Zoeken

Publicaties

Overijssel en Gelderland willen regierol bij sport behouden

Over vijf maanden, op 2 maart 2011, gaan we naar de stembus om de leden van Provinciale Staten te kiezen. Voor Lokaal Bestuur aanleiding om een rondje langs de provincies te maken, waarbij telkens een belangrijk thema centraal staat. Dit keer gaat het over sport, toerisme en economie. Een gesprek met de statenleden Theo de Wit (Gelderland) en Ineke Baas (Overijssel).

Over zes jaar moet driekwart van de Gelderse bevolking actief sporten. Daarom zet de PvdA in die provincie sterk in op breedtesport. Gemeenten moeten heldere en concrete sportnota’s maken en de provincie laat zich daarbij, ondanks tegenwerking, de regie niet uit handen nemen. PvdA-statenlid Theo de Wit vindt dat topsport de doelstellingen voor de breedtesport niet mag overvleugelen. ‘Als je gaat investeren, dan in de breedtesport’.

Een behoorlijk ambitieuze doelstelling die Gelderland hier formuleert.

‘We zitten nu al op zestig procent. We willen een duidelijke ambitie neerzetten. Daar worden we tenslotte op afgerekend.’

Het bedrijven van topsport lijkt de laatste tijd erg belangrijk in ons land. Sluit dat geen groepen mensen uit?

‘Topsport mag wat mij betreft geen doel op zich zijn. Het is jammer dat er vanuit Den Haag zo gefocust wordt op hoe we meer medailles kunnen halen op de Olympische Spelen. Het is natuurlijk fantastisch als dat gebeurt, maar ik vind dat je sport in zijn volle breedte moet zien en daarom de breedtesport moet bevorderen.’

Minder topsport?

‘Dat is niet wat ik zeg. Ik kijk daar heel genuanceerd naar. Topsport is een voorbeeld, een stimulans. Jonge mensen kijken naar topsporters en halen hun inspiratie uit de prestaties die die topsporters leveren. Het een bevordert het andere. Vanuit de breedtesport kun je talenten ontwikkelen en toeleiden naar de topsport. Dat is de weg en daarom is het belangrijk dat juist de breedtesport wordt gestimuleerd.’

Een sociaaldemocratische gedachte.

‘De PvdA zet daar heel erg op in en zal dat ook in de toekomst blijven doen. Door middel van de breedtesport willen we gezondheids- en economische doelstellingen bereiken. Daarom hebben wij gezegd: ‘zie het breed’. Betrek iedereen daarin. Ook de gehandicaptensport en de ouderen. Onderzoek hoe je mensen aan het sporten kunt krijgen en zorg ervoor dat de voorwaarden daarvoor worden ontwikkeld.’

Hoe doet Gelderland dat?

‘We hebben geprobeerd om verbindingen aan te gaan met andere beleidsterreinen. Dansen is een vorm van bewegen en daarmee hebben we aangehaakt bij het cultuurbeleid. Ook op het gebied van integratie proberen we bruggen te bouwen. Er zijn een aantal gebieden waarop mensen elkaar ontmoeten; wonen en sport. Als je daar geen beleid op voert, blijft het ingewikkeld om integratie tot stand te laten komen.’

Hoe wordt dat beleid vastgelegd?

‘Dat beleid hoort in sportnota’s te worden vastgelegd. Een taak van de gemeenten. Er ligt een startnotitie die als titel heeft: ‘Sport in Gelderland; een wereld te winnen’. Daarin zijn doelstellingen neergelegd en van daaruit proberen wij te bevorderen dat gemeenten gerichte sportnota’s gaan schrijven en dat iedere gemeente straks zo’n sportnota heeft. Daarnaast werken we samen met de Gelderse Sportfederatie op het gebied van het delen van kennis en expertise en met de hogescholen en de Landbouwuniversiteit Wageningen.’

De provincie als aanjager? Is dat een taak van de provincie?

‘De provincie neemt bewust de regie als het gaat om kennis en innovatie, maar dat wordt niet altijd op prijs gesteld. We hebben een behoorlijk ingewikkelde discussie gehad met het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) over de rol van de provincie. Zij vinden dat de provincie zich moet terugtrekken als het om beleidsterreinen sport, sociaal en cultuur gaat.’

En daar bent u het niet mee eens?

