Zoeken

Publicaties

Goed uitgerust de straat op

In campagnetijd gaan PvdA-vrijwilligers altijd vol goede moed de straat op. In stad of dorp wordt geprobeerd de kiezer er van te overtuigen om op de PvdA te gaan stemmen. Daarbij is het nogal belangrijk op welke manier je kiezers benadert, aldus campagnetrainer Jan Blom.

Want of je een prettig gesprek met een kiezer voert of verzandt in eindeloze discussies over wat er allemaal wel niet mis is in het land en met name in politiek Den Haag, dat is bijna volledig afhankelijk van je eigen opstelling. PvdA’ers moeten leren te luisteren in plaats van altijd maar te vertellen, aldus Blom. Lokaal Bestuur stelde zich luisterend op en had een prettig gesprek over do’s en don’ts op het campagnepad naar 3 maart 2010.

Wat moeten campaigners nu met opmerkingen als: ‘Jullie AOW-plan ontziet de babyboomers en laat de jongere generatie opdraaien voor de verhoging van de AOW-leeftijd!’
‘Haha, met dit soort vragen kan ik je niet helpen ben ik bang. Mijn verhaal zit op een wat minder concreet niveau. Kijk, op dat AOW-dossier hebben we een ijzersterk verhaal. Het probleem is alleen dat niet iedereen dat verhaal goed kent. Daarom is de partij gelukkig inmiddels begonnen met het maken van Q&A's (vragen en antwoordenlijstjes), waarin gewoon hele specifieke antwoorden op dit soort vragen worden gegeven. Op de 50+beurs onlangs werd die Q&A ook gebruikt. Dat werkt prima. Als het over de inhoud gaat, moet je gewoon goed voorbereid zijn. De research die daar bij hoort, hebben we in het verleden vaak niet gedaan. Daar is nu wel meer aandacht voor, en terecht.’

Dus je advies aan lokale afdelingen?
‘Als het om pure inhoud gaat, zou mijn advies zijn om ervoor te zorgen dat je de lastige dossiers in zo'n Q&A onderbrengt. Formuleer duidelijke antwoorden op vragen die je over de afgelopen vier jaar verwacht. Overigens, daarmee heb je alleen je verdediging op orde. Want een campagne gaat natuurlijk niet over het verleden maar over de toekomst.’

De inhoud is goed op orde bij de PvdA, maar is dat voldoende?
‘Nee, we leggen veel te veel uit altijd. Als je kijkt naar de campagne in z’n algemeenheid, moet je eigenlijk zorgen dat je uit je comfort zone komt.
Onze comfort zone als sociaaldemocraten zit met name op de inhoud. We zijn erg geneigd om kiezers uit te leggen waarom we de besluiten genomen hebben zoals we ze genomen hebben. We zouden onze campagnes wat meer moeten richten op gevoel, want dat is het niveau waarop kiezers over politiek discussiëren: zij hebben emoties over onderwerpen. Dan kun je wel met feiten terug gaan slaan, maar dan heb je dus een mismatch en ben je niet met elkaar in gesprek, maar praat je tegen elkaar. En vooral langs elkaar heen dus. Als je meer aansluit bij de taal waarin kiezers spreken voorkom je ook dat je hele lastige inhoudelijke vragen krijgt. En met een Q&A zou je je verdediging daarvoor op orde kunnen krijgen. Als je een Q&A van het partijbureau bekijkt dan zit daar een goed verhaal achter. Dat soort documenten moeten dus bij de campaigners terecht komen.’

Maar de lastige vragen kunnen nog steeds worden gesteld.
‘Ja, maar je zult merken dat de lastigste dingen vaak losse flodders zijn, dus bijvoorbeeld: ‘jullie hebben er een klerezooi van gemaakt’. Wat daar goed bij helpt is om door te vragen: goh wat bedoelt u nu precies? Of als ze zeggen: ‘al die buitenlanders moeten het land uit!’, vraag je: hoe komt u daar nou bij? Dan blijkt het uiteindelijk vaak echt te gaan over rotzooi in straten, dat is de echte kern van hun grief. Dus pel het af en maak het klein, zorg dat je er achter komt wat er echt aan de hand is.’

Het klinkt allemaal niet als hogere wiskunde, maar waarom doen we het dan niet?
‘Neem verkiezingsprogramma's. De PvdA beantwoordt bij het schrijven van verkiezingsprogramma’s altijd de vraag hoe de wereld er uit moet zien. Maar ja, dat zal de burger een rotzorg zijn. Die wil antwoord op de vraag hoe ziet mijn wereld eruit? En dan gaat het op lokaal niveau al snel letterlijk over lantarenpalen en hondenpoep.’

Is dat nou typisch iets voor de PvdA of hebben andere partijen daar ook last van?
‘Dat is iets voor politici in het algemeen, maar voor sociaaldemocraten in het bijzonder.’

