Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Zeven praktijkvoorbeelden van participatie

Diverse auteurs

 1. Communiceren in Vlist

De manier waarop gemeente en burgers met elkaar omgaan, baart mij zorgen. De wijze waarop het in onze gemeente gebeurt, heeft op de inwoners nog te vaak het effect dat zij zich niet serieus genomen voelen. De gemeente begint vaak wel met een open discussie, maar al snel blijkt dat ambtenaren en politiek al keuzes hebben gemaakt. Dan is de toon: ‘wij weten wat goed voor u is en hoe we dat het beste voor u kunnen organiseren’. Dit creëert afstand tussen gemeente en burger, terwijl we juist betrokkenheid nastreven.
Het meest opvallende vind ik nog steeds dat heel veel burgers zich echt willen inzetten voor de kwaliteit van hun directe leefomgeving. Iedereen heeft een mening en wil er iets moois van maken. Ik zie groepjes mensen wekelijks rommel opruimen op straat. Maar als er een structuurvisie wordt ontwikkeld dan maken ambtenaren nog steeds de dienst uit. Eerst was er een ‘brainstormavond’. Een jaar later een informatieavond. Daarna konden burgers nog een zienswijze aanleveren, waarvan op voorhand de verwachting was dat er toch weinig mee gedaan zou worden.
Deze processen zijn prehistorisch: traag en topdown. Het staat zo ver af van de huidige maatschappij waarin informatie wordt gedeeld, dat burgers zich niet (h)erkend voelen. Gevolg: ze keren zich af, vol onbegrip.
Als oppositiepartij signaleer je dit, stel je vragen en dien je een motie of een amendement in. Het gaat met kleine stapjes. Te kleine naar onze zin, het lijkt soms op trekken aan een dood paard.
In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen zou ik ‘iets’ willen organiseren om te peilen wat er zoal leeft in Vlist, waar burgers betrokken bij zijn en hoe zij denken dat hun betrokkenheid het beste omgezet kan worden in actie. Belangrijk is dat deelnemers vooraf duidelijk wordt dat de PvdA in de oppositie zit, en dus beperkte invloed heeft, en wat de rol van de raad is. We moeten een discussie voeren over wat we van elkaar verwachten om te voorkomen dat verkeerde beelden ontstaan. Ik kan natuurlijk niet ongedaan maken wat er in het verleden is gebeurd. En ik kan ook niet spreken voor de wethouder. Hopelijk kan het iets interactiefs worden, liefst met een lichtvoetig structureel vervolg.
De uitwerking van de herindeling van de Krimperwaard per 1 januari 2015 is ook een interessant thema voor samenwerking tussen overheid en burgers. Hoe houd je in zo’n fusiegemeente het belang van de kernen in beeld? Ligt daar een rol voor een dorpsvereniging of iets dergelijks? Hoe komt er een goede balans tussen het gemeentelijke belang en dat van de dorpskernen?
Gelukkig kan ik ook kleine lichtpuntjes noemen. ‘Vlist onderneemt!’ is daarvan een mooi voorbeeld. Dit is een platform van ondernemers binnen onze gemeente. Gezamenlijk laten zij zien wat Vlist allemaal te bieden heeft. Dit heeft geleid tot een website waarop bijvoorbeeld informatie is te vinden over komende evenementen, de aanpak van de rotondes en over fleurige ‘hanging baskets’ in de dorpen. En dat is allemaal begonnen met de economische visie van de gemeente. Het kan dus wel!

