Zoeken

Publicaties

Einde gedoogbeleid betekent rust aan de grens

Sinds 16 september mogen coffeeshops in de grensstreek geen softdrugs meer verkopen. Coffeeshops die het verbod negeren gaan vijf jaar dicht. Daarmee komt een eind aan het jarenlange gedoogbeleid en aan de enorme overlast die drugstoeristen veroorzaakten. Tweede Kamerlid Lea Bouwmeester is blij met het nieuwe beleid, maar zijn de lokale bestuurders in de grensstreek dat ook? Raadsleden Michael Yap (Roosendaal) en Marnix van Oyen (Terneuzen) vertellen over de aanloop naar en de gevolgen van het nieuwe beleid in hun gemeenten.

Roosendaal en Terneuzen zijn twee gemeenten die weten wat overlast door drugstoerisme is.
Beiden grenzen aan België en beiden kregen tot 16 september jaarlijks meer dan een miljoen drugstoeristen te verwerken. Met alle gevolgen van dien. Van alle drugstoeristen kwam 90% uit België. De rest kwam uit landen als Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland.
Op de dag dat het nieuwe beleid van kracht werd (woensdag 16 september) zag de Roosendaalse binnenstad letterlijk blauw van de politie. Op de invalswegen naar de stad stond eveneens een grote politiemacht om drugstoeristen terug te sturen. Het bleef echter rustig.
Raadslid Michael Yap is blij met het nieuwe beleid: ‘De mensen die hier drugs kwamen kopen, kwamen alleen daarvoor. Ze kwamen niet om te shoppen. Dat is aangetoond.
We kunnen ze dus missen als kiespijn omdat ze eigenlijk niets bijdroegen aan de lokale economie. Daarnaast komen er genoeg andere Belgen naar Roosendaal die wel komen voor de winkels en die zijn natuurlijk van harte welkom.’ Volgens Yap is het nadeel van zoveel coffeeshops in de grensstreek dat de mensen die komen voor verkeers- en parkeeroverlast zorgen en daarnaast de hele handel er omheen. ‘Als de mensen nu alleen voor de coffeeshop zouden komen maar er zijn zoveel lieden, criminelen die mensen proberen over te halen bij hen te kopen en niet bij de coffeeshops. Die zorgen misschien nog wel voor meer overlast.’

Drugssupermarkt
In Terneuzen stond midden in het centrum, tegenover het theater, tot voor kort een van de grootste coffeeshops van Nederland (‘Checkpoint’, red.) waar dagelijks zo’n 2500 mensen op afkwamen. ‘Het was meer een soort supermarkt’, zegt raadslid Marnix van Oyen, ‘met in de kelder de verkoopruimte met daarin meerdere kassa’s en op de andere twee etages een ruimte om te gebruiken en een restaurant. Het was echt voor de grote verkoop en op geen enkele manier gerelateerd aan lokaal gebruik.’ De overlast zat hem in Terneuzen, net als in Roosendaal, niet zo zeer in de coffeeshops zelf maar vooral in alles daaromheen. Van Oyen: ‘De grootste ergernissen voor de bevolking van Terneuzen waren de verkeersbewegingen, het verkeersgedrag, wildplassen, parkeerproblemen en daarnaast elke dag weer die overstelpende invasie van Belgen en Fransen.’ Coffeeshop Checkpoint is inmiddels door justitie gesloten. Schuin tegenover het pand zit één van de andere coffeeshops die nog wel open is en die volgens Van Oyen zo’n vierhonderd klanten per dag trekt. ‘Die mogen niet meer dan twee gram kopen. Die moeten ze binnen gebruiken. Als ze buiten komen en betrapt worden met drugs, dan is er een lik op stukbeleid. We zien inmiddels gelukkig dat er een situatie ontstaat die vooral gericht is op de lokale verkoop. Daarnaast is er wel iets van een illegaal circuit aan het ontstaan maar dat weegt niet op tegen ‘Checkpoint’. Dat was een complete criminele organisatie met toeleveringsbewegingen en een crimineel netwerk. Wij zijn daarom ontzettend blij dat justitie heeft ingegrepen. Wij als gemeenteraad hadden namelijk al een aantal scenario’s bedacht om iets aan de situatie rond ‘Checkpoint’ te doen. Zo hadden we bedacht om de eigenaar uit te kopen en de shop te verplaatsen naar de grens maar dat gaf spanning met onze Belgische buurgemeente. Gelukkig is dat allemaal niet nodig geweest. De eigenaar van de coffeeshop heeft inmiddels vastgezeten op gerede verdenking van witwaspraktijken en het leiding geven aan een criminele organisatie. De zaak is nog onder de rechter, de shop is gesloten. Dat loste zich dus vanzelf op. Een ander scenario was om zelf een wietkwekerij te beginnen en die als gemeente ook zelf te distribueren. Ook dat was niet nodig omdat het nieuwe beleid er voor heeft gezorgd dat de overlast van drugstoeristen helemaal verdwenen is. Het oogt dus goed, zo op het eerste gezicht.’

