkomstpercentages voor de gemeentelijke verkiezingen zijn een reden tot zorg. Maar als we de raadsverkiezingen nou eens zouden verplaatsen naar bijvoorbeeld juni, zou de opkomst dan niet automatisch hoger uitpakken? Campagne voeren in mei in plaats van in februari is in elk geval een stuk plezieriger. ‘Dan ben je ook af van de vraag hoe de lijm het beste houdt in de vrieskou.’

Van 1917 tot 1970 kende Nederland een opkomstplicht bij de verkiezingen. Maar vanaf het moment dat de mensen zelf konden bepalen of ze naar het stembureau gingen, bleven de opkomstpercentages dalen. Uitzonderingen daargelaten, natuurlijk. In 1998 stemde net iets minder dan de helft van de Rotterdamse stemgerechtigden bij de raadsverkiezingen, vier jaar later steeg dit aantal naar 55 procent en in 2006 kwam zelfs iets meer dan 58 procent naar de stembus. ‘Maar bij ons was er natuurlijk ook echt iets te kiezen’, zegt raadslid Richard Moti. Hij doelt daarbij op de strijd tussen de PvdA en het fortuynistische Leefbaar Rotterdam. Een strijd die ook de komende campagne weer zal beheersen.
Maar toch. In de jaren zeventig nam gemiddeld nog zo’n 75 procent van de stemgerechtigden de moeite een stem uit te brengen bij de raadsverkiezingen en daarna bleef dit percentage zakken naar gemiddeld 59 in 2006. De opkomstcijfers bij de tussentijdse verkiezingen van 18 november 2009 in heringedeelde gemeenten stemmen niet hoopvol: zo kwam in Zuidplas 49,3 procent van de kiezers opdagen en in de gemeente Oldambt slechts 42,3 procent.

Niet sexy

Op zich een opvallend gegeven, want staat juist de lokale politiek niet het dichtst bij de mensen? Dat blijkt niet zo te zijn, legt Gerrit Voerman uit. Hij is directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen in Groningen. ‘Het frustrerende voor de meeste gemeentelijke politici is dat ook bij raadsverkiezingen de landelijke politiek de belangrijkste rol speelt bij het kiesgedrag van de mensen.’
De gemeentelijke politiek blijkt ook niet sexy te zijn. De publieke tribunes zijn meestal matig gevuld en dan ook nog door vooral partijgebonden mensen. Regionale kranten verliezen abonnees en evenals de regionale omroepen lijken ze redactionele formules ontwikkeld te hebben waarin gemeentepolitiek maar een marginale rol meer speelt. Hoe breng je als raadslid je standpunt dan nog over het voetlicht?
De markt. Of in ieder geval een plek waar je, duidelijk herkenbaar als PvdA’er, contact kan zoeken met veel mensen. Maar in februari willen de meeste passanten van de kraam ’t liefst zo snel mogelijk weer naar de kachel thuis. Met snert, warme chocolademelk of koffie kun je de mensen wel even staande houden – en een enkeling ook overtuigen toch (weer) op de PvdA te gaan stemmen – maar het blijft marginaal.
Dus: waarom zouden we de gemeenteraadsverkiezingen in de toekomst niet – bijvoorbeeld – begin juni houden? En dus campagnevoeren in mei in plaats van februari?