Sandra van Winden
fractievoorzitter in Vlist
Svw3007@gmail.com

 

2. Busjes in Zeeland

December vorig jaar verschenen in de PZC, onze regionale krant, berichten dat er gestart was met het inzetten van kleinere bussen in het openbaar vervoer. Dat nieuws werd direct gevolgd door berichten van boze mensen die bij de bushalte stonden te wachten omdat de overvolle bussen doorreden. Als nieuw Statenlid in Zeeland had ik openbaar vervoer in mijn portefeuille gekregen. De eerste besluiten over een nieuwe concessieverlening voor het busvervoer in 2015 kwamen er aan. Dat leek me een mooie gelegenheid om de mening van de reizigers te peilen. Daar doen we het tenslotte voor. Ik deed spontaan een oproep om klachten te melden op mijn emailadres. In het anders zo rustige Zeeland leverde dat een stroom reacties op. Niet alleen over te volle busjes die doorreden, ook over buslijnen die niet op elkaar aansloten en over rolstoelers die niet de bus in konden. Een aantal klachten gaf ik meteen door aan de gedeputeerde. En dan blijkt dat je als provinciale volksvertegenwoordiger toch heel wat teweeg kunt brengen. Er werden gelijk veranderingen doorgevoerd. Iedereen die reageerde werd daarna via de mail op de hoogte gehouden. In de Statenvergadering van juni jl. namen GS moties van de PvdA over om een Klachtenbureau OV-Zeeland in te stellen en een speciaal OV-tarief in te voeren voor MBO’ers. Ook deze resultaten zijn teruggekoppeld aan de mensen die een mail hadden gestuurd. Enkele reacties hierop: ‘Ik vind het heel fijn dat u  de energie heeft om dit aan te kaarten. Ga zo door’ en ‘Uw idee is helder en duidelijk, precies wat we nodig hebben. Hartelijk dank hiervoor.’

Frits de Kaart
Statenlid in Zeeland
dekaart@zeelandnet.nl

 

 3. Meedoen aan ruimtelijke plannen

Burgers op zo’n manier bij ruimtelijke plannen betrekken dat zij zich aan het eind van de rit serieus genomen voelen, is voor veel gemeenten een hele uitdaging. Ieder raadslid en iedere wethouder kent wel een voorbeeld. Er is een plan voor het verbeteren van een wijk, park of winkelstraat. Je hebt er als gemeente van tevoren alles aan gedaan om burgers in staat te stellen om hun mening te geven over hoe het plan eruit moet zien, maar toch bestaat er veel weerstand tegen. Met stomheid geslagen vraag je jezelf af: wat is er fout gegaan?
Het kan aan veel dingen liggen. Burgers hebben het gevoel dat de plannen eigenlijk al vast lagen. Zij hebben het gevoel dat de mening van experts veel  belangrijker gevonden wordt. Of ze hebben geen idee waar ze aan toe zijn, omdat ze niet genoeg informatie hebben gekregen of niet weten wanneer zij hun mening mogen geven. Hoe goed je bedoelingen ook zijn, op het moment dat deze sentimenten onder een brede groep burgers leven, is het vechten tegen de bierkaai. Hoe voorkom je dat je in dit soort situaties terecht komt?
Burgers willen meedoen en willen er toe doen tijdens de planvorming. Zo simpel is het. Dat doe je door burgers al te betrekken bij de toekomst van een wijk, park of winkelstraat voordat je überhaupt een richting hebt bepaald. Voor zover dat mogelijk is althans, want ik realiseer me ook dat er niet altijd bij nul begonnen wordt. Kies bij het begin van de discussie voor een vorm waarbij alle deelnemers op gelijke basis met elkaar in gesprek gaan. Experts horen hierbij geen groter platform te krijgen, want bewoners zijn de oren en ogen van de stad en die expertise is van evenveel waarde als de expertise van de professor.
Bij de inrichting van een gebied kan er, zoals gezegd, niet altijd vanaf nul worden begonnen. Dat hoeft niet erg te zijn, maar zorg er dan wel voor dat iedereen die meedoet bij de vorming van het plan weet wat de beperkingen zijn. Vaak wordt dat pas gedurende of na de planvorming verteld. Dat leidt tot teleurstelling en weerstand.
Vorig jaar heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu het zogenoemde ‘participatieplan’ bedacht. Ik word zelf kriegelig van de naam, maar het idee is goed. Zorg dat je, voordat je begint een ruimtelijk plan te maken, weet hoe je burgers bij het maken van dat plan gaat betrekken. Dat schept duidelijkheid. Ik vind dat dit ook op lokaal niveau ingevoerd moet worden. Laten we dit het ‘meedoen-plan’ noemen, al word ik bij die naam ook niet echt enthousiast. Voordat je als college van burgemeester en wethouders met het maken van een plan voor een wijk, park of winkelstraat begint, presenteer je aan de gemeenteraad een meedoen-plan waar de raad een besluit over neemt. Zo kan er een openbare discussie plaatsvinden over hoe burgers het beste betrokken kunnen worden bij het maken van het plan. Zo weten burgers, maar ook de raadsleden, op welke manier burgers betrokken zullen worden en wat de beperkingen zijn. College en gemeenteraad zijn dan ook af te rekenen op het feit dat het plan uitgevoerd wordt zoals afgesproken is. Op deze manier voorkom je dat er weerstand van burgers ontstaat.