‘Ik ben voor een open huishouding van de provincie. We gaan over ons eigen geld. Er is de laatste tijd al behoorlijk bezuinigd op de terreinen cultuur en sociaal, terwijl er geïnvesteerd wordt in sport en dan met name topsport. Daardoor zitten we in een moeilijk uit te leggen spagaat. Toch hebben wij ook gezegd dat sportbeleid van belang is, maar met het oog sterk gericht op het sociale aspect. Als we in sport gaan investeren, dan in de breedtesport.’

Over welke sporten hebben we het?

‘Daar hebben we een keuze in gemaakt. Bijvoorbeeld voetbal, zwemmen, hockey en paardensport.’

Is paardensport wel zo gemakkelijk in te zetten in de breedtesport?

‘Dat moet je niet onderschatten. Er zijn in Gelderland al een aantal mooie initiatieven vanuit de gehandicaptensport. Mensen van maneges zetten zich in om kinderen vanuit de jeugdzorg of gehandicapte kinderen paard te laten rijden.’

Hoe zit het met bijvoorbeeld fietsen? Een nogal populaire vorm van bewegen.

‘Er zijn in Gelderland de afgelopen jaren meer fietspaden aangelegd. In de Achterhoek en in het Rijk van Nijmegen bijvoorbeeld. Daar hebben we samen met de gemeenten flink in geïnvesteerd. Er zijn hele netwerken en fietsknooppunten aangelegd om mensen aan het fietsen te krijgen en het helpt en het mes snijdt daarbij aan twee kanten.’

Hoe bedoelt u?

‘Gelderland is een toeristische provincie met een heel divers landschap waar je prachtig kunt recreëren. Daarom hebben we die fietspaden en knooppunten aangelegd in nauw overleg met de VVV’s en het Regionaal Bureau voor Toerisme.’

Zijn er nog andere voorbeelden van het bevorderen van breedtesport?

‘We steunen ouderenprojecten. Een mooi voorbeeld is dat van een initiatief van ouderen in Apeldoorn. Daar speelt men een soort hockey met grote plastic sticks en een grote bal. Dat vonden we zo goed dat we bejaardencentra en dergelijke hebben aangeschreven en nu is er een soort competitie waar de mensen ontzettend veel plezier aan beleven.’

Sport u zelf?

‘Ik fiets, doe aan hardlopen en aan fitness. Niet allemaal tegelijk natuurlijk.’

Als het aan u ligt houdt de provincie de regierol bij het bevorderen van de breedtesport?

‘We blijven er zeker in deze coalitieperiode bovenop zitten. Die loopt volgend jaar af, maar ook in een nieuw coalitieakkoord blijven we zeggen: ‘als je in sport wilt investeren, doe dat dan in de breedtesport’. Iedereen moet meedoen.’


De landskampioen voetbal van het afgelopen seizoen komt uit Overijssel.
FC Twente geeft daarmee de topsport in Overijssel een gezicht. Of dat de provinciale economie zal stimuleren is volgens statenlid Ineke Baas nog maar de vraag. ‘Topsport is vooral functioneel. Het moet breedtesport stumuleren, en het is beter om dààr in te investeren.’

Bent u eigenlijk blij met de landskampioen in uw provincie?

‘Ja maar dan vooral om de spelers zich inzetten voor de kinderen in de probleemwijken in bijvoorbeeld Hengelo. Daar inspireren ze kinderen om zich ergens voor in te zetten, om naar school te gaan.’

Levert FC Twente een bijdrage aan de Twentse economie?

‘Moeilijk te zeggen. De economie is breder dan het ‘Bruto Provinciaal Product’. FC Twente geeft de regio wel de uitstraling die Twente wat meer uit de hoek haalt. In het westen weet men amper het verschil tussen Twente en de Achterhoek. De regio speelt zich zo op een goede manier in de picture.’

Hoe?

‘Alle media hebben aandacht besteed aan het kampioenschap en aan de feestelijkheden daaromheen. Twente heeft een groot compliment gekregen over hoe vreedzaam de feestelijkheden verliepen. Wij kunnen hier nog feestvieren zonder dat het uit de hand loopt.
Die uitstraling, dat hier alles gemoedelijker en vreedzamer verloopt, is denk ik goed voor het toerisme. Dat komt ook wel een beetje voort uit de volksaard. ‘Naoberschap’ speelt hier een grote rol en dat imago is wellicht goed voor het toerisme.’

