Veelgestelde vragen rechtspositie

Politieke ambtsdragers – Kamerleden, burgemeesters, wethouders en gedeputeerden – kunnen in de situatie komen dat er een einde komt aan hun functie. Dat kan vrijwillig zijn, zoals bij het vinden van een andere baan of politieke functie, maar ook onvrijwillig zoals na een politiek conflict of na verkiezingen. Wanneer dat gebeurt, verandert de werkelijkheid voor de betrokkene en komen er een heleboel vragen op: heb ik recht op een uitkering, hoelang duurt die uitkering, hoe zit het met het pensioen? 
Hieronder vindt u een aantal van deze vragen en antwoorden daarop. De antwoorden zijn gemaakt op basis van informatiemateriaal van het ministerie van BZK en van de VNG en er is gebruik gemaakt van de ervaringen van afgetreden politiek ambtsdragers. De antwoorden zijn bedoeld om een indruk te geven wat er allemaal speelt na het aftreden. Dat betekent dat aan deze antwoorden geen rechten kunnen worden ontleend, maar dat deze wel een houvast bieden voor het gesprek met de Tweede Kamer, gemeente of provincie die de wettelijke regelingen dienen uit te voeren. 

Om het leesbaar te houden wordt de afgetreden politiek ambtenaar in het onderstaande als wethouder en als man aangeduid. Het kan zijn dat er bij de uitvoering van de regelingen kleine verschillen zijn. 

De vragen zijn ingedeeld in een aantal categorieën:
1. Atreden
2. De APPA-uitkering
3. Sollicitatieplicht
4. Pensioenopbouw
5. Terugkomrecht bij de overheid


1. Aftreden

a. Hoe gaat het aftreden in zijn werk?

Er zijn verschillende situatie waarin een wethouder aftreedt:
- Aftreden na verkiezingen
Na verkiezingen blijft het college in functie totdat de nieuwe wethouders zijn benoemd. Deze periode wordt als demissionair beschouwd, maar is het in feite niet. Het college is nog volledig in functie en kan in principe alle besluiten nemen. In de praktijk gebeurt dat niet in afwachting van het nieuwe college.
Een zittende wethouder die gekozen is in de nieuwe raad in de eigen gemeente hoeft in deze periode niet af te treden. In de Gemeentewet is een uitzondering gemaakt voor deze periode. De wethouder houdt dan zijn wethouderssalaris, maar ontvangt geen vergoedingen als raadslid. Zodra meer dan de helft van het beoogde aantal wethouders is benoemd door de raad, komt automatisch een einde aan het wethouderschap. De dag daarop gaat de APPA-uitkering van de afgetreden wethouder automatisch in.
- Aftreden op eigen verzoek Een wethouder kan om allerlei redenen aftreden: gezondheid, het aanvaarden van een andere (politieke) functie, burgemeesterschap, etc. Wanneer hij ontslag neemt, maakt hij dat schriftelijk kenbaar aan de gemeenteraad. Volgens artikel 43, tweede lid, van de Gemeentewet gaat het ontslag in één maand na de dag waarop hij ontslag heeft genomen tenzij de raad eerder een opvolger benoemt. Tot dat moment ontvangt de wethouder nog zijn salaris. De APPA-uitkering gaat de dag na het formele ontslag automatisch in.
- Gedwongen aftreden Een wethouder in wie het vertrouwen is opgezegd, heeft de keus om zelf ontslag te nemen of af te wachten wat de raad zal doen. Wanneer hij zelf ontslag neemt, dan geldt ook artikel 43, tweede lid van de Gemeentewet. Het ontslag gaat dan in één maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen tenzij de raad eerder een opvolger benoemt. De APPA-uitkering gaat de dag na het formele ontslag automatisch in.
Wanneer de wethouder niet zelf het initiatief neemt, dan kan de raad met toepassing van artikel 49 van de Gemeentewet besluiten de wethouder te ontslaan. De raad zal dan ook de datum van aftreden bepalen. Deze kan gelijk zijn aan de datum van de betreffende raadsvergadering. Het ontslag gaat dan direct in. De APPA-uitkering gaat de volgende dag automatisch in.

