Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Zin en onzin van democratische vernieuwing

Kirsten Verdel

De lokale democratie kan wel een opfrisbeurt gebruiken. Tot zover zijn Menno Hurenkamp van de Wiardi Beckman Stichting en oud-Kamerlid en oprichter van Meer Democratie Niesco Dubbelboer het eens. Maar over hoe dat dan vorm zou moeten krijgen, verschillen de twee fundamenteel van mening.

1. Om de kloof tussen burger en politiek te verkleinen moeten er vaker referenda gehouden worden. De uitslag van deze referenda zou bindend moeten zijn. 

Hurenkamp: ‘Daar ben ik het erg mee oneens. Ik vind dat er teveel een punt wordt gemaakt van de kloof tussen de burger en de politiek. Door ons type mensen, maar ook door journalisten en burgers zelf. We praten teveel over iets wat noodzakelijk onoverbrugbaar is. Er zijn nu eenmaal mensen die zich bezig houden met belangenbehartiging, en soms doen ze het goed en soms slecht. Dat is altijd duwen en trekken. Altijd. En als ze het goed doen en een beetje lef hebben, krijgen ze dat meer voor elkaar dan anderen.

Hurenkamp: Bij democratie hoort ook, dat je soms je zin niet krijgt

Dat kun je een kloof noemen. Maar in principe moet er een wereld van verschil zijn tussen mensen die het algemeen belang verdedigen en de rest. Dat wordt helemaal uit het oog verloren. Alsof ieders mening altijd maar meegenomen moet worden. Zo erkt het gewoonweg niet. We buitelen over elkaar heen over “de kloof” en gebrek aan vertrouwen in de politiek, maar de hele tijd doen alsof die twee dingen hetzelfde zijn is dom. Dus om op de stelling terug te komen: een referendum is dan alleen maar zout in de wond strooien.’

Je hóeft dus niet alle meningen mee te nemen?

Hurenkamp: ‘Nee, dat bedoel ik niet zo letterlijk. Er zijn altijd mensen ontevreden over hoe beleid uitpakt. Maar zolang het telkens verschillende groepen zijn die ontevreden zijn, is het niet zo erg. Ik ageer tegen het idee dat iedereen permanent tevreden gesteld kan worden.’

Vind je referenda in geen enkele situatie een goed idee?

Hurenkamp: ‘Oh jawel. Je kan prima een referendum over een speeltuin of parkeergarage laten houden. Maar als het over iets als de toetreding van Oekraïne tot de EU gaat, dan niet. Lokaal gaat het om relatief ondubbelzinnige zaken waarbij een referendum functioneel kan zijn. Dan weet je waar je je aan committeert. Bij het Oekraïneverdrag zijn te veel andere partijen betrokken om zinvol bindende besluiten tot stand te brengen.’

Dubbelboer: Wat je ook doet, begin onderop

Dubbelboer: ‘Ja, maar wat wel heel belangrijk is: het moet niet van bovenaf georganiseerd worden. Machthebbers mogen nooit oordelen wat wel of niet referendabel is. Het referendum is een democratisch principe. Wanneer mensen een onderwerp op de agenda willen zetten, dat volgens hen niet door de politiek wordt opgepakt, moet dat uiteraard kunnen. Het gaat dan niet zozeer om de kloof tussen bevolking en politiek, maar over het feit dat burgers er na verkiezingen vaak vier jaar lang niet meer aan te pas komen en dat de behoefte er is om wel meer invloed te hebben.’ 

2. Gemeenteraden zijn nu te weinig een afspiegeling van de bevolking. Daarom zou het verstandig zijn een gedeelte van de gemeenteraad door middel van loting aan te laten wijzen. 

Hurenkamp: ‘Het is goedbedoeld, maar het netto resultaat is dat lotingen niet helemaal zoals voorspeld werken: mensen die het niet zien zitten of het ingewikkeld vinden, glibberen er tussendoor. Het zijn toch weer mensen als wij die dan gekozen worden. Ik ben voor experimenteren, maar je moet er niet teveel verwachtingen van hebben. Als raden een loting willen proberen: ga je gang. Maar doe het in de wetenschap dat ook via loting meestal hetzelfde type mensen actief zal zijn als nu. Mensen die eigenlijk niet willen melden zich ziek of geven een andere reden om niet mee te doen.’

Dubbelboer: ‘Het instrument is aardig, maar alleen als er behoefte aan is. Zo ja, dan moet je dat van onderaf vormgeven. Je moet er geen mix van maken waarbij raadsleden deels gekozen en deels ingeloot zijn. Het huidige systeem trekt een bepaald type mensen aan, wat afstand bij kiezers creëert. Je moet -als je daar iets aan zou willen veranderen dus juist het hele systeem vervangen door mensen die geloot worden, met alle voorwaarden die daar bij horen. 

