De Tweede Kamer steunt op enkele onderdelen na in brede zin de aangepaste voorstellen voor de rechtspositie van politieke ambtsdragers. Het gaat o.a. over de aanpassing van de wachtgeldbepalingen in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) en de openbaarmaking en stortingsplicht van neveninkomsten.
De Kamerleden steunen in meerderheid de voorstellen, maar de minister komt op de onderstaande punten nog terug.
1. Spookraadsleden
De minister bekijkt of aan spookraadsleden (raadsleden die niet of nauwelijks een vergadering bezoeken anders dan wegens ziekte) minder raadsvergoeding kan worden gegeven. Nu kan de raad bij verordening regelen dat de raadsvergoeding voor minimaal 80% bestaat uit een vaste vergoeding en dat maximaal 20% als presentiegeld wordt betaald.
Deze regeling is ontoereikend. De minister vindt echter dat de autonomie van gemeenten niet mag worden ingeperkt.
2. Vaste vergoeding
De fractievoorzitters krijgen een vaste vergoeding van 1% plus een variabele vergoeding afhankelijk van het aantal fractieleden. Dit komt overeen met de formule zoals die voor de Tweede Kamer geldt.
De vergoeding voor commissievoorzitters is nog een punt van bespreking. Daaraan zitten namelijk (1) uitvoeringsvraagstukken en (2) de vraag voor welke commissies een vergoeding mogelijk moet zijn.
3. Pensioen en wachtgeld
De huidige mogelijkheid van een pensioen- en wachtgeldvoorziening voor raads- en Statenleden wordt ongedaan gemaakt. Het gaat volgens de minister niet om een hoofdfunctie.
4. FPU
Er vindt een herschikking plaats van de FPU-toeslag van burgemeesters. Het periodiekenstelsel voor burgemeesters wordt afgeschaft, waardoor zij net als andere politieke ambtsdragers een vast bedrag zullen ontvangen dat voor burgemeesters in dezelfde gemeenteklasse gelijk is.
5. Overgangsrecht wethouders
De minister zal op verzoek van de Kamer een wijziging van het overgangsrecht opstellen voor wethouders die 50 jaar of ouder zijn en die in 2010 een nieuwe benoeming aanvaarden.
Zij kunnen tussen 2010 en 2014 in een nadelige uitkeringssituatie terechtkomen. Zij zouden in de nieuwe raadsperiode op basis van de huidige voorwaarden in aanmerking kunnen komen voor een verlengde uitkering, maar raken dat recht kwijt als gevolg van de nieuwe benoeming. Daarnaast verliezen zij als gevolg van de nieuwe benoeming het recht op een uitkering van zes jaar, waardoor alleen nog een uitkering van vier jaar resteert.
Voor dit dubbele nadeel wordt op verzoek van de Kamer een oplossing gezocht. De VNG heeft er in haar brief van 21 september aan de Kamer op gewezen dat het risico groot is dat onder de huidige overgangsbepaling veel wethouders ervoor zullen kiezen te stoppen. Met als gevolg onevenredig veel verlies aan deskundigheid.
6. Sollicitatieplicht
Naar verwachting stuurt de minister ook een nota van wijziging met betrekking tot de sollicitatieplicht. De Kamer heeft de minister gevraagd om, anders dan nu is voorgesteld, ook de sollicitatieplicht te laten gelden voor nieuw benoemde wethouders die aanspraak hebben op een verlengde uitkeringsduur tot 65 jaar.
7. Integriteit
Op verzoek van de Kamer gaat de minister de regeling voor wat wel of niet uit de ambtstoelage/onkostenvergoeding moet worden betaald, zodanig tegen het licht houden dat daarover geen misverstanden meer kunnen ontstaan.
Daarbij zal ook gekeken worden naar de vergoeding van cursuskosten.
8. Gemeenteklassen
De indeling in gemeenteklassen voor burgemeesters, wethouders en raadsleden wordt gelijkgetrokken. Er blijven nog maar negen klassen over. Voor raadsleden in de op te heffen gemeenteklassen betekent dit een lichte vooruitgang van de vergoedingen.
Medio oktober afronding
De beoogde inwerkingtredingsdatum is 1 januari 2010. De nieuwe bepalingen gelden daarmee ook voor burgemeesters en wethouders die worden benoemd in de herindelingsgemeenten.