b. Wat moet je doen na aftreden? 
Bij het aftreden komt een einde aan alle bevoegdheden en taken die je vaak jaren heb uitgevoerd. Alle voorzieningen waarvan tijdens het wethouderschap gebruik is gemaakt, dienen in principe in te worden geleverd. Op verzoek kan wellicht de afspraak worden gemaakt over de overname tegen vergoeding van het mobiele telefoonnummer of een laptop die jaren is gebruikt.
Voor het aanvragen van de APPA-uitkering hoef je niets te doen. Deze wordt automatisch door de gemeente toegekend. Als de afgetreden wethouder wil afzien van de APPA-uitkering, dan laat de APPA-regeling dat toe. Hij zal dat schriftelijk kenbaar moeten maken aan de gemeente. 


2. APPA-uitkering wethouders en gedeputeerden 

a. Wat is de duur van de APPA-uitkering? 

Na het aftreden ontvangt een wethouder een ontslaguitkering, tenzij hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. Dit is geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (APPA). De reden van ontslag is niet relevant. Dus of een wethouder zelf opstapt, wordt weggestuurd, niet terugkeert na verkiezingen of bij tussentijdse collegewissel buiten de boot valt is niet van belang.
De duur van de uitkering is gekoppeld aan de duur dat de wethouder in functie is geweest. De uitkeringsduur is maximaal 4 jaar. Wethouders die ten tijde van het aftreden 55 jaar of ouder zijn en in de 12 jaar die daar direct aan voorafgingen, tenminste 10 jaar een politieke functie waarop de APPA-regeling van toepassing is, heeft vervuld, krijgen een verlengde APPA-uitkering tot hun pensioengerechtigde leeftijd.

Voor wethouders die op 27 februari 2010 al in functie waren geldt specifiek overgangsrecht bij het aftreden. Daarvoor zijn de oude regels van toepassing. Die houden het volgende in. De APPA-uitkering na beëindiging van het wethouderschap duurt in principe even lang als het wethouderschap, met een minimum van twee en een maximum van zes jaar. Alleen als de ambtsvervulling maximaal drie maanden heeft geduurd, bedraagt de uitkeringsduur zes maanden. Als de wethouder bij zijn ontslag vijftig jaar of ouder is en hij het ambt tien jaar of meer heeft vervuld, wordt de uitkering verlengd tot het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. Wethouders die na de verkiezingen in maart en november 2010 niet zijn teruggekeerd, hebben geen sollicitatieplicht en geen verplichte planmatige begeleiding. Ook hier geldt zolang zij geen nieuwe politieke functie met recht op een APPA-uitkering gaan vervullen.

b. Kun je afzien van de APPA-uitkering?
Ja, dat is mogelijk. Artikel 131, eerste lid, van de APPA bepaalt dat een wethouder een ontslaguitkering ontvangt. In het tweede lid van genoemd artikel is aangegeven wanneer het eerste lid geen toepassing vindt. In onderdeel a is als eerste reden vermeld dat betrokkene kan verzoeken dat hij geen uitkering ontvangt.

c. Wat is de hoogte van de APPA-uitkering?
De hoogte van de uitkering bedraagt het eerste jaar 80% en daarna 70% van het laatstgenoten salaris (excl. onkostenvergoeding) vermeerderd met de vakantie-uitkering (8%) en de eindejaarsuitkering (8,3%). De uitkering wordt aangepast aan de algemene salarisontwikkelingen voor de sector Rijk. 

d. Hoe worden (nieuwe) inkomsten verrekend?
Nieuwe of hogere inkomsten worden op de uitkering in mindering gebracht. Wanneer iemand voorafgaande aan het politiek ambt inkomsten genoot en deze geheel of gedeeltelijk heeft aangehouden, dan worden deze niet verrekend met de uitkering. Dat geldt wel voor het gedeelte dat na aftreden weer meer wordt ontvangen. Ook andere inkomsten die tijdens de ambtsvervulling worden verkregen en bij ontslag al langer dan een jaar worden genoten en na ontslag voortduren, worden buiten beschouwing gelaten. Ook daarvoor geldt, met uitzondering van hogere inkomsten. 

