Zoeken

Publicaties

Het PvdA-lid bestaat niet

In het kader van de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2010 schrijft Lokaal Bestuur met regelmaat over de voortgang van de campagnes in tal van afdelingen. Eén van de zaken die opvalt in gesprekken met campaigners uit verschillende afdelingen is dat het eigen ledenbestand als zeer homogeen wordt gezien: leden worden allemaal gevraagd om te gaan canvassen of bij een marktkraam te gaan staan. Dat slechts een klein percentage hier op reageert, doet velen verzuchten dat het erg moeilijk is om actieve leden te vinden.

In gesprekken met PvdA-leden viel het ons juist op dat er grote verschillen zijn in de interesses en ambities die leden hebben. Velen willen wel actief zijn, maar niet per se op straat. Wie leden beter wil bereiken, zal moeten beseffen dat er vele soorten leden zijn en dat een instrument bij het ene lid wel werkt en bij het andere misschien helemaal niet. Hieronder daarom op basis van een drietal uitgangspunten van adviesrapporten over de verloren campagnes van het begin van deze eeuw een handvest over hoe je leden kunt bereiken:

1. De PvdA moet dichter bij de leden komen te staan.
2. De PvdA moet een grassroots organisatie worden met een duidelijke aanwezigheid in de wijken.
3. Leden dienen meer mogelijkheden te krijgen om invloed uit te oefenen op (allerlei terreinen binnen) de PvdA.

Er zijn ten minste vier soorten leden te definiëren:


de donateur Sympathiseert moreel en/of financieel met de PvdA zoals hij of zij dat ook doet met Greenpeace, Natuurmonumenten of met Amnesty International. Met hun lidmaatschap wilden ze hun sympathie betuigen, niet meer en niet minder.

de passief betrokkene Is lid om in het publieke debat te worden gehoord. Hij of zij wil – veelal wegens tijdsgebrek – geen actieve rol vervullen binnen de partij. De betrokkene meent dat onze volksvertegenwoordigers uiteindelijk hun eigen afweging moeten maken, als ze maar gesproken hebben met alle betrokkenen en die hun zegje hebben laten doen.

de actief betrokkene Wil meer dan alleen maar gehoord worden. Hij of zij wil meebeslissen over politiek inhoudelijke zaken, zonder direct een vertegenwoordigende functie te moeten of willen vervullen. Informatie en kennis moet van deze groep leden twee kanten op gaan: zij willen niet alleen geïnformeerd worden door de partij, zij willen ook de partij informeren.

de aspirant-politicus Wil ‘de politiek in’. Hij of zij wil niet alleen actief meedoen met de meningsvorming binnen de partij, maar wil ook zelf politieke of bestuurlijke functies gaan vervullen.


De interesses van de leden verschillen ook nog nadrukkelijk in een ander opzicht: sommige leden zijn bovenal geïnteresseerd in nationale en mondiale kwesties, anderen zijn vooral geïnteresseerd in de problemen van de stad en een derde categorie is primair geïnteresseerd in de directe leefomgeving. Dat is het probleem van een nationale partij die ook lokaal actief is en die leden met name op lokaal niveau opvangt. De PvdA moet voor al deze verschillende soorten leden aantrekkelijker worden. Dit vraagt om een gedifferentieerde aanpak! Wat moet je doen om achtereenvolgens interessanter te worden voor de donateur, de passief betrokkene, de actief betrokkene en de aspirant-politicus? We geven het puntsgewijs aan.


Wat vraagt de donateur?
* De donateur wil weten dat zijn gift wordt ontvangen en wordt gewaardeerd. Hij moet dus periodiek iets van de partij horen. E-mailnieuwsbrieven en afdelingsblaadjes zijn hiervoor zeer goed geschikt. De frequentie van nieuwsbrieven moet voor deze groep laag zijn: elke week is iets teveel van het goede voor de donateur.

* De donateur sympathiseert in het algemeen met de partij of, nog vager, met de sociaal-democratie. Hij is vooral politiek geïnteresseerd en niet zozeer geïnteresseerd in de dingen die allemaal binnen de partij gebeuren. Hij wil geen informatie over de lokale partijvoormannen en –vrouwen, en zelfs niet over de landelijke partijtop. Hij wil informatie over algemene politieke onderwerpen en wil vernemen hoe daarover binnen de PvdA wordt gedacht.


Wat vraagt de passief betrokkene?
* De passief betrokkene wenst dat de partij meer interessante inhoudelijke avonden organiseert, zonder aandacht voor allerlei organisatorische punten (keuze van congresafgevaardigden, amendement 113, enzovoorts). Bijeenkomsten kunnen gaan over de politieke actualiteit, thema’s, of zijn desnoods reguliere afdelingsvergaderingen waar de leden van zich kunnen laten horen. Persoonlijke uitnodigingen per brief of e-mail worden op prijs gesteld.