Antoine van Lune
raadslid in Maastricht

a.vanlune@gmail.com

 

4. Wijk- en dorpsraden in Montferland

Montferland is een gemeente met ongeveer 35.000 inwoners en bestaat uit twee grote en negen kleine kernen. Wij hebben momenteel ongeveer 18 wijk- en dorpsraden. Ongeveer, want het komt nog wel eens voor dat een dorpsraad besluit ermee te stoppen. De gemeenteraad heeft het zogeheten ‘wijk- en kerngericht werken’ hoog in het vaandel staan en heeft daar ook beleid op ontwikkeld. Inwoners worden al in een vroeg stadium bij het beleid betrokken, wat het draagvlak vergroot en de kwaliteit van de besluiten ten goede komt. In het door de gemeenteraad vastgestelde beleidsdocument ‘wijk- en kerngericht werken’ van 2012 staat dat de wijk- en dorpsraden een adviserende rol hebben richting gemeenteraad. In de praktijk blijkt dat sommige wijk- en dorpsraden van mening zijn dat de gemeente de adviezen letterlijk over zou moeten nemen. Als het college (beargumenteerd) besluit om een advies niet over te nemen, krijgen we vaak het verwijt dat we niet luisteren. Ook komt het nog wel eens voor dat wijk- en dorpsraden zeggen het gevoel te hebben dat de gemeenteraad de verantwoordelijkheid op hen afschuift.
Onlangs heeft de gemeenteraad, na jarengelang gedoe over de plaats voor een skatevoorziening (beide stadsraden van ’s Heerenberg wilden die  niet in hun wijk), de knoop doorgehakt en zelf een plaats gekozen. De leden van de  stadsraad waren zó boos dat ze besloten hebben ermee te stoppen, want ‘de gemeente luistert toch niet naar ons’.
Een ander voorbeeld is het Groenstructuurplan, dat tot stand is gekomen in samenwerking met de wijk-en dorpsraden. Bij enkele wijk- en dorpsraden leidde dit naderhand tot enige ophef. Zij vonden namelijk dat ze ‘medeplichtig’ werden gemaakt aan zaken die, bij de uitvoering, niet goed gecommuniceerd waren met de betreffende buurt. Zij vonden dat de gemeenteraad zich aan zijn verantwoordelijkheid onttrok. Volgens hen moet een gemeenteraad te allen tijde controleren of de uitspraken die door een wijk- of dorpsraad gedaan worden ook voor de hele buurt geldt. Dit laatste heeft er natuurlijk mee te maken dat er geen democratische legitimatie is, want geen enkele wijk- of dorpsraad is gekozen en de werkwijze verschilt enorm. Er zijn er bij die regelmatig bijeenkomsten organiseren voor het dorp om de mening van de burgers te horen en die vervolgens ook gebruiken. Maar ik ken er ook die dit niet of nauwelijks doen.
Kortom: in Montferland proberen wij de bevolking te betrekken bij de besluitvorming, maar dat is niet altijd even gemakkelijk. Want wat is de rol van een wijk-of dorpsraad nu precies en wie vertegenwoordigen ze als ze niet gekozen zijn? En hoe controleer je dat ze de mening van de meerderheid van het dorp of wijk verkondigen? Lastig, want ik ben ook geen voorstander van een gekozen wijk-of dorpsraad. Op die wijze creëer je een nieuwe bestuurslaag met alle bureaucratie die daarbij hoort. De drempel om je in te zetten voor jouw wijk of dorp wordt hierdoor alleen maar hoger en bevordert volgens mij niet echt de burgerparticipatie.
We willen hierover in gesprek met de leden van de gemeenteraad, maar omdat het politiek nogal gevoelig ligt, wordt dit onderwerp pas na de verkiezingen in maart geagendeerd.

