Zoeken

Publicaties

Dartelende raadsleden

‘Ja, ik wil in de gemeenteraad’. Deze slogan las ik rond de kerstdagen in RaadsledenNieuws, nummer 6. Het maakte mij nieuwsgierig. Welke wereld schuilt achter deze uitspraak?
In Delft worden onder aanvoering van de griffie met deze slogan kandidaat-raadsleden geworven. Delft stelt dat de ledenaantallen van de (gevestigde) partijen voortdurend dalen. Daarmee droogt de bron voor werving van nieuwe raadsleden op, ook omdat politieke partijen vooral vissen in eigen vijver. Het antwoord: een stadsbrede, apolitieke wervingscampagne.

Resultaat: zeventien mensen zijn in gesprek met een partij. Na onder andere een cursus te hebben gevolgd gericht op het raadslidmaatschap en een meet & greet met politieke partijen. Het doel, leden werven voor de gemeenteraad, is dus bereikt, zegt de griffier.
Maar is deze volledig gedepolitiseerde manier van werven van volksvertegenwoordigers iets waar de kiezer op zit te wachten? Is dit een manier van werken die bijdraagt aan een sterke ideologische basis voor onze partij? Als je volksvertegenwoordigers niet in eerste instantie bindt en boeit op basis van je uitgangspunten als partij, wat is dan de binding die wij met elkaar overhouden? Na de verwondering hierover kwam verontwaardiging. Als de volksvertegenwoordigers niet in eerste instantie voor inhoud en partij hebben gekozen, hoe zit het dan met de band tussen kiezer en gekozene? Wordt dit niet een nieuwe variant van volksvertegenwoordigers, die op afstand van de burger, de samenleving staan, die kiezen voor het ambt in plaats van het ideaal? Die kiezen voor de zetel in plaats van de stem? Naast de managende wethouder nu het dartelende raadslid? Of zoals Delft zegt: het raadswerk is een serieuze en verantwoordelijke taak, maar vooral ook boeiend, interessant, leuk, spannend, uitdagend en aansprekend. Het woord politiek wordt niet genoemd. Werkt dit niet populisme in de hand? Zonder ideologie kun je immers alle kanten op. Het lijkt of het maken van politieke keuzes er niet toe doet. Dat is vanuit deze opzet logisch, immers het voortouw in de aanpak lag bij de griffie en de griffie is ondersteunend aan de gemeenteraad, zonder politieke inkleuring van die ondersteuning. De griffie is één van de verworvenheden van het dualisme. Of het dualisme de beoogde cultuurverandering heeft gebracht, is de vraag. Of de aanpak ‘Ja, ik wil…’ leidt tot betrokken en ideologisch georiënteerde raadsleden is eveneens de vraag.
Is de kiezer en de lokale politiek met een dergelijke aanpak gediend? Is onze partij, de PvdA, hiermee gediend? Wat mij betreft niet. De PvdA is gebaat bij een heldere koers gebaseerd op onze sociaaldemocratische waarden, uitgedragen door onze lokale volksvertegenwoordigers. Dat is wat ons verbindt en boeit. Dat is waarom wij ons inzetten voor de PvdA. Daar past een dergelijke programmaloze manier van werven niet bij. Het is inderdaad niet eenvoudig om altijd de juiste mensen te vinden voor het raadslidmaatschap. Maar wij hebben baat bij volksvertegenwoordigers die worden geïnspireerd door onze waarden en die willen bijdragen aan het bereiken van onze idealen. Niet vanuit een apolitieke werving maar juist vanuit onze politieke overtuiging.

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 34 nr. 2
februari 2010

Auteur
Jacqueline Kalk