* Indien de PvdA – of dat nu lokaal of landelijk is – een bijeenkomst organiseert, dan vindt de passief betrokkene het prima als hij geïnformeerd wordt door de partij zonder verder zelf invloed te hebben op de besluitvorming. Als hij wel invloed krijgt, dan zal de passief betrokkene dit positief waarderen. Een inhoudelijke discussie die voortvloeit uit de aan de orde gestelde thema’s wordt gewaardeerd, omdat de passief betrokkene daar zijn verhaal in kwijt kan.


Wat vraagt de actief betrokkene?
* De actief betrokkene wil een stem hebben in de partij. Partijbijeenkomsten zijn prima, maar daar moet wel resultaat geboekt worden. ‘Wat gebeurt er met mijn mening?’ wil de actief betrokkene weten. Zowel landelijk als lokaal moet de PvdA derhalve zorgen voor een structuur waarbinnen invloed van actief betrokkenen mogelijk is.

* De actief betrokkene wil meer invloed krijgen op de samenstelling van de kandidatenlijsten en op de samenstelling van het bestuur. Dit geldt niet alleen de lijsttrekker en de voorzitter, maar moet voor de gehele lijst en het gehele bestuur gelden.

* De actief betrokkene wil meer ledenraadplegingen om zo mee te kunnen beslissen over belangrijke politieke standpunten. Bij elke ledenraadpleging dient vooraf geformuleerd te worden wie er mogen deelnemen, wat er met de uitkomst gebeurt, welk gewicht de ledenraadpleging heeft, etc.

* De actief betrokkene wil op projectbasis een bijdrage leveren aan de partij. Wegens tijdsgebrek is hij niet structureel inzetbaar, maar voor kortlopende projecten is hij wel beschikbaar. Dit kan een actieve bijdrage zijn aan een project dat enkele weken of maanden duurt, maar het kan ook een eenmalige bijeenkomst zijn waarin het betreffende lid zijn expertise overdraagt aan de partij.


Wat vraagt de aspirant politicus?
* Aspirant politici willen echt actief worden in de partij. Dit kan op verschillende niveaus zijn, van lokaal (deelgemeente/gemeente) tot internationaal niveau. Afhankelijk van de wensen van de persoon in kwestie moet er een ‘carrièrepad’ uitgestippeld worden in samenwerking met de partij.

* Aspirant politici hebben een open cultuur nodig. De drempels binnen de partij moeten zo laag mogelijk zijn. Op lokaal niveau botsen goede bedoelingen wel eens met de praktijk. Op bijeenkomsten (nieuwe leden noemen onder andere gemeentelijke vergaderingen en afdelingsvergaderingen) is er vaak een sfeer van ‘ons-kent-ons’, waarbij iedereen elkaar met naam en toenaam noemt. Nieuwkomers krijgen vaak snel het idee dat het allemaal erg incrowd is en beschouwen dat als een grote drempel om actief te worden. Het besef moet binnen alle geledingen van de partij doordringen dat nieuwe leden opvang behoeven. Nieuwe leden zijn heel speciaal, laten we ze met open armen ontvangen en ze koesteren!

* Inhoudelijke werkgroepen: aspirant politici willen graag inhoudelijk bezig zijn. Wie waarom welke functie bekleedt is niet interessant. Het partijlidmaatschap gaat in de eerste plaats om de inhoud: het uitdragen en verdedigen van sociaal-democratische waarden. Het is daarom wenselijk een groot scala aan inhoudelijke werkgroepen of andere organisatievormen te hebben. Deze verzameling aan inhoudelijke groepen moet duidelijk bekend gemaakt worden bij de (nieuwe) leden. Landelijke coördinatie is hier wenselijk, maar niet noodzakelijk. Ook lokale afdelingen kunnen eigen overzichten maken en die communiceren aan de leden.

Algemene opmerkingen over ‘dichter bij de leden’ komen te staan

* De PvdA moet een grassroots organisatie zijn met een duidelijke aanwezigheid in de wijken.

* In het kader van ‘PvdA dichter bij de leden’ dienen afdelingen herkenbaarder voor de eigen achterban te opereren en zich tevens zodanig te presenteren. De lokale PvdA-afdelingen moeten zich niet met abstracte thema’s bezighouden (‘onderwijs’), maar met concrete problemen (‘X kinderen in wijk Y hebben een taalachterstand’).

Dit stuk gaat over hoe de PvdA om moet gaan met haar leden. We hebben uitgelegd dat er verschillende soorten leden zijn, die elk een andere benaderingswijze nodig hebben. Bij elke activiteit die de partij wil organiseren moet men zich afvragen of de juiste doelgroep bereikt wordt met de activiteit.
Er is een categorie mensen waar helemaal nog niet over gesproken is: de niet-leden. Opnieuw contact krijgen met de leden die we de afgelopen jaren slecht bereikten, is één ding. Niet-leden bereiken is iets heel anders. Daarover een volgende keer meer.

Uit publicatie
Lokaal Bestuur, Jaargang 33 nr. 10
oktober 2009

Auteur
Kirsten Verdel