Ongelukkig

‘Begin maart vind ik een heel ongelukkig moment om raadsverkiezingen te houden’, zegt Nico Portegijs, raadslid in Diemen. ‘Over het algemeen is het koud en de dagen zijn kort. Ga je in het donker nog de straat op om je stem uit te brengen. Op veel plekken durven veel mensen dan niet eens meer de straat op!’ Maar ook vanwege het campagnevoeren kiest Portegijs voor verkiezingen in juni: ‘De raadsverkiezingen zijn bij uitstek verkiezingen om als kandidaten het gesprek met de kiezers aan te gaan. Dat betekent dus de markt op, naar de sportvelden, bij de Albert Heijn gaan staan en persoonlijke gesprekken voeren. En natuurlijk gaan canvassen. Maar je kunt wel huis aan huis gaan aanbellen, maar iedereen wil de deur vanwege de kou zo snel mogelijk weer sluiten. In februari zijn de kiezers een stuk minder ontvankelijk. En op de markt staan is eigenlijk ook niets. Je hebt een sjaal over de helft van het gezicht en een muts op… De herkenbaarheid is minder groot. En de folders vallen uit je verkleumde vingers op de grond. Nee, campagnevoeren in mei is veel prettiger en in die tijd is het om 9 uur ’s avonds nog licht. Je kunt er vergif op innemen dat dat leidt tot een hogere opkomst. En zeg nou zelf, campagnevoeren in het zwembad is toch veel leuker dan op de ijsbaan?’
Harry van Huijstee is campagnecoördinator van de afdeling Ede. Campagnevoeren in februari vindt hij maar niks. ‘Je wilt graag met mensen in gesprek komen, maar bij het canvassen willen de mensen zo snel mogelijk de deur weer sluiten en op de markt blijven ze niet even hangen bij de kraam. Want in februari is het koud en het regent vaak. Wij grappen wel eens dat het een samenzwering van de christelijke partijen is om de verkiezingen begin maart te houden. Want die partijen hebben een vrij vaste achterban.’
Ja, erkent Van Huijstee, met het uitdelen van warme chocolademelk of soep kun je de mensen misschien wel enkele minuten bij je kraam houden. ‘Maar dan loop je tegen het probleem aan dat je moeilijk vrijwilligers krijgt om die kraam de hele dag te bezetten. Niet iedereen wil drie uur in de kou staan. Dus plannen wij al kortere marktacties, anders neemt de motivatie af.’
Ook Van Huijstee is voor verplaatsing van de raadsverkiezingen naar juni. ‘Want campagnevoeren in slecht weer is eigenlijk zinloos. De aantallen die je bereikt zijn zo klein. Wij roepen al een tijdje dat de verkiezingen naar mei of juni moeten, maar ja, wij gaan daar niet over. Een feit is dat je in mei met veel meer mensen in gesprek komt dan in februari. Maar of dat echt opkomstbevorderend werkt, weet ik niet. Totdat de verkiezingen inderdaad naar mei of juni gaan, blijft dat de vraag.’

Crime

Henk Verreck heeft campagnes voor de raadsverkiezingen meegemaakt in Landgraaf, Utrecht en Heerlen. In deze laatste gemeente is hij nu afdelingsvoorzitter. ‘Campagnevoeren in februari vind ik een crime. Twee uur op de markt staan en je bent verkleumd en versteend. En het scheelt nogal of je gaat canvassen bij min 3 of plus 7. Dus wat mij betreft worden de verkiezingen verplaatst naar de tweede helft van april, naar mei of naar juni.’
Verreck is er van overtuigd dat verplaatsing naar de meer zomerse maanden opkomstverhogend werkt. ‘Omdat je veel meer mensen bereikt. Want wij zullen bij mooier weer veel meer op straat zijn en de kiezers ook. Verder ben ik er van overtuigd dat veel meer leden bereid zijn mee te doen aan de campagne. En bij verplaatsing ben je ook af van de vraag hoe de lijm het beste houdt in de vrieskou.’

