Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Wijkgericht werken: speeltje van de gemeente of van de inwoners?

Sam de Groot

Gemeenten leggen problemen die ze niet kunnen oplossen of waar ze geen geld voor hebben, onder het mom van ‘participatie’ regelmatig op het bordje van de burgers. Dat is jammer. Los van het feit dat dit waarschijnlijk niet gaat lukken, hebben inwoners (en niet-burgers) namelijk wel degelijk behoefte aan meer betrokkenheid bij het reilen en zeilen van hun gemeenschap. Juist sociaaldemocratische principes kunnen een impuls geven aan die betrokkenheid. Sam de Groot, steunfractielid in Lansingerland, laat in dit artikel zien hoe je wijkgericht werken kunt organiseren en wat je vooral niet moet doen.

In dit artikel spreek ik nadrukkelijk over inwoners en niet over burgers, en over gemeenschap en niet over gemeente. Het woord burger heeft namelijk betrekking op de rechtsverhouding tussen een persoon en de overheid en daar gaat het mij hier nu juist niet om.
Het denken in buurten en wijken is een handig planologisch concept maar heeft verder niets met individuele inwoners te maken. Je woont namelijk niet in een door de gemeente bedachte buurt of wijk maar je leeft in je eigen ‘habitat’ of, in gewoon Nederlands, ‘leefwereld’. Die leefwereld is een andere dan die van de buurman. Je hebt te maken met andere mensen en vindt andere dingen belangrijk dan je buurman, ook al woon je heel plezierig naast elkaar.

Organiserend vermogen

Mensen stellen zichzelf en hun eigen behoeften steeds centraler. Dat is geen probleem maar een maatschappelijke realiteit. De sociale cohesie is sterk veranderd. We zijn individualistischer geworden en verbanden hebben meer een ad-hockarakter. Een proef op de som: twitter als gemeente dat er een basisschool sluit en binnen een uur hebben ouders zich georganiseerd, en nog een uur later staan ze voor het gemeentehuis. Is het momentum weer voorbij, dan wordt de groep ook net zo snel weer ontbonden. Er is dus eerder sprake van een sterker dan van een zwakker maatschappelijk organiserend vermogen. Je moet het alleen wel willen zien.
We zien ook steeds meer zogenaamde ‘besloten netwerken’ op sociale media. Mensen organiseren zichzelf in kleine privénetwerken met anderen die zij zelf gekozen hebben, rond onderwerpen die zij belangrijk vinden. In de VS is inmiddels al één op de vier mensen aangesloten bij een dergelijk besloten netwerk. De vraag is dus helemaal niet of inwoners zich moeten organiseren, zij dóen dat al. De vraag is of en hoe de overheid, met de gemeente voorop, een rol kan spelen in deze nieuwe sociale structuren die besloten en ad hoc zijn.

Denk klein, droom groot

Het laaghangende fruit voor participatie zit in heel praktische zaken, zoals de openbare ruimte en veiligheid in de buurt. De grootste winst is te halen in de dingen die er echt toe doen. Dat zijn de sociale vraagstukken. Zo bericht GGD Haaglanden dat in 2020 de helft van de volwassenen eenzaam en te zwaar is. Veel problemen hebben te maken met  zelfredzaamheid. Dat speelt niet alleen onder ouderen maar ook onder jongeren. We zijn 24 uur per dag online verbonden met de hele wereld maar kennen feitelijk vaak niemand meer echt. Buurten en wijken staan daar los van, want iedereen heeft zijn of haar eigen leefwereld.
Verwacht geen groots en meeslepende activiteiten. Het zijn echt de kleine dingen die het doen: een praatje maken, een boodschapje doen. Wees dus enthousiast over ieder initiatief en koester en ondersteun ze. Probeer initiatieven niet dood te structureren. Laat ze ontstaan en weer vergaan. Bij ieder initiatief ontstaan verbanden tussen inwoners die een blijvende waarde hebben.

Verdeel de ‘participatiebuit’ eerlijk

Wie heeft het voor het zeggen in de buurt? De actieven of de georganiseerden? En hoe zit het met de minderheid of de zwijgende meerderheid? Dat is een moeilijk punt. Accepteer je dat er buurten zijn met zeer actieve bewoners die dus mooier, leuker, veiliger en schoner worden en buurten waar dat niet het geval is? Accepteer je dat een kleine, zeer actieve minderheid beslissingen gaat nemen die alle inwoners van een buurt aangaan?  Er is geen makkelijke oplossing voor dit probleem, maar gemeenteraden moeten zich er wel bewust van zijn dat het bestaat, want het kan grote gevolgen hebben voor de manier van besturen. Maak als gemeente geen spelregels maar stel wel grenzen en faciliteer gezamenlijke besluitvorming in buurten. De kunst zit in het verleiden, ondersteunen en faciliteren van individuen en buurten waar initiatieven moeilijker of niet op gang komen. Als iedereen meedoet, voelt iedereen zich ook winnaar. De oudere mevrouw op de hoek die de straat in de gaten houdt, levert net zo’n belangrijke bijdrage als de buurman die wat boodschappen voor haar meeneemt. De één helpt niet de ander, je helpt elkaar.

Win-win

Burgerparticipatie is niet dat de gemeente  eenzijdig inwoners enthousiasmeert om meer betrokkenheid te krijgen. Als je dat als gemeentebestuur toch per se wilt doen, doe het dan zo dat de inwoners er op vooruit gaan. Geef een deel van de bezuinigingen terug aan de bewoners. Bezuinig bijvoorbeeld  op het onderhoud van de openbare ruimte en investeer tegelijkertijd in goede en praktische ondersteuning. Trek geld uit voor  extra wensen van de inwoners om een win-winsituatie te realiseren. Je zult als gemeente wel flink aan de bak moeten om dit financieel rond te krijgen, want deze oplossingen zijn niet goedkoop. Voorstellen waarbij alleen de bezuiniging goed geregeld is en de burgerparticipatie niet, zijn te mooi om waar te zijn.
Tot slot: trek als gemeente bij burgerparticipatie niet een al te grote broek aan. Laat het de mensen vooral zelf doen en help ze er bij. Vermijd als het even kan de top-down benadering. En verwacht er financieel gezien niet te veel van. Inwoners zijn het concept van de terugtredende overheid langzamerhand zat, maar zelf initiatieven nemen doen ze graag. Dat moet je uitgangspunt zijn!

Sam de Groot is steunfractielid in Lansingerland

Lees meer over dit onderwerp in de column van Grace Tanamal in dit nummer 

Foto: Hollandse Hoogte

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 38 nr. 12 December 2014
Reageer