Van Reybrouck, waar het pleidooi vandaan komt, heeft een doordacht systeem opgezet ter vervanging van de verkozen gemeenteraad, niet ter aanvulling. In dat systeem moeten burgers bij toerbeurt besluiten voorbereiden en besluiten nemen. Alle inwoners loten mee. Je moet dan wel vergoedingen toekennen om mensen vrij te stellen, want anders selecteer je weer dezelfde mensen die zich altijd voor de raad melden. Er wordt nu al een tijd over gesproken, maar het is in Nederland nog niet in detail uitgewerkt hoe het er dan concreet uit zou moeten zien. Mijn pleidooi is om maatwerk te leveren per gemeente en te kijken welke nieuwe vormen van lokale democratie het meeste draagvlak hebben en het beste werken.’

3. Raadsleden van nu zijn niet professioneel genoeg. Nu gemeenten steeds meer verantwoordelijkheden krijgen, zal de goedwillende amateur plaats moeten maken voor de deskundige professional, die dan wel meer tijd voor het raadswerk krijgt en als een soort raad van toezicht gaat werken.

Hurenkamp: ‘Vreemd. Het is in ieder geval contra het verlangen om de politiek dichter bij de burger te brengen. Je onderstreept dan dat het echt een vak is dat je alleen zou kunnen doen als je doctorandus in de politicologie bent. Dat lijkt me ook niet de bedoeling. Het is verstandiger om meer te investeren in de ambtelijke ondersteuning. Waarom hebben raadsleden geen veel groter onderzoeksbudget, of meer ambtenaren die voor hen werken?’ 

Hurenkamp: Experimenteren is prima, maar verwacht geen wonderen

Dubbelboer: ‘Daar ben ik erg op tegen. Ik ben voor het lekenbestuur, omdat dat juist de kern van de volksvertegenwoordiging is. De professionalisering moet juist in de ondersteuning van de griffie en een ambtelijk apparaat ten behoeve van de raadsleden zitten, zodat zij meer ruimte hebben om hun controlerende werk te kunnen doen. De stelling vind ik erg New Public Management-denken en daar moeten we zo snel mogelijk van af. Raadsleden en burgers moeten volop ruimte krijgen voor het uitoefenen van democratische taken, het zoeken van draagvlak, vergroten van betrokkenheid en het controleren van de macht.’ 

4. Gemeenten krijgen steeds meer taken. Om die in goede banen te leiden, is schaalvergroting nodig. Kleine gemeenten zullen daarom samen moeten gaan. 

Hurenkamp: ‘Absoluut, voor zover het vrijwillig is, ben ik daar zeker voor. Door dat te zeggen, genereer je natuurlijk veel onrust. Maar het is bijna onvermijdelijk, dat kleine dorpen ontdekken dat ze vaak niet op kunnen tegen de rest van de wereld.’ 

Dubbelboer: ‘Nee, ik zoek het veel liever in het vergroten van het lokale belastinggebied en het ruimte geven aan maatschappelijk initiatieven. Als je dat doet, is schaalvergroting veel minder noodzakelijk. In veel herindelingsgebieden raken mensen steeds meer vervreemd van het openbaar bestuur. Tegelijkertijd zie ik ook wel een paradox: hoe groter de gemeente is na een fusie, hoe meer ruimte er ontstaat voor autonomie onder de kleinere kernen. Daar is het gevoel van “we doen het zelf wel” sterk. Ze krijgen in de praktijk vaak middelen om zelf veel te doen. Emmen en Deventer zijn daar mooie voorbeelden van.’

5. Initiatieven vanuit de bevolking moeten serieus worden genomen. Dat betekent ook, dat de gemeenteraad soms een stapje terug doet en burgers zelf laat uitmaken hoe ze het geld besteden. 

Hurenkamp: ‘Dat is vol goede bedoelingen. Principieel is er niet zoveel tegen. Maar al die buurtbudgetten... negen van de tien keer zijn het toch weer dezelfde mensen die weer beslissen wat er met die budgetten gebeurt. Je moet er dus met gezonde scepsis naar kijken. Er zijn tal van vernieuwingsprojecten voor de lokale democratie waar een sfeer omheen hangt alsof er net mannetjes op de maan zijn ontdekt. De PvdA moet echt in de spiegel kijken. Ook de PvdA is met de botte bijl in het welzijns- en buurtwerk tekeer gegaan. Die zorgden vroeger dat burgers betrokken waren bij hoe geld besteed werd. Veel daarvan is wegbezuinigd, en nu gaan we het weer opnieuw uitvinden.’

Dubbelboer: De dominantie van partijpolitiek moet drastisch verminderen

Dubbelboer: ‘Absoluut. Buurtbegrotingen en dergelijke zijn prima. En het is onzin dat het steeds dezelfde mensen zijn. Het wordt alleen nog veel te weinig goed toegepast. Je hebt initiatieven die honderden mensen trekken en waarbij buurtbewoners echte zeggenschap krijgen. Ook hier moet de overheid slechts een faciliterende rol spelen. Van onderop dus. Dat proces verloopt in de praktijk vaak organisch: hoe meer burgers betrokken worden en bezig zijn met zaken in hun wijk, hoe meer geleidelijk aan de behoefte groeit onder burgers om dan ook zelf te willen bepalen waar het geld aan uitgegeven moet worden. Dat is een behoorlijk autonome ontwikkeling, waarin de overheid middels het principe van co-creatie samenwerkt.’

