In de grote steden is hun aandeel reeds meer dan een derde. Dat blijkt uit cijfers van de Stichting Decentraal Bestuur.
Ook het aantal wethouders dat bij zijn aantreden woonachtig is in een andere gemeente stijgt. In 2008 waren dat er ruim tachtig op een totaal van ruim vijftienhonderd. Vorig jaar stond de teller op bijna 120.
Tot 2002 mochten alleen gekozen raadsleden tot wethouder worden benoemd. Door de Wet dualisering gemeentebestuur, is die koppeling doorbroken. Kandidaten die niet op de lijst willen staan of in een andere gemeente wonen, komen sindsdien ook in aanmerking.
Links
Vooral linkse partijen zoeken wethouders 'van buiten'. GroenLinks is koploper. Bij die partij is ruim een derde van de bijna honderd wethouders niet uit de raad afkomstig. SP, PvdA en D66 kennen vergelijkbare percentages. De kleine christelijke partijen lijken liever een raadslid voor te dragen als wethouder. Bij de SGP was vorig jaar slechts één op de acht wethouders 'van buiten'. Bij de ChristenUnie lag het aandeel op twintig procent.
Volgens politicoloog Peter Castenmiller van de Stichting Decentraal bestuur was een van de ideeën achter de dualisering dat vooral kleinere gemeenten meer goede wethouderskandidaten zouden kunnen aantrekken. Hij noemt het 'opmerkelijk' dat ook grote gemeenten dankbaar gebruik maken van deze mogelijkheid. Castenmiller stelt vast dat partijen meer onderscheid maken tussen kandidaten voor de raad en voor het college van B en W. ,,Van kandidaten voor een wethouderspost wordt in veel gevallen al niet meer verwacht dat die zich eerst moeten bewijzen in de raad.'' Hij verwacht dat de ontwikkeling zich voortzet: ,,Het zou zo maar eens kunnen zijn dat na de komende verkiezingen één op de drie wethouders niet verkozen was in de raad.''
Volgens Castenmiller heeft de dualisering ervoor gezorgd dat raad en college verder van elkaar zijn komen af te staan, waardoor veel meer wethouders dan vroeger het veld moeten ruimen. Er is echter geen verband met het toegenomen aantal carrièrewethouders. ,,Dat laten de cijfers niet zien'', aldus Castenmiller.
Bron: Nederlands Dagblad
Terug