Zoeken

Publicaties

Jonggehandicapten moeten uit hun gouden kooi

Hij maakt zich grote zorgen over de aanstaande bezuinigingen. Snijden in bijvoorbeeld het armoedebeleid en de schuldhulpverlening betekent dat een grote groep veelal minder kansrijke mensen op een nog grotere achterstand wordt gezet en het daardoor nog moeilijker krijgt een baan te vinden. Hans Spigt, oud-wethouder van Dordrecht en nu trainer bij Besturen.nu, vindt juist dat gemeenten er alles aan moeten doen om iedereen aan regulier werk te helpen. Ook (ex-)verslaafden, crimineeltjes en mensen die nu in de Wajong (Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten) zitten. ‘Dàt is pas sociaal!’

Spigt: ‘De ontwikkelingen op sociaaleconomisch gebied zijn enorm dynamisch en voor de gemeente van cruciaal belang. Wat wij met Besturen.nu doen is de betrokken bestuurders snel in een netwerk brengen zodat ze op zeer korte termijn een overzicht hebben en goed op de hoogte kunnen worden gebracht van actuele ontwikkelingen.’
Besturen.nu biedt bijeenkomsten voor groepen van tien tot twaalf personen en nodigt ‘opinieleiders’ van bijvoorbeeld zorgverzekeraars, vakbeweging, sociale diensten en UWV uit voor tafelgesprekken. En dan is er natuurlijk nog de website.
‘Maar het is niet puur informatief wat we doen,’ zegt Spigt. Hij en zijn collega Hans Kamps proberen de wethouders ook anders te laten denken en handelen. ‘Neem bijvoorbeeld jeugdzorg en arbeidsperspectief. Er blijkt helemaal geen relatie te zijn tussen die twee. Ik vind juist dat zorg met werk gecombineerd zou moeten zijn. Je kunt best eisen stellen en vragen: hoe wil je je geld verdienen? Want een jongere mag dan bepaalde problemen hebben, maar er is beslist wel een bepaald soort werk dat hij of zij aankan. Deze koppeling is er nu niet, dus dat gat moet overbrugd worden.’
Hoe denkt Spigt dat te bereiken? ‘In eerste instantie moet je de portefeuillehouders snel bekend maken met het domein. Vervolgens moet je afspraken maken op het gebied van zorg en werk met als centrale gedachte dat je een weg naar werk wilt vinden. De wethouder moet dit niet alleen door ambtenaren laten doen, maar vooral in combinatie met uitzendbureaus, werkgevers en reïntegratiebedrijven. Duidelijke convenanten over gemeenschappelijke prestaties zijn daarbij essentieel. Van groot belang is natuurlijk dat er maatwerk wordt geleverd. Zorgjongeren hebben een andere begeleiding nodig dan andere jongeren die geen werk hebben. En je moet goede afspraken maken met de vakbeweging en ondernemingsraden. Want als je iemand met bijvoorbeeld licht autistisch gedrag in een bedrijf aan de slag laat gaan, moet je wel de verzekering hebben dat die persoon wordt ondersteund door zowel de bedrijfsleiding als de collega’s. Die ondersteuning moet je waarborgen.’
Spigt, die ook bestuurslid is van CrossOver, een kenniscentrum op het gebied van de Wajong, noemt een geval dat prima heeft uitgepakt: ‘Dat betreft een autistische jongen. Het bleek dat hij zich slechts op één onderwerp tegelijkertijd kon concentreren. Hij is aan de slag gegaan in een supermarkt met slechts één opdracht: zorg dat de bakken op de groenteafdeling steeds op tijd worden bijgevuld. Hij ging zo op in dat werk, dat hij van deze groenteafdeling een enorm succes maakte. Hij kreeg complimenten van de klanten. De bedrijfsleider is erg blij met hem. Zo blijkt maar: als je er goed mee omgaat, kan elk bedrijf zulke mensen in dienst nemen. Het is toch te gek dat we ze nu vaak de sociale werkvoorziening aanbieden en dan zeggen dat we ’t goed geregeld hebben? Nee, dat hebben we niet goed geregeld, want we moeten deze mensen naar regulier werk leiden!’