Spirit

‘Bij de campagne van vier jaar geleden was een van onze motto’s dat met een warm rood hart koude handen en voeten niet deren’, zegt Richard Moti, raadslid in Rotterdam. ‘Ik heb nu twee campagnes voor de raadsverkiezingen gevoerd en inderdaad, het is in die periode erg koud. Maar als je je daar goed op voorbereidt, is het wel te doen. In 2006 kregen we honderden vrijwilligers op de been, dus dat was het probleem niet. Maar toen hadden we, net als nu, natuurlijk ook spannende verkiezingen. Wie zou de grootste worden, de PvdA of Leefbaar Rotterdam? Dat is ook nu weer de vraag. Juist voor campagnes die je in de kou moet voeren, is het belangrijk dat je de spirit er in krijgt. Dat je duidelijk maakt dat de campagne er toe doet. En je moet je richten op een doel, namelijk de verkiezingen winnen.’
Maar ook Moti is voorstander van verplaatsing van de raadsverkiezingen naar mei of juni. ‘Wij zetten erg in op canvassen en dat is in mei een stuk leuker en fijner dan in februari. Laat mij maar op m’n slippertjes campagnevoeren in plaats van met een sjaal en handschoenen.’
Wim Bakker, voorzitter van de afdeling Zoetermeer, is ook voor verplaatsing van de raadsverkiezingen, maar dan naar september. ‘Je kunt in februari wel de straat op gaan, maar daar is vrijwel niemand. Dat is dus weinig effectief. Daarom moeten de raadsverkiezingen, vind ik, naar een periode met de meeste kans op mooi weer. En dan kies ik voor september. Vrijwel iedereen is dan terug van vakantie en uitgerust. De mensen zullen dan meer openstaan voor de boodschap van de verschillende partijen. Bovendien zijn er veel meer mensen op straat, dus kun je veel meer bereiken. Ik ben er van overtuigd dat dit leidt tot een hogere opkomst.’

Niet slim

Hoe kijkt Gerrit Voerman (directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen) hier tegenaan? ‘Als je van een verplaatsing kunt profiteren, waarom zou je dat dan niet doen?’, is zijn eerste reactie. Maar hij ziet ook bezwaren. ‘Als je de verkiezingen verplaatst naar juni, krijg je te maken met vakantie. En mooi weer biedt ook allerlei verleidingen. Veel mensen zullen na hun werk liever naar het zwembad gaan dan naar het stembureau. Maar wat is er op tegen om na te gaan of verplaatsing van de verkiezingen naar juni opkomstbevorderend is? Tegelijk is het natuurlijk wel tragisch dat je mooi weer nodig hebt om de opkomst hoger te krijgen. Het campagnevoeren vind ik wel een argument om de verkiezingen te verplaatsen. Je gaat er in februari niet op uit om op straat een praatje te maken. Nee, campagnevoeren in februari is niet slim. Dus laten we het maar eens proberen, raadsverkiezingen begin juni.’

Reactie Tweede Kamerlid Pierre Heijnen:

Voor de negende keer sta ik in februari op de Haagse Mart campagne te voeren voor de gemeenteraadsverkiezingen (sinds 1978). Het is bijna altijd vreselijk koud. Vanuit campagne- en opkomstoogpunt kunnen we beter overstappen naar juni. Er kleeft echter een belangrijk bezwaar aan juni. Het nieuwe college kan in juni/juli niet meer een nieuwe begroting voorbereiden voor het jaar daarop. Dat gebeurt nu in het algemeen geïntegreerd met de collegeonderhandelingen in maart/april. Als je later besluit over de ruimte voor nieuw beleid, bezuinigingen en gemeentelijke lasten, maakt dat de uitvoering in het eerste nieuwe politieke kalenderjaar bijzonder moeilijk, zo niet onmogelijk. En dat betekent dat de nieuwe raad en het nieuwe college circa 1,5 jaar werken binnen de financiële kaders van hun voorgangers. En of dat nu de belangstelling voor de gemeentepolitiek bevordert, valt te betwijfelen. Maar ik sta open voor een discussie en een VNG-opvatting die tot een andere conclusie leidt. Ook ben ik graag bereid om het kabinet te vragen om verplaatsing van de gemeenteraadsverkiezingen te onderzoeken. Al was het maar omdat ook ik opzie tegen de kou op de Haagse Mart.


Nog op zoek naar een leuk idee voor de campagne? Lees dan ‘Warmlopen voor de campagne’ in het december/januarinummer van Lokaal Bestuur, ook te vinden op deze website.

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 34 nr. 2
februari 2010

Auteur
Jan Chris de Boer