Lokale gebruikers
De eerste klap is een daalder waard gebleken in Roosendaal en Terneuzen. ‘Maar we zijn er nog niet’, zegt Michael Yap. ‘Wij als PvdA in Roosendaal vinden dat je nu moet toewerken naar een goede situatie voor de lokale gebruiker. Nu zeg je hier in Roosendaal: je mag geen drugs verkopen en dat kan ik op dit moment begrijpen, maar dat kan niet zo blijven. De coffeeshops zijn nu dicht maar we weten niet voor hoe lang. De burgemeester heeft gezegd dat hij meteen laat sluiten op het moment dat ze opengaan en verkopen. Van een coffeeshop weet ik dat ze gaan proberen om een proefproces uit te lokken. Daarom zeggen wij dat je er beter voor kunt zorgen dat er een stabiele situatie ontstaat waarin de lokale gebruikers goed bediend kunnen worden zodat je overlast zoveel mogelijk kunt uitsluiten.’ Hoe groot die lokale gebruikersgroep is, weet Yap niet. ‘Dat hebben we helaas nog niet goed in beeld.’ Ook in Roosendaal heeft de gemeenteraad pogingen gedaan om de overlast uit de stad, in elk geval uit het centrum, te weren.
Michael Yap: ‘De coffeeshops zitten geconcentreerd aan een toegangsweg naar het station. Daarvan hebben wij gezegd dat die opgeknapt moet worden. Je komt als bezoeker Roosendaal via die weg binnen en het gaf geen goed beeld. Daarom wilden we dat er iets aan die weg en de panden die er aan staan wordt gedaan. Bovendien zijn we als PvdA de eerste partij in de gemeenteraad geweest die op een vergunningenplicht voor de ondernemers aan die weg heeft aangedrongen. Daarmee heb je de mogelijkheid in handen om via de wet BIBOB te sturen. Dat heeft dan vooral te maken met die dubieuze shops omdat die op die manier de vraag moeten beantwoorden of ze een bonafide onderneming zijn of niet. Dat traject loopt nog steeds.’ Volgens Yap werken de coffeeshops in dat gebied wel goed mee met de gemeente. ‘Zoals gezegd zijn het vooral de handel op straat en de toeristen. Die wilden we weg hebben. Dan verdwijnt namelijk ook de vraag. Daarbij is ook communicatie belangrijk. Dat je tegen mensen zegt: ‘je moet niet meer naar Roosendaal komen want wij hebben het hier niet meer’. Het is dus een kwestie van handhaven en communiceren.’

Grijs gebied

‘Wat eigenlijk heel interessant is’, zegt Marnix van Oyen ‘is dat je er nu achter komt dat er nauwelijks een grijs gebied bestaat tussen legaliseren en aanpakken. Het legaliseren van softdrugs is, zeker in Europees verband, een utopie. Daarnaast wakkert een ruimhartig gedoogbeleid zoals dat er tot nu toe was, alleen maar problemen aan. Wat we nu hebben, een inpandig gedoogbeleid en het aanpakken van de problemen in de omgeving, geeft tot nu toe het beste resultaat.’
Van Oyen benadrukt nog eens dat het gedoogbeleid zoals dat bestond, in de Terneuzense raad niet ter discussie stond (met uitzondering van een enkele partij als de SGP en de ChristenUnie). ‘Dat was een gegeven. Waar wij ons vooral op hebben gericht is de vraag hoe wij de overlast voor de bevolking zoveel mogelijk konden minimaliseren. Wat wij wel constateerden is dat het gedoogbeleid failliet was, zeker in de grensstreek. Dan kun je niet anders dan aanpakken en ontzettend oppassen dat je problemen niet verplaatst.’
Dat er ooit in Terneuzen opnieuw zoiets als een ‘Checkpoint’ zal verrijzen is voor Marnix van Oyen geen vraag. ‘Dat is uitgesloten. Tien jaar geleden dachten we dat het met het gedogen van twee coffeeshops in Terneuzen wel goed zou komen. De tijden zijn echter veranderd. Formeel is er in Terneuzen nog steeds ruimte voor twee coffeeshops maar wij willen dat als PvdA zeker niet en ik kan daarmee ook spreken voor de rest van de gemeenteraad. Er zijn partijen die akkoord gaan met de huidige vorm van inpandig gedogen maar er zijn er ook die compleet voor de nul-optie gaan.’

Balans
‘De gemeente Roosendaal zet nu vooral in op repressie’, zegt Michael Yap. ‘Wij als PvdA hebben gezegd dat er een balans moet komen tussen repressie en preventie. Een coffeeshop is tenslotte een controleerbare setting. Voor de toekomst hebben we gezegd: ‘Kijk nu eerst even wat er gebeurt met het verbod en met het feit dat de coffeeshops in Roosendaal hun deuren nu even gesloten houden. Ga vervolgens na hoe je kunt komen tot een zo goed mogelijke lokale voorziening. Tijdens het bezoek van Lea Bouwmeester was er een organisatie die zo’n lokale voorziening zou willen runnen. Dat zou een experiment of zelfs een oplossing kunnen zijn. Zij hebben kennis van zowel preventie als de gevolgen van softdrugsgebruik. Maar dat hangt heel nauw samen met wat er landelijk gaat gebeuren want je hebt nog altijd het probleem van de achterdeur. Dat is ook constant waar wij als PvdA op hameren in lijn met het landelijk beleid. Zorg ervoor dat er een goede lokale voorziening is maar ook dat die achterdeur niet wagenwijd open blijft staan. Daar is namelijk nog wel wat te winnen.’

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 33 nr. 11
november 2009

Auteur
Jurjen Sietsema