Burgerparticipatie: mooi maar lastig
Burgerparticipatie. Sommigen schudden bij het horen van het woord meewarig hun hoofd terwijl anderen er een rotsvast geloof in lijken te hebben als het tovermiddel om burgers bij het bestuur van de gemeente te betrekken. Is burgerparticipatie een utopie of zijn er echt kansen? En wat vindt de PvdA van meepratende burgers op lokaal niveau? Een gesprek met Ton Menke, fractievoorzitter van de PvdA in de gemeente Oude IJsselstreek en lid van de ‘Bond van Honderd’, een van de ‘proeftuinen’ voor burgerparticipatie.
Hij loopt inmiddels alweer een jaar, de actie ‘In actie met burgers’. In het leven geroepen om burgers nu eens echt te laten meedenken over hun gemeente. Niet om ze het ‘gevoel’ te geven dat ze worden gehoord, maar om ze echt een stem te geven. Invloed. ‘In actie met burgers’ is een deelproject van het actieprogramma Lokaal Bestuur dat op initiatief van de VNG en het ministerie van Binnenlandse Zaken na de raadsverkiezingen van 2006 op poten werd gezet om het lokaal bestuur te versterken. Het programma, compleet met scholing voor raadsleden, workshops en congressen, loopt tot de komende raadsverkiezingen.
Experiment
De Gelderse gemeente Oude IJsselstreek (hoofdplaats Gendringen) is één van de twaalf zogenaamde experimentgemeenten die in het kader van ‘in actie met burgers’ is aangewezen door de VNG. Dat experiment houdt, naast een zak met geld, in dat de gemeente letterlijk ‘experimenteert’ met burgerparticipatie. Nieuw daarin is het accent op het aanboren van talent bij de inwoners. Het experiment leverde in Oude IJsselstreek de ‘Bond van Honderd’ op. Een bond die, volgens de in de hele gemeente verspreide flyer voor de aftrap, de gemeente ‘in harmonie’ moet brengen met de bewoners.’ Vijfentachtig betrokken inwoners en vijftien leden van raadsfracties en wethouders moeten in Gendringen, Silvolde, Terborg, Varsseveld en de overige elf kernen, burger en politiek dichter bij elkaar zien te brengen. Voor de ‘Bond van honderd’ wierf de gemeente bij maatschappelijke organisaties en onder ‘deskundige’ inwoners.
Niet iedereen stond gelijk te springen om zitting te nemen in de Bond. Er waren extra advertentierondes in de huis-aan-huisbladen voor nodig om de inwoners van de Oude IJsselstreek te bewegen om zich aan te melden. De aftrap van de Bond van Honderd vond plaats op 6 juni van dit jaar in Gendringen met een participatieladder, een toespraak door ‘Koningin Wilhelmina’ en ‘Prins Hendrik’, deelsessies en een uitgebreid lunchbuffet ‘aangeboden door de gemeente en het actieprogramma Lokaal Bestuur voor een interactieve afronding’. In de deelsessies kwamen onderwerpen als zinvolle bewonersinvloed, burgerjury, burgervisitatie en een burgerbegrotingsforum aan de orde. De eerste bijeenkomst na de aftrap was in juli en de tweede stond gepland voor september. Door organisatorische problemen is die inmiddels verschoven naar 26 november.
Circus
Ton Menke kan een lach niet onderdrukken als hem gevraagd wordt naar wat hij van burgerparticipatie vindt. ‘Wat wil je horen? Als PvdA zijn we uiteraard voor burgerparticipatie. Ik ben zelf voorzitter van een huurdersvereniging die zeventienhonderd huurders vertegenwoordigt. We hebben een paar herstructureringswijken gedaan, van plaatjes plakken met de goede en de slechte dingen in de wijk tot aan de architectkeuze, wat met elkaar vier tot vijf jaar duurt. Ik hecht aan inspraak van de burgers.’
‘Aan ambitie op dat gebied dus geen gebrek’, zegt Menke. Hij maakt samen met fractiegenoten Marloes Leijzer, Bennie Siemes en Ömer Delioglu deel uit van de Bond.
‘Wij hebben als gemeente eigenlijk meteen ja gezegd toen het voorstel van de VNG kwam. Wij wilden zelf graag zien hoe we burgerparticipatie beter vorm kunnen geven in onze gemeente. Dat is toch wel redelijk uniek dat je dat als raad besluit, zeker als je bedenkt dat de steun om hier aan mee te doen raadsbreed was. Alle partijen vonden dat we het moesten doen. En dan komt het hele circus op gang.’
Volgens Ton Menke is er eerst een groep geweest die alles heeft voorbereid waarin zich felle discussies hebben afgespeeld. ‘De belangrijkste vraag is wat je wilt bereiken met burgerparticipatie en zo’n Bond van Honderd. Want als je vraagt wie daar aan deel willen nemen , krijg je toch vaak de mensen die in andere circuits met de gemeente onderhandelen, in buurtcomités, in wijkraden en in dorpsraden zitten, maar - gelukkig – ook een aantal nieuwsgierige mensen, mensen die nieuw zijn. Waar je echter mee zit, en daar heb ik ook heel lang mee geworsteld, is hoe het zich verhoudt tot onze eigen partij en haar standpunten. Bij de beantwoording van die vraag heb je preciezen en rekkelijken, ik hoor bij die eerste categorie. Ik vind dat we als PvdA namelijk een taak hebben om de zaken waaraan we ons op cultureel gebied, op het gebied van grote projecten aan gecommitteerd hebben te realiseren en daar hoort natuurlijk inspraak bij. Met mensen, met buurten. Als PvdA proberen we mensen al vanaf het begin erbij te betrekken.’