En dat heeft weer een gunstig effect op de economie?

‘Daar heb ik zo geen cijfers over paraat. Dat is moeilijk te berekenen. Ik heb ook zo mijn twijfels bij vraagstukken of de capaciteit van bijvoorbeeld het stadion van FC Twente daarom moet worden uitgebreid. Het ligt er volgens mij goed bij. Ik weet het zo net nog niet of een landskampioenschap ineens moet leiden tot een exorbitante druk op publieke middelen. Ik denk dat het beter is om in breedtesport te investeren.’

Heeft Overijssel daar concrete plannen voor?

‘Daar zijn nog geen concrete projecten of plannen voor, maar ik vind wel dat je de breedtesport flink moet stimuleren uit gezondheids- en preventiemotieven. Kinderen zijn in toenemende mate te dik. Dat is een potentieel gezondheidsrisico voor over twintig of dertig jaar. Daarom is het belangrijk dat ze worden gestimuleerd om te sporten in plaats van met een zak chips voor de tv te hangen of uren achter hun computer door te brengen.’

Zijn er problemen op dat gebied in Overijssel?

‘Ik heb daar zo geen cijfers van voorhanden, maar weet wel dat het natuurlijk sociaal gezien ook fantastisch zou zijn als kinderen al vroeg met elkaar bezig zijn in sportverband in plaats van zich op een hangplek af te vragen wat ze nu weer eens zullen gaan doen. Als provincie moet je daarom groot inzetten op het stimuleren van gemeenten bij het organiseren van breedtesportactiviteiten. Maar dan wel vanuit sociale motieven en niet andersom. Vanuit de gedachte dat als je maar vroeg genoeg begint met kinderen te laten sporten, daar talent uit voortkomt, zodat Nederland meer medailles op de Olympische Spelen zal halen. Dat laatste is niet zo interessant.’

Twijfelt u aan het nut van Olympische medailles?

‘Dat niet, maar ik vraag me wel af of de sociale kosten van het de Olympische Spelen naar Nederland opwegen tegen wat het oplevert.’

Topsport is dus minder belangrijk dan breedtesport?

‘Ik zoek daarin naar een balans. Je kunt het één doen en het ander niet laten. Als je geen breedte hebt, komt er van de top niets terecht. Je moet er voor waken dat je alleen een elite kweekt op sportgebied. De accenten liggen voor de PvdA daarom meer op de breedtesport. De gedachte dat iedereen moet bewegen en dat mensen het leuk vinden om met elkaar te sporten in teamverband. Dat sociale aspect is belangrijk. Topsport is mooi, maar toch meer functioneel.’

Hoe stimuleert de provincie Overijssel de breedtesport?

‘Door goed te kijken naar of gemeenten hun zaken goed op orde hebben. Dan bedoel ik niet of er voldoende voetbalvelden zijn in Holten of Rijssen of geld geven maar of er goede sportplannen liggen.’

Is er een duidelijke link tussen sport en toerisme in Overijssel?

‘Misschien bij evenementen, dat die meer mensen naar Overijssel trekken. Maar ik blijf het effect daarvan moeilijk meetbaar vinden. Er is wel een link als we kijken naar het geweldige netwerk aan fietspaden dat is aangelegd. We hebben nog eens goed gekeken naar waar nog een lijntje mist. De fietsknooppunten zijn een succes. We werken in Oost-Nederlands verband samen met bijvoorbeeld Gelderland.’

Hoe belangrijk is toerisme voor Overijssel?

‘Enorm belangrijk. We zijn bezig met het oprichten van een kenniscentrum voor toerisme zodat ondernemers bij het treffen van voorzieningen daar met kennis op in kunnen spelen.
We proberen ook het ondernemerschap zelf te stimuleren. Niet met in het achterhoofd ‘met de massa grijp je de kassa’, maar door de kracht van Overijssel; het groen en de ruimte te behouden.’

En daar kan sport ook een rol in spelen?

‘Ja, maar het is toch vooral zaak dat de breedtesport gaat leven bij de inwoners van Overijssel. Daar maakt de PvdA zich sterk voor.’

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 34 nr. 10
oktober 2010

Auteur
Jurjen Sietsema