Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Wie is er bang voor het spook van de jeugdwerkloosheid?

Jurjen Sietsema

Veel gemeenten kampen met een fors oplopende jeugdwerkloosheid. Wat kun je daar lokaal tegen doen? Lokaal Bestuur vroeg PvdA-vertegenwoordigers in Zutphen, Maasgouw en Eindhoven hoe zij dit probleem te lijf gaan. ‘Jongeren aan het werk krijgen is de toekomst van je gemeente en regio veiligstellen.

Wie: Annelies de Jonge
Wat: wethouder in Zutphen

Met een jeugdwerkloosheid van 17 procent was het hoog tijd dat er in Zutphen iets ging gebeuren. De PvdA sprong in het gat en kwam in juni vorig jaar met een motie om de jeugdwerkloosheid grondig aan te pakken. Met succes. De motie werd aangenomen en op 8 november jl. meldde regionaal dagblad De Stentor dat de aanpak uit de startblokken is.

De hoofdpunten van de motie zijn een startersbeurs voor jongeren, een budgetneutrale mogelijkheid voor bedrijven om jongeren een stageplaats aan te bieden en een aanbod van de gemeente voor scholing of werk voor jongeren die een bijstandsuitkering komen aanvragen.

Parallel aan de maatregelen staat een hardere aanpak van jongeren die niet willen meewerken, en een zerotolerancebeleid voor bedrijven die discrimineren op bijvoorbeeld leeftijd, handicap of etniciteit.

Annelies de Jonge, sinds 2 december wethouder en daarvoor fractievoorzitter in Zutphen, is gelukkig met de gekozen aanpak van de jeugdwerkloosheid maar is zich er tegelijkertijd van bewust dat er nog wel het een en ander moet gebeuren om bedrijven zover te krijgen dat ze jongeren een stage- of opleidingsplaats geven. ‘Veel bedrijven hebben koudwatervrees. Ze vinden dat het teveel tijd en geld kost. Die argumenten kunnen met dit plan van tafel. De stage loopt via een school en met de startersbeurs krijgen jongeren een vergoeding en spaart de werkgever voor een scholingsspaarpotje voor de starter. De werkgever wordt tegemoet gekomen door de gemeente.’

Het bedrijfsleven in Zutphen is divers. Annelies: ‘We hebben een grote zorgsector, we hadden veel grote productiebedrijven waarvan er helaas een aantal zijn vertrokken, en we hebben - en dat is best bijzonder - relatief veel kleine ambachten. Daar kunnen jongeren echt een vak leren.

Je zou zeggen dat bedrijven met de tegemoetkoming van de gemeente in de rij zouden staan om een jongere verder te helpen, maar niets is minder waar. Veel bedrijven hier moeten nog overtuigd worden van de meerwaarde van het plan. Voor de samenleving, maar ook voor hun eigen bedrijf. Dat betekent dus dat de gemeente de komende tijd actief het gesprek aangaat met het Zutphense bedrijfsleven om kennis te maken en om te kijken welke mogelijkheden er zijn.’

Stedenvierhoek

Met het budget zit het in Zutphen wel goed, zegt Annelies. ‘Wij vormen een stedenvierhoek samen met Apeldoorn, Deventer en Harderwijk. Voor alle gemeenten binnen dit gebied samen, heeft minister Lodewijk Asscher een bedrag van 6 tot 8 miljoen euro vrijgemaakt om de jeugdwerkloosheid aan te pakken. Dat is een behoorlijk bedrag waarmee we veel kunnen. Als het tenminste niet strandt in regels, procedures, projecten en veel gepraat. Dat is iets waarop de PvdA-fractie gaat controleren de komende tijd. Dat geldt overigens niet voor de Startersbeurs. Dat is direct geld zonder eindeloze aanvraagprocedures.’

Het aantal jongeren dat Zutphen met het plan bereikt, lijkt relatief klein: zo’n 160 tot 180. ‘Dat zijn de geregistreerde werkloze jongeren waarvan een deel langdurig (langer dan een jaar) werkloos is. Die hebben we goed in beeld. Er is echter ook een grote groep die we niet in beeld hebben. Jongeren die niet staan ingeschreven, vaak nog door hun ouders onderhouden worden maar die geen werk hebben of een opleiding volgen. Daar maak ik me wel zorgen over. Wij hebben de wethouder daarom ook gevraagd om ervoor te zorgen dat die groep wel in beeld komt. Ik denk namelijk dat we geen idee hebben van wat er zich soms aan ellende achter voordeuren bevindt en waar je die jongeren naar verloop van tijd misschien tegenkomt. Zonder diploma en zonder perspectief. Armoede en uitzichtloosheid houden zichzelf vaak generatie op generatie in stand. Die cirkel moet je proberen te doorbreken en daarvoor moet je beginnen bij jongeren voordat ze een leven lang in de bijstand tegemoet gaan.’