Ingrid Wolsing
Wethouder in Montferland
i.wolsing@montferland.info

 

5. Smederijen in Hoogeveen

Al sinds 2007 zijn we in Hoogeveen bezig met het vergroten van de betrokkenheid van bewoners bij hun woon- en leefomgeving. Dat doen we samen met drie corporaties, de welzijnsstichting, de politie en natuurlijk de bewoners.
Onder de noemer de Smederijen hebben we een werkwijze ontwikkeld met een zogenaamde korte en een lange klap. Voor de korte klap stellen we jaarlijks per wijk/dorp budgetten beschikbaar, waarmee ideeën van bewoners binnen een jaar gerealiseerd kunnen worden.
Voor de lange klap ontwikkelen we samen met bewoners visies op de toekomst van de wijk/het dorp. Als wethouder ben ik nauw betrokken bij en bestuurlijk verantwoordelijk voor deze werkwijze.
Momenteel zijn we bezig de Smederijen-aanpak verder te ontwikkelen met een accent op de sociale aspecten. Onze aanpak heeft al veel aandacht gekregen bij andere gemeenten en corporaties. Pieter Winsemius, oud-minister van Volkshuisvesting, stelt zich elk jaar op de hoogte van de ontwikkelingen.

Meer info: www.hoogeveen.nl/smederijen/

Klaas Smid
wethouder in Hoogeveen
k.smid@hoogeveen.nl

 