Wanneer een voormali wethouder na diens aftreden een nieuw politiek ambt gaat vervullen en daaruit eerst inkomsten en later weer een APPA-uitkering krijgt, volgt ook een verrekening met de eerdere uitkering. Onder inkomsten valt ook de vergoeding voor de werkzaamheden (raadsvergoeding excl. onkostenvergoeding) die een gewezen wethouder ontvangt wanneer hij weer raadslid wordt. Ook deze wordt eventueel gekort volgens dezelfde systematiek.
De systematiek van de verrekening is dat voor zover de som van die inkomsten en de uitkering het laatstgenoten salaris overschrijdt, het meerdere wordt verrekend. Een voorbeeld, berekend op maandbasis:

Laatstgenoten salaris (incl. vakantie- en eindejaarsuitkering): € 8.000
Nieuwe inkomsten: € 5.000

APPA-uitkering eerste jaar: 80% van € 8.000 = € 6.400
Som van APPA-uitkering en nieuwe inkomsten: € 6.400 + € 5.000 = € 11.400
Verschil met laatstgenoten salaris: € 11.400 - € 8.000 = € 3.400
Gekorte APPA-uitkering: € 6.400 - € 3.400 = € 3.000
Totaal inkomsten: € 5.000 + € 3.000 = € 8.000.

APPA-uitkering tweede en eventuele volgende jaren: 70% van € 8.000 = € 5.600
Som van uitkering en nieuwe inkomsten: € 5.600 + € 5.000 = € 10.600
Verschil met laatstgenoten salaris: € 10.600 - € 8.000 = € 2.600
Gekorte APPA-uitkering: € 5.600 - € 2.600 = € 3.000
Totaal inkomsten: € 5.000 + € 3.000 = € 8.000. 


3. Sollicitatieplicht wethouders en gedeputeerden 

a. Voor wie geldt de sollicitatieplicht? 
De sollicitatieplicht geldt voor alle afgetreden politieke ambtsdragers. Deze is geregeld in het Besluit sollicitatieplicht APPA voor gewezen politieke ambtsdragers (Staatsblad 2010, 788). De sollicitatieplicht geldt sinds 27 februari 2010.  Voormalig wethouders die vóór de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 in het college zaten en na de verkiezingen niet terugkeerden in het college, vallen onder het overgangsrecht. Zij hebben geen sollicitatieplicht. Wethouders die na de verkiezingen van 2010 wel terugkeerden in het college, vallen wel onder de sollicitatieplicht wanneer zij aftreden. 

b. Wanneer gaat de sollicitatieplicht in en hoe lang duurt die plicht? 
De sollicitatieplicht gaat in drie maanden na het aftreden. In deze periode kan de betrokkene zich op de toekomst beraden. Uiteraard kan de betrokkene tijdens deze drie maanden wel inspanningen verrichten of de gemeente vragen om de begeleiding voor te bereiden. Na deze eerste drie maanden moet het re-integratietraject beginnen. De sollicitatieplicht duurt zolang er aanspraak is op een APPA-uitkering. Dat kan duren tot de pensioengerechtigde leeftijd.
Wel vervalt de sollicitatieplicht als de belanghebbende:
• een APPA-uitkering heeft en blijvend arbeidsongeschikt is;
• hetzelfde of een ander politieke ambt (bewindspersoon, Tweede-Kamerlid, commissaris van de Koning, burgemeester, dijkgraaf, wethouder, gedeputeerde, hoogheemraad) aanvaardt en daaruit een nieuw inkomen ontvangt dat ten minste 70% bedraagt van het laatstverdiende inkomen;
• de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. 

