Ondanks de bezuinigingen blijven de grote gemeenten de komende collegeperiode investeren in citymarketing. Dit blijkt uit een analyse van de collegeakkoorden van de G30 door organisatieadviesbureau Berenschot. Toch laten steden nog kansen liggen.
Profileren
Steden vinden het belangrijk zich te profileren. Daar hebben ze geld voor over, zo blijkt het uit onderzoek van Berenschot. Twintig van de dertig gemeenten willen de komende collegeperiode investeren in citymarketing. Opvallend is dat de gemeenten meer verbinding zoeken met hun omgeving en zich er vooral op richten om zich internationaal op de kaart te zetten. Zo kiezen bijvoorbeeld Amsterdam, Haarlem, Maastricht, Delft, Sittard-Geleen, Den Haag en Westland voor samenwerking met regiogemeenten en regionale platforms.
Integraal
Ook kiezen gemeenten voor het versterken van de integraliteit. Meer dan in het verleden richten ze zich, naast promotie, ook op het versterken van ‘het product’: het daadwerkelijk aanbod dat de stad aantrekkelijk maakt. Dit is het geval in Breda, Nijmegen, Ede, Delft en Eindhoven. Vooral evenementen nemen daarbij een belangrijke plaats in.
Gemiste kansen
Toch laten veel steden kansen liggen, stelt Berenschot. Het blijft vaak onduidelijk waar de citymarketing precies aan bij moet gaan dragen. En de steden doen te weinig aan ‘warme citymarketing’, het vasthouden van eigen bewoners. Daardoor missen ze de kans om aan inwoners duidelijk te maken waarom het belangrijk zou zijn budgetten voor citymarketing uit te trekken.
Bedrijfsleven
Daarnaast zijn de gemeenten te hoopvol gestemd over geld van het bedrijfsleven voor citymarketing. ‘Ze kunnen bedrogen uitkomen als zij hopen goedkoper uit te zijn door het bedrijfsleven mee te laten betalen aan de citymarketing. Immers, als bedrijven al bezuinigen op hun eigen marketing, zal er niet veel geld overblijven voor een bijdrage aan de marketing van de stad,’ aldus het rapport van Berenschot.
Bron: Binnenlands Bestuur
Terug