6. Groen in Den Helder

De Sluisdijkstraat in Den Helder ligt aan de rand van de Sluisdijkbuurt. Tot zo’n 35 jaar geleden lag hier een oud, verpauperd stadsdeel. De wijk die er voor in de plaats is gekomen is er typisch één uit de jaren ’70: sociale woningbouw met veel tuintjes, pleintjes en perkjes. Groen in overvloed maar met een navenante behoefte aan onderhoud.
PvdA’er Andries Pruiksma is de stuwende kracht achter het Sluisdijk-project. Toen hem een jaar of zes geleden ter ore kwam dat het groenonderhoud in dit deel van Den Helder zou worden aanbesteed, zei hij: ‘Geef mij dat geld, ik start met de buurt een stichting en doe het voor de helft van wat ’t anders zou kosten.’
Ik ga nu op werkbezoek bij de mensen van deze Stichting Buurtbelang Sluisdijk. Dat wil zeggen: zij werken, ik bezoek. Als ik de straat in kom fietsen, zie ik al van ver hun fluorescerende, gele hesjes. Er worden nieuwe hortensia’s geplant. Tussen de bedrijven door hebben de buurtbewoners Marjolein, Ingrid, Jan en Renata wel even tijd voor een praatje.
Er vormt zich een diepe frons op het voorhoofd van Marjolein als ik vraag of dit project nou het ultieme voorbeeld van burgerparticipatie is. ‘In principe wel’, reageert de stichtingssecretaris na enig nadenken. ‘Maar bij échte burgerparticipatie zouden toch àlle buurtbewoners betrokken moeten worden en dat is nog lang niet het geval. Er zijn veel mensen in deze buurt die gewoonweg te oud zijn voor dit werk of die fulltime werken.’ Renata valt bij: ‘Ik heb ook een baan en ben erbij gekomen in de overtuiging dat ik penningmeester van de stichting zou worden. Maar ik werd al snel ingeschakeld bij het echte buitenwerk en sta dus nu te schoffelen. En ik hóu niet eens van tuinieren!’ Zoals ze er bij lacht doet me vermoeden dat ze het niet echt heel erg vindt dat de zaken zo gelopen zijn. Het brengt het gesprek vervolgens wel op het probleem dat nog te weinig buurtbewoners de handen uit de mouwen willen steken. Welke oplossingen worden daar voor gevonden?
‘Mensen direct vragen’, zegt Ingrid. ‘En af en toe oproepjes in de brievenbussen doen. We hebben ook al eens een buurtfeest georganiseerd, waarna zich dan weer nieuwe mensen aanmeldden. En er komen, als je zo bezig bent in de wijk, natuurlijk ook voortdurend mensen voorbij. Die vragen dan wat we aan het doen zijn en waarom.’ ‘Soms denken mensen dat we een taakstraf hebben’, lacht Marjolein. Of dat vervelend is, vraag ik. ‘Welnee, we kunnen ’t toch uitleggen’, oppert Jan, die even gestopt is met spitten en leunend op zijn schop een shaggie draait.
Inmiddels is ook Andries gearriveerd. Hij heeft bij het tuincentrum een nieuwe partij planten opgehaald. Andries fungeert als meewerkend voorman. Hij regelt ook de zaken met de gemeente. Daarvoor moet je wel doorzettingsvermogen hebben, zo blijkt uit zijn verhaal. ‘Aan het eind van de straat wordt op dit moment een parkeergarage gerenoveerd. Dat betekent dat een flink stuk groen tijdelijk niet onderhouden hoeft te worden. In de budgetaanvraag voor dit jaar kregen we van de gemeente te horen dat onze subsidie daardoor wel wat lager kon.’ Er verschijnt een strijdlustige grijns op het gezicht van deze markante partijgenoot. ‘Daar ben ik vóór gaan liggen. Allerlei kosten gaan immers gewoon door! Om toch zoveel mogelijk wijkbewoners bij onze vorm van groenonderhoud te betrekken, vragen we nu aan de direct omwonenden of zij willen meehelpen. Dit perk bijvoorbeeld wordt straks door de bewoner van het naastgelegen huis in de gaten gehouden. Dan prikken we er een bordje tussen - en hij knikt richting de strak in het gelid geplante hortensia’s - dat de buurman van nummer zoveel dit perk heeft geadopteerd.’

Aukelien Jellema
fractievoorzitter in Den Helder
aukelienjellema@planet.nl

 

7. President van Texel

Stel: Texel had een president die het volledig voor het zeggen heeft. En stel jij krijgt de kans om even president te zijn. Wat zou je dan willen veranderen aan Texel? Welke unieke kans zou je verzilveren, welke kleine wens zou je uitvoeren, welke grote droom kun je dan laten uitkomen? PvdA PRO Texel nodigde Texelaars van allerlei pluimage uit om drie minuten president te zijn en te vertellen waar Texel écht iets aan heeft. Geen mensen die normaal al woordvoerder zijn van een belangenorganisatie, of vooraan staan met een grote mond, maar ‘gewone’ inwoners.
De avond was een groot succes, en er wordt al gedacht over een vervolg. Het leverde PvdA Pro Texel nieuwe ideeën op voor het verkiezingsprogramma en versterkte ons imago van een actieve, creatieve, breed-gedragen politieke partij. De ideeën die negen presidenten van Texel naar voren brachten zijn gebundeld in een brochure, waarvan ik je graag een pdf stuur.

Eric Hercules
wethouder van Texel
info@complot.tv

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 37 nr. 9 September 2013
Reageer