Achterstand

Spigt vindt dat de gemeenten hun verantwoordelijkheid naar hun inwoners toe sterker moeten onderkennen. ‘Soms wordt al bij het consultatiebureau een bepaalde achterstand vastgesteld. Op de school wordt dat vervolgens bevestigd. Dat speelt zich allemaal in jouw gemeente af, houd ik de wethouders voor. En wat gebeurt er nu? We laten het gebeuren en plaatsen zo iemand op een gegeven moment in een regeling als de Wajong. Die mensen en hun omgeving worden vervolgens enorm afhankelijk gemaakt van zo’n regeling. Geloof me, de Wajong is een gouden kooi geworden. De Wajong belemmert de mensen om aan het werk te gaan, terwijl ze dat zelf graag willen. De taak van de gemeenten moet dus zijn de mensen uit dit soort regelingen te houden. Het is belangrijk dat ze daarmee aan de slag gaan. Het is voor je gemeente ook niet goed als er veel inwoners in de WSW of Wajong zitten. Vaak zie je ook nog dat deze mensen door de samenleving worden afgedankt, hoewel sommigen daartoe ook wel aanleiding geven. Dat moet je dus zien te voorkomen. Met de juiste begeleiding en de juiste ondersteuning kun je deze mensen uit de regelingen houden en naar regulier werk leiden. Daar ben ik van overtuigd. Wat we nu doen is mensen met een achterstand op een nog grotere achterstand zetten. Wajongers bijvoorbeeld zitten nu niet in een lerende omgeving. Er zijn geen prikkels, er worden geen prestaties gevraagd waarop je afgerekend kunt worden en enige waardering voor wat je doet en wie je bent ontbreekt Dit moet echt veranderen door een gezamenlijke inspanning.’

Antillianen

Spigt noemt een voorbeeld uit de eigen praktijk, namelijk uit de tijd dat hij wethouder in Dordrecht was, van een succesvolle aanpak van een kansarme groep. ‘We hadden een groepje Antillianen. Op zich allemaal van goeie wil. Die jongelui wilden het liefst een gewoon leven met gewoon werk. Maar ze waren erg beïnvloedbaar en raakten daardoor gemakkelijk op het verkeerde pad. Eenmaal ontslagen uit de gevangenis en met de bedoeling in ’t vervolg alleen maar meer het goede pad te bewandelen, lagen ze binnen de kortste keren weer bij de ‘verkeerden’ op de bank en zaten ze een dag later weer vast. ‘Ik wil werk en ik wil een huis’, zeiden ze toen we vroegen naar hun toekomst, maar op de vraag hoe ze dat wilden bereiken, wisten ze het antwoord niet. We hebben het niet ambtelijk aangepakt, maar externen ingehuurd die één op één gingen werken en zeven dagen per week en 24 uur per dag bereikbaar waren. Dat laatste was belangrijk. Want wanneer was de kans het grootst dat die mensen in de problemen kwamen? In het weekend. En ontstonden er problemen, dan kwam de begeleider meteen. Die aanpak heeft heel goed gewerkt. We konden veel van die jongelui uiteindelijk naar werk leiden. En deze aanpak werkt voor alle groepen, daar ben ik zeker van. Het is tijdelijk een kostbare investering met als resultaat dat die iemand zelf zijn boontjes kan doppen.’
Maar ondernemers staan toch niet in de rij om jongeren met een smetje, een crimineel verleden bijvoorbeeld, in dienst te nemen? ‘Het is belangrijk dat je ondernemers betrekt bij je beleid. Dat ze weten waar je mee bezig bent. Ondernemers willen deze mensen wel in dienst nemen, maar, inderdaad, ze zeggen wel dat ze geen verantwoordelijkheid willen dragen voor de consequenties als die mensen weer in de fout gaan. Dat vind ik terecht. Dus moet je die consequenties weghalen of verplaatsen. Als een ondernemer iemand uit zo’n groep ontslaat omdat ie consequent te laat komt en op dagen helemaal niet verschijnt, moet die ondernemer natuurlijk niet geconfronteerd worden met een ontslagvergoeding. Als die vergoeding al wordt toegewezen, dan moet je die als gemeente voor je rekening willen nemen. Tegelijk moet je als gemeente ook het omgekeerde doen. Dus de betrokkene een sanctie opleggen. Want voor niets gaat de zon op.’
Hebben zijn PvdA-collega’s Spigts ideeën juichend ontvangen? ‘Heb ik niet gevraagd. Maar dat zou wel moeten! Want dít is pas sociaal. Presteren naar vermogen, ondersteuning op maat.’