Wat maakt ons zo anders dan?
‘Laat ik een voorbeeld geven: in vorige campagnes werkten we veel met 10-punten lijsten. Dat waren in feite de kernpunten uit het verkiezingsprogramma. Dan vroegen we aan mensen: welke drie vindt u de belangrijkste? En dan werd er van tevoren besproken in de fractie welke drie dat zouden zijn en dat kwam in veel gevallen absoluut niet overeen met die van de mensen. Dus wat wij volgens mij doen, is vanuit de verkeerde optiek redeneren. Hoe moet de wereld eruit zien? Vaak erg abstract: iedereen moet gelukkig zijn en we willen altijd mooi weer. Stop nou eens met dat verkiezingsprogramma, denk nou eerst eens na welke vijf dingen je aan het eind van je vier jaar veranderd wilt zien in je gemeente.’

Dat doet niemand?
‘Ledenvergaderingen over verkiezingsprogramma’s kunnen avonden duren. Dat gaat vaak nergens over: ‘hier staat een punt, moet dat geen puntkomma zijn?’ Het gekke is, dat de 10-punten lijst die daarna wordt samengesteld juist niet wordt voorgelegd aan de leden, terwijl dat juist de dingen zijn waar het over gaat, want daar ga je mee op pad.’

En dan dus meer luisteren. Doen we dat niet al heel lang?
‘Wat wij doen is dat we de straat op gaan en dan aan mensen vragen: wat zou er in uw beleving moeten gebeuren in uw gemeente? Dat moet je nooit zo doen, want doordat je mensen vrij laat praten en eigen onderwerpen laat inbrengen, wek je verwachtingen waar je later in de uitvoering niks meer mee kunt. Of omdat het teveel is, of omdat het niet past in je sociaaldemocratische gedachtegoed. Ik ben voorstander van het kiezen van die 10 punten die je vanuit sociaaldemocratische optiek belangrijk vindt, om vervolgens met die punten naar mensen toe te gaan. Concrete punten dus, en ze dan daar uit laten kiezen.’

Kan dat niet ook in petitievorm overigens, zoals Obama deed? Vrijwilligers gingen voor hem van deur tot deur met een petitie waar, gechargeerd gezegd, in stond: Obama wil de economie redden. Wilt u ook dat de economie gered wordt, teken dan hier.
‘Dat is bijna de volgende stap. Ik zeg tegen afdelingen: als je nou die top 10 hebt gemaakt, ben je al heel ver. En daar kun je allerlei leuke dingen mee doen. Enquêtes, petities of anderszins. In Apeldoorn deelden we twee dropjes uit, van dat muntgeld van 1 cent. De ene mochten ze opeten, de andere moesten ze in het mandje gooien met wat voor hen het belangrijkste thema was. Als je die top drie belangrijkste thema's hebt, weet je ook wat je items voor de campagne moeten zijn. Dan weet je wat mensen belangrijk vinden en ga je hun eigen boodschap verkopen, los van dat je daar dus wel zelf de opzet voor hebt gemaakt. Het is dus niet de kiezer naar de mond praten, maar ze laten kiezen uit jouw lijstje met sociaaldemocratische waarden die zij het meeste waarderen of gerealiseerd willen zien.’

Je bent een voorstander van canvassen?
‘Absoluut. Daar heb ik ook nog wel een tip voor. De belangrijkste vaardigheid bij het canvassen is luisteren. Daar bereik je meer mee dan met praten. Je neemt mensen dan serieus. Je moet wel uitkijken dat je jezelf niet teveel werk op de hals haalt. Het is heel belangrijk om mensen die ergens informatie over willen hebben ook weer op te zoeken, hetzij fysiek, hetzij telefonisch of per e-mail. Maar maak het niet moeilijker dan het is. Als iemand een vraag heeft over een gemeentelijke dienst, kun je best volstaan met een doorverwijzing naar een telefoonnummer van die dienst. Als het een vraag over de PvdA zelf is, werkt dat natuurlijk niet, dan zul je zelf actief die vraag moeten gaan beantwoorden. En wees ook niet te benauwd in gesprekken aan de deur. Als je na 30 seconden vaststelt dat je geen voet aan de grond krijgt, kap het gesprek dan af, bedank iemand voor zijn of haar tijd en ga naar het volgende adres. En je blijft natuurlijk ook niet al te lang hangen bij iemand die sowieso wel op de PvdA gaat stemmen. Daar win je ook niets mee, anders dan een prettig gevoel.’

Waar moeten we van af?
‘Van het altijd alles maar willen uitleggen. We zeggen te vaak: de kiezer heeft het niet begrepen, we zullen het nog een keer uit moeten leggen. Mijn stelling is dat je eigen invalshoek bepalend is voor de vraag of je weerstand krijgt in een gesprek en hoeveel. Als je mensen laat vertellen en zelf luistert zul je merken dat de weerstanden heel erg meevallen. Dat is eigenlijk sowieso al zo. De sfeer op straat is best goed.’

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 34 nr. 2
februari 2010

Auteur
Kirsten Verdel