Drufabriek
‘Een voorbeeld is de oude Drufabriek in Ulft. Dat was een ruïne. Op initiatief van de PvdA heeft de gemeente de mensen een kaart gestuurd met daarop een verloederde aanblik van de fabriek en de vraag om mee te praten over wat we met dit soort oude gebouwen moeten. We hadden vier avonden vierhonderd man. Dat was geweldig. Inmiddels is de fabriek opgeknapt en wordt er van alles in georganiseerd. Er is een cultureel centrum van gemaakt. Dat heeft een paar jaar geduurd maar iedereen is er trots op. Zo zitten wij daar als PvdA normaal gesproken in en met dit, die Bond van Honderd, moet je oppassen dat het dit niet gaat doorkruisen.’
Op de vraag welke rol de raadsleden vervolgens in de Bond moeten spelen, antwoordt Ton Menke dat hij dat een lastige vraag vindt. ‘Er is al een bijeenkomst geweest waarbij iemand aanwezig was die tegen megastallen in het buitengebied is. Die heeft op die bijeenkomst zijn eigen agenda doorgedrukt terwijl hij ook al via tien andere kanalen met dit onderwerp bezig is. Ik herinner me ook zoiets van de aanloop naar de verbouw van de Dru-fabriek. Daar was ook iemand die alles naar zijn hand wist te zetten en de vergadering wist te ‘gijzelen’ voor zijn eigen belangen. Het komt dus wat mij betreft in ieder geval aan op goed voorzitterschap. Je moet zien te voorkomen dat de verantwoordelijkheden bij burgerparticipatie onduidelijk zijn. Daarom is het belangrijk dat je inspraak goed organiseert, je duidelijk hebt waar je naartoe wilt en dat je het organiseert met respect voor ieders verantwoordelijkheden. We hebben een coalitieprogramma met dingen die we willen realiseren. Dat doen we natuurlijk in samenspraak met burgers, maar als je keuzes wilt maken dan moet je dat aan het begin van een proces doen en niet, zoals nu gebeurt, als het al loopt.’
Als voorbeeld van dat laatste noemt Menke het idee van een burgerforum dat uit de eerste bijeenkomst van de Bond van Honderd kwam. ‘Driehonderd mensen die zich twee weken voor onze begrotingsvergadering mochten bekreunen over de gemeentelijke financiën. Nog voordat wij er als fractie iets over zouden kunnen zeggen dus. Dat burgerforum is dan ook niet doorgegaan. Want als er iets uit zo’n sessie komt, moet je daar iets mee en dat wordt wel moeilijk als je zelf bezig bent je nog een mening te vormen en daarover stukken voor de vergadering aan het schrijven bent.’
Ton Menke ziet echter wel iets in een rol voor het burgerforum in het meepraten over ideeën voor een meerjarenbegroting bijvoorbeeld voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. ‘De timing, dus wanneer je burgerparticipatie inzet, is ontzettend belangrijk. Dat moet je niet in lopende processen doen, want dat stoort alleen maar en het wekt verkeerde verwachtingen. Je moet de juiste onderwerpen kiezen waarbij je burgerparticipatie inzet zoals de herstructurering van wijken. Onderwerpen die dicht bij de mensen liggen. Die zichtbaar en tastbaar voor ze zijn in hun dagelijks leven.’
Lastige materie
Menke noemt burgerparticipatie à la de Bond van Honderd een precaire zaak in het licht van de verantwoordelijkheden die de lokale politiek heeft. ‘Er is nu een burgerjury die begeleid wordt door de Erasmusuniversiteit. Die mogen zich buigen over het voorzieningenniveau in de vijftien kernen in onze gemeente. Daar zou bijvoorbeeld kunnen worden gesproken over een zwembad. Iedereen wil er wel één maar ik ben benieuwd of er in die jury straks de afweging wordt gemaakt of het misschien beter is om ook naar andere voorzieningen als openbaar vervoer te kijken en in één kern een mooi zwembad neer te zetten. Dat bepaalt denk ik uiteindelijk het echte succes van dit soort vormen van burgerparticipatie. Op papier mooi, maar in de praktijk toch lastige materie om goed en efficiënt te organiseren, zowel bij het begin als bij de uitkomsten. Want de vraag blijft wat je daar als politiek echt mee kunt en moet. De kwaliteit van de burgerparticipatie hangt af van de onderwerpen, de timing en de representativiteit. Is die goed, dan kun je de mening van een Bond van Honderd serieus laten meewegen in de uiteindelijke besluitvorming. En hierop hebben we vooralsnog geen eensluidend antwoord