Stevige aanpak

Hoe zit het met de jongeren zelf? De prikkel voor de eerste 160 tot 180 jongeren is er. Annelies: ‘Je hebt jongeren die niet vooruit te branden zijn. Die pakken we stevig aan. Dat zijn we hier in Zutphen overigens niet gewend, die houding. We zijn in veel opzichten een schattig stadje waar veel begrip is en veel kan, maar er zijn wat ons betreft wel grenzen. Als je niet wilt dan wordt je gekort of maken we je op een andere manier duidelijk dat op de bank blijven zitten geen optie is. Datzelfde geldt ook voor bedrijven die discrimineren. Dat zien we helaas nu regelmatig bij jongeren uit de Turkse en Marokkaanse gemeenschap. Die komen hier maar moeilijk aan een baan. De tijd van schattigheid is hier zo langzamerhand wel voorbij. De problemen zijn te groot om te negeren en daarom gaan we er stevig in. Het geld is er. Nu de neuzen nog dezelfde kant op.’

Wie: Anneke Bours
Wat: fractievoorzitter in Maasgouw

Hoe frustrerend het werk van een raadslid soms kan zijn, ontdekte Anneke Bours, de PvdA-fractievoorzitter in de Midden-Limburgse gemeente Maasgouw. Een jaar geleden legde oppositiepartij PvdA samen met het CDA een motie op tafel om de jeugdwerkloosheid in Maasgouw (24.000 inwoners verdeeld over 10 kernen waaronder Maasbracht en Thorn) eens goed aan te pakken. De raad had echter geen boodschap aan het onderwerp, verwierp de motie en ging over tot de orde van de dag.

‘Maar wie schetste mijn verbazing’, zegt Anneke, ‘toen ik twee maanden geleden een raadsinformatiebrief bij de post vond waarin het college doodleuk het onderwerp aan de orde stelt en een plan van aanpak (weliswaar opgesteld door een stuurgroep voor regionaal arbeidsbeleid, maar toch) presenteert. Een plan van aanpak dat op hoofdlijnen hetzelfde is als de motie die wij bijna een jaar eerder indienden en waar college en raad niets in zagen. Daar sta je dan.’

De cijfers van de jeugdwerkloosheid in Maasgouw lijken zo op het eerste gezicht ‘klein bier’, maar schijn bedriegt. Bij het UWV stonden in september 76 jeugdige werkzoekenden uit de gemeente ingeschreven. Daarvan zijn er 24 langer dan een jaar werkloos en daarmee rijp voor het predikaat ‘langdurig werkloos’. Anneke: ‘Dat waren er in 2009 nog 8. In cijfers is de jeugdwerkloosheid hier dus fors toegenomen.’

Wat is daarvan de oorzaak? ‘De jonge mensen die in onze gemeente op zoek zijn naar werk, zijn aangewezen op wat er beschikbaar is in de bedrijven die aan het water (de Maas) gelieerd zijn. Hogergeschoolden (HBO, academici) keren na het afronden van hun studie vaak niet meer terug naar Maasgouw. De jongeren die overblijven, zijn vaak VMBO’ers die hier hun hele leven hebben gewoond en willen blijven wonen. Omdat de crisis ook niet is voorbijgegaan aan de bedrijven hier, is het perspectief voor deze jongeren op dit moment niet echt geweldig. Ook de woningmarkt is ongunstig. De laatste jaren zijn hier maar tien tot vijftien huizen bijgebouwd en de vraag is of dat er in de toekomst meer zullen worden. Ik denk het eerlijk gezegd niet. Het duurt niet lang of het inwonertal van Maasgouw daalt tot onder de 24.000. Ook de VMBO’ers (en MBO’ers) die echt gemotiveerd zijn om te werken, vertrekken. Ze zeggen dat ze pas over terugkeer willen denken als er meer huizen worden bijgebouwd. Daarmee ben je officieel een krimpgemeente in een toch al officiële krimpregio. Niet iets om blij van te worden.’

Overlast

Heeft het dan zin om je druk te maken over zaken als jeugdwerkloosheid? ‘Zeker’, zegt Anneke. ‘Jongeren die geen perspectief hebben, veroorzaken overlast. Dat begint niet bij de werkzoekenden maar al veel eerder, bij de tieners. Maasgouw heeft problemen met hanggroepjongeren. De problematiek verplaatst zich van kern naar kern. Jongeren die, als ze geen perspectief geboden wordt, sociale problemen krijgen. Drank, drugs en een steeds grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Werkloos zijn went op een gegeven moment. Dat moeten we voor zijn. Daarom vonden wij, en vindt het college een jaar later dus ook, dat er iets moet gebeuren. Dat er concrete maatregelen moeten worden genomen om banen te creëren voor werkloze schoolverlaters. Daarvoor moeten er in de regelgeving misschien bepaalde obstakels worden weggenomen zodat ondernemers meer de ruimte krijgen om jonge mensen een werk- of scholingsaanbod te kunnen doen. Daar moet de gemeente ruimhartig in faciliteren, vind ik. Als je nu namelijk niet investeert in deze doelgroep, kan dat op de langere termijn een veel grotere kostenpost betekenen. En dat is een spookbeeld dat we naast die andere spookbeelden kunnen missen als kiespijn. Fijn dat het college en de rest van de raad nu wakker zijn, maar het had wat ons betreft een jaar geleden al op de agenda kunnen staan. Niet pas nu Den Haag met geld over de brug komt. Dat had ons een voorsprong kunnen opleveren terwijl we nu nog moeten beginnen.’