c. Wat houdt de sollicitatieplicht in? 
Gewezen politieke ambtsdragers die een uitkering ontvangen op grond van de APPA, zijn verplicht om passend werk te zoeken en te aanvaarden. Het kan daarbij gaan om bijvoorbeeld een politiek ambt bij dezelfde of een andere overheidsorganisatie, als zelfstandige, of in een ambtelijke of burgerlijke arbeidsverhouding. Gewezen politieke ambtsdragers zijn daarnaast verplicht om zich hierbij te laten begeleiden door een door de gemeente aangewezen re-integratiebedrijf.

d. Wat moet de gemeente doen? 
Ook de gemeente heeft verplichtingen. Het college is ervoor verantwoordelijk dat er in overleg met de betrokkene een plan komt voor het gericht zoeken en verwerven van passende arbeid (plan van aanpak), en dat de betrokkene indien nodig planmatige begeleiding en ondersteuning (outplacement) krijgt. De APPA verplicht het college om hiervoor een externe partij aan te wijzen: het re-integratiebedrijf.
Het college blijft volgens de APPA en het Besluit betrokken bij de begeleiding. De taken van het college volgens het Besluit zijn:
• Het aanwijzen van het re-integratiebedrijf;
• Het vaststellen van het plan;
• Het besluit tot het opleggen van verplichte planmatige begeleiding en ondersteuning;
• Het toekennen van tegemoetkoming in de kosten van vrijwillige planmatige begeleiding en ondersteuning;
• Het inhuren van het outplacementbureau;
• Het opleggen van inhoudingen op de APPA-uitkering. 

De gemeente vergoedt de kosten van het plan van aanpak en eventuele outplacement. De gemeente vergoedt de kosten van een door de betrokkene gekozen outplacementbureau tot twintig procent van de laatstgenoten jaarbezoldiging.



4. Pensioenopbouw

a. Hoeveel pensioen bouw je op tijdens de APPA-uitkering? 
Wethouders hebben gedurende de eerste vier jaren van hun APPA-uitkering nog een pensioenopbouw van 2% en daarna van 1%. Wanneer zij nieuwe inkomsten verwerven en de uitkering wordt gekort, dan wordt de opbouw gehalveerd naar 1% resp. 0,5%. Wanneer de APPA-uitkering nihil is geworden, dan is de pensioenopbouw 0%. 



5. Terugkomrecht bij de overheid

a. Wat houdt het terugkomrecht bij een (semi-)overheidsinstelling in? 
Rijksambtenaar

Een ambtenaar in dienst van het rijk die terugkeert uit een openbare functie dient in beginsel zijn oorspronkelijke functie op te pakken, aangezien hij slechts hiervan tijdelijk is ontheven. Als die terugkeer in de oorspronkelijke functie op redelijke termijn niet mogelijk is – dat kan doordat de functie is opgeheven bij een reorganisatie of bezet wordt door een andere medewerker – dient het ministerie zorgvuldig te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de ambtenaar een andere passende functie aan te bieden. Voor de passendheid wordt de oorspronkelijke functie als uitgangspunt genomen. De ambtenaar heeft dus geen recht op een functie gelijk aan het niveau van de bestuurdersfunctie. Zo hanteert het ministerie van BZK voor de passendheid van een functie de loonschaal: 2 schalen onder of boven het schaalniveau van de oorspronkelijke functie. Het zoeken naar een passende functie is een inspanningsverplichting voor de werkgever en geen resultaatsverplichting. Wanneer het niet mogelijk blijkt te zijn voor de ambtenaar een passende functie te vinden, kan worden overgegaan tot ontslag op grond van artikel 96b, eerste lid van het ARAR (Algemeen Rijksambtenarenreglement). Voor de zoektermijn is geen tijdsduur in de regelgeving aangegeven. Het ministerie van BZK hanteert een termijn van 6 maanden. Andere ministeries kunnen een andere termijn hanteren.
Als een passende functie wordt gevonden voor de terugkerende ambtenaar, is er geen sprake van voorrang als er meerdere kandidaten zijn of een selectieprocedure wordt gestart.