6. Hoe graag we het ookanders zouden willen zien: burgerinitiatieven zijn vaak een speeltje van hoger opgeleiden. Juist de gemeenteraad dient het algemeen belang en zal daarom altijd het laatste woord moeten hebben.

Hurenkamp: ‘Dat lijkt me wel een gezond uitgangspunt. Maar ook daarvoor geldt: ik geloof niet zo in absolute oplossingen, zeker niet in de lokale politiek.’

Welke vernieuwingen in de lokale democratie zijn wél nuttig?

Hurenkamp: ‘Ik probeer er nuchter in te staan. Het is ontzettend zinvol dat mensen zich druk maken om het type voorbeelden waar we het nu over hebben. Maar negen van de tien keer draait succes vooral om een paar types die het hart op de goeie plek hebben en die weten wat ze doen. Democratie is per definitie onvolmaakt. Er is geen land, regio of plek aan te wijzen waar het zo georganiseerd is dat iedereen staat te juichen en roept: zó moet het. Er is altijd stress, overschot óf gebrek aan geld, en tal van andere redenen waarom nooit iedereen tevreden is. Als “ons soort mensen” dus maar niet pretendeert dat je via democratie iedereen altijd maar tevreden kunt stellen.’ 

En mensen die níet meedoen aan het politieke proces? Moet daar dan niks mee? 

Hurenkamp: ‘Oh zeker wel. Het is mooi als je hen wel weet te betrekken. Dat lukt het beste als het proces tijd krijgt en mede door professionals wordt vormgegeven. Het lijkt dan vaak op scholen, of welzijnswerk, waarbij wordt gezegd: dit zijn de regels, op deze wijze gaan we het doen. Dan komt er vaak ook wel wat moois uit. Niet dat er dan andere dingen uitkomen dan wanneer die hoogopgeleide mensen dat soort debatten zouden uitvoeren, maar het geeft wel het signaal dat iedereen mee kan doen, dat iedereen erbij hoort. Ik ben dus vóór experimenten, maar zinvolle experimenten kosten geld. In de praktijk leeft echter vaak de gedachte dat het goedkoper, makkelijker en efficiënter kan, en dat is allemaal onzin. Internet en mobiele telefonie maken het ook niet goedkoper en eerlijker, want het blijft mensenwerk. Dus investeer blijvend in lokale democratie en het betrekken van mensen, maar heb niet de illusie dat je daarmee ook een efficiencyslag kan maken.’ 

Dubbelboer: ‘Neeee, dat is echt heel oud denken! Wat is nu in godsnaam het algemeen belang? Wie bepaalt dat? Algemeen belang is niets meer dan de optelsom van deelbelangen, of dat nou in de raad is of in een wijk. Wat de raad moet doen, is kaders stellen waarbij ze veel en veel minder nadruk moeten leggen op de partijpolitieke concurrentie. Daar hebben mensen in toenemende mate tabak van. De dominantie van de partijpolitiek moet drastisch verminderen.’ 

Hoe dat zo?

Dubbelboer: ‘Steeds minder mensen snappen de noodzaak van het uitvergroten van de verschillen tussen partijen. Ik vind het zelf een interessant fenomeen. Er zijn twee trends in de maatschappij: polarisatie is de ene en zoeken naar de dialoog is de andere. Die matchen dus niet met elkaar. Wat verkiezingen doen, en wat politieke partijen doen, is continu de verschillen benadrukken. Het systeem is gericht op machtsvergaring waarbij je je afzet tegen de ander, zodat juist jij de meeste kiezers krijgt. Wat ik merk is dat mensen dat storend vinden en dat het echte oplossingen in de weg staat. Amsterdam is een prachtig voorbeeld daarvan: de SP zit samen met VVD en D66 in het College. SP en VVD zijn natuurlijk echt tegengestelde partijen. De  SP heeft miljoenen voor armoede gekregen, in ruil daarvoor mocht de VVD de erfpacht aanpakken en maatschappelijk vastgoed verkopen. Wat je dus ziet is dat veel initiatieven die zich richten op armoedebestrijding hun panden uit moeten! Daar is veel discussie over, maar ja: coalitie is coalitie. Iedereen vindt het slecht, maar er verandert niets aan.’ 

Per saldo?

Dubbelboer: ‘Per saldo is het  bij democratische vernieuwing dus vooral belangrijk het primaat bij de samenleving te leggen en met maatwerk op basis van de behoefte van de inwoners zelf aan de slag kunt. Burgers moeten het namelijk zelf willen, anders heeft het geen zin.’

 

Afbeelding: Peter Hilz | Hollandse Hoogte

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 41 nr. 1 April 2017
Reageer

Gerelateerde artikelen:

Leonie Wildeman

Wie komt de redactie versterken?

Lees artikel

Jacqueline Kalk

Column Jacqueline: De bar is open

Lees artikel

Kirsten Verdel

Hoe de politiek uit Amsterdam verdwijnt

Lees artikel