Wie: Staf Depla
Wat: wethouder in Eindhoven

In vergelijking met Maasgouw lijkt de jeugdwerkloosheid in een gemeente als Eindhoven van een astronomische omvang. Een kleine 1400 jongeren (60% van de jeugdwerklozen in de regio) stond in mei van dit jaar ingeschreven als werkzoekende. Ondanks een voorzichtig economisch herstel in de regio Eindhoven is de situatie nog steeds zorgelijk. Vooral hoog opgeleiden vinden nog steeds moeilijk een baan. Een ander zorgenkindje is de groep MBO’ers op niveau 1 en 2. Daar zijn er te weinig van. Stimuleringsmaatregelen zijn daarom hard nodig en het ‘geld van Lodewijk’ (680.000 euro) is daarom meer dan welkom en zal volgens wethouder Staf Depla goed worden besteed.

Het is vooral de techniek (en voor een deel de zorg) die de toekomst heeft in Eindhoven. Daarom ligt de focus in de lichtstad op de verbetering van de aansluiting tussen scholen en arbeidsmarkt. ‘We hebben een enorm tekort aan MBO’ers in de techniek. Vooral op de eerste twee niveaus. Daardoor kunnen bedrijven niet groeien. Ze trekken uiteindelijk weg en dat heeft op zijn beurt weer effect op andere sectoren. Dat domino-effect willen we keren. We hebben onlangs uit een meevaller twee MBO-scholen gebouwd die de allernieuwste technieken voorhanden hebben. We zeggen bovendien tegen bedrijven dat we ze pas geld voor leer-werktrajecten geven als ze echt meewerken aan een betere aansluiting van de school op de arbeidsmarkt. Daarmee laten we ze zien dat ze er zelf belang bij hebben. De gesprekken tussen gemeente, ROC’s en werkgevers hebben inmiddels geleid tot een ‘Techniekpact’ waarin intenties en afspraken zijn vastgelegd, zoals een zogenoemde Eindhovense bijsluiter waarin we leerlingen al vroeg duidelijk maken wat een kansrijke opleiding is om te volgen na de middelbare school.’

Vaardigheden bijbrengen

Naast het Techniekpact is er nog een pijler waarop de Eindhovense aanpak rust, de Startersbeurs. ‘Daar verwachten we veel van. De beurs is vooral gericht op MBO+ en HBO en zou in de uitvoering voor weinig problemen moeten zorgen. Voor de niveaus daaronder kijken we naar maatwerk op het gebied van risicoreductie. In die groep zit bijvoorbeeld een aantal kwetsbare jongeren met een verhoogd risico op ziekteverzuim waardoor werkgevers niet meteen staan te springen om ze in dienst te nemen. Die groep jongeren, waarvan sommigen een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben, ondersteunen we door ze eerst vaardigheden bij te brengen die ze nodig hebben als werknemer. Dat klinkt op deze manier trouwens vrijblijvender dan het in werkelijkheid is. Voor deze groep hebben we als gemeente een extra startersbeurs in het leven geroepen die we zelf betalen. Dat is belangrijk, omdat schooluitval nog steeds een groot probleem is. Het aantal is minder dan zes, zeven jaar geleden, maar nog steeds te hoog. Jongeren zonder diploma komen niet aan de slag op de arbeidsmarkt. De praktijk laat zien dat de problemen zich opstapelen. Hoe minder perspectief, hoe groter de problemen. Daarom wordt sterk ingezet op zaken als preventie en op leer-werktrajecten om een soepele toeleiding naar een reguliere baan te kunnen garanderen.’

De aanpak van de jeugdwerkloosheid is in Eindhoven nadrukkelijk geen eenrichtingsverkeer.

Initiatieven van onderop, vanuit maatschappelijke ontwikkelingen zoals energietransitie, de terugtrekkende overheid, het vergroten van de zelf- en samenredzaamheid en de samenwerking tussen generaties worden ondersteund en voor 50 procent meegefinancierd, evenals andere lokale initiatieven. Staf: ‘We nemen het probleem serieus en weten dat als we het nu niet aanpakken, we straks met grotere problemen zitten. Jongeren aan het werk krijgen is de toekomst van je stad en regio veiligstellen. Dat is een te groot belang om te laten liggen.’ 

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 38 nr. 2 Februari 2014
Reageer

Verder in deze uitgave van Lokaal Bestuur
Jaargang 38 nummer 2 februari 2014:

Lees deze artikelen in Lokaal Bestuur:

download pdf word nu abonnee