Oppassen

Spigt vreest de bezuinigingen waarmee het Rijk en de gemeenten te maken hebben. Hij is bang dat bepaalde groepen nog meer op achterstand gezet worden. ‘De gemeenten moeten heel erg oppassen voor het wegbezuinigen van een deel van de sociale infrastructuur en daarnaast toch de arbeidsparticipatie willen vergroten.’ Want mensen uitsluiten door ze als kansloos te betitelen, zorgt alleen maar voor sociale ontwrichting, meent Spigt. Hij vindt dat op het gebied van koppelingen tussen Wmo, WWB, reïntegratie, onderwijs en AWBZ ‘winst’ te behalen valt. ‘Neem de verslavingszorg, die onder de AWBZ valt. Ook hier ontbreekt de koppeling van zorg en werk. Dat verslaafden alleen maar even langskomen om hun portie methadon op te halen, is niet goed. Ja, de methadonverstrekking helpt wel, maar er moet naar mijn mening wel een prestatie tegenover staan. Die mensen moeten niet de hele dag op straat lopen, waarbij een groot deel ook nog eens vaak angstig over de schouders moet kijken. Een taak uitvoeren, gewaardeerd worden en een prestatie leveren, dat mag je best verlangen. Als je verwacht dat de samenleving jou helpt, mag de samenleving ook iets terugvragen. Nee, je móet naar vermogen iets terugvragen. Als je van de ene verwacht dat ie werkt en belasting betaalt, dan kun je tegen een ander toch niet zeggen: blijf maar lekker thuis zitten en we zullen je nog een uitkering geven ook?’

Tweedeling

‘Ik vrees dat veel gemeenten hun begroting op orde brengen door flink te schrappen, terwijl je juist moet kijken naar slimmer organiseren. Meer doen met minder geld. Dat vind ik een veel wenkender perspectief. Snijden in de schuldhulpverlening, in de armoedebestrijding..., het zal allemaal aan de orde komen. Mensen aan de onderkant van de samenleving zullen getroffen worden. Als er minder geld beschikbaar is voor reïntegratie, wat zal er dan gebeuren? Juist, er zal alleen nog aandacht zijn voor de kansrijken. De kansarmen trekken aan het kortste eind. Daar maak ik mij zorgen over; er gaat dan een tweedeling ontstaan.’
Volgens Spigt laten gemeenten zich bij het vaststellen van de bezuinigingen vooral leiden door de korte termijn (zo snel mogelijk een sluitende begroting) en is er geen oog voor de consequenties op de langere termijn. ‘Als gemeenten bezuinigen zoals ik heb geschetst, heb je straks wel een kloppende begroting maar geen nieuwe dynamiek. Je moet blijven investeren in mensen die uit de uitkering willen. Je moet blijven investeren in mensen die scholing willen om zo hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Je moet blijven investeren in mensen die hun leven weer op orde willen brengen en een beroep doen op de schuldhulpverlening. Je moet blijven investeren in mensen die uit de Wajong willen. Het is noodzakelijk dat de gemeenten daarom samen optrekken met het bedrijfsleven. Van de sectoren Bouw en Metaal weet ik dat die graag jonge mensen willen. Daar moet je op inspelen. Goede afspraken maken, goede trajecten opzetten. En dat moet niet elke gemeente zelf willen doen, nog afgezien van het feit dat de sociale partners het natuurlijk niet zien zitten om met meer dan vierhonderd gemeenten aparte afspraken te moeten maken, maar regionaal samenwerken met andere gemeenten. Regionaal moeten er afspraken worden gemaakt. Want de situatie in Oost-Groningen is natuurlijk heel anders dan die in Rotterdam.’

(Hans Spigt (50) was van 2002 tot 2010 PvdA-wethouder in Dordrecht en daarvoor, vanaf 1994, raadslid. Verder was hij voorzitter van de VNG-commissie Werk & Inkomen en plaatsvervangend voorzitter van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI). In april dit jaar zette hij samen met Hans Kamps (econoom en onder meer Kroonlid van de SER) en de B&A-groep (Beleid en Advies) Besturen.nu op. Dit initiatief richt zich met name op de wethouders die sociale zaken, onderwijs, economische zaken en arbeidsmarktvraagstukken in portefeuille hebben.)

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 34 nr. 10
oktober 2010

Auteur
Jan Chris de Boer