Gemeenteambtenaar
Voor gemeenteambtenaren geldt voor de terugkomregeling in beginsel hetzelfde als voor rijksambtenaren. Maar er is een belangrijk verschil. Wanneer de betrokkene na afloop van het wethouderschap weer terugkeert en hij niet in actieve dienst kan worden hersteld, biedt artikel 8:9 van de CAR de mogelijkheid van ontslag door de werkgever. Betrokkene heeft dan aanspraak op een WW-uitkering, maar niet op een bovenwettelijke WW-uitkering. De ontslaggrond in artikel 8:9 van de CAR is niet opgenomen bij de gronden voor werkloosheid genoemd in artikel 10a:2 eerste lid, onderdeel b, van de CAR.

b. Wat moet je doen als je door de (semi-)overheidsinstelling wordt ontslagen? 
Als je na terugkeer bij het rijk, gemeente of in het onderwijs door de werkgever niet meer kan worden geplaatst in je oorspronkelijke of een passende functie, volgt eervol ontslag met recht op een uitkering. Om van deze rechten volledig gebruik te maken, moet je een WW-uitkering aanvragen bij het UWV. Op grond van je diensttijd en inschaling bepaalt het UWV of je voor een WW-uitkering in aanmerking komt en voor welke duur. Als je aanmerking komt voor een WW-uitkering wordt de hoogte van het dagloon bepaald. Daarna wordt gekeken welke andere inkomsten je hebt. Als afgetreden wethouder heb je een APPA-uitkering. Artikel 34, eerste lid onder c van de Werkloosheidswet bepaalt dat deze uitkering volledig in mindering wordt gebracht op de WW-uitkering. In de meeste gevallen is de APPA-uitkering hoger dan de WW-uitkering op basis van het maximum dagloon. Dat betekent dat de WW-uitkering op 0 wordt gesteld zolang je de APPA-uitkering ontvangt. Als de duur van de WW-uitkering (maximaal 38 maanden) langer is dan de duur van APPA-uitkering, heb je recht op de WW-uitkering na afloop van de APPA-uitkering. In de omgekeerde situatie dat de APPA-uitkering langer duurt dan de WW-uitkering, ontvang je geen WW-uitkering.

Toch is het in dat geval belangrijk een WW-uitkering aan te vragen, als je mogelijk recht hebt op een bovenwettelijke uitkering. Dit geldt voor ambtenaren en mensen uit het onderwijs. De bovenwettelijke uitkering houdt in dat je WW-uitkering wordt aangevuld tot 70% van het laatstgenoten salaris en dat je wellicht recht hebt op een verlengde uitkering na afloop van de WW-uitkering van 70% van het laatstgenoten salaris. Het is dan ook verstandig om na de toekenning van een WW-uitkering ook de bovenwettelijke uitkering aan te vragen. Voor Rijksambtenaren en medewerkers in het MBO en HBO is Loyalis de uitvoerende instantie. Voor gemeenteambtenaren, defensiemedewerkers en medewerkers in het PO en VO is dat KPMG Management Services.
In het geval je weer aan het werk gaat, kan het zijn dat je aanspraken op de WW-uitkering vervallen en daarmee je recht op een bovenwettelijke uitkering. Dat is het geval als je als ondernemer aan de slag gaat (het eerste half jaar kun je met een WW-uitkering proberen een bedrijf op te zetten) of als je een andere baan vindt. Of je de aanspraak op de WW-uitkering verliest, wordt bepaald door het UWV op basis van de informatie die je doorgeeft op het moment dat er wijziging in je situatie optreedt. Het is dus zaak om (de werkcoach van) het UWV op de hoogte te houden van alle ontwikkelingen in je werkzame leven. Het is verstandig vooraf bij het UWV na te gaan wat de gevolgen zijn van de stappen die je van plan bent te nemen.